Met de provinciale verkiezingen op komst is de discussie over megastallen weer volop opgelaaid. Tegenstanders buitelen over elkaar heen om te vertellen hoe slecht deze zogenaamde ‘varkensflats´ zijn. In veel provincies is een stop gezet op nieuwe bouwplannen. Staatsecretaris Bleker van onder andere landbouw wil dat er een breed maatschappelijk debat gevoerd wordt. In oktober wil hij dan met een visie komen. Een maatschappelijk debat (voor zover dat er nog niet is) is vanwege het brede ongenoegen in de samenleving inderdaad nodig. Ik hoop dat de kwaliteit van het debat wel sterk verbeterd wordt. Er wordt nu een enorme hoeveelheid onzin rondgebazuind over megastallen.
Uit een onderzoek van onderzoeksbureau Nipo blijkt dat 40% van de tegenstanders van megastallen deze niet ziet zitten vanwege het dierenleed. Het argument dierenwelzijn is echter zeer beperkt relevant in de discussie over megastallen. Er is geen causaal verband tussen de grote van een stal, en het welzijn van dieren. De welzijnseisen voor de reguliere veehouderij wijken niet af van die in een megastal. In een grote stal kunnen dieren het net zo goed hebben als in een normale stal, het gaat meer om de ruimte per dier, het uitzicht, de vloersoort e.d. Als er al verschillen zouden zijn vallen die positief uit voor megastallen. Dit komt omdat dit vaak gesloten systemen zijn, waar dieren hun hele leven verblijven en waar ze dus niet vervoerd hoeven worden.
Een tweede argument dat tegen megastallen gebruikt wordt, is de milieuschade. De uitstoot van broeikasgassen zou zorgen voor veel milieuschade. Opnieuw een drogreden. Er zijn natuurlijk schadelijke stoffen maar de uitstoot per dier is bij een megastal niet hoger dan bij de huidige reguliere gezinsbedrijven, en zelfs veel lager dan bij de biologische veehouderij. Door bij nieuwe ontwikkelingen strengere regels te stellen, kan de reductie van uitstoot zelfs verminderen. De schaalgrote maakt het voor de ondernemer financieel ook mogelijk om dure technologie, zoals luchtwassers in te zetten. Als het aantal dieren in Nederland niet toeneemt (en dat kan wettelijk niet), zorgt de komst van megastallen dus voor een vermindering van broeikasgassen. Lokaal, in de nabije omgeving van een nieuwe stal, kan de concentratie natuurlijk toenemen. Het is daarom belangrijk een goede locatie te zoeken, en geen megastallen naast woonwijken te bouwen.
Een derde bezwaar van megastallen zijn de risico’s voor de volksgezondheid. Een uitbraak van een dierziekte kan met de steeds grotere aantallen dieren op een plek voor nog grotere problemen zorgen dan we al gezien hebben de afgelopen jaren met onder andere vogelgriep, MKZ en Q-koorts. Op zich is dit een valide argument. Daar tegenover staat dat de kans op een ziekte kleiner is, omdat er door de clustering en de gesloten systemen minder contact met de buitenwereld en daardoor minder besmettingsgevaar is. Risico’s zijn niet uit te sluiten (dan zijn ze nooit), maar lijken niet groter dan risico’s van bijvoorbeeld chemische industrie.
De discussie wordt nu sterk beïnvloed door belangengroeperingen die protesteren tegen een megastal in hun nabije omgeving. Natuurlijk is dit hun goed recht, ik zou ook niet blij zijn als er een megastal naast mijn huis zou worden gebouwd. Hetzelfde geldt overigens voor energiecentrales, windmolens, fabrieken en andere grote gebouwen. Hoewel lokaal draagvlaak belangrijk is, mag dit nimby-gedrag de nationale discussie niet te veel bepalen.
De discussie zou moeten gaan over twee andere punten. Het eerste punt gaat over de rol en de toekomst van de agrarische sector in Nederland. De ontwikkeling van de megastal is een logisch gevolg van de al jaren zichtbare schaalvergroting. Deze schaalvergroting is economisch noodzakelijk. Ik zie ook het liefst kleinschalige gezinsbedrijven, maar hier is helaas geen droge boterham mee te verdienen. Als we de goede positie van de Nederlandse veehouderij wereldwijd willen behouden, en onze belangrijke bijdrage aan de mondiale voedselproductie in stand willen houden, zijn megastallen nodig. De consequenties voor de sector van een verbod op megastallen moeten goed gerealiseerd worden.
Daarnaast moet de discussie gaan over de vraag of we nog wel voldoende oog houden voor de relatie tussen mens en dier. Wordt de intensieve veehouderij niet te veel een industrie, en wordt het dier niet te veel een productiefactor. Gaan we op deze manier nog wel op een verantwoordelijke manier met de schepping om. Lastige vragen, die stevig doordacht moeten worden. Een absolute grens is lastig aan te geven, wel is duidelijk dat de grens eens bereikt zal worden (of al bereikt is).
Tot slot is het natuurlijk niet consequent om te roepen dat megastallen verschrikkelijk zijn, en tegelijkertijd als consument toch maar weer die kiloknaller uit de supermarkt mee te nemen. Schaalvergroting en innovatie komen voort uit de nadruk op prijs. Niet alleen de agrarische sector, ook de consument moet zijn verantwoordelijkheid nemen. Als megastallen verboden worden zullen er voor de consument twee keuzes zijn. Of de prijs van vlees wordt hoger, of er blijft goedkoop vlees komen uit het buitenland. Dat laatste zal dan echter veel slechter zijn voor de duurzaamheid en het dierenwelzijn dan het toestaan van megastallen in Nederland.



Dank Aldert. Zeer zinnige bijdrage.
Ik vond de gespeelde en daarmee gecreëerde verwarring over dit begrip op radio 1 bij Prem vanmiddag al zo onverantwoord: Hoe moeilijk kan het zijn dat een begrip meerdere eigenschappen heeft en niet alleen de hoeveelheid varkens, maar ook bijvoorbeeld de oppervlakte een megastal definieert.. ok, frustratie kwijt.
Jij blijft gelukkig niet hangen in definities, maar schept helderheid over de gevolgen.
Zou je overigens, wanneer we ecologischer gaan boeren (minder uitstoot per dier) ook tegen uitbreiding van het aantal dieren zijn? Of zelfs voor nog minder dieren, als we ze biologischer (meer uitstoot per dier) gaan houden?
Of: wat is de zin en onzin van dit begrensde aantal dieren in ons land?
Relativerend stuk met het onderuit halen van 3 hoofdbezwaren.
Je eindzin in je tweede bezwaar is overbodig. Hieraan is al lang en breed voldaan doordat het nu juist in de Reconstructiewet de bedoeling was om kleine, vervuilende bedrijven aan de randen van de kernen en natuurgebieden te verplaatsen naar speciaal daarvoor aangewezen LandbouwOntwikkelingsGebieden (LOGs).
Alleen daar kunnen bedrijven worden geplaatst.
Tevens zijn dmv geurcontouren duidelijke locaties aangewezen voor mogelijke nieuw- of verbouw. En die liggen zeker niet naast woonwijken. Iets waar industrietrerreinen trouwens wel voor in aanmerking zouden komen.
Als vierde bezwaar zou ik nog willen opmerken dat niet verplaatsen de problemen daarom laat bestaan. Als er geen mogelijkheden voor hervestiging zal worden geboden aan boeren zullen zij op de niet goede locaties, rondom kernen, met oude stallen, met geur en ammoniak blijven zitten. Iig tot 2013, en met zeer kleine aanpassingen tot lang daarna.
Als vijfde bezwaar zou ik nog de betrouwbaarheid van de overheid willen noemen. (Hoewel daar overal weinig aandacht voor schijnt te zijn).
De inplaatsing in LOGs is een deal in het hele reconstructieakkoord. Tot nu toe zijn vooral de laaghangend fruit afspraken, fietspaden, natuur, EVZs, aangepakt. De grote klapper van verplaatsing zou dit jaar zijn vruchten af gaan werpen.
@Monique, bedankt voor je aanvulling. Het is inderdaad zo dat de LOG’s (landbouwontwikkelingsgebieden) een belangrijk onderdeel zijn van de reconstructiewet. Hoewel sterk verweven is dat wel een iets andere discussie dan de discussie over de grote van de stallen of bedrijven.
@Simon Frans, Het begrenzen van het aantal dieren werkt op dit moment redelijk denk ik, al moet ik eerlijk toegeven dat ik daar niet heel goed in thuis ben. De regels voor biologische dieren zijn ook wel weer anders op dit moment. Op dit moment is het een goede manier om te voorkomen dat het aantal dieren uitbreid. Als er steeds meer biologische boerderijen komen (wat nog nauwelijks gebeurd) moet het systeem wel aangepast worden. Meer zinnigs weet ik er op dit moment ook niet over te zeggen.
http://www2.alterra.wur.nl/Webdocs/PDFFiles/Alterrarapporten/AlterraRapport1581.pdf
Geeft wat helderheid over definities.
Het verwarrende op dit moment is ook dat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen koeien en varkens.
De discussie spits zich toe op IV, dus varkens en kippen, maar er zijn meer grote koeienbedrijven dan IV.
M.i. zouden we ook daar op in moeten gaan. ZIjn koeien nu ook IV als ze altijd binnen staan?
Mijn bezwaren tegen megastallen noem je niet:
1. Megastallen halen de prijs omlaag. Het is nu al moeilijk voor kleine boeren om rond te komen en te investeren in dierenwelzijn, omdat de prijs zo laag is. En waarom kan die prijs zo laag zijn? Juist, door initiatieven zoals de megastallen. De CU zegt steeds voorstander te zijn van kleinschalige bedrijven, dus dan moet je vooral niet dit soort stallen stimuleren. Je zegt dat het niet meer haalbaar is tegenwoordig om kleine stallen te houden, maar daar heb je een overheid voor, die kan daarbij een handje helpen. Met meer megastallen wordt het alleen maar moeilijker.
2. Een grote boer heeft automatisch minder persoonlijke aandacht voor zijn dieren. Ik geloof niet dat dat iets kan opleveren voor het dierenwelzijn. Ik geloof ook niet dat koeien of varkens in een megastal enige kans maken om in de wei te lopen.
Citaat: ‘………..en wordt het dier niet te veel een productiefactor. Gaan we op deze manier nog wel op een verantwoordelijke manier met de schepping om. Lastige vragen, die stevig doordacht moeten worden. Een absolute grens is lastig aan te geven, wel is duidelijk dat de grens eens bereikt zal worden (of al bereikt is).’
Vergun mij om op bovengenoemde uitspraak aan te haken, omdat het zeer interessante betoog hier een glimlach aan m’n oude kaken ontlokte.
Laat mij ook een ‘lastige vraag’ stellen: Wanneer vinden jullie een streek niet mooi genoeg meer om er je vakantie door te brengen? Wanneer zijn jullie niet blij meer met je omgeving? Met je vakantiebestemming, maar ook met je dorp, met je stad, eigenlijk met wat wij gemaakt hebben van heel de schepping om ons heen? Lastige vraag? Voor mijzelf kan ik dat prima aangeven hoor, zonder eerst een denkrimpeltje te moeten trekken.
Weet je waarom ik dat niet zo moeilijk vind? Omdat de Schepper dat in mij heeft gelegd!!! Weet je waaróm de Schepper dat in mij en in jullie heeft gelegd? Omdat onze gevoelens functioneel zijn voor ons voortbestaan op deze aarde. Daarom hebben we bij de ChristenUnie ook een geweten. Die consciëntie [zo heette dat vroeger] kan ons aanspreken; richting geven aan ons handelen. Dat geweten kunnen we negeren, zelfs dichtschroeien [zo heette dat vroeger], dat is nog erger. En omdat het een mens gesteld is eenmaal te sterven en daarna het oordeel, zegt de Bijbel, is het heel belangrijk om heel zorgvuldig met onze gevoelens en ons geweten om te gaan. Mijn vrouw heeft zelfs een boek, waarin uitgelegd wordt dat het luisteren naar de Heilige Geest, gewoon betekent dat we naar ons geweten moeten luisteren, als we bij de Here Jezus horen. [wie bij de Here Jezus hoort; voor Hém koos als Heer over zijn/haar leven, ontving immers de Heilige Geest als onderpand?]
Passen we bovenstaande simpele wetmatigheid nou toe op ons omgaan met de Schepping [dat heb ik hoofdzakelijk van christelijke vrouwen geleerd, die durven doorgaans meer met hun gevoel te doen] dan blijven er weinig lastige vragen meer over hoor.
Tegenover ons huis liepen vorige week nog 47 lieve mooie shoarmaschapen in de wei. Wat was dat toch gezellig; ze kwamen zelfs naar je toe om te kijken of je wat lekkers voor hen had. [jullie zullen ze zo eerdaags nu wel proeven op je broodje ~]. Komende weken komen nu de gierinjectoren of zo iets, die werken vele m3 [overgeproduceerde, waardoor ze geld toe krijgen] stront onder het gras, om het hard te laten groeien. Er komt [met mijn steun] een groot melkveebedrijf schuin tegenover ons. En als de winst opgekrikt moet worden vanwege de prijsval wegens overproductie [dat mag je inmiddels ruim Europees beschouwen] dan mogen ze het bedrijf wéér [nu ook net gedaan, samen met al hun concurrenten] gaan uitbreiden van onderminister Henk. Laten jullie zelf je logische gevoel maar op deze ontwikkeling los. Gelukkig staat er hier in de diepe sloten erg weinig water, zodat daar nog grote hoeveelheden [sloten] melk bij geworpen kunnen worden, indien gewenst.
Jullie lopen ook niet willekeurig door je groentetuintje te banjeren, daarom moet je ook willen begrijpen dat de economische boer ook zijn koeien niet graag door hun eten [de wijde groene weide zonder boterbloempjes, madeliefjes of andere flauwe kul] laat lopen en ook nog met hun vlaaien bevuilen.
Lieve mensen, om een kort verhaal lang te maken: voor mij zijn we wel zo vreselijk ver van de natuur af komen te staan, daar hebben we geen voorstelling van. Die voorstelling missen we, omdat als we net aan de ene verderving van moeder aarde gewend zijn, [net als al de eeuwig voortgaande belastingverhogingen] de volgende zich heel heimelijk sluipend aandient. De planologie, zo heb ik geleerd, en de stedenbouw zijn daar wel zo schunnig schuldig aan, gesteund door onze CU in het algemeen en Esmé [die lieverd] in het bijzonder, dat ik mij slechts overeind moet houden met de eeuwige troost dat ‘het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid welke over ons geopenbaard zal worden’, om het maar Bijbels uit te drukken.
Ik heb de tijd nog meegemaakt dat als ik met mijn pappa mee ‘de boer op’ mocht [zo heette dat], bij de ene boer een kloek met kleine gele kuikentjes over het erf liep, bij de volgende een kalfje aan m’n vingers zoog, of daar melk uit wilde komen, een derde een hok vol van die leuke kleine biggetjes had, of lammetjes op de bleek; er was altijd wel wat spannends te beleven, waarom ik het heerlijk vond om al heel vroeg [bij het eerste melken soms] met m’n vader mee te gaan.
En ach, wat heb ik dan medelijden met Walter van de overburen, welke straks in zijn eentje 180 [een 0 meer als vroeger] stuks melkvee 2 á 3 x per dag na zal moeten rennen om te melken en te voeren. [stel je voor dat je die achter uit de wei zou moeten halen!!] Erwin, zijn broer zal niet mee kunnen doen, omdat het bedrijf zoveel niet opbrengt en Rick is al bouwvakker geworden, net als ik, als eerste generatie sinds eeuwen, waarvoor geen plaats meer is op de boerderij. En dat ondanks de op termijn vernietigende schaalvergroting.
I think that to receive the loans from banks you should have a good motivation. But, one time I’ve received a student loan, just because I wanted to buy a bike.