Columns, blogs en tweets nodigen uit tot een pittig soort puntigheid die men soms bot kan noemen. Aan dergelijke stijlloosheid ontleent Geenstijl zelfs zijn gewin. Je moet wat als je niet De Slimme Bankier bent of anderszins bonussen regelt. Maar laat ik mezelf hier insluiten: scoren met een harde uithaal is verleidelijk aan het toetsenbord.
Voor het landsbelang is meer nodig. Toch circuleren in het debat over uitingsvrijheid onder andere de argumenten dat juist botsing van meningen verder helpt, en dat debat toch scherp mag zijn. Beide lijken aannemelijk. Al hoop je in een relatie dan doorgaans wel ‘verder’ te komen dan die botsingen. En het scherpte-argument roept de vraag op: wat bedoel je precies met een scherp debat? Over die scherpte meer.
Gaat het dan om een messcherpe analyse van wat je opponent zegt? Het ontleden van zijn of haar woorden tot het kern-argument, tot iemands basale motief, of tot het hart van de kwestie, de hamvraag, de wissel waar de wegen uiteengaan? Dat soort scherpte vraagt voldoende verfijning in je weergave van andermans betoog, zodat je je debatpartner recht doet, maar tegelijk plussen en minnen scheidt, en aangeeft waar je een andere richting inslaat.
Laat ik als voorbeeld hier het betoog noemen waarmee Jan van der Stoep analyseert hoe mensen als Dick Pels en Ruard Ganzevoort toeredeneren naar een ‘acceptatieplicht’ in het personeelsbeleid van bijvoorbeeld christelijke scholen. Zie het hoofdstuk ‘Het recht op zelforganisatie’ in de onlangs verschenen bundel Vrijheid. Een christelijk-sociaal pleidooi, geredigeerd door mijn collega Geert-Jan Spijker. Van der Stoep maakt daar onder andere onderscheid tussen protest tegen discriminatie en het hebben van een antireligieuze agenda. Ondanks zijn steun voor het eerste, wijst hij een acceptatieplicht af. Ook onderscheidt hij individuele grondrechten en hun soms boven-individuele strekking. Kort en goed: ik hoop dat de diverse gesprekspartners zijn handschoenen oppakken.
Sommigen bedoelen met een scherp debat iets anders. Voor hen betekent scherpte dat er met scherp geschoten moet kunnen worden. Nu heb ik niet in dienst gezeten, maar me dunkt dat je met scherp schiet om een ander te verwonden of uit te schakelen. De uitdrukking zal ooit hebben verwezen naar de scherpe punt van de echte kogels. Maar de bedoeling van deze kwetsende scherpte is totaal anders dan die van het scherpe lancet van de analyse. Daar draaide het om die analyse, hier om de agressie.
Is er iets mis met boosheid of felheid? Nee. Maar welk landsbelang dient iemand die enkel bozige taal over de schutting gooit? Of schuttingtaal die niet uitkomt boven het modderniveau van kopvod, christenhond, of fundamentalist van wat voor al dan niet verlichte huize dan ook. Debat of analyse wordt er niet scherper van. Het zijn vormen van uitsluiten of overschreeuwen. Jammer van de bedoelingen van publiek debat of democratie.
Is dit onderscheiden van soorten scherpte nu een soft christelijk-sociaal liflafje? Wie zijn gasten enkel heet gepeperde gerechten opdient, heeft een ander soort gastvrijheid voor ogen dan ik mij voorstel. Een ander soort samenleving, dus. Voor het landsbelang is de vraag of de Tweede Kamer onder druk van zoemende TV-camera’s zich ook tot zo’n peper-restaurant verlaagt. Hier wordt immers het publiek debat professioneel beproefd. Hier culmineert het verbale samenleven van de diverse leef- en denkstijlen in onze democratie. Hier vindt de deliberatie plaats over het landsbelang. Hier heeft een voorbeeldgezelschap plaats genomen.
Ik wens de kamervoorzitter sterkte, ook met het bewaken van het debatniveau. In voorkomende gevallen past een gestandaardiseerde interventie met een vraag als ‘Dient u nu het debat? Of bedient u Henk en Ingrid?’. Al dan niet gevolgd door een toelichting: ‘Dit gezien uw sterk vereenvoudigde voorstelling van zaken.’ – of wat dan ook aanleiding gaf tot de interventie. Wat de namen Henk en Ingrid ook suggereren, deze interventie-mogelijkheid door de voorzitter behoort niet uitsluitend gemunt te zijn op PVV-sprekers.
Ten behoeve van hetzelfde landsbelang wens ik het vernieuwde Opunie in debatscherpte eveneens een voorbeeldfunctie toe.



Leuk stuk. De stijl van het debat zegt inderdaad iets over hoe je als samenleving met elkaar leeft en wil leven.
Mijn indruk van gisteren is dat de nieuwe premier wat dit betreft een prettige toon zette, hetgeen de Kamer positief beinvloedde.
Ik vermoed dan ook dat Marks management Nederland wel eens beter kan binden dan voormalige wollige wetenschap.
Helaas is daarmee niet gezegd dat een betere band ook een rechtvaardiger samenleving tot gevolg heeft.
.
Beste anoniem,
Goed punt:)
De vraag naar de gewenste scherpte van het debat is pas stap één. De volgende en in mijn optiek veel belangrijker vraag is: hoe ga je de door jou beoogde debatvorm doorvoeren? Als het antwoord is: ‘door de meningsuiting te beperken’, haak ik af. Iedere beperking van de meningsuiting, hoe fraai ook verwoord en met welke nobele redenen ook omkleed, is arbitrair en per definitie gericht tegen mensen met andere opvattingen dan jezelf en daarmee een oneigenlijk instrument om het debat in het eigen voordeel te beslissen.