Organizing: oude wijn in nieuwe zakken

5609595723_48ab57a2dc_b
21.11.2011 |

Vakbonden hebben het moeilijk in Nederland. De ledenaantallen lopen behoorlijk terug. Tijd voor een nieuw fenomeen om leden te werven: organizen.

De laatste jaren is er regelmatig binnen en buiten de vakbeweging onderzoek gedaan naar de vraag waarom mensen zich al dan niet organiseren binnen een vakbond. Veel gehoorde redenen om vooral geen lid te worden van een vakbond zijn: de vakbond is er vooral voor boze, oude, witte mannen, heeft een grote afstand tot de werkvloer en leden hebben weinig mogelijkheden om invloed te hebben binnen de vereniging.

Het Poldermodel geeft de vakbond vaak een grijze kleur. Veel besluitvorming wordt georganiseerd in polderorganen zoals de SER en de Stichting van de Arbeid. Veel van deze besluitvorming gaat via de weg van geleidelijkheid en dat vergt vaak veel compromissen. De kans bestaat dan dat een oorspronkelijk idee wel erg vergrijsd is en ontdaan is van de originaliteit van het oorspronkelijke idee. Als je dan als buitenstaander hiernaar kijkt, kun je makkelijk het idee krijgen van een eenheidsworst.

Daar komt de vakbeweging dan beroerd uit omdat het door haar eigen leden niet meer herkend wordt als de vakbeweging van de mensen maar, als instituut binnen een overlegstructuur. Juist in een tijd waar inwoners van Nederland meer behoefte hebben aan duidelijke, heldere en soms activistische standpunten en wars zijn van compromissen. Juist nu is het tijd om ook eens goed te kijken naar de positie van de vakbeweging en hoe zij meer herkenbaar kan worden voor potentiële leden. Want de huidige situatie kan makkelijk tot  gevolg hebben dat potentiële leden zich niet herkennen in vakbonden en vooral de openlijke ruzies via de media ervaren, meer dan de kracht van een vakbond.

Organizen: activisme of empowerment

In de zoektocht van vakbonden om meer aansluiting te krijgen bij potentiële leden wordt ook de strategie organizen van stal gehaald. Heel plat beschouwd is organizing het kernbegrip van een vakbond. Een vakbond bestaat bij de gratie van leden die zich georganiseerd hebben. De kenmerken van organizing anno 2011 zijn dat er gewerkt wordt aan meer aanhang en meer kracht op weinig of niet georganiseerde delen van de arbeidsmarkt. In feite wordt daarmee een vakbond gecreëerd die van de leden is en er niet alleen voor de leden is. Organizing is in feite oude wijn in nieuwe zakken.

In mijn optiek kun je op twee manieren bezig zijn met organizen. Ik onderscheid aan de ene kant het activistisch organizen en aan de andere kant het organizen met de nadruk op empowerment. Vooral de eerste genoemde variant krijgt voet aan de grond in Nederland terwijl ik van mening ben dat we verder komen met de tweede variant.

Bij het activistisch organizen ligt de nadruk op het organiseren van werknemers op de werkvloer en op het druk uitoefen op werkgevers waarbij onder andere toeleveranciers en klanten van de werkgever worden benaderd. In deze stijl van organizen gaat het ook om het neerhalen van bestaande structuren. Bij deze vorm zie ik minder ruimte voor de dienstverlenende vakbond. Daarnaast richt deze methode zich op de outsiders op de arbeidsmarkt

Bij de tweede variant gaat het om organizen op basis van empowerment. Deze methode is minder activistisch, maar wil:

  • dichtbij de leden staan,
  • focussen op wet- en regelgeving die van toepassing is op werknemers,
  • een duidelijke visie hebben op de professionele werknemer,
  • een hoogwaardig gesprekspartner zijn voor de leden.

Ook voor deze manier van organizen is het noodzakelijk dat er toegang is tot de werkvloer. De plek waar mensen traditioneel bereid zijn om lid te worden. Daarom is deze methode niet gericht op het creëren van tegenstellingen, maar  op het creëren van sterke en gezaghebbende leden binnen een organisatie. Zij staan model staan voor de vakbond en zijn makkelijk toegankelijk voor andere werknemers. Binnen dit model van organizen biedt de vakbond ook andere dienstverlening aan die een duidelijke verbinding heeft met de werksituatie van leden.

Op deze manier kan de vakbeweging voor zichzelf een nieuwe toegevoegde waarde creëren binnen het poldermodel. En dus minder één worden met het proces, maar trouw zijn en blijven aan het belang van de georganiseerde leden.

Niels Rook
bestuurder en beleidsadviseur bij christennetwerk|gmv

3 reacties

  1. Jack says:

    @ Niels,

    De vraag die m.i. voorafgaat aan bovenstaande vragen: is er nog behoefte aan een vakbeweging? Wat is het doel van de vakbeweging?

    Het is inmiddels wel duidelijk dat vele werknemers geen enkele band hebben met een bond en ook niet de behoefte voelen om een relatie op te bouwen. Ik heb zelf jaren in de ondernemingsraad van een multinational gebivakeerd en daar zie je weinig toegevoegde waarde van een vakbeweging.

    Echter, wanneer het op CAO aankomt, schuiven niet de OR-leden aan tafel, maar komen er tamelijk onbekende heren en dames die dan, na ijzige stiltes, ineens met een CAO komen en die voorleggen aan de 5% werknemers die lid zijn.

    Ik zie een tendens dat de OR meer invloed wil hebben op de eigen CAO en maatwerkafspraken wil maken.

    De FNV is nu ook een stervende zwaan en dat doet het imago van de vakbeweging geen goed. De pensioenen zijn verkwanseld, en met de CAO’s hebben ze ook de aansluiting met de markt verloren. Ik denk dat jouw column (die mij als liberaal erg wollig en jeuk overkomt) een gepasseerd station is.

    Vakbonden moeten net als kerken nadenken hoe ze in deze nieuwe maatschappij gaan overleven. Ik denk dat zij moeten verworden tot kennis-instituten die werknemersvertegenwoordigers in bedrijven (ondernemingsraden) met raad en daad kunnen bijstaan. Leden-instituten zijn achterhaald.

    ReplyReply
  2. ben says:

    @Niels; ja, ik had deze vraag verwacht en had hem graag voor willen zijn met ook een bijdrage te leveren, als een der grootste schreeuwers op het forum.
    Edoch eilaas (zeg ik dan steeds) ik heb er veel te weinig verstand van om een zinnige bijdrage te kunnen leveren. Er zijn verschillende lieden actief op het forum met een emmer vol kennis en ervaring. Jack hierboven heeft zich ook al veel eerder als zodanig gemanifesteerd.

    Zelf ben ik nooit lid van een bond geweest, omdat ik vond dat als we allemaal 3% opslag kregen, de prijzen dus 4% omhoog gaan en de belasting 6%.
    Als ik een persoonlijke extra periodiek kreeg, of een salarisschaal klom, waar geen bond voor nodig was, wel een baas!, kwam ik die verhogingen ook wel tegen, maar linkte dat niet aan mijn opslag. (als simpele bouwvakker)

    Ook vond ik het een dom touwtrekspelletje, waar de voormannen grote sigaren van rookten.
    Misschien is de OR wel een geschiktere gesprekspartner begrijp ik van hierboven en denk dan: die zit wel korter op het vuur!

    En mijn smeltend pensioen kan ook niet door de bonden gered worden, weet ik. En om de vele tientallen miljarden terug te halen, welke ooit de regering uit mijn pensioenpot graaide, zou je het leger voor nodig hebben, maar onze eigen Eimert is daar de baas niet meer van. :(

    Nou, het zal wel allemaal niks met uw column te maken hebben, wat ik zeg, maar ik weet bijna zeker dat u wijze woorden sprak, omdat de Here Jezus het omgekeerde, nieuwe wijn in oude zakken afkeurde, is het niet? Maar ook van wijn heb ik geen verstand hoor. Ho maar …

    ReplyReply
  3. de Redactie de Redactie says:

    Voor de volledigheid: op deze pagina ontstond een discussie nadat de reactiefunctie op een andere pagina (‘Geef het huwelijk terug aan de kerk’) tijdelijk was uitgeschakeld door de auteur en enkele reacties waren verwijderd.

    Die reacties zijn hier op verzoek weggehaald omdat ze niets met het onderwerp te maken hebben.

    ReplyReply

Reageer