Het kabinet Rutte I heeft vooralsnog de wind mee in grote delen van de samenleving. Dit is het kabinet dat problemen ‘keihard’ gaat aanpakken! Het is echter de vraag of we in de toekomst ook op die manier terug zullen kijken op dit kabinet. Waar deze regering in de beeldvorming naadloos aansluit bij de tijdsgeest, slaat ze inhoudelijk de weg in naar verdieping van de crises waar ons land door wordt geteisterd.
In de regeringsverklaring wordt terecht veel over de crisis gesproken – daarmee doelend op de financieel-economische crisis. In de alom bekende analyses van deze crisis wordt de beschuldigende vinger veel uitgestoken naar het neo-liberalisme, naar het bij uitstek individualistisch materialisme. Dat maakt het opmerkelijk dat het kabinet zich niet bekommert om die oorzaken van de crisis en de indruk wekt haar te willen oplossen met middelen, methoden en processen die de crisis zelf hebben veroorzaakt.
Het baart daarbij nog meer zorgen dat het kabinet de samenhang met en de oorzaak van allerlei andere crises, zoals de milieucrisis, de klimaatscrisis, de energiecrisis, de voedsel- en grondstoffencrisis en de watercrisis, geen aandacht geeft. De achtergrond van al deze crises is het individualistisch materialisme – dat weliswaar zeer flexibel is in het vinden van nieuwe wegen om oude doelstellingen te bereiken, maar dat niettemin schadelijk is voor mens, samenleving en ecologie.
Het kabinet hult zich in een pijnlijk stilzwijgen over deze onderwerpen. De meesten worden niet of nauwelijks geadresseerd in het regeerakkoord. Sterker nog, de tijd wordt op sommige terreinen teruggedraaid. Een duidelijke demonstratie daarvan is het stopzetten van natuurbeleid, met vanzelfsprekend minder aandacht voor landschap en biodiversiteit. Te denken valt ook aan het wegvallen van voordelen om in groenfondsen te investeren, aan minder aandacht voor hooggekwalificeerde biologische landbouw. Ook het opheffen van het ministerie voor Landbouw met een lange Nederlandse traditie is veelzeggend voor de blindheid van dit kabinet voor de eisen van deze tijd. Het is immers de vraag of deze weg in het licht van de voedselcrisis straks al niet weer als achterhaald moet worden beschouwd.
Ook door het ‘sociale’ beleid van het kabinet waait een neo-liberale wind. Zelfs de christen-democratie is er voor bezweken. Het begrip gespreide verantwoordelijkheid is daar sedert enkele jaren eigen verantwoordelijkheid geworden. De zwakkeren in de samenleving zullen behoorlijk moeten inleveren. Dat betreft bijvoorbeeld kortingen op de bijstandsuitkeringen, de WAO-uitkeringen aan gehandicapten (Wajong), versobering van de AOW, de kinderopvang, het kindgebonden budget, de zorgtoeslag, vergoedingen voor langdurige en chronische zorg en verlaging van hulp aan de allerarmsten op deze wereld. Gezinnen met één inkomen krijgen het moeilijk. Dat het kabinet de nadruk legt bij de eigen verantwoordelijkheid van mensen is op zichzelf niet bezwaarlijk, maar degene die die verantwoordelijkheid niet kunnen dragen, worden het kind van de rekening. Van de onderkant van de samenleving worden offers gevraagd. Maar hoe groot zijn die van de bovenkant en staan ze in een goede, rechtvaardige verhouding ten opzichte van elkaar? Als we op termijn niets doen aan de hypotheekrenteaftrek, niets aan de bonusregeling in de bankwereld en het bedrijfsleven en niet een tijdelijke extra belasting voor welgestelden invoeren – en we leggen de rekening neer bij de meest kwetsbaren, dan is de meest fundamentele solidariteit in het geding!
De financieel-economische crisis biedt zeer veel kansen om onze samenleving en economie een andere richting in te sturen. Er staat de komende tijd dan ook veel meer op het spel dan alleen veiligheid en de strijd tegen criminaliteit. Het kabinet is te prijzen voor haar inspanningen op dat vlak, maar diezelfde daadkracht mag ook worden gevraagd als het aankomt op het aanpakken van de crises en haar oorzaak. Vergroening en (internationale) solidariteit zijn geen knuffel-projecten van de elite, maar noodzakelijke doelstellingen voor de toekomst van onze maatschappij.
We zouden juist nu moeten kiezen voor een integrale ontwikkeling en vernieuwing in wetenschap, technologie en economie. Een vernieuwing die dienstbaar is aan het leven in de breedste zin van het woord: oog hebben voor individuele mensen dichtbij en veraf, de samenlevingsverbanden, het dierenrijk, het plantenrijk, natuur en milieu. Dat brengt eenheid en samenhang in de politiek van duurzaamheid. Dan zouden we bovendien ook werkelijk toekomen aan hoog noodzakelijke hervormingen, die met het oog op de toekomst voor ons allen van groot belang zijn. Alleen dan bestrijden we de grond van alle crises – de morele crisis – en komen we met kracht op voor inhoudsvol rentmeesterschap. Dit kabinet schuift die rekening echter onbetaald door naar de volgende generatie. Dat mogen we onze jongeren niet aandoen.
Eerder verschenen in het Reformatorisch Dagblad





Alle genoemde crises in de wereld zijn geheel terug te voeren op de politiek-economische verhoudingen in de wereld, die worden gekenmerkt door het streven naar macht en bezit. Dezelfde verhoudingen die ook in ons land aan democratie in de weg staan. Het is dus een catch22 voor elk kabinet: de enige manier waarop er fundamenteel en structureel aan de crises iets kan worden gedaan, voorzover we daar als relatief klein landje überhaupt voldoende invloed op kunnen uitoefenen, is door verandering van hetzelfde systeem bij de gratie waarvan dat kabinet regeert en welker machtsbasis zij niet wil opgeven. Dat probleem is niet voorbehouden aan het huidige kabinet; ook het vorige kabinet, waarin – als ik het wel heb – ook het de CU zitting had, en alle kabinetten daarvoor zaten in dezelfde spagaat en ook alle kabinetten hierna zullen weer tegen de grenzen aanlopen van een systeem dat is gebaseerd op egocentrisme en hebzucht, gevoed vanuit ‘s mensen primitiefse instincten.
Al met al best een aardig verhaal van meneer Egbert Schuurman, maar het blijft natuurlijk niet voor niets zo vaag en gesteld in prachtige, maar vooral algemene ideeën en noties zonder concrete plannen of een kostenplaatje; ook meneer Schuurman eet als politicus en nota bene nog wel van een regentesk orgaan als de Eerste Kamer, bij de gratie van het huidige systeem. Ik betwijfel dan ook of het oplossen van de problemen zijn primaire drijfveer is, doch denk dat het veeleer een vorm van oppositie is, die hij hier bedrijft: het gesteggel om de macht houdt immers nooit op.
Op het gebied van duurzaamheid ben ik het in veel opzichten met Schuurmans kritiek eens, maar nog steeds zou de oplossing voor de duurzaamheidscrisis erin liggen om veel radicaler de principes van de marktwerking door te voeren: het in beeld brengen van alle kosten (niet alleen de financiële maar ook de gebruikte natuurlijke hulpbronnen), consumptiebelasting of emissiehandel invoeren op alle onderdelen van het productieproces die niet cradle-to-cradle zijn, enz. Kortom marktwerking doortrekken naar de niet-financiële componenten (namelijk door die wèl financieel te maken).
Zie ook discussie over al dan niet inzetten van particuliere beveiligers in politietaken: bottom line is dat dancefeesten en voetbalwedstrijden financieel niet uit kunnen als de ‘producent’ alle kosten moet dragen, dus in een werkelijk ‘vrije markt’ waarin de samenleving niet meer de politieinzet financiert.
Kortom: eens dat dit kabinet duurzaamheid veronachtzaamt, maar om de duurzaamheidscrisis te bestrijden moet je de principes van marktwerking juist verder doortrekken -naar de componenten die momenteel nog niet financieel worden gemaakt- ipv tegengaan. Duurzaamheid en neo-liberalisme sluiten elkaar dus niet uit, maar het consequent doortrekken van een neo-liberale economische politiek is juist de manier om duurzaamheid te bereiken.
Op het gebied van inkomenspolitiek, met name voor gezinnen, mag de ChristenUnie slechts kritiek hebben op het eigen verkiezingsprogramma. Wie heeft ook alweer een “tijdelijke” belastingverhoging voorgesteld? En we weten allemaal hoe tijdelijk “tijdelijk” is als het van de overheid komt – kwartje van Kok? Welke partij maakt het ook alweer éénverdienersgezinnen vrijwel onmogelijk het hoofd boven water te houden? Immers, bij de ChristenUnie blijft het principe gehandhaafd dat je inkomensbelasting per capita betaalt in plaats van per gezin – ondanks dat het verkiezingsprogramma wèl stelt dat je naar gezin moet kijken ipv naar individu. Alleen: dit wordt in de concrete uitwerking slechts toegepast op marginale randzaken als overdraagbare heffingskorting en kindgebonden budget – het hoofdprobleem wordt niet aangepakt en dat is de kromme redenering waarmee de CU een gezin met één inkomen van 60.000 euro definieert als ‘sterke schouders die wel wat meer lasten kunnen dragen’, en een gezin met twee inkomens van 30.000 euro als ‘Jan Modaal die ontzien moet worden’.
Alle overige factoren (toeslagen, etc) zijn voor beide gezinnen gelijk en strepen dus tegen elkaar weg, wat overblijft is een netto benadeling van het éénverdienersgezin van enkele honderden euro’s netto per maand.
Dus tenzij de CU dát probleem grondig gaat aanpakken (door vlaktaks, of nog beter door vervangen van alle inkomstenbelasting door een consumptiebelasting à la Fair Tax), moet de partij zich maar niet al te zeer opwinden over benadeling van gezinnen met één inkomen. In beide varianten (vlaktaks, Fair Tax) ben je overigens ook in één klap af van de onevenredige bevoordeling van rijken door de hypotheekrenteaftrek. Stef Blok had tijdens het debat over de regeringsverklaring groot gelijk in de discussie over de HRA: dit is een consequentie van een progressief belastingstelsel, en daar moet je inderdaad in zijn geheel vanaf.
Kortom ik deel de conclusie van Kelele dat dit stuk eerder een vorm van oppositie-om-de-oppositie is: inhoudelijk heeft het niet veel om het lijf. En als het gaat om inkomenspolitiek hoeft de CU niet eens zo’n grote stap te zetten: de wereld ziet er al een stuk beter uit wanneer zij haar concrete politieke keuzes op het gebied van belastingen in lijn zou brengen met het éigen, expliciet geformuleerde uitgangspunt dat je belasting betaalt per gezin in plaats van per persoon.
Ik vind het juist een inspirerend stuk. Meer politici zouden zo diepgaand en breed hun visie moeten opbouwen!
Misschien ben ik wat bevooroordeeld, maar dit is absoluut meer dan een oppositie-verhaal. Iedereen die vaker iets van Egbert Schuurman heeft gelezen weet dat hij dit verhaal al jaren vertelt. Telkens in de context van de tijd en telkens onder andere kabinetten heeft hij gehamerd op het bestrijden van de grond van alle crises, de morele crisis.
Dit kabinet doet nauwelijks iets aan de verschillende crises die Schuurman noemt. Vergroening is nauwelijks meer een thema, de internationale solidariteit verdwijnt volledig, etc. En je kan het Schuurman ook niet kwalijk nemen dat hij wijst op maatregelen die vanuit zijn overtuiging asociaal zijn.
Het concrete tegenantwoord is te vinden in het verkiezingsprogramma van de CU. Daar is discussie over mogelijk, maar in de beperkte ruimte van zo’n artikel kan je alleen de hoofdlijnen van die richting aangeven. Dat mogen we hem niet kwalijk nemen.
@Harmjan,
Ja, het klopt dat de CU en Schuurman al veel langer een kunstmatige tegenstelling proberen te scheppen tussen duurzaamheidsdenken en neo-liberalisme, die er inhoudelijk helemaal niet hoeft te zijn. Maar dat deze vergissing al een tijdje wordt volgehouden, maakt nog steeds zijn analyse niet correct dat het gebrek aan duurzaamheidsdenken in dit kabinet een gevolg is van haar neo-liberalisme. Mijn stelling is juist dat het een gevolg is van niet ver genóeg doorgevoerd marktdenken, waarin niet-financiële componenten niet concreet worden beprijsd. Duurzaamheid is niets anders dan het meewegen van álle kosten, ook de immateriële en de natuurlijke.
Tweede punt dat hij concreet benoemt is de financiële druk op gezinnen. Daar is het antwoord juist níet te vinden in het CU verkiezingsprogramma. Wel in de woorden: er staat letterlijk “Bij belastingheffing moet zoveel mogelijk de feitelijke draagkracht per huishouden in aanmerking worden genomen.”. Maar niet in de daden, want uitgerekend op de hoofdmoot van alle belastingen, namelijk de inkomstenbelasting, wordt dit eigen uitgangspunt door de CU volledig genegeerd. En dat terwijl er in de CU-achterban veel gezinnen zijn die vanuit overtuiging hun eigen kinderen willen opvoeden – dit houdt dus in dat de kostwinner naar verhouding een vele malen veeleisender baan moet nemen, en die keuze wordt vervolgens door de CU gestraft omdat het hebben van die veeleisende baan deze kostwinner in de ‘sterke schouders’-categorie plaatst. Die redenering gaat alleen op als je op individueel niveau kijkt, en niet als je op gezinsniveau kijkt, wat de CU wel claimt te doen maar in de concrete keuzes juist niet doet.
Zie ook de argumentatie in het verkiezingsprogramma om de vlaktaks niet te steunen: “Het is rechtvaardig dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Vanuit dit idee is het invoeren van een ‘sociale’ vlaktax onwenselijk. Hier profiteren immers vooral de hogere inkomensgroepen van.”
Ook deze redenering gaat alleen maar op op individueel niveau, niet op gezinsniveau. En dus, als de CU de concrete keuzes niet maakt die het mogelijk maken kostwinnersgezin te zijn, moet Schuurman ook niet protesteren als die gezinnen in de knel komen. Dat zou namelijk onder CU nóg erger zijn: dan vallen deze kostwinners ook nog eens in de categorie ‘vermogende mensen die wel wat extra kunnen betalen.’
Ik heb nog nooit een onderbouwing gezien die rechtvaardigt dat twee gezinnen met beide 60.000 euro bruto jaarinkomen twee totaal verschillende netto-inkomens hebben afhankelijk van de verdeling van werk tussen de partners. Daarom hamer ik erop dat de CU haar principes ook praktisch maakt – anders betekenen principes ook niet zoveel.
@Harmjan: het stuk van Schuurman is inspirerend, maar ik moet eerlijk bekennen: de kritiek van Alex is dat ook. Als ik zie wat Alex schrijft, dan denk ik: hier zie ik iemand die de uitgangspunten van de ChristenUnie begrijpt en dat ook probeert zo goed mogelijk ten uitvoer te brengen. Helaas hoor ik wel vaker van mensen met financieel-economische kennis, dat je een hoop redenen kunt hebben om op de CU te stemmen, maar in ieder geval niet omdat hun programma economisch zo doortimmerd is. De CU moet het meer hebben van ethiek, moraal, op zowel medisch-ethisch als sociaal vlak. Kortom, ik vind het prima dat je heel hard juicht richting Schuurman. En Schuurman is ook een CU-er die ik enorm waardeer, die ik wel een van mijn helden durf te noemen. Maar zo vlak onder de kritiek van Alex lijkt me zo’n juich-houding nogal misplaatst. Tenzij je Alex’ kritiek weet te weerleggen, maar dat doe je niet.
@Alex: kan jij niet beter columns gaan schrijven voor Opunie, ipv alleen op columns te reageren.
Overigens vind ik wel, vooral in je tweede reactie, dat je erg ver doorgaat op één zinnetje uit Schuurmans stuk. Als ik het geheel zo lees, dan schrijft de nestor van onze partij best goede dingen.
@Remco,
Ik ging inderdaad even door op één zinnetje – raakte aan stokpaardje van me, namelijk dat ik de economisch linkse koers van de CU strijdig vind met de eigen uitgangspunten. Had ik die uitgangspunten niet gedeeld, dan was ik lekker VVD gaan stemmen, maar juist omdat ik achter de CU-uitgangspunten sta, zit het me dwars dat ze op het gebied van inkomenspolitiek worden vertaald in m.i. inconsistente keuzes. Ik hoop inderdaad dat iemand nog een poging gaat wagen me de rechtvaardigheid uit te leggen van het beleid waarin je bij gelijk bruto-inkomen een ander netto-inkomen hebt als de verdeling van inkomen tussen partners anders is. Van progressieve partijen kan ik die rechtvaardiging verzinnen (vrouwen-’emancipatie’), van een partij die zegt dat “de feitelijke draagkracht per huishouden in aanmerking moet worden genomen” kan ik dat niet.
Mijn eerste reactie begon overigens met instemming met Schuurmans kritiek dat het huidige kabinet het onderwerp ‘duurzaamheid’ veronachtzaamt.
PS wil best eens een column schrijven maar ben wel een echte CU newbie hè, moet m’n eerste contributie nog betalen
@Alex: Dan is het nog niet te laat voor een hartelijk welkom. Maar de CU is een beginselpartij, dus wie het beginsel deelt telt in mijn ogen voor 100% mee. Vandaag nog heb ik gezien, bij een CU-masterclass, hoe uiteenlopend de meningen binnen de partij kunnen zijn als je het hebt over een thema als cultuursubsidies.
Wat je zegt, als het klopt, snijdt houdt. Ik kan niet controleren of dat klopt, doe dan wel een economisch-gerelateerde deeltijdstudie sinds deze zomer, maar ben toch echt een historicus. Heb net als de meeste andere CU-ers de ballen verstand van financieel economische thema’s. Als de CU een brede partij wil zijn op een orthodox-christelijke grondslag, moet er ruimte zijn om het op basis van de CU-beginselen met Schuurman eens te zijn. Hij zou dat zelf, neem ik aan, ook aanmoedigen.
Een-na-laatste zin: eens moet oneens zijn.
Meneer Schuurman en het college waarvan hij lid is maken deel uit van de gevestigde orde, die het systeem in stand houdt, dat aan de door hem genoemde problemen ten grondslag ligt. Alleen al daarom kan ik het niet echt serieus nemen.
De stelling dat de morele crisis de grond van alle crises is, vind ik om twee redenen problematisch.
Er zijn veel veranderingen in de wereld en de samenleving, maar die kunnen we niet allemaal negatief onder de noemer “crisis” plaatsen. De ChristenUnie zal bij het anticiperen op veranderingen haar net dus breder moeten uitgooien. Of zoals Alan Lakein het formuleert:”plannen is de toekomst in het nu brengen zodat je er nu iets aan kan doen”.
Ten tweede ben ik bang dat we door zo nadrukkelijk het accent op een “morele crisis” te leggen het risico lopen zicht op de positieve aspecten van “ons politeuma” te verliezen.