Wajonger verliest perspectief op werk

SONY DSC
8.06.2011 |

Met de Wet Werken Naar Vermogen wil staatssecretaris Paul de Krom niet meer kijken naar wat iemand niet kan, maar naar wat iemand wel kan. Tegelijkertijd is er ook een bezuiniging van 1,8 miljard euro mee gemoeid. Naar mijn mening is de WWNV voor Wajongers contraproductief, voor hen vermindert het perspectief op een baan.

Een korte samenvatting van de Wet Werken naar Vermogen (WWNV): Deze wet moet de belangrijkste wet worden voor mensen op afstand van de arbeidsmarkt en komt in de plaats van de Wet Werk en Bijstand en de Wet Investeren in Jongeren en ten dele van de Wajong en de Wet Sociale Werkvoorziening. Wij zijn enthousiast over de inspanning om de verschillende wetten voor mensen met een beperking te bundelen. We zijn ook enthousiast over de doelstelling van de wet, dat zoveel mogelijk mensen in een reguliere baan gaan werken. Maar door de bezuiniging krijgen Wajongers niet de aandacht die ze wel nodig hebben

Reden één: uit de hoofdlijnennotitie van staatssecretaris Paul de Krom van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, blijkt dat van Wajongers veel zelfredzaamheid verwacht wordt. De verantwoordelijkheid voor het vinden van een baan ligt in eerste instantie bij henzelf. Een deel van de Wajongers zal aan deze verwachting zeker voldoen. Zij hebben een lichamelijk defect en zijn psychisch en sociaal helemaal in orde. Maar dit is te veel gevraagd van andere Wajongers die juist begeleiding en support nodig hebben.

Reden twee: de re-integratiebudgetten van de verschillende regelingen worden gebundeld en daarna bijna gehalveerd. De gemeenten die de WWNV moeten uitvoeren hebben veel minder financiële ruimte om de re-integratie uit te voeren, maar moet hoge kwaliteit blijven leveren. Omdat gemeenten ook nu al regelmatig over hun re-integratiebudget heengaan, is de kans levensgroot dat er onvoldoende financiën zijn om Wajongers goed te begeleiden.

Reden drie: door de WWNV worden gemeenten beoordeeld op het resultaat dat ze halen. Het gevolg hiervan is al eerder gebleken: afroming. Degene met de beste kansen wordt geholpen en komt aan het werk. Degene die er wat minder voor staat heeft pech. Dit is eerder ook al gebeurd bij de verkoop van werklozen aan re-integratiebureaus.

Ten slotte staat of valt deze wet volgens staatssecretaris Paul de Krom met de intentie van werkgevers om een werknemer met een beperking aan een baan te helpen. De Krom is hier erg positief over. Er is zelfs gebleken dat 95% van de werkgevers wel een Wajonger aan het werk ziet in zijn eigen bedrijf. Dat werkgevers wel de intentie hebben, herkennen wij ook. In de onderhandelingen met werkgevers, merken we dat ze altijd bereid zijn om hun goede intenties uit te spreken. Dat is het probleem niet. Het wordt pas moeilijk als het over concrete afspraken gaat. Dan geven ze niet thuis en dat is precies wat Wajongers herkennen die op zoek zijn naar een baan.

Staatssecretaris Paul de Krom heeft ook intenties. Wat hem betreft gaat iedereen het werk doen dat binnen zijn mogelijkheden ligt. Tweede Kamer, houd hem aan deze intentie en zorg dat Wajongers perspectief op werk hebben.

© foto Komimo

Niels Rook
bestuurder en beleidsadviseur bij christennetwerk|gmv

4 reacties

  1. Moi (CDA-lid) says:

    Op http://www.cda.nl/Actueel/Nieuws/Nieuwsbericht/2011/6/23/Sterk__Zekerheid_over_SW-fonds.aspx lees ik het volgende:

    [quote]Verder is een CDA-motie aangenomen, die zorgt voor meer druk op werkgevers om afspraken te maken om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in dienst te nemen. ‘De rol van werkgevers is cruciaal om mensen aan het werk te helpen! Maar dan moeten zij ook de daad bij het woord voegen’, aldus Sterk.[/quote]

  2. ben says:

    Eigenlijk lijkt het mij allemaal niet zo moeilijk hoor: wat kost een bijstandtrekker ons nu? €1000,-? Wat zou hij voor een bedrijf als waarde kunnen hebben? €600,-? Wat kost hij dat bedrijf straks? €1500,-? Dan komt dat bedrijf er dus €900,- aan te kort. Als wij dat bijlappen, hebben wij €100,- winst, toch? En wie weet, misschien wordt dat ooit beter. [houden we in de gaten]
    Welke denkfout maak ik?

    Ik kom net van de column van Leen van Dijke vandaan, waar de ondernemer ook zo sociaal zou moeten worden.
    ‘De rol van werkgevers is cruciaal om mensen aan het werk te helpen! Maar dan moeten zij ook de daad bij het woord voegen’ zegt Moi.
    De baas van die werkgever, de gg welke de aandeelhoudersvergadering voorzit, heeft echter helemaal niets met sociaal, wel met $$ en €€. Ga daar nuchter mee om!!
    Natuurlijk zegt die werkgever in het overleg, liefst voor de camera’s, allerlei aardige dingen. Maar zijn bonus, door de gg-manager toegekend, is direct afhankelijk van de winst en niet van zijn menselijk gevoel. [daarom ben ik zo blij ooit gewoon een vak geleerd te hebben, waar je voldoening aan kan beleven en blij naar huis gaan! Je zal maar zo’n engerd moeten zijn!]

    We zullen dus moeten willen onderhandelen, met een zak geld op tafel, om zaken met het bedrijfsleven te kunnen doen. Of daar 1,8 miljard aan over gehouden kan worden, is volgens mij nog absoluut niet van te voren te zeggen. Het lijkt mij nu ook nog een dom cijfer te zijn, waar je alleen het oude vrouwtje van Van Leeuwen en zo de stuipen mee op het lijf jaagt. [en het gaat je toch niet lukken]
    Niet doen, CDA!!

  3. ben says:

    En dat de overheid haar taken helemaal met slechts half geld naar de gemeenten afschuift, moeten we gewoon niet accepteren.
    Ga maar wel alvast in een sociaal huurhuis wonen, want de OZB zal onbetaalbaar worden!

  4. PvD says:

    In het debat over meer SW’ers naar regulier werk, als ook in dit artikel en de reacties daarop, wordt naar mijn mening veel te veel het accent gelegd op het economisch nut al of niet. Goede intenties van werkgevers zijn een goed begin maar lang niet voldoende. En quota opleggen aan werkgevers is al helemaal verkeerd. Onze dochter met syndroom van Down is vorig jaar overgegaan van de SW-voorziening naar regulier werk. Wil zo’n overgang duurzaam zijn dan zal de werkgever een open houding moeten hebben en een maatschappelijk doel moeten willen dienen. Een veilige werkomgeving en een goede match tussen ‘normale’ werknemers en werknemers met een beperking is veel belangrijker dan het compenseren van de ondercapaciteit van zo’n werknemer. Bovendien moeten werkgevers willen inzien dat de mensen met een beperking veelal een hoge arbeidsethos hebben: arbeidstrouw, flexibel inzetbaar, werkwillig, open en betrouwbaar, loyaal, niet smokkelen met de tijd, etc., Weliswaar is het werktempo lager maar een werkgever moet willen bijdragen aan deze vorm van maatschappelijk verantwoord ondernemen en bereid zijn te investeren in juist deze immateriele betekenis. Dat de werkgever gecompenseerd wordt voor de ondercapaciteit is aanvullend van betekenis.
    PvD, een ouder met ervaring, landelijk bestuur van een christelijke oudervereniging van mensen met een beperking.