In het afgelopen weekeinde was het negen jaar geleden dat twee vliegtuigen zich in het World Trade Center boorden. Die dag heeft de wereld veranderd, onze maatschappij veranderd en ons veranderd. Na negen jaar is het goed om daar weer eens goed en kritisch op terug te kijken.
Ik was de afgelopen dagen niet op zoek naar nieuws of beeldmateriaal over 9/11, maar het was moeilijk te omzeilen. Uiteindelijk zag ik een halve documentaire en een kwart van de film United 93. En bij het weer zien branden en instorten van de torens, de paniek van de mensen in de straten en de teruggevonden brandweerhelmen kreeg ik vanzelf weer het beklemmende gevoel van toen.
Het voelde destijds als oorlog, het was in zekere zin ook oorlog. We wisten op dat moment nog niet wat voor oorlog het zou zijn. Na elf september volgden nog de moord op Theo van Gogh en de aanslagen in Madrid. Paniek lag en ligt op de loer. De vijand leek wel overal te zitten en drastisch maatregelen leken nodig. Argumentatie die gericht was op het beschermen van privacy, of zogenaamd rechtstheoretische argumenten waren ondergeschikt aan het bevorderen van de veiligheid.
De reflex is wat mij betreft begrijpelijk, het gevaar was dreigend en belangrijker nog, leek nauwelijks in kaart gebracht. In tijden van oorlog gelden andere regels. Iedereen zal kunnen instemmen met het algemene uitgangspunt dat het belangrijk is balans te houden bij het nemen van maatregelen, maar hoe en waar de balans moet komen te liggen is op dat moment nog niet duidelijk. De ernst en herkomst van de dreiging is dan nog niet precies duidelijk, en een kritische analyse is lastiger in ‘the heat of the moment’.
Een schokkend bericht van dit weekend was het rapport van Amnesty International dat 30.000 mensen in Iraakse gevangenissen zitten zonder proces. Verschrikkelijk, het doet denken aan Iraanse praktijken. Helaas kan dat ook in Nederland. De wetgeving is in de afgelopen jaren in Nederland zodanig aangepast dat het nu mogelijk is om mensen op basis van een zogenaamde verdenking (dat kan bij wijze van spreken een anonieme tip zijn), voor twee jaar vast te zetten zonder dat een rechter deze hechtenis hoeft te beoordelen en zonder dat de verdediging mag inzien wat de beschuldiging is. Stel je voor, twee jaar in een gevangenis zonder te weten waarom en zonder dat de rechter zich daarmee bemoeit. Vervolgens kan een proces gevoerd worden zonder dat de verdediging het bewijs- en argumentatiemateriaal mag inzien. Ik beschuldig Nederland niet van Iraakse toestanden, maar de juridische bevoegdheden van nu zijn daarin te ruim en kunnen te gemakkelijk verkeerd gebruikt worden, of in verkeerde handen terecht komen.
Inmiddels is het negen jaar na New York en vijf jaar na Madrid. Het integratiedebat is heftig, maar de veiligheid is in de afgelopen jaren gewaarborgd gebleken, hoewel ik dit zeggende de moord op Theo van Gogh op geen enkele manier wil relativeren of wegmoffelen. Ik wil er voor pleiten om nu, een paar jaar later, de ingevoerde wetgeving weer eens kritisch tegen het licht te houden. Daarbij kan worden gewogen in hoeverre de huidige wetgeving noodzakelijk is en is gebleken. Maar ook, met de distantie van nu, kritisch te wegen in hoeverre de huidige wetgeving de rechtstaat beschermt of ondermijnt. In het algemeen pleit ik (niet als eerste) ervoor om dergelijke wetgeving voor een bepaalde termijn in te voeren, waarna verlenging ervan door de Tweede Kamer moet worden beoordeeld.
Ik ben er van overtuigd dat de handelwijze van de wetgever in de jaren na 11 september is bedoeld om de rechtstaat te beschermen. Daarbij zijn lastige afwegingen nodig, maar wat mij betreft wordt het adagium van Benjamin Franklin daarbij voor ogen gehouden: “Every society that gives up a little liberty to gain a little security deserves neither and will lose both”.


