Scholing is de beste vorm van sociale zekerheid

3897897003_40cdc45f8d_b
26.05.2011 |

Een motie van CDA-Kamerlid Eddy van Hijum waarin hij oproept om voor werknemers het recht te creëren op een individueel scholingsbudget, is door een meerderheid van de Tweede Kamer aangenomen. Ik schaar me al langer achter dit idee en heb  al eerder hier de aandacht op gevestigd.

Van Hijum illustreert zijn motie met de woorden dat scholing de beste vorm van sociale zekerheid is. Het volgen van scholing vergroot de kansen om werk te krijgen en te behouden.

Het individuele scholingsbudget kan op verschillende manieren ingekleurd worden. Een van de mogelijkheden is dat een werkgever en een werknemer afspraken maken binnen een persoonlijk ontwikkelingsplan en voor de financiering een beroep doen op een  CAO-fonds. Hiermee wordt een potje gegenereerd dat alleen toegankelijk is voor de betreffende medewerker. In de motie wordt een andere inkleuring gegeven. De werkgever en de werknemer sparen ieder jaar een bepaald bedrag en dat potje wordt gekoppeld aan de individuele werknemer. De werknemer kan vervolgens uit dat potje de scholing die hij wil volgen financieren. Van Hijum koppelt dit individuele scholingsbudget vervolgens aan het ontslagrecht. Een eventueel opgespaard budget moet bij een ontslag waarbij een vergoeding wordt verstrekt in mindering gebracht worden. Dit idee is voor mij best wel bespreekbaar. Daarbij wil ik overigens wel een koppeling maken met werkzekerheid.

Werkzekerheid

Scholing is altijd belangrijk geweest, maar ik signaleer nu dat het accent verschuift. In het recente verleden was scholing hoofdzakelijk gericht op het behoud van de eigen baan, dus meer gericht op baanzekerheid. Nu neem ik een kentering waar naar scholing die meer gericht is op werkzekerheid. Waarbij werkzekerheid te omschrijven is als de zekerheid om werk te krijgen, te behouden en jezelf verder te ontwikkelen op de arbeidsmarkt. Als scholing gevolgd wordt vanuit het vertrekpunt van werkzekerheid dan is die scholing er altijd op gericht om inzetbaar te blijven op de arbeidsmarkt. Een verrekening met een eventuele ontslagvergoeding zou betekenen dat voor langere tijd weinig tot geen gebruik is gemaakt van een individueel scholingsbudget, en lijkt het erop dat er niet voldoende aan is gewerkt om inzetbaar te blijven.

Als werkgever en werknemers in  de gehele arbeidsrelatie werkzekerheid centraal stellen dan heeft dat niet alleen te maken met inzetbaarheid. Het  heeft op een zeker moment ook uitwerking naar het ontslagrecht. In een werkzekere maatschappij is het minder noodzakelijk dat er een strikt ontslagrecht is. Ik kan begrijpen dat van Hijum voorstander is van verrekening met een ontslagvergoeding. Zelf ben ik ervan overtuigd dat het verrekenen van een openstaande individueel scholingsbudget  met een eventuele ontslagvergoeding maar beperkte tijd nodig is. De tijdelijkheid zie ik er vooral in dat als de gerichtheid op werkzekerheid toeneemt het belang van de bescherming vanuit het ontslagrecht navenant minder wordt. Met andere woorden het belang om te korten is er dan niet meer.

In mijn optiek wordt het belang van scholing voor een groot deel bepaald door een veranderende maatschappij: de maatschappij is meer waarde gaan hechten aan blijvende inzetbaarheid. Scholing is daarbij het middel om het doel (blijvende inzetbaarheid) te bereiken. Hiermee wordt dus duidelijk dat scholing geen doel op zichzelf is. Maar door gebruik te maken van het instrument scholing wordt het belang van de (toekomstige) werkgever en de werknemer gediend. De werkgever kan gebruik maken van de actuele kennis en kunde van een werknemer.  Dat komt z’n eigen productieproces ten goede en door bij te blijven creëert de werknemer zijn eigen aantrekkelijkheid op de arbeidsmarkt.

Van Hijum roept vakbonden en werkgevers op om in cao’s afspraken te maken over individuele scholingsbudgetten om zo het belang van scholing nog breder onder de aandacht te brengen binnen organisaties. Zelf heb ik recent namens christennetwerk|gmv  deze handschoen al opgepakt. In een ondernemings-cao heb ik de afspraak gemaakt dat werknemers voor de looptijd van de cao per jaar een bedrag van € 350 te besteden hebben om te werken aan hun inzetbaarheid, waarbij ook de benodigde tijd vergoed wordt. Deze afspraak verschilt met de opzet van Van Hijum, maar is wat mij betreft een andere inkleuring van een individueel scholingsbudget.

Deze afspraak past uitstekend in een tijd waarin het belang van werkzekerheid groter wordt geacht dan dat van baanzekerheid. Het gaat er meer en meer om  dat de juiste man/vrouw op de juiste weg komt te staan in plaats van alleen de juiste man/vrouw op de juiste plaats te hebben.

Met van Hijum ben ik het eens dat scholing inderdaad de beste vorm van sociale zekerheid is. Omdat door de gerichtheid op inzetbaarheid en het gebruik maken van scholingsmiddelen er minder gebruik gemaakt hoeft te worden van uitkeringen binnen de sociale zekerheid.

 

Niels Rook
bestuurder en beleidsadviseur bij christennetwerk|gmv

3 reacties

  1. bird says:

    Scholing, het onderwerp waar je me op dit moment de bek niet moet openbreken, zoals het spreekwoord luidt.

    Even voor eigen parochie:
    Ik volg op dit moment een universitaire opleiding naast mijn voltijds baan. Ben 41 jaar en wil graag werken aan mijn employability op de arbeidsmarkt. Welnu: vanaf volgend jaar moet ik 3.o00 euro extra gaan betalen vanwege de langstudeerderstoeslag. Dat stimuleert dus niet echt om te gaan studeren.

    Employability is m.i. niet iets voor alleen de werkgever en de werknemer. Iemand bepaalt zelf zijn carriere en hoe hij zijn talenten wil inzetten. Een werkgever kan helpen wanneer een medewerker binnen zijn bedrijf wil groeien, maar van een werkgever kan niet worden verwacht dat hij branche-vreemde studies gaat bekostigen. De werkgever heeft geen sociale taak, mocht een medewerker van kapster ineens buschauffeur willen worden. Dan moet het GVB of de werknemer zelf maar betalen voor de omscholing.

    De overheid moet faciliteren. Mensen die gemotiveerd zijn, moeten eenvoudig en op tijden dat ze het kunnen combineren met werk zich kunnen om- of bijscholen. Het rendement van onderwijs komt ten gunste aan de gehele maatschappij, dus mag ook wat worden verwacht van de overheid als mede-financierder. Met resultaatverplichting! Iemand die een dure opleiding volgt, maar niet presteert, moet dit naar draagkracht voelen. Dit voorkomt misbruik.

    Er moet geen maximum staan op opleidingen, zolang het individu blijft presteren. Er kan zeker veel worden bezuinigd in het onderwijs door het inzetten van huidige communicatietechnieken. Zo zijn bij de VU hoorcolleges in beginsel beschikbaar op intranet. Studenten kunnen zo colleges volgen, zonder dat er een duur gebouw staat dat verwarmd moet worden. Is de stof in het volgend jaar niet gewijzigd, dan kan simpel worden verwezen naar de intranetsite.

    Daarnaast moet onderwijs meer dienend worden ingestoken. Op de de meeste universiteiten biedt men deeltijdonderwijs aan, maar bij veel faculteiten betekent dat niets anders dan dat je maar de helft van de colleges moet volgen. Maar die worden allemaal overdag gedoceerd op allerlei verschillende tijdstippen. Een combinatie tussen werken en studeren wordt welhaast onmogelijk te maken.

    Daarnaast merk ik dat levenservaring enorm kan helpen om de materie te begrijpen. Moet iedereen op 22 jaar klaar zijn met zijn studie, of zou er een soort continue proces moeten zijn van opleiding en werk. Maak onderwijs dus beschikbaar op avonduren, weekenddagen en de digitale snelweg.

  2. WH Kolkman says:

    Goed stuk, mee eens.

    Blijven leren, employable blijven en dus aan het werk blijven is de beste vorm van sociale zekerheid. En dat niet alleen voor de individu, maar ook voor de samenleving. Immers wie werkt, genereert waarde, en betaalt belasting, en als Nederland kunnen we alleen dmv kennis, kunde, kwaliteit en innovatie concurreren.

    Dus blijven leren en ontwikkelen moet ook mede gestimuleerd en gefaciliteerd worden door de overheid, Zeker in tijden van bezuinigingen. Daar zou de CU denk ik daar ook meer de nadruk op moeten leggen, en er voor te blijven zorgen dat de balans van lusten en lasten tussen de generaties eerlijk verdeelt blijft. Liever meer geld naar onderwijs, dan bijv de AOW koste wat kost op 65 houden.

  3. Jelke says:

    Eigenlijk zou onderwijs voor iedereen moeten gelden gedurende zijn of haar werkzaam leven. Dat kan in de papieren lopen, maar dat is niet erg en niet interessant want elke onderwijsinvestering is niet verliesgevend.
    Voor elke euro onderwijsinvestering levert drie euro extra omzet cq groei van de nederlandse economie op. Voor elke euro omzet wordt meer dan 1/3 deel belast met cijnsen, dus voor de staat der nederlanden kan extra investeringen in het onderwijs altijd uit.
    Door de gehele werkpopulatie bij de tijd te houden kan de arbeidsproductiviteit omhoog en over het algemeen betekent dat dan een tijd van meer banen, kan misschien de 3/1 ratio wel verder worden verhoogd.