De ChristenUnie herpakt zich. Het beste bewijs daarvoor is misschien wel de bijdrage van André Rouvoet aan het debat over Kunduz. Gepassioneerd en met overtuiging: “Wij hebben een diep verlangen om een bijdrage te leveren aan vrede en gerechtigheid”. Hij motiveerde zijn keuze met een verwijzing naar onze missie in de samenleving. Dat is politiek met hart en ziel!
Pakweg anderhalve maand na de presentatie van het evaluatierapport kunnen we een tussenbalans opmaken. Het rapport is kritisch en stevig, maar de reacties vanuit de ChristenUnie zijn positief.
Het landelijk bestuur besloot om het vertrouwelijke rapport openbaar te maken en de politiek leider omarmde de inhoud. Dat was een duidelijk en een volwassen signaal: we willen leren van onze fouten en we gaan met dit rapport aan de slag. Het effect daarvan is nu al zichtbaar, maar we zijn er nog niet. Ik weet dat het landelijk bestuur niet wil dat het rapport in een bureaulade verdwijnt, maar ik ben evenals vele anderen nieuwsgierig naar het vervolg…
Verantwoordelijkheid
Veel mensen gaven er blijk van zich in het rapport te herkennen: “Het rapport geeft woorden aan wat ik voelde tijdens de campagne”. Deze reactie kwam keer op keer terug en bevestigde ons in de keuzes die we als evaluatiecommissie gemaakt hebben.
Er waren ook andere reacties. Een enkeling kon de verleiding niet weerstaan het rapport te laten buikspreken om zijn eigen stokpaardje te berijden. Nee, het rapport is geen pleidooi voor een rechtsere koers. Er is niks mis met het profiel van de ChristenUnie. Dat blijkt uit de kiezersonderzoeken. Maar in de campagne voerde de partij de oorlog van 2006 en niet die van 2010. In combinatie met het opkomen voor alles wat kwetsbaar is, lijkt christelijk-sociale politiek zomaar op socialisme met een christelijk sausje. Dat roept de verdenking van linksigheid op. Het christelijk-sociale profiel heeft een actuele vertaling nodig, waarin de nadruk wordt gelegd op een typerend kenmerk ervan: eigen verantwoordelijkheid van burgers. Concreet: minder overheid, meer samenleving; minder regels, meer verantwoordelijkheid. De term christelijk-sociaal duidt onze samenlevingsvisie. Samenleven is een werkwoord. Dat gaat niet vanzelf. Samenleven is meedoen! En dat komt niet in mindering op de zorg voor alles wat kwetsbaar is.
Hunkering naar passie
De ChristenUnie liet zich geen identiteitscrisis aanpraten. Daar geeft het rapport ook geen aanleiding toe. Ewout Klei deed in Trouw een poging om de traditionele achterban uit te spelen tegen de nieuwe kiezers van 2006. Zijn vooronderstelling was dat de traditionele achterban een conservatieve opstelling verlangt en nieuwe kiezers een linksige ChristenUnie wensen. Dat is onjuist, want kiezersonderzoek toont aan dat de traditionele achterban en de nieuwe kiezers beiden snakken naar gepassioneerde politiek, geïnspireerd door een diepe overtuiging.
Christenen hebben van huis uit niet zoveel met politiek, maar wel met de samenleving. Geïnspireerd door hun geloof zetten zij zich in voor de samenleving en voor mensen die in de hoek zitten waar de klappen vallen, bijvoorbeeld als kerk. Een politiek met dezelfde inzet kan rekenen op hun steun. Dat is een kwestie van herkenning en vertrouwen. Christenen hunkeren naar politiek met hart en ziel, vanuit een diepe motivatie en een duidelijke identiteit.
Klei stelde dat de ChristenUnie niet in het links-rechtsschema past. Daar kon hij wel eens gelijk in hebben. De partij is bij gelegenheid socialer dan socialisten, groener dan groenen en conservatiever dan conservatieven. Dat is echter geen handicap, zoals Klei ons wilde doen geloven, maar een kans. Iemand noemde de ChristenUnie onlangs een beetje links, een beetje rechts en vooral christelijk.
Basis
In de reacties op het evaluatierapport bleven een paar belangrijke thema’s helaas onderbelicht. Het visioen van de oprichters van de ChristenUnie was een basispartij, een beweging van betrokken christenen. Gert Schutte maakte de vergelijking met de partij van Jan Marijnissen en Emile Roemer: “De SP komt voort uit het actievoeren, maar bleek in de Tweede Kamer toch heel goed in staat om de vertaalslag naar de politiek te maken. Ik vind het knap dat ze erin slagen om die verworteling in de samenleving vast te houden en te combineren met het politieke handwerk. Daar zou de ChristenUnie iets meer van moeten hebben”.
De ChristenUnie investeerde al enige jaren minder in de organisatorische ondersteuning en vernieuwing van lokale en provinciale afdelingen. De basispartij, waarin de lokale en provinciale afdelingen de hoofdrol speelden, ontwikkelde zich in de richting van een kaderpartij, waarin vooral het politieke kader in de schijnwerpers staat. In 2009 werd er weer een opbouwwerker aangesteld, maar het omturnen van een statische partij in een dynamische beweging vraagt een lange adem en kost veel energie. Dit is wel noodzakelijk, want de oppervlakkige binding met de vertegenwoordigers in het verre Den Haag moet op lokaal niveau vertaald worden in een duurzame binding dichterbij.
Heimwee naar houvast
Er was ook weinig aandacht voor de trend dat christelijke kiezers steeds makkelijker over ideologische scheidslijnen heenstappen en uit strategische overwegingen stemmen op partijen met een samenlevingsvisie die haaks staat op hun eigen levensovertuiging, zoals D66 of GroenLinks of PVV. Het congres over ‘Het einde van de confessionele politiek’ maakte dat een beetje goed. Koert van Bekkum repte in het Nederlands Dagblad over een vertraagde doorbraak en relativeerde de gevolgen: “Afbraak van een verzuilde structuur betekent niet per definitie teruggang in geloof”.
Het is één van de grootste uitdagingen van de ChristenUnie om de knip die christelijke kiezers aanbrengen tussen geloof en politiek ter discussie te stellen. Niet op een betuttelende manier, maar ook niet vrijblijvend. Tegelijkertijd moet de ChristenUnie een positie claimen, waarmee de partij ook strategische kiezers in christelijke kring aan zich weet te binden. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, maar omdat de partij niet past in het traditionele schema van links en rechts, zijn er volop kansen.
Er is toekomst voor bijbels geïnspireerde politiek. De heimwee naar hoop en houvast is voelbaar en tastbaar in onze samenleving. Nee, mensen lopen niet warm voor een dogmatische en drammerige politiek, maar wel voor gepassioneerde politiek vanuit een sterke overtuiging.




Het congres had als naam “Het einde van de confessionelen?”, dus met een vraagteken. Als Nico Schipper de moeite had genomen om dit nog even te checken, dan had hij misschien ook gezien dat zijn grote vriend, Ewout Klei, één van de organisatoren van dit congres was.
Kom kom, Klei. Iemand heeft een beetje kritiek op je, terechte kritiek naar mijn mening. Je stuk in Trouw was van even laag niveau als die krant zelf. Zolang je maar kritiek uit op orthodoxie, zullen ze alles wat je schrijft plaatsen. Nu zegt Nico Schipper dat een blaatstuk een blaatstuk is, en reageer je gelijk érg kortaf.
Wat dat vraagteken betreft: je herinnert je wellicht nog hoe ik ooit Jon Stewart citaarde: “door ergens een vraagteken achter te zetten, kan je in principe alles zeggen”. De vraag die jullie stelden was meer dan een vraag, dat kwam tijdens het congres ook ter sprake. Het is een vraag die je alleen stelt als je daar reden voor ziet. Dat jij daar als D66-er reden voor ziet is natuurlijk niet gek. Maar verschuil je dan niet achter dat vraagteken.
Hmm, die eerste alinea komt wat provocerend over als ik ‘m zo herlees. Dat was niet de bedoeling, excuses. Ik kan soms de verleiding niet weerstaan om even stevig in te zetten. Laten we zeggen dat waar “blaatstuk” staat, je beter “matig stuk” kunt lezen. Het is niet volledig geblaat, maar ik vind ‘t stuk wel echt slecht, omdat het een preek is voor eigen parochie. En dat is de Trouw/ Joop parochie. Daar heeft de CU niets aan en verder overtuig je alleen mensen die al overtuigd zijn en die nooit kritisch naar je stuk zullen kijken.
@ Remco,
Het is hier geloof ik een wedstrijd wie het hardste blaat. Remco, generaliseren is ook een vak. Jij kan wel een masterclass geven. Trouw-lezers kritisch over alles wat othodox is?
De juiste vragen stellen wil nog niet zeggen dat je kritisch bent.
Voorlopig volg ik een masterclass, maar vooruit, lijkt me ook leuk om er een te géven.
Natuurlijk formuleer ik het wat prikkelend, maar mijn mening over Trouw komt niet uit de lucht vallen en is ook niet slechts mijn mening. Maar omdat ik wat al te eenzijdig was heb ik, zoals je ongetwijfeld hebt gelezen, mijn uiting genuanceerd en toegelicht in een tweede post.
Nou, nou, nou. De twisten tussen Klei en Van Mulligen worden langzamerhand verschrikkelijk saai want zo voorspelbaar. Kunnen jullie niet buitenspelen?
Nee, metadiscussie, dát gaat helpen. Als je de discussie hier zo’n warm hart toedraagt, reageer dan op het artikel zou ik zeggen.
Zelf al wat jaren bekend met duo Ewout-Remco. Niet altijd to the point, maar regelmatig leerzaam en onderhoudend.
Wat betreft oude en nieuwe achterban, waarover Nico schreef: uit eigen ervaring weet ik dat een deel van de oude achterban jaren terug al best links gericht was en dat er tussen de nieuwe aanhang heel wat rechts georienteerden zijn. En zoals bekend beiden niet altijd consequent op alle beleidsterreinen.
Hoe dan ook, zelf deel ik Nico’s enthousiasme voor een niet al te statische maar dynamische partij, niet per definitie dogmatische maar gepassioneerde politiek voerend. Meer “beweging” dan puur partij.
Misschien zelf wat aan de conservatieve kant, ervaar ik het als een verrijking als ik gescherpt wordt door een “progressiever” mede-partijlid, waarin ik dezelfde christelijke passie en overtuiging ervaar als die mijn motivatie is voor christelijke politiek!
@Remco:
Bedankt voor je reactie. Ik vind het door Nico Schipper begrip “gepassioneerde politiek” analytisch gezien onbruikbaar, vandaar dat ik daar niet op ben ingegaan. Het begrip is veel te ideologisch geladen, net als alle uitspraken van Schipper over christenen. Er zijn een heleboel verschillende soorten christenen. Lang niet iedereen zal zich in Schippers omschrijving herkennen.
Dan over het congres: het vraagteken hebben we bewust geplaatst, omdat het vraag was, geen feit. We wilden een open discussie. Dat gebeurde ook, want professor Schutte beantwoordde de vraag bevestigend, en professor Kuiper ontkennend.
Ewout
vind juist de term gepassioneerd juist niet ideologisch, zowel toepasbaar op links-rechts, christelijk- onchristelijk. Gaat om bewogenheid, gemotiveerdheid, hartstocht en niet om ideologie.
Binnen een organisatie of beweging merk je wel degelijk cultuurverschil als die wel of niet gepassioneerd is. Ideologie is in zekere zin secundair. Wat je ook aanhangt, als het niet volop is, vanuit het hart (oude RPF-slogan) is, heeft het weinig kracht…..
OK, na de al min of meer standaard woordenwisseling tussen Ewout en Remco nu over het artikel van Nico Schipper. Ik heb het idee dat je als voorzitter van de commissie een beetje geschrokken bent van de reacties. Je zegt dat bepaalde mensen met het rapport in de hand hun eigen stokpaardjes berijden. Dat snap ik niet. Geef eens wat voorbeelden? Ik kan me voorstellen dat het niet leuk is om te horen dat er verschillende stromingen zijn binnen de partij die het in veel opzichten nogal oneens zijn met elkaar, maar heeft het zin om dat te ontkennen? De cijfers tonen nogal hard aan dat vooral de nieuwe kiezers zijn weggelopen (zie bijvoorbeeld de uitstroom naar Groen Links in 2010). Als ongeveer gelijktijdig met de publicatie van dit rapport iemand uit de politieke top in een interview zegt dat er gelukkig geen uitstroom naar de PVV is gemeten dan is dat niet alleen niet waar, het lijkt ook een soort ontkenning te zijn dat zoiets überhaupt mogelijk is. Terwijl we ook nog niet eens weten waarom er zoveel CU kiezers zijn thuis gebleven.
Als je zegt dat zulke conclusies niet uit het rapport of kiezersonderzoek zijn te halen, hoe kun jij dan wel zoiets als dit concluderen: “want kiezersonderzoek toont aan dat de traditionele achterban en de nieuwe kiezers beiden snakken naar gepassioneerde politiek, geïnspireerd door een diepe overtuiging.” Is dat zo specifiek gevraagd aan de traditionele achterban en aan de nieuwe kiezers? Zo’n uitspraak kun je bij iedere partij doen lijkt me. Je zou dat ook bij de PVV prima kunnen stellen, of bij de SP en waarschijnlijk bij veel andere partijen.
Ik hoor telkens vanuit de partij dat de CU niet past in het schema van links of rechts, ik verbaas me daar telkens weer over. Je kunt ieder partijprogramma objectief analyseren en indelen in het schema links/rechts/pogressief/conservatief. André Krouwel heeft dat bijvoorbeeld gedaan en daaruit blijkt dat de ChristenUnie, objectief gemeten, net zo links is als PvD, GL en PvdA. En dat komt overeen met het gevoel dat veel mensen in de achterban hebben. Het is funest om dat te blijven ontkennen. De uitspraak dat de ChristenUnie niet past in de indeling links/rechts wordt pas echt waar als er bijvoorbeeld op economisch terrein een evenwicht is tussen linkse en rechtse ideeën zodat we echt in het midden terecht komen en dat is nu niet het geval. De filosofie van de partij wordt op dit moment heel erg sterk bepaald door de gedachte dat een overheid in de samenleving heel veel kan en ook moet regelen. Dat leidt heel logisch tot een positie links/conservatief. Daar komt ook de veel gehoorde klacht vandaan dat de CU betuttelend is (rookverbod in de auto, geen wielrenners op het fietspad, etc.) GL is dan links progressief, D66 midden/progressief, PVV midden/conservatief, etc.
Het interessante is dat je in bovenstaand artikel eigenlijk hetzelfde zegt: “Het christelijk-sociale profiel heeft een actuele vertaling nodig, waarin de nadruk wordt gelegd op een typerend kenmerk ervan: eigen verantwoordelijkheid van burgers. Concreet: minder overheid, meer samenleving; minder regels, meer verantwoordelijkheid.” Dat is echt exact hetzelfde als wanneer iemand zegt dat de ChristenUnie zich minder links moet profileren. Waarom mag dat niet gewoon bij de naam genoemd worden vraag ik mij dan af?
Een term als “Bijbels geïnspireerde politiek” vind ik erg mooi, dat meen ik heel oprecht, maar zodra je dat gaat vertalen naar politieke actiepunten in een programma dan moet je concreet worden en daar gaan dan ook de verschillen ontstaan. Mijn pleidooi op basis van het rapport zou inderdaad ook zijn om te streven naar een partij met een Bijbels geïnspireerde politiek. Een echte christelijke partij dus. En omdat christenen op allerlei terreinen zoals de economie verschillend denken, maar elkaar op die terreinen vaak wel respecteren, moet je dan op de assen links/rechts/progressief/conservatief wel in het midden uitkomen. En dat betekent veel voor ons verkiezingsprogramma en voor het profiel van onze vertegenwoordigers. Als we het uitstekende rapport dat jij met de andere commissieleden hebt gepubliceerd niet op die manier concreet durven te maken, dan zullen we toch weer blijven steken in algemeenheden. En dat zou jammer zijn.
Dank voor jullie bijdrage aan de discussie over de toekomst van de ChristenUnie. Laat ik beginnen met een reactie op een veronderstelde emotie. Nee, ik ben niet geschrokken van de reacties op het rapport, maar ik vind wel dat de feiten waarop het rapport is gebaseerd recht gedaan moeten worden. Dat is belangrijk voor het vervolg van de discussie. Ik wil me niet mengen in die discussie, maar wel een aantal punten verhelderen.
De aanduiding gepassioneerde politiek is een stijlkenmerk, dat niet is voorbehouden aan christelijke politieke partijen, maar wel onderscheidend is ten opzichte van technocratische partijen. Het verwijst naar de diepste drijfveren van een politicus en naar het vermogen om die te tonen. Dat betekent voor de ChristenUnie dat onze vertegenwoordigers geen geheim maken van hun geloof als inspiratiebron.
Ik herhaal op deze plaats nog maar een keer dat het evaluatierapport niet pleit voor een rechtsere koers van de ChristenUnie. Kiezersonderzoek toont aan dat het christelijk-sociale profiel door een belangrijk deel van de achterban wordt herkend en onverminderd positief wordt gewaardeerd. Het is echter zaak dat de vertegenwoordigers van de ChristenUnie het christelijk-sociale profiel niet versmallen door het eenzijdig te verbinden met bijvoorbeeld het opkomen voor alles wat kwetsbaar is. Het evenwicht moet hersteld worden, want christelijk-sociale politiek gaat ook over de eigen verantwoordelijkheid van burgers en dat is een conservatief element. Christelijk-sociale politiek is niet links en ook niet rechts, maar gaat dwars door het midden en mikt op een sterke samenleving en verwacht veel van het maatschappelijk middenveld. Het profiel deugt op papier, maar de positionering verdient extra aandacht in de praktijk.
André Krouwel is verantwoordelijk voor de relativering van de begrippen links en rechts door de begrippen progressief en conservatief daar aan toe te voegen. Hij stelt dat de ChristenUnie zowel links als conservatief is. In het licht van de voorgaande alinea spreek ik liever over sociaal en conservatief dan over links en conservatief, maar het is hoe dan ook een uniek profiel. Geen enkele andere politieke partij in Nederland deelt dit profiel met de ChristenUnie: alle gevestigde politieke partijen zijn of links en progressief of rechts en conservatief. Links is daardoor in de beleving van veel kiezers een synoniem van progressief, maar dat geldt dus niet voor de ChristenUnie.
De ChristenUnie past met het christelijk-sociale profiel niet in het traditionele schema van links en rechts. Het aardige is dat pakweg 60% van de Nederlandse kiezers zichzelf herkent in een links en conservatief profiel. Dat biedt kansen. Het is maar zeer de vraag of een pleidooi voor een verbod op roken in de auto past bij dit profiel.
Kijkend naar de uitstroom van onze kiezers kunnen we niet anders concluderen dan dat de achterban van de ChristenUnie divers is. De uitstroom van kiezers naar links en naar rechts is redelijk in evenwicht. Dat heeft voor een deel te maken met het bijzondere profiel van de partij: links (sociaal) en conservatief. Christenen kunnen heel uiteenlopende standpunten hebben, maar dat is geen probleem. Het komt er voor de ChristenUnie op aan dat de argumenten voor de keuzes die we maken zijn terug te voeren op de bijbelse inspiratie van de partij. Een voorbeeld is de keuze vóór de uitzending van een trainingsmissie naar Kunduz. Niet iedereen zal deze keuze delen, maar de motivatie om bij te dragen aan vrede en gerechtigheid is voor christenen herkenbaar. Dat brengt mij weer bij de hunkering van kiezers naar gepassioneerde politiek, want daarover verschillen de meningen in onze achterban niet. Dat baseren we op kwantitatief en kwalitatief kiezersonderzoek. De evaluatiecommissie heeft hierover gesproken met kiezers uit onze traditionele achterban en met nieuwe kiezers uit 2006. Een belangrijke overeenkomst tussen beide groepen bleek het verlangen naar politiek met hart en ziel. Die politiek heeft toekomst.
Het komt er op aan dat de aanbevelingen in ons rapport nu concreet handen en voeten krijgen. Dat is niet de taak van de evaluatiecommissie, maar van het landelijk bestuur en de eerste resultaten daarvan worden zichtbaar. Ik zie uit naar het vervolg.
@Nico Schipper,
Ik begrijp niet hoe u onderstaande alinea kunt schrijven en tóch betogen dat er géén ‘correctie naar rechts’ nodig is:
“In combinatie met het opkomen voor alles wat kwetsbaar is, lijkt christelijk-sociale politiek zomaar op socialisme met een christelijk sausje. Dat roept de verdenking van linksigheid op. Het christelijk-sociale profiel heeft een actuele vertaling nodig, waarin de nadruk wordt gelegd op een typerend kenmerk ervan: eigen verantwoordelijkheid van burgers. Concreet: minder overheid, meer samenleving; minder regels, meer verantwoordelijkheid. De term christelijk-sociaal duidt onze samenlevingsvisie.”
U zegt hier twee dingen:
1) Er is een actuele vertaling nodig van het christelijk-sociale profiel
2) Die vertaling moet eruit bestaan dat er “concreet: minder overheid, meer samenleving, minder regels en meer verantwoordelijkheid” moet worden nagestreefd.
U kunt toch niet met droge ogen beweren dat de CU in het verkiezingsprogramma van 2010 èrgens heeft gepleit voor minder overheidsbemoeienis? Ik zit er graag naast wat dat betreft, maar als je het complete verkiezingsprogramma in een Excel zou zetten en bij elke maatregel zou aanvinken of deze zou resulteren in meer of minder overheid, dan moet je concluderen dat er (bijna) nergens punten worden benoemd waarvan de CU “uit overtuiging” zegt: Daar gaat de overheid voortaan niet meer over.
En dat is m.i. (zie ook reactie van Rolf) het punt: als je ècht vindt dat er “minder overheid en meer samenleving” moet komen, dan moet dat ook een concrete vertaling (of zoals u dat noemt: een ‘actuele vertaling’) krijgen in het concrete politieke handelen van de partij, vooral het verkiezingsprogramma. En als die ‘actuele vertaling’ er komt, dan is dat de facto een ‘correctie naar rechts’, aangezien het verkiezingsprogramma 2010 nergens concreet ‘minder overheid’ bepleit.
Ik begrijp niet hoe u die reactie kunt afdoen met ‘berijden van eigen stokpaardjes’. Ik (en Rolf, en vele anderen uit de CU achterban) bevragen u serieus op het gapende gat tussen de uitgangspunten die wij volledig onderschrijven (minder overheid, empowerment van de andere sociale verbanden), en de praktijk van het verkiezingsprogramma. Die vraag verdient een serieus antwoord.
@Nico Schipper,
Ook uit uw laatste reactie nog een voorbeeld van wat ik bedoel:
“Het is echter zaak dat de vertegenwoordigers van de ChristenUnie het christelijk-sociale profiel niet versmallen door het eenzijdig te verbinden met bijvoorbeeld het opkomen voor alles wat kwetsbaar is. Het evenwicht moet hersteld worden, want christelijk-sociale politiek gaat ook over de eigen verantwoordelijkheid van burgers en dat is een conservatief element.”
We kunnen denk ik redelijk objectief vaststellen (op grond van het verkiezingsprogramma 2010) en ook subjectief (op grond van optreden van een aantal volksvertegenwoordigers) dat die “eenzijdige versmalling” van het profiel door vooral het ‘opkomen voor wat kwetsbaar is’ te benadrukken en niet de ‘eigen verantwoordelijkheid van burgers’ er wel degelijk geweest is.
Wat is nu het verschil tussen uw opmerking dat dit ‘evenwicht’ hersteld moet worden, en Rolfs en mijn bevinding dat het herstel van dit evenwicht inhoudelijk een ‘correctie naar rechts’ zou inhouden?
Ik ben het helemaal met uw analyse eens dat wij principieel een middenpartij zijn. Maar als je jezelf ‘eenzijdig versmald’ hebt en daardoor zowel qua verkiezingsprogramma als qua uitstraling aan de linkerkant bent beland, dan is de weg terug naar het midden toch rechtsaf?
Het is blijkbaar erg ingewikkeld. Laten we niet vervallen in een woordenspelletje over definities! Ik probeer nog een keer uit te leggen, waarom ik er aan hecht de woorden te gebruiken die ik bewust heb gekozen.
De conclusie van de evaluatiecommissie is dat het profiel van de ChristenUnie deugt. Dat profiel is niet links en niet rechts. André Krouwel noemt het sociaal en conservatief. De conclusie is óók dat de ChristenUnie in de positionering tijdens de campagne van 2010 een accent heeft gelegd op de sociale onderdelen van het profiel en nauwelijks conservatieve thema’s agendeerde. Dat noemen sommigen links en de correctie hierop noemen zij blijkbaar graag een correctie naar rechts. Dat is best, maar ik vind de begrippen links en rechts in dit verband echt tekortschieten.
Niet het profiel behoefte een correctie, maar de positionering. De ChristenUnie is een sociale partij en zal dat blijven. Is dat links? Het is aan u, maar mijns inziens is een christelijke partij per definitie ook een sociale partij. Dus: dan maar links. De partij heeft echter ook een conservatieve kant, die zit opgesloten in het christelijk-sociale profiel. Is dat rechts? Het is aan u, maar volgens mij is een christelijke partij per definitie een partij die het goede behoudt en burgers wijst op hun verantwoordelijkheid.
@Nico Schipper,
Het gaat me niet om een woordspelletje over de termen links-rechts. Ik snap ook niet waar het ongeduld voor nodig is dat blijkt uit de opmerking “het is blijkbaar erg ingewikkeld” richting mensen die eerlijke, serieuze vragen stellen.
Vergeet svp de woorden “links” en “rechts”. Waar ik naar op zoek ben, is het antwoord op één eenvoudige vraag: wanneer u zegt dat de ChristenUnie “concreet” streeft naar “minder overheid en meer samenleving”, uit welke “concrete” punten uit het verkiezingsprogramma blijkt dat dan? In welke heel concrete gevallen zegt de CU in haar verkiezingsprogramma hetzelfde als wat de partij in haar slogans (“minder overheid, meer samenleving”) en in haar Kernprogramma wel zegt – namelijk iets als “Hier gaat de overheid niet over, wij vinden dat de samenleving dit zelf moet regelen”.
Het gaat niet om woordspelletjes “links” of “rechts”, en wat mij betreft is het verschil tussen “profiel” en “positionering” een zelfde soort woordspelletje: het gaat in de inhoud. U zegt “concreet”: we streven naar minder overheid en meer samenleving. Ik vraag “concreet”: uit welk onderdeel van het verkiezingsprogramma blijkt dat?
@Alex: Ik ben bang dat je geen helder antwoord gaat krijgen. Waar jij (en ik) hier tegenaan lopen is een communicatiestrategie waarin de termen links en rechts niet genoemd mogen worden, terwijl die termen juist weer actueler zijn als nooit tevoren. ‘We’ praten over profiel, over positionering en over definities. Over de inhoud gaat het helaas nog maar weinig. Maar ik ben het voluit met je eens; voor de weg naar het midden moeten we eerst op inhoud een stukje rechtsaf. Dan gaat het niet meer over profiel of positionering, maar over de inhoud. Over programmatische keuzes. En over politieke keuzes.