Het is onderhand het zorgenkindje van de polder geworden: het Pensioenakkoord. Hoe redden we dit in potentie historische akkoord? Wat kunnen daarbij de vakbonden, werkgevers en de overheid doen?
Pensioen is iets moeilijks hoor ik vaak. Het is ongrijpbaar omdat er totaal geen besef is van de waarde van pensioen en hoe het komt tot het bedrag dat na je pensionering maandelijks krijgt uitgekeerd. Doordat verschillende stichtingen als de pensioenkijker er de laatste jaren hun taak van hebben gemaakt om meer en meer te doen aan voorlichting en het creëren van bewustwording rondom pensioen, wordt pensioen beter begrepen en de ernst ervan doorzien. Nu dreigt dat allemaal teniet gedaan te worden door de schemer van het ellenlange onderhandelproces rondom het Pensioenakkoord. Terwijl het toch gaat over een niet te bevatten geldpot van ruim achthonderd miljard euro. Om iets van die schemer te verduidelijken is het nodig om een aantal hoofdelementen te noemen die een akkoord over het pensioen noodzakelijk maken.
De belangrijkste redenen
(1) We worden steeds ouder en gaan daardoor meer en langer een beroep doen op de AOW en de pensioenen. (2) Er zijn steeds minder mensen die werken ten opzichte van het aantal gepensioneerden. (3) De financiële markten zijn erg grillig en zullen dat naar verwachting blijven.
Onder deze constateringen is in juni 2010 een pensioenakkoord op hoofdlijnen gesloten. Naar aanleiding van dit akkoord is ruim een jaar onderhandeld over de uitwerking. Dat heeft vervolgens als resultaat dat de sociale partners het binnen de Stichting van de Arbeid eens zijn geworden over een nieuw pensioenakkoord. Waarin afspraken zijn gemaakt over enerzijds de AOW en anderzijds over de aanvullende pensioenen. Op hoofdlijnen gaat het om de volgende zaken:
- De AOW- en pensioenleeftijd wordt gekoppeld aan de levensverwachting. Vanaf 2015 wordt iedere vijf jaar bekeken wat de gemiddelde levensverwachting is. Zoals het er nu uitziet gaat de pensioenleeftijd in 2020 naar 66 jaar en vijf jaar later naar 67 jaar;
- De opname van de AOW wordt flexibel vanaf 65 jaar, de koopkracht van over het resterende leven wordt als men eerder stopt tot 6-7% lager. Voor ieder jaar dat later AOW wordt genoten geldt een verhoging van 6,5%.
Historisch!
Het akkoord werd vervolgens gepresenteerd als een historisch akkoord dat gelijkenis had met het akkoord van Wassenaar uit 1982 dat ging over onder andere loonmatiging. De direct betrokken zagen hun namen al opgenomen in de geschiedenisboeken van de toekomst en waren de redders van de polder die al de nodige butsen en deuken had opgelopen.
Maar amper een dag na het akkoord verstilde de juichstemming en maakte aan de kant van de vakbonden plaats voor gemor. Hoe kon men toch zo’n akkoord sluiten? Het geld van werknemers werd verkwist, het zou een casino worden met de werknemers als slachtoffer. De fundamenten onder de polder begonnen amper een dag na het historische akkoord te kraken. Vervolgens kwamen er diepe scheuren doordat achtereenvolgens FNV Bondgenoten, de Unie en in hun kielzog nog een aantal kleinere vakbonden het akkoord verwierpen.
Ook de politiek ging zich ermee bemoeien: ‘hoe kan minister Kamp zo’n akkoord sluiten waarmee werknemers belanden in een slecht pokerspel waar ze zelf het lijdend voorwerp van zijn?’ Of een wurgcontract zoals Fatma Koser Kaya van D’66 liet weten. Carola Schouten van de ChristenUnie was bang dat pensioen een soort piramidespel zou worden. Het meest opmerkelijke wat ik die middag in dat Tweede Kamerdebat hoorde was de suggestie van oud vakbondsman en tegenwoordig Kamerlid namens de fractie van GroenLinks Jesse Klaver. Vrij vertaald gaf hij aan dat er maar een nieuw pensioenakkoord moest komen waarbij hij de kamer opriep om als Kamer die verantwoordelijkheid te nemen. Hoe kan de Tweede Kamer beslissen over geld dat van werkgevers en werknemers is en waar deze verantwoordelijk voor zijn? De politiek heeft ruimte om aan de slag te gaan met de AOW, maar moet de aanvullende pensioenen overlaten aan de sociale partners.
En dan nog de suggestie van zowel de PvdA als de ChristenUnie om een regeling te treffen voor mensen in zware beroepen. Los van het feit dat ik sympathie heb voor deze groep en ook vind dat je daar iets voor zou moeten regelen, wordt de plank enorm misgeslagen. De discussie over zware beroepen is in 2009 en 2010 mislukt om redenen dat niet duidelijk te krijgen is wie of wat zou behoren tot een categorie van zwaar beroep. Gaat het dan om een fysiek zwaar beroep of om een geestelijk zwaar beroep of hangt het van de persoonlijke zaken af of een beroep zwaar is? Door de discussie over zware beroepen weer aan te gaan breng je iedereen weer op het pad van schimmige lijstjes. Laten we dat nou maar niet doen.
Het blijft historisch
Nu terug naar de polder die daar nog steeds zit met z’n butsen , scheuren en niet meer beschermende dijken. Laten we met z’n allen beseffen hoe historisch het pensioenakkoord is. Het gaat om de grootste reorganisatie van arbeidsvoorwaarden sinds tijden. Het gaat gekapitaliseerd wel om ruim € 800 miljard. En daar hebben de sociale partners hun verantwoordelijkheid in genomen en nee dan is het niet makkelijk je huid te verkopen. Ik ben het er ook volmondig mee eens dat we nog opbouwwerk te verrichten hebben aan het fundament van het pensioenhuis. Dan denk ik aan het volgende:
- Een herziening van het pensioenstelsel is onontkoombaar, inclusief de verhoging van de AOW-leeftijd en de daaraan gekoppelde pensioenleeftijd.
- Om te voorkomen dat de rekening in overwegende mate bij de jongere generatie komt te liggen en mensen meer zekerheid te geven, moeten er nadere afspraken gemaakt worden over het aanhouden van een buffer door pensioenfondsen.
- Er moet op korte termijn duidelijkheid gegeven worden over wat er met de al opgebouwde pensioenrechten gaat gebeuren, om een completer beeld te krijgen van de effecten van het pensioenakkoord. Het is volgens mij onvoldoende om de verantwoordelijkheid daarvoor decentraal neer te leggen en centraal geen uitgangspunten te formuleren.
- Ten slotte is de flexibele AOW vooral voor de lagere inkomens moeilijk bereikbaar. Meer inkomenscompensatie moet hen toch in staat stellen om eerder te stoppen met werken.
Nog over zware beroepen
Het idee van de PvdA en de ChristenUnie van een nieuwe lijst met zware beroepen verdient een alternatief. Dat wil ik nu nog doen en vooral om te gebruiken door de polderpartijen, omdat daar het primaat ligt om afspraken te maken over AOW en pensioen. Is het een alternatief om te denken in ‘AOW-premiejaren’? Wie 45 jaar gewerkt heeft, heeft recht op volledige AOW. Als je dan op je 20e begonnen bent met werken en al die tijd ingezetene bent van Nederland, heb je op je 65e recht op AOW en daaraan gelieerd recht op aanvullend pensioen. Dit komt helemaal overeen met het idee van een meer flexibele AOW en we hoeven ons niet bezig te houden met een verdere politisering van zware beroepen.
Hierin kunnen zowel de politiek als de vakbonden en werkgevers de polder weer aanzien geven en dit model behouden voor onze overlegeconomie.






Beste Niels,
Je stelt dat de plank door de ChristenUnie en de PvdA ‘volledig wordt misgeslagen’ waar het gaat om de zware beroepen. Volgens jou zouden wij weer pleiten voor een lijst met zware beroepen. Als je de motie er even had bijgepakt, had je kunnen zien dat wij níet pleiten voor een lijst met zware beroepen. Het is namelijk enigszins onmogelijk en helemaal onwenselijk om vanuit Den Haag te gaan bepalen wat een zwaar beroep is.
In de motie wordt gevraagd mensen met een laag inkomen ook de mogelijkheid te geven om op 65 jaar uit te treden, zoals dat in het pensioenakkoord voor midden- en hogere inkomens wel is geregeld (en voor de laagste inkomens dus niet). Straks kan iemand met 65 jaar al stoppen met werken, tegen een lagere AOW. Mensen met de laagste inkomens kunnen dit niet, omdat de lagere AOW dan niet voldoende zou zijn om in het levenonderhoud te voorzien. De sociale partners hebben daar dus een gat laten vallen! Wij hebben minister Kamp gevraagd hier een oplossing voor te zoeken, waar hij overigens graag toe bereid was.
Kortom: met je stelling dat wij de plank misslaan, sla jij ‘em mis. ChristenUnie en PvdA hebben helemaal niet gevraagd om een lijst met zware beroepen. De motie zag op totaal iets anders.
M.vr.gr.
Carola Schouten