Vooraf
‘We hebben als ChristenUnie goud in handen’ zegt het evaluatierapport Met hart en ziel. Want we hebben een goed programma, dat gebaseerd is op nog betere uitgangspunten, die we putten uit de beste bron: De Bijbel. Het is een programma dat ‘naadloos aansluit bij de manier waarop veel christenen (…) vanuit hun geloof verantwoordelijkheid willen dragen voor hun omgeving.’ (pag. 5)
Maar goud in handen garandeert geen gouden tijden. De gemeenteraadsverkiezingen van 3 maart 2010, vlak na de val van Balkenende IV, pakten in de meeste gemeenten al teleurstellend uit voor onze partij. En bij de Tweede Kamerverkiezingen van 9 juni 2010 verloren we een zetel. Het Landelijk Bestuur besloot daarop een brede evaluatie te laten uitvoeren. De stuurgroep vatte haar taak serieus op en kwam eind december met haar rapport Met hart en ziel.
Zo’n stuk moet je goed op je laten inwerken, maar in een eerste reactie toonde het Landelijk Bestuur ‘herkenning op hoofdlijnen’ van het geschetste beeld. En toen begon al snel de campagne voor de verkiezingen van Provinciale Staten. Dat werd een nieuwe tegenvaller, vooral vergeleken met de fantastische uitslag van de provinciale verkiezingen in 2007. Hoewel we het in maart jl. beter deden dan bij de provinciale en landelijke verkiezingen van 2003, komt het verlies van Statenzetels hard aan.
Meer nog dan na de Kamerverkiezingen van juni 2010, komen nu binnen de partij en daarbuiten allerlei analyses los over wat er aan de hand is. Waar staat de ChristenUnie en welke kant wil ze op: indringende vragen, en dan helpt het niet om simpelweg te verwijzen naar een programma dat door het Uniecongres is vastgesteld.
Met dit stuk reageert het Landelijk Bestuur op het evaluatierapport Met hart en ziel. Aan de hand van de drie door de stuurgroep benoemde punten wil het Landelijk Bestuur zijn plannen voor de komende jaren ontvouwen. Dat zijn geen plannen om het roer radicaal om te gooien, maar wel om adequaat te reageren op de huidige situatie van ons land en onze partij.
Het Landelijk Bestuur vraagt aan de leden tijdens het Uniecongres om een reactie op het stuk als geheel. Over het gedeelte dat gaat over bestuursstructuur vraagt het bestuur om een peiling van de mening van de leden.
In dit document worden niet alle aanbevelingen van het rapport ‘Met hart en ziel’ behandeld. Tijdens de deelsessies van het Ledencongres is er gelegenheid om meer in detail over alle aanbevelingen en de plannen van het Landelijk Bestuur door te spreken.
1. Betrokkenheid op een vaste basis
Het Landelijk Bestuur is gelukkig met het rapport Met hart en ziel en met de discussie die door de publicatie is aangewakkerd. We zijn niet alleen blij met een evaluatierapport dat veel stof heeft gegeven tot nadenken en bijstellen van beleid. Maar ook met de reacties die per mail en in gesprekken, tijdens de regioavonden en werkbezoeken tot ons kwamen. We willen goed luisteren naar elkaar, om na een periode van teleurstellingen weer de weg naar het warme enthousiasme te vinden.
We proeven uit veel bijdragen, ook kritische, dat er liefde voor de ChristenUnie is en een grote betrokkenheid bij de koers van de partij. Die liefde en betrokkenheid hebben een vaste basis, namelijk ons geloof in een liefdevolle God, die ons deze aarde in bruikleen heeft gegeven. Ons gezamenlijk verlangen naar gerechtigheid in deze wereld, geeft een diepe verbondenheid die de ChristenUnie uniek maakt als politieke geloofsgemeenschap.
2. Binding en herkenning
Als christenen hebben we anno 2011 een andere positie in de maatschappij dan in de vorige, twintigste eeuw. Toen kon je nog spreken van een door het christendom doordrenkte samenleving die langzaam aan het seculariseren was. De christelijke politieke partijen hadden veel aandacht voor het tegengaan of afremmen van de seculiere invloeden. Inmiddels is de secularisatie een zo goed als voltooid proces, al zijn er secularisten voor wie het nooit ver genoeg gaat. Deze veranderde context biedt andere, nieuwe uitdagingen voor door christelijke motieven geïnspireerde politiek.
Niet alleen de omgeving, de context waarin de ChristenUnie opereert is veranderd. Ook de christelijke gemeenschap zelf is in ontwikkeling en beweging. Vooral jongeren kijken meer relativerend naar kerkgrenzen. De evangelische beweging staat niet meer naast de traditionele kerken, maar ontwikkelt zich als stroming ook sterk binnen de gereformeerde kerken. Orthodox-gelovige katholieken en christenen in de gereformeerde en evangelische traditie zien elkaar steeds meer als bondgenoten. Tegelijk neemt de binding aan christelijke instituties af. Er is geen automatisme meer dat christenen natuurlijk warm lopen voor een christelijke partij, een christelijke omroepvereniging, krant of andere christelijke organisatie. Sommigen vinden dat je als christen juist beter in een niet-christelijke partij politiek actief kunt zijn.
Als Landelijk Bestuur van de ChristenUnie vinden we dat er anno 2011 nog minstens zoveel reden is om als christenen de handen ineen te slaan, als in het verzuilde landschap van de naoorlogse jaren. Maar om geloofsgenoten daarvan te overtuigen en hun stem daarvoor te krijgen, moeten zij door de partij begrepen en gegrepen worden. Het bestuur zal er daarom alles aan doen om scherp te zien en horen wat er in de (potentiële) achterban leeft en gebeurt; we staan op dat punt voor dezelfde opgave als andere christelijke organisaties en kerken. En voor onze politici zal meer dan ooit een functievereiste zijn dat zij die achterban als echte volksvertegenwoordigers weten te inspireren, motiveren en mobiliseren.
Concreet zal het Landelijk Bestuur:
- Een open feedbackcultuur stimuleren en zelf in praktijk brengen. Helder praten en scherp naar elkaar luisteren: dat moet de natuurlijke houding van iedere ChristenUnie-bestuurder en vertegenwoordiger zijn. Dat bevorderen we via een praktijk van onder andere regionale avonden en huiskamerbijeenkomsten die behalve op zenden vooral zijn ingericht op ontvangen;
- De ogen en oren openen naar de samenleving buiten de partij en de trouwe achterban. Onder andere via werkbezoeken en bijeenkomsten met externe adviseurs (expertmeetings);
- De Permanente Campagne krachtig voortzetten. Dat betekent verrassende, actuele en relevante allianties en acties, samen met maatschappelijke organisaties en alle partijgeledingen;
- Samenwerking zoeken met kerken en christelijke organisaties. We hebben elkaar nodig om vormen te vinden en te ontwikkelen die bij moderne kerkgangers een bewustwording van maatschappelijke en politieke verantwoordelijkheid teweegbrengen;
- Met het oog op het hierboven genoemde doel: in de loop van 2012 een brede conferentie organiseren.
3. Profiel en positionering
Na het electorale succes van 2006 kon de ChristenUnie deelnemen in het kabinet Balkenende IV. Deze regeringsdeelname kreeg veel steun binnen onze achterban. We konden veel van ons verkiezingsprogramma terugvinden in het coalitieakkoord Samen werken, samen leven. Maar aan de noodzakelijke compromissen die daarop volgden, kon een deel van onze kiezers maar moeilijk wennen. Men vond beeldbepalende partijvertegenwoordigers te bestuurlijk en ‘met meel in de mond’ praten. Die geur van bestuurlijkheid hebben we na de val van het kabinet (toen de ministeriële verantwoordelijkheden aanvankelijk zelfs nog breder en zwaarder werden) niet zomaar kunnen afschudden.
Over het politiek profiel wil het Landelijk Bestuur het volgende duidelijk maken:
- De ChristenUnie was, is en blijft een uitgesproken christelijke partij. Een partij van biddende, denkende en werkende christenen. Een partij die haar inspiratie en uitgangspunten in de Bijbel vindt.
- Vertegenwoordigers van de ChristenUnie zijn herkenbaar omdat zij ook in de uitoefening van bestuurlijke taken vanuit hun hart spreken en hun geloof laten zien. Ze hullen zich niet in een bestuurlijk taalkleed.
- Het delen en overdragen van de kennis en vaardigheden die nodig zijn om ook in bestuurlijke functies een herkenbaar en verstaanbaar christen te zijn, is de kerntaak van het eigen opleidingscentrum van de ChristenUnie.
- Als partij staan we in de christelijk-sociale traditie, die terug gaat op grote en onverdachte denkers uit de 19e eeuw. Daarin wordt veel kracht verwacht van een verantwoordelijke samenleving, en is er aandacht voor de zwakkeren. Dit is en blijft belangrijk in de visie van de ChristenUnie, omdat beide aspecten voortvloeien uit de een Bijbelse opdracht om recht en gerechtigheid te bevorderen. Tegelijk moeten we onder ogen zien dat de term christelijk-sociaal door velen wordt verstaan als een mengsel van christelijk en socialistisch. Dat heeft er toe geleid dat de ChristenUnie in de media vaak wordt getypeerd (en door politieke concurrenten wordt geframed) als links. Dit stelt de ChristenUnie voor de uitdaging om steeds te blijven zoeken naar heldere, hedendaagse taal die duidelijk maakt waar de partij voor staat zonder van een eenzijdige oriëntatie beticht te kunnen worden.
- Als christenen voelen we verdriet om de opmars van zowel het secularisme als van de islam. Als politici staan we voor godsdienstvrijheid, ook voor niet-christelijke godsdiensten.
- Zoals tegenover elk coalitie – zelfs die waarvan we zelf deel uitmaakten – staan we constructief-kritisch tegenover het kabinet Rutte. We geven steun waar het kan en kritiek waar het nodig is. En zoals bij elk kabinet beoordelen we zijn voorstellen vanuit ons eigen verkiezingsprogramma. De ChristenUnie erkent de noodzaak van stevige bezuinigingen. Het politieke debat gaat over de keuzes die daarbij gemaakt worden. Het is goed dat er stevig bezuinigd wordt, al zijn we het niet altijd eens met de keuzes. Alle voorstellen vanuit het kabinet zullen door de Tweede en Eerste Kamerfracties van de ChristenUnie dus op hun merites worden beoordeeld.
- De politiek leider van de ChristenUnie zit in de Tweede Kamer.
- Rond onderwerpen die belangrijk zijn voor de ChristenUnie zijn Thematische Partijcommissies gevormd. Daarin komen deskundige partijleden samen met politieke vertegenwoordigers om binnen de uitgangspunten van de ChristenUnie actuele en adequate visies te ontwikkelen op de betreffende beleidsterreinen.
- Bij het bepalen van de te volgen politieke strategie hebben gekozen vertegenwoordigers hun eigen verantwoordelijkheid. Om hierover voortdurend voeling te houden met de partij vindt sinds september 2010 weer het wekelijkse zogenaamde driehoeksoverleg plaats tussen partijvoorzitter, fractievoorzitter Tweede Kamer en directeur partijbureau.
Daarnaast wordt er op politiek niveau met alle geledingen van de partij gecoördineerd en afgestemd in het Politiek Beraad, onder voorzitterschap van de politiek secretaris van het Landelijk Bestuur. Dit Politiek Beraad zal voor strategiebesprekingen geregeld worden uitgebreid met andere leden van de ChristenUnie.
4. Organisatie en regie
Het Landelijk Bestuur wil met daadkracht en leiderschap de aanbevelingen uitvoeren die door de evaluatiecommissie zijn gedaan in het rapport Met hart en ziel. Leiderschap veronderstelt een voortdurend luisteren naar wat leeft in de partij. Dat vraagt om korte lijnen tussen het Landelijk Bestuur en al de partijgeledingen, inclusief kiesverenigingen. Een wijziging in de bestuurstructuur kan hieraan bijdragen. Het bestuur wil graag de voorlopige mening van het Uniecongres hierover vernemen, voor het de voorstellen in detail gaat uitwerken.
- Het Landelijk Bestuur stelt als structuurwijziging voor een kleiner, maar daadkrachtig kernbestuur te vormen van zeven leden, dat maandelijks vergadert over operationele zaken. Enkele malen per jaar wordt dit kernbestuur uitgebreid tot een Landelijk Bestuur, doordat de twaalf voorzitters van de Provinciale Unies worden toegevoegd. In deze brede Landelijk Bestuursvergaderingen worden besluiten genomen die te maken hebben met partijkoers, jaarplannen, voorbereiding Uniecongressen e.d. Ook kan in deze vergaderingen een stevig verband worden gelegd tussen de regio’s en het landelijke en Europese niveau.[1]
- Voorts is het belangrijk dat de partij steeds meer een netwerkorganisatie wordt waarin allerlei verticale, horizontale en diagonale verbanden ontstaan en opbloeien. Het Landelijk Bestuur vraagt zich af of de huidige partijstructuur, een vereniging van kiesverenigingen, wel de meest adequate structuur is. Het bestuur wil de mogelijkheden onderzoeken om de ChristenUnie om te vormen tot een ledenpartij, zoals vrijwel alle andere politieke partijen in Nederland. Als dit een begaanbare weg blijkt te zijn, wil het bestuur in de toekomst met een voorstel hierover komen.
- Het partijbureau is bezig een actueel draaiboek te maken voor volgende verkiezingen. Daarin wordt ook een duidelijke en daadkrachtige structuur van de campagne-organisatie neergezet.
- Ledenwerving krijgt de komende tijd veel aandacht. Dit gebeurt in de vorm van landelijke initiatieven, zoals belacties, maar vooral ook door ondersteuning van lokale acties met middelen en ideeën. Enthousiaste leden werven enthousiaste nieuwe leden.
Het Landelijk Bestuur zal aan het volgend Uniecongres rapporteren over de voortgang van de uitvoering van de aanbevelingen van het evaluatierapport.
5. ChristenUnie aan het werk
De ChristenUnie heeft standpunten en een verkiezingsprogramma, jazeker. Maar het belangrijkste wat de partij tot ChristenUnie maakt, is de passie die christenen in deze unie delen: een passie om, geïnspireerd door Gods Woord, iets te betekenen in deze wereld, die Gods wereld is. Daarin willen we volgelingen van Christus zijn. We hebben moeten merken dat wij veel medechristenen niet genoeg duidelijk konden maken hoe belangrijk het is om als geloofsgenoten samen te werken. Niet alleen in de kerk, maar ook in de samenleving en in de politiek. Daar ligt een enorme uitdaging voor ons als christelijke partij; een uitdaging die we delen met andere christelijke organisaties en die we daarom ook niet alleen willen aanpakken.
De ChristenUnie heeft een visie voor deze maatschappij. We willen een goed rentmeester zijn voor de aan ons toevertrouwde schepping van God. We gaan zuinig om met belastinggeld én komen op voor ‘weduwen, wezen en vluchtelingen’. We stimuleren een krachtige samenleving, waar door Hem gegeven talenten van bijvoorbeeld ondernemers, kunstenaars, verpleegkundigen tot bloei kunnen komen. We staan pal voor christelijke onderwijs- en zorginstellingen, voor praktische hulpverlening zoals bijvoorbeeld uitstapprogramma’s voor prostituees. Kinderen met Downsyndroom zijn kinderen van God, die het respect van de samenleving verdienen in plaats van een vroege diagnose om ze voor de geboorte te kunnen weghalen. We strijden voor godsdienstvrijheid in Nederland, net zo goed als voor ter dood veroordeelde christenen in Afghanistan en Iran. Daar gaan we voor, met elkaar.
Laten we samen de handen uit de mouwen steken en eensgezind aan het werk gaan. Want onder Gods zegen hebben we niet alleen een gouden programma in handen, maar wordt ook het werk van onze handen van gouden waarde: ‘Laat ons uw genade zien, Heer, onze God. Bevestig het werk van onze handen; het werk van onze handen, bevestig dat.’ (Psalm 90)
Landelijk Bestuur ChristenUnie, 31 maart 2011
[1] Over dit voorstel wil het bestuur op het Uniecongres de mening van de leden peilen.




“grote en onverdachte denkers uit de 19e eeuw”
Karl Marx?
mijn bijdrage is er weer eens vanaf gegooid. Een kritisch geluid is blijkbaar niet gewenst!
Nogmaals: als een partijbestuur zoveel tekst moet gebruiken om een boodschap over te brengen, dan gaat het niet goed met de partij.
Ik zou de zaken gewoon benoemen:
1. de politiek leider heeft niet meer het gezag van vroeger en heeft gefaald in zijn campagne
2. de Tweede Kamer fractie heeft de boodschap de afgelopen jaren niet goed voor het voetlicht weten te brengen en
3. de ministers die in het kabinet hebben gezeten voor de CU zijn niet uit de verf gekomen, omdat ze te licht zijn bevonden voor de uitdagingen waar ze aan bloot zijn gesteld.
Dat laatste mag hard zijn, maar daarmee nog niet onwaar. Tineke Huizinga had geen makkelijk dossier, maar heeft niet kunnen overtuigen met bijvoorbeeld de OV-chipkaart. Een CU minister van Defensie die meewerkt aan een buitenechtelijke relatie van zijn Staatssecretaris is elk moreel gezag kwijt, omdat dit in strijd is mijn zijn partijmoraal en de beleidsmoraal van het ministerie zelf. Maar al eerder heeft hij opzichtig gefaald met onjuiste, ontijdige en onvolledige informatie naar de kamer. Rouvoet kon met een themaministerie geen tijdig resultaat boeken, de straf van elk themaministerie. Om daar in de formatie mee in te stemmen was dus al voorsorteren of een afgang.
Men moet in de partij niet denken dat mensen dit soort dingen vergeten. Dat ze vergeten dat de politiek de partijmoraal opzij heeft gezet voor het pluche, zonder daar duidelijk een stempel op te zetten.
Erken dat! Loop daar niet in allerlei wollige zinnen omheen. Dit is de nieuwe tijd van benoemen!!! PVV voorop, maar ook elders is de lijn niet meer van pappen en nathouden, maar erkennen!
Op deze manier gaat het niet lang meer duren voordat iemand het licht gaat uitdoen.
Hopelijk nu wel geplaatst en wel blijvend!!!!
Wie is Bird? Een pittige reactie behoef je toch niet te verschuilen achter een internet-pseudoniem, lijkt me.
@ Kees van Kranenburg,
Al zou u mij echte naam kennen, dan kent u mij nog niet.
De digitale mogelijkheden om te zoeken op internet en de beperkingen om dat wat op het internet is geplaatst te wijzigen en/of te verwijderen, hebben mij geleerd dat het beter is met een nickname te werken. Dat doe ik op meerdere sites.
Ik weet dat bij Opunie ook een profiel kan worden aangemaakt waaronder je kunt inloggen. Maar ook dan zou ik niet mijn eigen naam gebruiken. Het gevaar is niet zozeer deze site, maar de mogelijkheid van (eindeloos) kopieëren waar je niet meer kan wijzigen en verwijderen.
Hij die zijn toekomst lief is, gebruikt niet zijn eigen naam op het internet. Toekomstige werkgevers googlen sollicitanten,toekomstige vrienden en relaties doen dat.
Vandaar dat ik dus zelf probeer controle te houden wat van mij is te vinden op de digitale wereld.
Overigens gebruik ik al jaren de nickname Bird hier en ben ik bekend en berucht om mijn scherpe toon. Ik ben student rechten, woonachtig in Amsterdam, van middelbare leeftijd en werk als staffunctionaris in de financiële dienstverlening. Ik ben homo en opgegroeid in een zwak beleidend katholiek gezin in een verder christelijk dorp. Vele vrienden en kennissen (zelfs mijn directe familie) zijn gelovig en kan me daarin prettig begeven als atheïst.
Ik ben geen D66-er, maar schop wel tegen de kerk aan waar de kerk mij de christelijke moraal oplegt. Dit doe ik niet bij anderen, maar blijkbaar wensen mensen mij wel te moraliseren en mijn vrijheden te beperken op terreinen die verder gaan dan de liberale rechtstaat uit de tijd van de verlichting voorschrijft.
Daarnaast ben ik kritisch naar de wijze waarop Christenen zelfgenoegzaam zijn. Altijd uitgaan van de ultieme waarheid, de verhevenheid van hun geloof en geniepige gedrag waartoe dit leidt, zonder zelf het wijzende vingertje naar de ander te laten zakken.
Dat is natuurlijk niet altijd het wenselijke debat dat men hier gevoerd wil hebben, maar “ken uzelfve” is wel het begin van een goed debat. Ik denk mijzelf enigszins te kennen. Ik ken mijn zwakheden, mijn beperkingen en erken ze ook. Dat maakt het leven ook een stuk prettiger. Spreekt iemand mij aan op iets, dan erken ik dat ook gewoon. In de coporate bankenwereld waar ik werk is dat soms onthutsend te zien hoe managers niet meer weten om te gaan met de waarheid en iemand die daar geen punt van maakt.
Het maatschappelijk aanvaardbare model heeft zoveel conventies gevormd dat de waarheid, eerlijkheid en echtheid onderworpen zijn aan wenselijk gedrag, matige kritiek en macht.
Dat geldt ook in de CU. Deze partij moet de afgelopen 4 jaar (eerste keer in de regering en de weg ernaar toe en er weer uit) benutten om een haarscherpe analyse te maken. Die kans heeft men laten liggen, door weer te komen met allerlei toedekkingen, zandkorrels in de ogen en prachtige volzinnen die langs de waarheid gaan. Ik zet het dan graag voor iedereen hier wat scherper neer.
in aanvulling op mijn vorige bijdrage hierboven; ik heb het volgende dus goed begrepen:
■Een open feedbackcultuur stimuleren en zelf in praktijk brengen. Helder praten en scherp naar elkaar luisteren.
Wat ik mis in de column is de wijze waarop de CU de communicatie naar de maatschappij zal gaan aanpassen aan het huidige tijdsbeeld. Een partij die op een oude trommel blijft slaan terwijl iedereen inmiddels van fluitmuziek houdt, mist de aansluiting.
Als kleine partij buiten het centrum van de macht is het lastiger om de boodschap in brede kring uit te dragen.
In een maatschappij van ontkerkelijking willen groeien wil dus zeggen dat je buiten je eigen schaduw moet stappen.
Ik vind het een erg positief stuk. Sterk en helder, een goede introspectieve start. En heel goed dat het bestuur uitspreekt waar de CU voor staat: uitgesproken christelijk, een partij van biddende, denkende en werkende christenen, kritisch maar open tov het kabinet (al kwam dat niet helemaal uit de verf de laatste tijd..) en in de christelijk-sociale traditie. Mooi!
@ Michiel
“Wij van WC-eend adviseren WC-eend!”
Dit stuk van het bestuur roept bij mij zowel instemming als teleurstelling op.
Positief vind ik dat het bestuur erkent dat dingen anders moeten. Ook positief is de erkenning dat de term christelijk-sociaal niet meer te hanteren is. Erg positief is het voorstel om vooral een uitgesproken christelijke partij te blijven.
Ik zou willen dat ik hier mijn bijdrage zou kunnen beëindigen, maar helaas is dat niet het geval.
Mijn eerste punt van zorg is de uitgebreide verhandeling over de structuur van de partij. Gaat er iets niet goed, dan veranderen we de structuur, de processen en de procedures, zo lijkt het bestuur te zeggen, alsof dat de partij dichter bij de achterban en de kiezers brengt. Nee, wat daarvoor nodig is, is allereerst een andere instelling van de politici en het bestuur. Ook in de huidige structuur zijn er voldoende mogelijkheden tot interactie en contact met de leden en de achterban. De keren dat ik daarbij aanwezig was viel het mij telkens weer op hoe krampachtig er met kritiek werd omgegaan of hoe kritische leden zelfs ronduit negatief werden bejegend. Te zeer overtuigd van het eigen gelijk werd er nauwelijks écht en positief geluisterd. Geen enkele structuur gaat dat probleem oplossen.
Mijn tweede punt van zorg is dat het bestuur vooral reageert op het rapport Schipper. Dat op zich goede rapport slaat op één essentieel punt de plank mis, namelijk waar het concludeert dat de traditionele achterban de partij trouw is gebleven. De laatste PS verkiezingen hebben aangetoond dat ook deze groep voor een deel geen ChristenUnie meer heeft gestemd. Alle alarmbellen zouden daarom moeten gaan rinkelen, maar die ‘sense of urgency’ zie ik te weinig terug.
Mijn derde en misschien wel meest fundamentele punt van zorg is dat het bestuur niet echt duidelijk en onomwonden de hand in eigen boezem steekt. Er wordt bijvoorbeeld te snel verwezen naar externe ontwikkelingen zoals de christelijke gemeenschap die in beweging is. Nog opvallender is dat dit bestuur nog steeds blijft volhouden dat het linkse imago wordt veroorzaakt door de media en door politieke concurrenten die dat ‘framen’. Dat het linkse imago volledig wordt veroorzaakt door eigen inhoudelijke politieke keuzes en door eigen keuzes op het gebied van externe communicatie zoals het framen van CDA en SGP wordt helaas structureel ontkend. Terwijl het toch vrij duidelijk was. Zo was op de ChristenUnie website op 9 augustus 2010 te lezen “ChristenUnie zal geen rechtse bezuinigingen accepteren”. In een interview met Nu.nl in december 2010 legt Rouvoet uit dat de ChristenUnie wil concurreren met Groen Links en de PvdA om de christelijk-sociale vleugel van het CDA naar de ChristenUnie te trekken. Twee dagen voor de verkiezingen ondertekent hij het linkse manifest, dat zelfs D66 niet wilde tekenen. Op 4 maart stelt hij in Trouw dat voor veel christelijke kiezers de ChristenUnie mogelijk inderdaad te links is geworden. Hoe het bestuur nu kan beweren dat het linkse imago wordt veroorzaakt door de media en de politieke concurrenten is mij werkelijk een raadsel. Net zo raadselachtig zijn de kwalificaties die de top van de partij geeft aan de kiezers uit de trouwe ChristenUnie achterban die, vaak met pijn in het hart, nu op andere partijen hebben gestemd; ze worden “naïef” (Nieuwsuur, 3 maart), “ontrouw” (ND, 4 maart) en “guur” (Trouw, 4 maart) genoemd. Ik vraag mij daarom oprecht af of het nog goed kan komen tussen de huidige top van de partij en het kritische deel van de achterban.
Kiezen voor een uitgesproken christelijk profiel lijkt ook mij zeker de oplossing voor de ChristenUnie en daar zullen we ons partijbreed voor moeten inzetten. Maar dat gaat niet samen met een uitgesproken politiek profiel, of dat nu links of rechts is. En juist op dat punt is onze partij uit balans. Helaas zie ik daar te weinig van terug in de reactie van het bestuur.
@ Rolf,
Eens! De doofpotcultuur en wijzen naar de media als grote boosdoener is geen blijk van kracht. Media is een gegeven en moet je dus mee dealen en op inspelen en van een doofpotcultuur is in deze eeuw nog geen enkele partij gegroeid.