Donderdag 11 november was ik bij dit[1] debat: Global business And Justice For All georganiseerd door de Balie en MVO Platform. Tijdens deze avond werden drie voorbeelden van mensenrechtenschendingen gepresenteerd, waarbij Europese bedrijven direct of indirect betrokken waren.
De slachtoffers blijken niet of nauwelijks hun schade te kunnen verhalen. Dit is moeilijk in eigen land. Erger nog landen zijn zelf medeverantwoordelijk voor deze mensenrechtenschendingen omdat zij bedrijven faciliteren met een zo gunstig mogelijk vestigingsklimaat. Dit gebeurt onder andere door zogenaamde Special Economic Zones(speciale economische zones) op te tuigen. Deze zones zijn er in verschillende soorten en maten. Meestal gelden daar andere wetten en regelingen, dan in de rest van het land, die in de hand werken dat bedrijven zo veel mogelijk kunnen produceren tegen zo laag mogelijke kosten.
Op zich niets mis mee zou je zeggen. Ware het niet dat landen elkaar beconcurreren op handhaving van fundamentele mensenrechten. De gunst van vooral multinationals wordt gezocht in het uitschakelen van wetten die gelden, het simpelweg niet handhaven van wetten die er al zijn, en het tegenwerken van mensen die hier tegen in opstand komen. De economische groei van het land mag wat kosten.
Af en toe komen er schendingen van mensenrechten in het nieuws waarbij bedrijven in Nederland actief betrokken zijn. Naar aanleiding van artikelen[2] in de Volkskrant over misstanden bij een fabriek die ook kleding voor de H&M en de C&A maakte, stelden Kamerleden van het CDA[3] en van de PvdA, SP, GroenLinks en de ChristenUnie[4] vragen aan de ministers van Economische Zaken en van Buitenlandse Zaken. In het antwoordt van de regering op die vragen stelt zij “sterk te hechten aan de naleving door Nederlandse bedrijven in het buitenland van de normen zoals vastgelegd in de OESO-Richtlijnen voor Multinationale ondernemingen[5].” En dat “de OESO-Richtlijnen voor de Nederlandse regering het kader vormen voor het gedrag van internationaal opererende Nederlandse bedrijven. Nederlandse bedrijven die textiel van fabrieken in India kopen, dienen van deze toeleveranciers te verlangen dat zij zich aan de lokale wet en regelgeving houden en hun invloed aan te wenden om de in de OESO-Richtijnen opgenomen standaarden na te streven[6].”
In het antwoord van de regering op die vragen is het tekenend dat de regering refereert naar richtlijnen. Tekenend omdat de naleving van de richtlijnen door ondernemingen, volgens de uitgangspunten[7], vrijwillig en niet rechtens afdwingbaar zijn. De boodschap van de regering is op deze manier: ja er zijn regels maar bedrijven mogen zelf weten of ze zich daar aan houden. Wij spreken jullie wel aan maar daar blijft het bij.
Er is naar mijn mening sprake van een sociaal dilemma als je in een land producten kan kopen waarvan de makers zijn uitgebuit. Terwijl bedrijven worden aanbevolen zich in te spannen voor betere arbeidsomstandigheden maar hiertoe niet verplicht zijn. En de regering in antwoord op Kamervragen over misstanden vertelt belang te hechten aan naleving van richtlijnen die niet hoeven worden nageleefd. Ja, de regering gaat in gesprek met bedrijven dat pleit voor haar. Toch klopt het niet dat er geen normen, voor maatschappelijk verantwoord ondernemen, worden opgelegd dan wel gehandhaafd. Ik mis hier gerechtigheid, en het heeft er de schijn van dat die ook in Nederland opzij is geschoven.
[1] http://www.debalie.nl/artikel.jsp?articleid=363002
[2] http://www.schonekleren.nl/activiteiten/andere-acties/uitbuiting-caa-en-ham-bedrijven-moeten-verantwoordelijkheid-nemen
[3] http://ikregeer.nl/document/kv-tk-2010Z12615
[4] http://ikregeer.nl/document/kv-tk-2010Z12520
[5] http://www.ikregeer.nl/document/ah-tk-20102011-621
[6] http://www.ikregeer.nl/document/ah-tk-20102011-622
[7] http://www.oesorichtlijnen.nl/wp-content/uploads/Richtlijnen/NL%20tekst%20richtlijnen.pdf





Of je pleit voor het opheffen van het economische systeem zoals we dat nu hebben (en welk alternatief heb je dan te bieden?) of je accepteert dat uiteindelijk iemand de rekening moet betalen. Zo zit het systeem namelijk in elkaar: het is gebaseerd op groei en groei moet ergens vandaan komen; dat kan het systeem niet zelf genereren, netzomin als een lichaam zichzelf in stand kan houden door op zichzelf te teren. Dat moet dus van buiten het systeem komen. Dus moeten er landen en mensen zijn, die buiten de boot vallen en waar we de rekening neerleggen. Wat Samuel Negassi hier doet, is klagen dat het systeem zo werkt, maar met dit systeem is dat onvermijdelijk. En een alternatief heeft hij niet te bieden. Dan wordt praten over ‘slachtoffers’ en hoe erg je dat wel vindt, niet meer dan een verkooppraatje voor de zelfverklaarde morele superioriteit.
Beste Kelele,
Dan pleit ik voor het opheffen van het economische systeem dat jij beschrijft.
Dat systeem is inderdaad gebaseerd op groei maar heeft als uitwas winstmaximalisering ten koste van de waardigheid van mensen. Dat “klagen” hierover vraagt om een alternatief is meer dan logisch.
Het alternatief is voor mij een vertaling van Gods plan met mensen. Geopenbaard in de Bijbel en voorgeleefd door zijn zoon Jezus Christus. Kernwoorden voor die vertaling zijn voor mij: gerechtigheid, naastenliefde en genade.