Neoliberaal egoïsme en de bakker van Adam Smith

4582142650_f68e7d99c0_b
21.01.2011 |

Begin januari heeft de ECPYN, European Christian Political Youth Network, een ‘Winter School’ gehouden. Deze conferentieweek in Lviv, Ukraine, was bestemd voor jongeren, vooral studenten, uit voormalige Oostbloklanden van Litouwen tot Georgië. Gemeenschappelijke ervaring van vrijwel alle jongeren daar is de immorele overheid – de overheid die vooral zichzelf bedient, en niet bepaald het publieke belang van de samenleving. Prof. dr. Catalin Avramescu, adviseur van de huidige Roemeense president, bepleitte daar een beperkte taak van de overheid, aan de hand van Adam Smith. In het verlengde van zijn pleidooi stel ik hieronder dat tegen een immorele overheid niet het neoliberale recept van een a-morele overheid helpt, maar alleen een overheid die een gezonde morele visie op de samenleving aan deze samenleving ontleent.

De opvattingen van de moraalfilosoof (!) Smith dragen, aldus prof. Avramescu, een sterk moreel stempel. Een bedelaar mag bij burgers medelijden opwekken, de overheid moet bewust een zekere afstand bewaren. De overheid richt zich op het publieke belang, en voert daarvoor een eigen agenda en lijn. De constantie daarvan moet zij volhouden, niet afgeleid door lobbygroepen of deelbelangen van sociale lagen of stromingen in de samenleving.

Achter deze insteek ziet Avramescu de interesse van Smith voor het neostoïcisme: het neostoïcisme is een combinatie van Stoa en christendom, met onze Leidse Lipsius als vader (sommigen beweren dat deze alleen voor de vorm nog iets christelijks heeft opgehouden). De Stoa, anders dan Jezus, beveelt mensen een zekere gereserveerde houding aan, detachment, tegenover anderen. Smith ziet in deze reserve echter een deugd voor een staatsman als staatsman: op die manier bewaart de politicus zijn onpartijdigheid en blijft hij gericht op de common good.

Deze ‘onthechting’ of onafhankelijkheid als overheid kan men inderdaad verdedigen zonder dat men onderlinge naastenliefde binnen de samenleving afwijst. Smith zelf wijst deze naastenliefde niet af, maar houdt deze ook in de samenleving wel buiten het economische handelen van mensen. Hij wijst op het egoïsme van zijn bakker die zijn brood niet uit menslievendheid bakt, maar voor zijn eigen broodwinning. (Cabaretier Kees Torn vraagt zich hier overigens af hoe logisch het is dat een bakker zijn brood verdient door het te verkopen…) Vervolgens duikt dan de onontkoombare Invisible Hand op die de egoïstische inzet van al deze burgers tot een leefbare samenleving weet te kneden.

Opvallend is dat de overheid in de visie van Smith een eigen rol kiest vanuit een bewust morele argumentatie, en niet vanuit een beroep op een vermeende a-moraliteit: niet omdat de bedelaar een staatsman koud laat, negeert hij hem, maar omdat hij als staatsman een andere taak heeft, met een publiek belang. Tot zover Avramescu. In de wandelgangen van de winterschool gaf hij later aan dat ook het ‘egoïsme’ waarover Smith spreekt, bij hem nog steeds verpakt zit in een ‘moral envelope’

Inderdaad moet men het gegeven niet negeren dat Adam Smith zich beweegt in een stoïcijns-christelijk denkkader en in een samenleving die gevormd is door eeuwenlange inwerking daarvan. Dat geeft aanleiding tot verdere vragen. Want hoe egoïstisch is een bakker die zich net als de schoenmaker bij zijn leest houdt? Is dit een on-deugd? Veronderstelt de beroepsuitoefening van deze bakker niet een bewustheid van wat zijn klanten, en daarmee de samenleving, nodig heeft? Is het nastreven van kwaliteit niet onder andere een zaak van vakmanschap en beroepseer – eigenschappen die tegelijk waarschijnlijk tot grotere omzet leiden? Maar is het besef van deze omzetgroei, of zelfs een zekere gerichtheid daarop, nu egoïsme?

Het is de vraag of mensen maatschappelijk werkelijk alleen vanuit egoïsme opereren of moeten opereren. In het verlengde daarvan komt de vraag op of het inderdaad een mysterieuze ‘invisible hand’, een seculiere Voorzienigheid is, waardoor de som van al deze ondeugd toch weer goed uitpakt. Men kan ook zeggen dat de maatschappelijke actoren in de tijd van Adam Smith opereerden in een samenleving die zichtbaar de ordening droeg die in het spoor van Stoa en christendom is ontstaan. Mensen hebben van vader op zoon geleerd de specifieke eigen talenten – wel degelijk – voor elkaar in te zetten, arbeidsdeling en handel hebben zich als economische vormen daaromheen gevormd – en het resultaat van deze maatschappelijke ordening is een redelijk stabiele en redelijk welvarende samenleving. Zo gezien is de ‘invisible hand’ dus deze waarneembare maatschappelijke ordening.

Slotvraag: wat gebeurt er met het veronderstelde egoïsme van de bakker van Adam Smith en met zijn vermeende ‘invisible hand’, wanneer de samenleving een neoliberaal stempel krijgt? Gaat dit stempel niet ten koste gaat van een eeuwenoude ordening die gericht was op onderlinge dienstverlening, en de maatschappelijke actoren tot deze dienstvaardige opstelling dan ook opvoedde en vormde? Wordt het vermeende egoïsme nu een werkelijk egocentrische ‘deugd’, die ook elk welbegrepen eigenbelang uitholt dat nog wel rekent met gemeenschappelijke verantwoordelijkheden? Verliest de maatschappij zo niet het vermogen te functioneren  als ‘invisible hand’ waardoor persoonlijke belangen en maatschappelijke belangen een zekere balans vinden?

Om met prof. dr. Hans Boutellier te spreken, directeur van het Verweij-Jonker Instituut voor Onderzoek naar maatschappelijke vraagstukken: laten we elkaar blijven uitdagen tot maatschappelijke idealen. De samenleving, ook ‘De improvisatiemaatschappij’, is een kostbaar weefsel van afhankelijkheden. Afhankelijkheden tussen individuen, gezinnen, bedrijven, zorginstellingen, scholen, universiteiten, levensbeschouwelijke of spirituele gemeenschappen, recreatieve clubs, culturele voorzieningen, en wat niet al. Egoïsten zouden het er benauwd van krijgen, individuen vinden er hun vorming, kunnen er hun vleugels uitslaan en leren tenminste twee dingen: dat zij zelf meer zijn dan alleen individuen en dat een samenleving meer is dan een verzameling individuen.

Rob Nijhoff
Wetenschappelijk medewerker van het WI van de ChristenUnie

4 reacties

  1. Henk den Uijl says:

    Is er meer dan de homo economicus, de baatzuchtige niets-ontziende egoïstische kapitalist? Is alles wat wij doen uiteindelijk te reduceren tot banaal egoïsme?

    Naar mijn idee is het egoïsme dat Smith voorstaat een natuurlijke – of onzichtbare – ombuiging van egoïsme naar hulpvaardigheid. De bakker beseft dat als hij zijn brood wil blijven verkopen, hij moet zorgen dat hij dat goed doet zodat de klanten in leven blijven. Daarnaast weet hij dat, wil hij een gemiddeld goed leven leiden, hij een bepaalde verantwoordelijkheid voor zijn naasten moet nemen, zowel in zijn bakkerij als in zijn privé leven. Verder is het natuurlijk zo dat hoe meer geld hij verdiend, hoe meer geld hij in de samenleving pompt wat op haar beurt weer een grotere ‘wealth of the nation’ oplevert.
    Egoïsme en verantwoordelijkheid zijn in deze zin dus zeer nauw verweven concepten. Als je niet egoïstisch bent neem je geen verantwoordelijkheid. Als je alleen egoïstisch bent werkt de onzichtbare hand niet.
    Je komt zo op een punt waarop je iets over de intentie van de bakker moet zeggen. Is de bakker nu ten diepste een egoïst of een verantwoord persoon? 2500 jaar filosofie heeft ons in ieder geval geleerd dat je altijd terughoudend moet zijn als iemand het over de ‘natuur van de mens’ heeft.

    Je zou kunnen zeggen dat als verantwoordelijkheid alleen in het teken staat van mijzelf, dit geen echte verantwoordelijkheid is. De ander is dan alleen een middel voor mijn eigen doelen, het is slechts toevallig dat het ook prettig voor hem is dat ik verantwoord doe/ben. Dit klinkt plausibel, maar het is niet zonder consequenties. Voor het bedrijfsleven zou dit betekenen dat verantwoord handelen alleen nog maar mogelijk is als het niet in de eerste instantie om het bedrijf zelf gaat. Dit zou volgens mij betekenen dat er geen enkel verantwoordelijk bedrijf bestaat. Gaat het niet om winstverhoging dan gaat het wel om imago. Integriteit is slechts de schijnverpakking van image-building.

    Kortom, een behoorlijk fatalistische situatie. Toch denk ik dat de intuïtie van de meesten anders is. Er zit altijd wel een greintje altruïsme in ieder mens, zelfs in de grootste magnaten, zijn we geneigd te denken. De bakker kan nooit alleen vanuit winst verklaard worden; dan had hij net zo goed slager kunnen worden, of speculant. Er zit altijd wel een stukje traditie, vakliefde, geworpenheid, familie, et cetera.

    Als deze idee van Smith in een neoliberaal kader komt, waar je vraag op gericht was, verandert er aan deze situatie op zich niet zoveel, afhankelijk van hoe neoliberalisme geïnterpreteerd wordt. Vaak wordt gerefereerd naar onze vriend Frie(n)dman; dat de enige verantwoordelijkheid van een bedrijf winstmaximalisatie is. Maar Friedman heeft wel wat meer gezegd dan dit. Zo zei hij dat hier tegenover moest staan dat de vakbonden er slechts zijn om de belangen van de werknemers te behartigen om tot balans in de samenleving te komen. Ik denk niet dat Friedman egoïsme, als menselijke kernwaarde, een deugd zou noemen. Dit geldt alleen in de markt, maar naar mijn idee is het verschil met Smith niet heel groot.

    Het probleem van het neoliberalisme zit hem denk ik eerder in de afstand tussen mensen. De markt speelt zich niet meer af in een dorp of in de stad, maar op internet, op de beurs, of via een broodautomaat en via enorme voedselketens. Het is gemakkelijker puur egoïstisch te zijn als je geen ander voor je neus hebt. Menselijk contact is de voorwaarde voor een verantwoordelijkheidsgevoel. Dit kun je uitleggen door te verwijzen naar een zwerver. Het is gemakkelijk een zwerver voorbij te lopen als je hem niet aankijkt, het is veel zwaarder hem voorbij te lopen als je hem recht in zijn ogen aankijkt. In de neoliberale samenleving is er teveel afstand gecreëerd tussen bedrijf en consument, inkoper en boer. Daardoor werkt de samenspel tussen verantwoordelijkheid en egoïsme, zoals Smith die voorstond, niet meer op de goede manier.

  2. RobN says:

    Serieuze reactie! Om een zin eruit gaat het mij vooral:
    “Menselijk contact is de voorwaarde voor een verantwoordelijkheidsgevoel.”

  3. Theo Koopman says:

    Lang leve de LOI.

    Het komt mij voor als pretentieus pseudo-filosofisch gebabbel over een mechanisme dat al door Darwin werd geconstateerd: survival of the fittest. Handelingen uit “egoïstische” motieven met (veronderstelde) soort-gunstige gevolgen. Moraal komt er niet aan te pas.

  4. Henk den Uijl says:

    @Theo Koopman:

    Evolutionaire ethiek voldoet niet.
    In de eerste plaats omdat het zo is dat de mens de neiging heeft de zwakkere te beschermen, of er in ieder geval door is aangedaan.

    In de tweede plaats omdat evolutionaire ethiek niet voldoet aan het reflexiviteitsvereiste; hoe meer evolutionaire ethiek hoe minder moraal.