Publieke gerechtigheid in de Europese Unie

Open Day in Strasbourg 2011
14.07.2011 |

Gedreven door liefde en met een hoopvol perspectief kunnen we ons volop richten op wat ons te doen staat in Europa. Zonder liefde zou het niet lukken en zonder hoop zou het weinig zin hebben om voorbij relatief abstracte waarden na te denken over concrete doelstellingen en beleid. Liefde vormt de drijfveer en hoop het perspectief om de brug over te steken van Europa’s waarden naar doelstellingen en beleid voor de EU. Welke doelen zou de EU zich moeten stellen?

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: in de christelijk-politieke traditie wordt publieke gerechtigheid gezien als de doelstelling van de overheid binnen de staat. De EU is geen staat, maar heeft wel statelijke trekken en dit is in toenemende mate het geval. De Europese instellingen zijn steeds meer gaan functioneren als een gemeenschappelijke overheid, die op een gezaghebbende wijze bevoegdheden uitoefent die bindend zijn voor de lidstaten en burgers van de Unie. Daarom behoren de Europese instellingen in hun optreden en beleid ook te worden geleid door publieke gerechtigheid.

Op papier (het EU-Verdrag) onderkent de EU verschillende soorten doelstellingen. In de praktijk is de EU echter van begin af aan vooral een economisch samenwerkingsverband geweest. De basis wordt gevormd door een vrije gemeenschappelijke markt op basis van zo gelijk mogelijke concurrentievoorwaarden en gericht op efficiency en expansie. De vorming van een interne markt vroeg om beleid op ‘flankerende’ beleidsterreinen (zoals milieu), die zodoende dienstbaar werden gemaakt aan het economische doel van efficiency en expansie. De onderschikking van deze beleidsterreinen aan de economie was inherent aan deze ‘functionele’ integratiemethode. De Economische en Monetaire Unie (EMU) met de euro als gemeenschappelijke munt ligt in het verlengde hiervan.

De dominantie van de economische doelstelling brengt zodoende de eigen normativiteit van andere (niet-economische) beleidsterreinen in het gedrang. De EU zou daarentegen moeten streven naar ‘integraal bestuur’ en de ‘simultane realisatie van normen’ (Goudzwaard, in navolging van Van der Kooy). Het publieke gerechtigheidsbegrip kan hierbij als overkoepelende doelstelling worden gehanteerd, waaruit verschillende (deel)doelstellingen worden afgeleid.

Wat houdt dit nu concreet in? Vanuit een christelijk, relationeel perspectief heeft gerechtigheid te maken met de relatie van een mens met God, andere mensen en de schepping. Analoog aan deze drie relaties kunnen we een onderscheid maken tussen persoonlijke, sociale en ecologische gerechtigheid. Persoonlijke gerechtigheid verwijst naar de rechtvaardige verhouding van een mens met God en de gelegenheid om een ‘rustig en ongestoord’ leven te leiden (1 Timoteüs 2:2). Sociale gerechtigheid heeft te maken met de onderlinge relaties tussen mensen. De waardigheid van elk mens als geschapen naar Gods beeld dient te worden beschermd en bevorderd. Dat geldt in het bijzonder voor de zwakken in de samenleving. Een noodzakelijke, maar niet voldoende voorwaarde hiervoor is een eerlijker verdeling van economische welvaart. Ecologische gerechtigheid betreft de goede zorg voor de kwetsbare schepping, om die te bewaren en te koesteren voor de huidige en toekomstige generaties.

Van deze drie typen gerechtigheid kunnen vervolgens de doelstellingen worden afgeleid van, respectievelijk, vrede, welvaart en duurzaamheid. Wat betreft vrede kan en moet de EU zich natuurlijk niet ten doel stellen om vrede tussen God en mens te realiseren, maar wel om zowel binnen als buiten haar grenzen te bevorderen dat burgers de vrijheid hebben om in vrede met God en hun naaste te leven. Als het gaat om welvaart, zou de EU de voorwaarden moeten scheppen voor mensen om tot bloei te kunnen komen, zowel binnen als buiten haar grenzen, waarbij een eerlijker verdeling van economische welvaart een belangrijke voorwaarde is. De economische doelstelling kan hier worden ondergebracht en wordt zodoende ingebed in het gerechtigheidsbegrip. Met betrekking tot duurzaamheid behoort de EU niet alleen op Europees, maar ook op mondiaal niveau haar verantwoordelijkheid te nemen om een beleid te voeren dat de aarde bewaart voor de huidige bevolking en komende generaties. Laat de EU in haar beleid streven naar de ‘simultane realisatie’ van deze drie doelstellingen.

 

Sander Luitwieler
EU-onderzoeker/adviseur