De stormachtige opkomst van Pim Fortuyn in 2002; de relatieve aardverschuiving bij de verkiezingen in datzelfde jaar; de implosie van de consensus-politiek van Paars I & II. Het ging al vrij snel de geschiedenisboeken in als de revolte van Fortuyn.
Pim Fortuyn was in 2002 de uitdager van de gevestigde orde en haar agenda. Hij predikt een radicale breuk met het verleden, al dan niet cosmetisch. De gewenste revolte blijkt achteraf (gedeeltelijk) succesvol geweest. Dat is althans de conclusie van De Vries en Van der Lubben in hun boekje Een onderbroken evenwicht. Daarin beschrijven ze een aantal belangrijke veranderingen in het politieke landschap in de periode na Fortuyn. Zo is het definitief gedaan met de Paarse poldercultuur. De politieke stijl verandert. Het politieke spreken wordt volgens sommigen ruwer, volgens andere duidelijker. Ook ontwikkelt zich bij veel lokale bestuurders een vorm van persoonlijk leiderschap, waarbij burgemeesters en wethouders regelmatig de randen van de wet opzoeken om hun stad veiliger te maken.
Verreweg de belangrijkste verandering is echter dat de gevestigde politiek de agenda van Fortuyn overneemt. Veiligheid, immigratie en bureaucratie worden de belangrijkste thema’s voor elke grote politieke middenpartij. Een succesvolle revolte, zo lijkt het.
In 2010 is de kiezer echter meer op drift dan ooit. Ze zoekt nog steeds de uitdagers van de gevestigde orde op, ditmaal in de persoon van Wilders. Zijn partij wint fors tijdens de Tweede Kamerverkiezingen. Gevestigde partijen lukt het daarentegen nauwelijks om kiezers structureel aan zich te binden. Tenminste mag daarin een ontevredenheid over de gevestigde politiek worden gelezen. Maar hoe kan het dat die ontevredenheid nog steeds bestaat, ook na de succesvolle revolte?
Politieke veranderingen zijn meestal symptomen van grotere maatschappelijke veranderingen. Zo geldt dat ook voor de revolte van Fortuyn. Het probleem is dat de gevestigde orde nog steeds geen antwoord heeft gevonden op de belangrijkste dieperliggende oorzaken voor de revolte van Fortuyn. De agenda-verandering raakt slechts de oppervlakte van een veel groter probleem. Mensen ervaren een verweesdheid in het krachtenveld van globalisering, individualisering en secularisatie. Men snakt naar houvast. Die kan de politiek gedeeltelijk geven, door betrouwbaar en krachtig leiderschap. Men vraagt om nuchter moreel leiderschap. Leiderschap op basis van een hoopgevende politiek van idealen.
De tragiek van de revolte van Fortuyn is dat het de gevestigde orde van uitgedaagden tot uitdagers van hun eigen systeem heeft gemaakt. De Puinhopen van acht jaar Paars liggen al even achter ons, maar stiekem hebben we de doorgeschoten consensus-politiek van Paars nooit losgelaten. Politiek blijft de uitruil van standpunten. Dat moet anders. Er is een stevige herbronning nodig door alle politieke partijen en een fundamentele herbezinning op de politiek-filosofische analyse van recente maatschappelijke ontwikkelingen.
Politici moeten weer ouderwets aan de slag om de samenleving te begrijpen, te duiden en te richten. Tot die tijd blijft de kiezer verweesd.


