SGP – CU: een pot nat? Deel 3

pepermunt
4.04.2011 |

In de reactie van Jan Schippers en Dirk-Jan Nijsink proef ik lichte verontwaardiging over de vragen die ik de SGP heb gesteld. Hoezo theocratisch? De SGP is gewoon voor vrijheid van godsdienst en levensovertuiging. Zo is dat immers geregeld in onze rechtsorde. Klaar.

De auteurs waren zelfs ‘beduusd’ van het artikel. Dat is merkwaardig, het theocratische gehalte van de SGP is immers altijd het klassieke verschil met de andere christelijke partijen geweest.  ChristenUnie en CDA zetten in de Kuyperiaanse lijn van het confessioneel pluralisme meer in op ruimte voor alle stromingen. De SGP is vanouds theocratisch georiënteerd en dat heeft een gecompliceerde verhouding tussen deze partij en godsdienstvrijheid opgeleverd. In SGP-kringen zelf wordt dat vaak een ‘worsteling’ genoemd. Maar is die worsteling verleden tijd? Stellen de auteurs nu echt dat de SGP ook niet-christelijke groeperingen dezelfde godsdienstvrijheid en onderwijsvrijheid wil geven als de christelijke minderheid? Dat zou nieuw zijn.

Ik ben benieuwd naar een nieuwe interpretatie van artikel 36 van de NGB, maar ondertussen heeft de partij een Programma van Beginselen dat bij menigeen prangende vragen oproept. Artikel 4 van het Programma van Beginselen stelt klip en klaar dat ‘ongeloofspropaganda, valse religies en antichristelijke ideologieën door de overheid uit het openbare leven behoren te worden geweerd’. Dan komt bij mij, in alle oprechtheid, toch de vraag op hoe dit zich verhoudt met de godsdienstvrijheid zoals we die in Nederland kennen.

De auteurs halen SGP-voorman Van der Staaij aan die zegt te vinden dat de overheid binnen de grenzen van een rechtsorde moet handelen. Dat kan geruststellend bedoeld zijn, maar het is toch juist zo dat politici vanuit hun overtuigingen proberen het recht bij te sturen, wetgeving en beleid te beïnvloeden. De vraag is alleen in welke richting. Er zijn liberalen die zich aan de rechtsorde willen houden, maar wel de godsdienstvrijheid willen afschaffen. Daar zal de SGP niet mee instemmen, maar gezien artikel 4 is er toch alle reden om aan te nemen dat hier een moeite zit met het algemene recht op godsdienstvrijheid zoals dat in onze rechtsorde wordt verstaan. Naar mijn overtuiging mogen we de vrijheden die we zelf genieten anderen niet onthouden. Hoe pijnlijk dat ook voor ons christenen kan zijn, aanvaarding van godsdienstvrijheid betekent ook acceptatie van de vrijheid om dat geloof te uiten. Ook als dat geloof onwaar is. Tarwe en onkruid groeien samen op. God zelf zal oordelen.

Schippers en Nijsink doen voorkomen of er geen vuiltje aan de lucht is, maar me dunkt dat deze reële vragen over de godsdienstvrijheid te gemakkelijk van tafel worden geveegd. Het feit dat de auteurs aankomen met een document van de SGP-jongeren en niet met het Programma van Beginselen is veelzeggend. Maar ook hoopgevend.

 

Geert Jan Spijker
Medewerker van het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie

4 reacties

  1. Ewout says:

    De ChristenUnie staat op de democratie-theocratie-schaal tussen het CDA en de SGP in. De partij zegt voor de democratie te zijn, maar streeft nog wel naar een christelijke overheid (ook al is dit standpunt lang niet meer zo belangrijk als vroeger) en naar bepaalde grondwetswijzigingen, die het nationaal-christelijke karakter van Nederland of Europa moeten versterken (bijv. een shariaverbod, een grondwettelijke bescherming van het Nederlands en een verwijzing naar de christelijke traditie in de grondwet).

    De ChristenUnie heeft haar wetenschappelijke instituut niet genoemd naar Abraham Kuyper (die volgens zijn biograaf Jeroen Koch trouwens ook dubbel dacht over de democratie), maar naar de conservatief-christelijke politicus G. Groen van Prinsterer. Groen streefde naar een uiterlijke theocratie zonder gewetensdwang, dus met (tot op zekere hoogte) rechten voor andersdenkenden.

    De CU-visie is mijns inziens nog steeds een beetje theocratisch. Gert-Jan Segers wil wel gelijke burgerrechten voor moslims (althans, dat zegt hij), maar vindt daarnaast dat de islam eigenlijk niet in Nederland thuishoort. De recente beweging naar rechts van de ChristenUnie, om de behoudende Bible Belters terug te winnen die SGP of PVV hebben gestemd, past ook veel beter bij de partij dan de nogal linksige koers van de afgelopen jaren. Die was in zekere zin onnatuurlijk.

  2. Boeiende uitwisseling tussen vertegenwoordigers van CU en SGP. Laten ze hun gesprek vooral nog een paar ronden voortzetten!
    Het aanhalen van bijbelteksten is altijd een beetje hachelijk. Zeker als je dat doet met het oog op het versterken van je positie. De aanhaling uit Mattheüs 13 (over tarwe en onkruid dat samen opgroeit) is zo’n voorbeeld van een ongelukkig citaat. Om twee redenen. Allereerst is het een gelijkenis over het Koninkrijk. Het theocratische is inzet van het debat. Als de SGP voor haar visie op de samenleving gebruik zou maken van een gelijkenis over het Koninkrijk van God, dan zou dat gezien hun eigen standpunt te begrijpen zijn. Voor de CU doet dat dan toch weer vreemd aan. Bovendien lijkt me de politieke ruimte voor religieuze diversiteit in de samenleving en het aanvaarden van godsdienstvrijheid voor iedere burger niet bepaald hetzelfde als de voorzichtigheid waartoe Jezus maant in het Koninkrijk van God.

    Ik ben zeer benieuwd naar het vervolg van het debat.

  3. Alex says:

    Het citaat uit Matt. 13 lijkt mij juist (vergeef me de woordspeling) de Spijker op z’n kop. Als je vanuit een christelijke visie politiek wilt bedrijven, dan laat je je eigen visie vormen vanuit het Koninkrijk van God, en dan is een uitspraak van Jezus over hoe om te gaan met het ‘zaad van de vijand’ hoogst relevant. Dit geldt des te sterker in een discussie met de SGP; immers als je het beginselprogramma van die partij leest, roept dat op tot actieve verwijdering uit de openbare ruimte -door de overheid- van allerlei vormen van dwaalleer.
    Terwijl het citaat van Jezus uit Matt. 13 (dat overigens illustratief is voor het spreken van de rest van het NT over de verhouding tussen het Koninkrijk van God en de ‘huidige eeuw’) oproept tot een heel andere houding: het aanvaarden van de realiteit van het ‘al wel en nog niet’ van het Koninkrijk totdat Jezus komt.

    Het maakt nogal een verschil voor je politieke inzet of je de overheid ziet als bewaker van een ‘eerlijk speelveld’ zodat de kérk mensen kan uitnodigen in het Koninkrijk van God (dus inclusief de vrijheid die uitnodiging af te wijzen en zelf ‘dwaalwegen’ te kiezen!), of haar juist een actieve rol toedicht in het bestrijden van ‘dwaalwegen’.

    Ik hoor vaker christenen iets zeggen in de trant van dat het ‘aanhalen van bijbelteksten een beetje hachelijk is’. Dat begrijp ik niet. Uiteraard moet je waken voor biblicisme, maar het lijkt mij dat elke partij die zegt zich op de Bijbel te beroepen, moet kunnen verantwoorden hoe zij de Bijbel leest en begrijpt, en hoe zij vanuit dat denkkader haar politieke keuzes maakt.
    Op die manier zou ik inderdaad zeggen dat het citaat uit Matt. 13 illustratief is voor de spanning van het ‘leven tussen de tijden’ die in het hele NT centraal staat, en dat het NT dus nergens aanleiding geeft om een ‘christelijke overheid’ na te streven die tot taak heeft de concurrentie van het christelijk geloof te bestrijden. Dat is m.i. niet alleen onhoudbaar in een tijd van secularisatie (een pragmatisch argument), maar eerst en vooral principieel onbijbels, en vreemd aan de aard van het christelijk geloof.

  4. ben says:

    Heeft ‘één pot nat’ eigenlijk niet een negatieve klank? Zit die niet in de hoek van ‘met hetzelfde sop overgoten’ zijn?, zo vraag ik mij af.
    SGP en CU; we zijn broertjes en zusjes van elkaar; uit dezelfde familie. Dus ook allemaal wel een tikkie anders. Gelukkig maar. En we zouden allemaal graag willen dat Nederland volgens Christelijke beginselen werd geregeerd, omdat ‘des Heeren Wet nochtans, verspreidt volmaakter glans, dewijl zij ’t hart bekeert’, zo zingt de psalmist. [het werkt dus nog wat goeds uit ook]. Maar daar moeten we nog een poosje op wachten [komt echter wel, weten we].

    Onderwijl kunnen we nog wat van elkaar leren ook: van de behoudendheid van de SGP: dat wij met onze progressiviteit geen oerwaarden moeten weggooien, en de SGP van ons: dat starheid niet altijd een deugd is. [standvastigheid is dat al meer hoor]. En of ons theocratisch gehalte nou een tikkeltje meer of minder verschilt, of zich beweegt naar de politieke werkelijkheid, welke door ons geen van beiden het ideaalbeeld zal bereiken middels onze inspanning, ach wat maakt dat nou uit. Laten we in elk geval daar geen ‘worsteling’ van maken en met mij van de ‘spiech’ leren dat we allemaal na de zondeval leven.

    En dan heb ik bij de CU al lang geleerd dat in onze beginselprogramma’s ook prachtige dingen staan, waar in de praktijk weinig of niks van terecht komt.
    En inzake de godsdienstvrijheid zeg ik tegen meneer Spijker: nee allicht zal de SGP niet instemmen met afschaffing. En allicht heeft de SGP moeite met de islam, waarbinnen die godsdienstvrijheid niet bestaat of minstens ons tot dhimmies veroordeelt als we die islam te ver door laten komen, zoals overal in de rest van de wereld blijkt. Vergun me dat even scherp te mogen stellen: zullen we toch vooral niet academisch langs de grote, bij ons door velen niet erkende, gevaren van onze tijd heen leuteren??!
    Het gaat daarbij natuurlijk niet om het onwaar zijn van het islamitische geloof, [hoe zielig dat ook voor die slachtoffers is!], maar om het politieke ideologische deel van die zelfde islam!! [en als Egbert Schuurman die bewoording afkeurt, kunnen we met elkaar gerust een ander, taalkundig misschien beter, woord daarvoor verzinnen hoor, maar omdat E.S. vindt dat de islam geen [ook!] ideologie bevat, dan maar in grote getale schuinlinks wegkijken van de feiten welke bij de SGP wel erkend worden, is voor mij fnuikend voor de politiek.
    Aan het accepteren van vrijheid om een geloof te uiten, wat Spijker voorstaat is prima, zolang die vrijheid niet leidt, liever nog niet leiden kán [want met de CU in de politiek is het gauw te laat, vrees ik] tot overheersing door wie daar misbruik van maakt. Die grens is in wetgeving te vangen, waarvan ik na 6 ? jaar PVVwoestijngeroep nog geen voorstel voorbij heb zien komen, jullie wel??

    Nu zou iemand kunnen zeggen: maar daar hebben we het helemaal toch niet over? Exact!! Zeg ik dan; daar ontbreekt het hier voor mij dus schromelijk aan in het filosofische getheoretiseer. Daarbij zou ook ik het ‘samen op laten groeien van het onkruid en de tarwe’ in de politiek maar niet willen proclameren als wijs. Ligt dat ook niet zo’n beetje in dezelfde hoek als ‘Gods water maar over Gods akker laten lopen’?

    Als hier op dit topic over de verschillen tussen SGP en CU gedelibereerd wordt, zou ik graag lezen waar die verschillen hun grondslag in vinden; op welke argumenten die dus stoelen en of daar geen lessen uit getrokken kunnen worden voor de politiek van morgen. Dat mis ik nogal………..
    [mag ik daar, om twee woorden van de auteur te lenen, in alle oprechtheid een prangende vraag van maken?]

gerelateerd
BESTGELEZEN