Liefde als drijfveer voor Europa

4313166472_d2aeb7c147_b
18.04.2011 |

Angst, vooral om het eigenbelang veilig te stellen, lijkt een belangrijke drijfveer te zijn van de autonome mens in zijn streven naar beheersing van zijn leven en de wereld. Een christelijk, relationeel mensbeeld stelt daar liefde tegenover. Wat houdt dit mensbeeld in en hoe werkt het door in Europa’s waarden?

Het christendom plaatst een relationeel mensbeeld tegenover het dominante, individualistische mensbeeld. Niet angst, maar liefde vormt de drijfveer. De basis wordt gevormd door Gods liefde voor ons. God is in zichzelf relationeel. Hij is liefde (1 Johannes 4:8) en bestaat uit drie personen, Vader, Zoon en Heilige Geest, die in onderlinge gemeenschap die liefde volmaakt gestalte geven. De mens is geschapen naar het beeld van God. De mens is, net als God, relationeel in wezen. Dit relationeel-zijn heeft zowel een verticale als een horizontale dimensie, die tot uitdrukking worden gebracht in het dubbele liefdesgebod: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. (…) heb uw naaste lief als uzelf’ (Matteüs 22:37-39).

Als antwoord op Gods liefde kunnen wij God liefhebben, onze naaste en de Schepping. Het beeld van God uit zich in deze drie relaties: het kind-zijn van God, een naaste van onze medemens en een heer over de Schepping. Onze relatie tot de Schepping kan worden gezien als een afgeleide van onze verticale relatie met God en horizontale relatie met de medemens. De drie relaties zijn constituerend, dat wil zeggen bepalend voor ons mens-zijn. Door deze drie relaties te ontwikkelen, worden we ten volle mens, vinden we het ‘goede leven’.

Een relationele benadering gebaseerd op het christendom kan bijdragen aan de revitalisering van Europa’s waarden – vrijheid, gelijk(waardig)heid, gerechtigheid, gemeenschap en diversiteit. Het zien van onszelf in het licht van Gods liefde en in de liefdevolle betrokkenheid op de ander bepaalt en kleurt deze waarden, waardoor ze het meest tot hun recht komen.

Een relationele invulling van de genoemde waarden betekent een herbronning ervan op de (deels) oudere, christelijke wortels en brengt daarmee een correctie aan op de individualistische scheefgroei zoals die vooral uit de Verlichting en de Romantiek is voortgekomen.

Hoe werkt dit dan door in de invulling van de vijf waarden? Kortweg, onze (negatieve) vrijheid is juist begrensd, omdat die positief gericht is, dat wil zeggen rekening houdt met de ander. In het bijzonder aan de zwakke dient recht te worden gedaan: de arme, weduwe, wees, vreemdeling en ook de Schepping. Wij vinden zelfs onze identiteit en bestemming in het tot bloei brengen van de ander!

Voor God is ieder mens gelijk. Dit betekent niet dat mensen hetzelfde zijn en verschillen tussen hen worden uitgevlakt, zoals dat gevaar dreigt bij een individualistisch mensbeeld. Integendeel. Mensen zijn juist heel verschillend, geschapen met unieke gaven en talenten. Omdat God de mens echter naar zijn beeld heeft geschapen en van iedereen evenveel houdt, zijn mensen fundamenteel gelijk, dat wil vooral zeggen gelijkwaardig.

Terwijl in een individualistisch mensbeeld de gemeenschap secundair is ten opzichte van het individu, is in een relationeel mensbeeld de gemeenschap juist constitutief voor het individu. Dit volgt uit het idee dat wij onszelf zijn en worden in de relatie met God en andere mensen. Gemeenschap kan ook betrekking hebben op volken. Zo kan deze waarde het Europese streven naar een ‘community of peoples’ in een nieuw licht zetten. Deze uitdrukking suggereert dat het gaat om de relatie tussen volken en niet om de vorming van één, uniform Europees volk.

Gemeenschap en diversiteit zijn twee kanten van dezelfde medaille. Ze horen bij elkaar, zeker in Europa. Het devies van het Europese integratieproces is niet toevallig ‘eenheid in verscheidenheid’. Europa heeft langzaam maar zeker geleerd met verschillen om te gaan en die te tolereren. Misschien kan Europa nu zelfs leren om verschillen te waarderen en die als een verrijking te zien. Daarvoor is het wel van het grootste belang dat de Europese overheid volop ruimte geeft aan de Europese samenleving(en) en de bloei van een ‘civil society’. En dat ze in haar beleid waakt voor knellende uniformiteit en de diversiteit tussen lidstaten en culturen respecteert.

 

Sander Luitwieler
EU-onderzoeker/adviseur

6 reacties

  1. ben says:

    Heel lang geleden leerde ik al eens dat als je in het begin van je betoog zoveel onbegrijpelijk jargon gebruikt dat de mensen van meet af aan achter lopen met het vertalen, je dan verder net zoveel onzin uit kan kramen als je wilt, want je bent je gehoor toch al kwijt.

    Of dat nou helemaal waar is weet ik niet hoor. Wel bemerk ik dat je bij lezen niet achter behoeft te raken, omdat je je snelheid aan kunt passen aan de moeilijkheidsgraad, bij luisteren niet.
    Gelukkig kom ik dan bij mijnheer Luitwieler verder nergens uitspraken tegen welke bij mij een beeld van onzin oproepen, maar dat neemt nog niet weg dat het mij gelukt om zijn – naar ik veronderstel bij zijn wetenschappelijke discipline behorende – jargon te vertalen. Valt bij hem zelf ook nog best mee hoor, t.o.v. anderen.
    ‘civil society’: burgerlijk, privaatrechtelijk, beschaafde … maatschappij. Ja dat zal het zijn.
    ‘constituerend’, d.w.z. bepalend voor ons mens zijn. Hartstikke bedankt voor de uitleg mijnheer.
    ‘onze negatieve vrijheid is beperkt, omdat die positief gericht is’, d.w.z. rekening houdt met de ander. Weer zeer bedankt voor uw explicatie.
    Ja, en dan wordt ook ‘community of peoples’ nog uitgelegd. Nou ik geef meneer Luitwieler, na het eerst best een moeilijk stuk gevonden te hebben voor mij, toch een 8 ½ voor verstaanbaarheid hoor.

    Omdat ik het vaak ook zo anders meemaak op deze WI opiniesite, schreef ik dit nu eens zo uit.

    Ja, dan is dit verder een stuk dat overloopt van de Liefde van de Heer; heerlijk hoor!! Ooit zal er zo’n wereld zijn, zo weten we. Maar nu in de praktijk van ons politieke leven, ach dan wordt het toch ooit weer onoverkomelijk moeilijk voor mij!

    Pak maar een simpele: de onstuitbare toestroom van Noord Afrikaanse ‘vluchtelingen’. Stuk voor stuk mensen welke het zo beroerd hebben thuis, dat ze bij de oversteek graag het zeer grote risico van verdrinking nemen. Hoeveel kunnen we absorberen? Wat hebben ze hier méér als uitkering? Wanneer ‘verzuipen’ we met elkaar omdat onze ‘kurken’ het niet houden?
    En dan die Italiaanse visa, waardoor al die gelukzoekers zich verspreiden over Europa. Kan je dat die Italianen nou echt kwalijk nemen? We zouden toch met elkáár Europa zijn?

    En dat overeind houden van de euro?, om er nog maar eens een te noemen. Grieken in overbodige overheidsdienst welke met even in de vijftig al met pensioen gaan [gingen?]. Alle zuidelijke landen welke met de euro omgingen alsof het lires, peseta’s of drachmen zijn [en al die andere munten waarvan je er 100 nodig had om een brood te kopen].

    Weet u, de gemiddelde mens geeft maar een paar tientjes per jaar uit aan goede doelen, las ik. Bij christenen zou dat gemiddeld zo’n € 800 zijn. Ik schrok daarvan, want dan zou de gemiddelde christen nog lang geen maximale belastingaftrek bekomen met zijn/haar goedgunstigheid.

    Eigenlijk kom ik dan toch tot een bijzonder onaardig eindoordeel over het stuk van Luitwieler: van achter het notebook hartstikke lief gezegd, maar kan de ChristenUnie daarmee Europa in??

    En ach wat gaat het allemaal nog veel beroerder worden in Europa: een echte eenheid worden we nooit als het waar is dat er toch iets van een hersteld Romeins rijk in die ontwikkeling zit. Dan moeten we straks ook nog aanhaken bij de moslimlanden, hoor ik verschillende uitleggers zeggen. Ook de liefde zal verkillen in het laatste der dagen, voorzegt de Bijbel. De sociale familiestructuur is reeds voor een groot deel naar de filistijnen in het Westen [nog niet bij de Filistijnen/Palestijnen en andere moslims hoor]
    De Bijbel voorzegt zelfs nog moord en doodslag onder familieleden op het laatst. Nee het gaat er allemaal niet gemakkelijker op worden hoor. Als het leven moeilijker wordt, zou de ChristenUnie een heel klein partijtje worden met Sander Luitwieler aan het hoofd, vrees ik.
    Toch geef ik hem vooralsnog mijn stem!, want echt honger hebben we immers zelf nog niet?

  2. Henk den Uijl says:

    Een aardig artikel, maar ik ben het er niet mee eens.

    Mijnheer zegt dat het christendom zich richt op het relationele in plaats van op het individuele. Ik vraag me af of dit zo is. Sinds Luther is de Christen immers op zichzelf aangewezen; ík moet geloven, ík moet gered worden, ík sta straks voor God. Daar komt nog bij dat ik het idee heb dat het horizontale relationele van minder belang wordt geacht dan het verticale relationele. Mijnheer stelt terecht dat de samenvatting van de wet dit onderscheid niet maakt. Ik krijg vaak het idee dat we horizontale relaties aangaan omdat we die verticaal krijgen opgelegd; we zien het horizontale alleen in het licht van het verticale. Dit levert tendensen op zoals evangeliseren. We willen graag anderen bekeren, maar niet vanwege die ander maar omdat we dat verticaal krijgen opgelegd. Kortom, de andere mens wordt een middel van mijn verticale relatie en gehoorzaamheid. Dit kan, dunkt mij, niet de bedoeling zijn van de samenvatting van de wet. Elly en Rikkert parafraseren Mattheus als zij zingen: ‘En wat je ook gedaan hebt aan de minste van mijn broeders, zegt Jezus: ‘Dat heb jij aan mij gedaan’. Ik denk dat we, als we naar een christendom willen die relationeel gericht is, moeten beseffen dat het onderscheid tussen horizontaal en verticaal ambivalent is. Er is in feite geen verschil tussen het zorgen voor de andere mens en het dienen van God. Dit is de enige manier om los te komen van het individuele christendom, dat mijns inziens nu de boventoon voert.

    Verder ben ik het met Ben eens dat het een behoorlijk utopisch verhaal is. Dit komt denk ik met name door de utopie van de gemeenschap. Ben vraagt zich af wat de civil society eigenlijk is; het is in ieder geval juist géén gemeenschap. De civil society, een begrip uit de postmoderne sociale filosofie, betekent een samenzijn van vreemden in de publieke ruimte. De civil society kenmerkt zich door verschil en juist niet door gemeen-schap. Zelfs een plek dat het meeste weg heeft van een gemeenschap, de kerk, is een ontmoeting van vreemden. (Denk bijvoorbeeld aan het uitlopen bij de kerk, iedereen kent het gevoel van de ander als vreemde, iemand die je wilt ontwijken.)
    Ik denk niet dat dit een probleem is, het is goed om te beseffen dat de andere mens niet een weerspiegeling van mijzelf is. Het is juist in deze vreemdheid goed om relationeel te zijn. De vreemde klaagt bij uitstek mijn geweten aan, en dat is het begin van een (ethische) relatie.

    Dit zet ook de reactie van Ben in een beter daglicht. We ervaren allochtonen bij uitstek als vreemdeling, en juist daardoor voelen we ons geweten knagen. We weten dat we verantwoordelijk voor ze zijn, maar dit weten is in strijd met onze neiging om onze omgeving veilig en ‘eigen’ te maken. We moeten daarom juist niet denken in termen van gemeenschap, omdat dit altijd mensen uitsluit. Juist als we denken in termen van een ontmoeting van vreemden is er een mogelijkheid om voor de andere mens te zorgen en relationeel te worden.

    Het is daarom volstrekte onzin om heel Europa als een gemeenschap te zien. Hiermee wil ik het belang van Europa niet teniet doen, het is erg belangrijk dat burgers van Europa samenleven en relationeel zijn, maar nooit op basis van gemeenschap. Gemeenschap en diversiteit gaan dan ook niet hand in hand. In de ontdekking van verschil merk je dat de gemeenschap niet bestaat.

  3. Loren says:

    Posts like this brighten up my day. Thanks for tkaing the time.

  4. jqrguwp says:

    m5wfYY , [url=http://biblsjfhojqy.com/]biblsjfhojqy[/url], [link=http://larayjguurmc.com/]larayjguurmc[/link], http://dyfoveebiekf.com/

  5. jribqh says:

    qpkhUp , [url=http://oklvsjemwrej.com/]oklvsjemwrej[/url], [link=http://mpsaiaovmamq.com/]mpsaiaovmamq[/link], http://kopnazfpvpqp.com/