Kapitalisme en Duurzaamheid; liefde op het tweede gezicht?

3786450728_063edc7218_b
28.05.2011 |

Jaren geleden kwam er in de westerse wereld een nieuwe trend op, duurzaamheid. Vele initiatieven werden in dit kader gelanceerd. Zo werd opgeroepen tot consuminderen, Niet Winkeldagen en warme truien dagen en “Mag het licht uit”. Geen van deze initiatieven is een lang leven beschoren geweest. Dit komt omdat deze initiatieven voortkwamen uit ideologie. Een ideologie die niet genesteld was in het kapitalisme en niet samen kon gaan.

Kapitalisme en duurzaamheid, kan dat dan wel samen? Kan echter duurzaamheid ontstaan in een economisch systeem als het kapitalisme? Of zal het nooit verder rijden dan wat goede bedoelingen en groene public relations van grote bedrijven. Kan duurzaamheid aarden in dit systeem, of blijft het steken bij een paar enthousiastelingen en een apart schap in de Albert Heijn?

Er zijn meerdere krachten te benoemen die hebben geleid tot de ontwikkeling en opkomst van het kapitalisme. Zo hebben bijvoorbeeld een mechanisch wereldbeeld (God as a clockmaker),  een sobere levensstijl (b.v. het protestantisme) en een grote sociale mobiliteit (b.v. west europa) een positieve invloed op de groei van het kapitalisme. Dit zijn echter allemaal positieve bijdragen. Het kapitalisme wordt niet door deze gekenschetst. Twee krachten staan centraal in het kapitalisme.

De eerste is het volgende van Adam Smith:

It is not from the benevolence of the butcher, the brewer, or the baker, that we expect our dinner, but from their regard to their own self-interest. We address ourselves, not to their humanity but to their self-love, and never talk to them of our own neccessities but of their advantages[1].

Self-interest is de grote drijvende kracht achter het kapitalisme, of zoals Gordon Gekko het treffende verwoord:

“Greed is Good”.[2]

Zonder hebzucht geen kapitalisme (zie De Mandeville). Let wel, dit is geen Hobbiaans begrip, het is veel meer een constatering dat de mens het vermogen heeft verloren om iets-voor-niets te doen. De economie draait op het principe dat ieder voor eigen gewin uit is, en dat ieder op zoek is naar winst en verdienste.

De tweede kracht is de aftakeling. Alles wat gebouwd, geproduceerd, gemaakt en ontwikkeld wordt zal op een dag vergaan. Alles gaat kapot. En het kapitalisme kan niet zonder dit feit. Onze economie is groot en belangrijk omdat wij steeds nieuwe spullen nodig hebben. Mensen kopen nieuwe wasmachines omdat de oude het niet meer doet. Als alles altijd blijft werken zal het snel afgelopen zijn met de economie.

Deze twee, hebzucht en aftakeling, zijn de kern van het kapitalisme. Deze twee zijn de reden dat de economie draait.

Duurzaamheid kan allen grond vatten als ze meedoet aan dit kapitalisme. Dit betekend dat ze aan moet sluiten bij de kerneigenschappen van het kapitalisme. Hebzucht en aftakeling zijn sterke machten en duurzaamheid zal deze voor zich moeten winnen als zij een rol van betekenis wil spelen.

Duurzaamheid nooit succesvol worden als ze niet aansluit bij de heersende economie en de macht van het kapitalisme. Het is niet voor niets dat alternatieve energie pas populair wordt met een hoge olieprijs. Dit gaat de laatste jaren beter. Nieuwe initiatieven spelen meer in op de hebzucht van de mens en minder op ideologie. Producten als een volledig recyclebare elektrische sloep voor in de Amsterdamse grachten, electrische sportwagens en filemelding door Het Nieuwe Werken zijn alle duurzaam en passen binnen het kapitalistische systeem. Zelfs bedrijven gebruiken duurzaamheid steeds meer als kapitalistisch middel om klanten te verwen en te binden. Groene stroom is bijna standaard geworden.

Kapitalisme en duurzaamheid. Liefde op het eerste gezicht was het niet. De liefde op het tweede gezicht ziet er een stuk beter uit.


[1] Adam Smith, An Inquiry into the Nature and Causes of the Wealth of Nations, 1776

[2] Oliver Stone, Wall Street, 1987

 

2 reacties

  1. bird says:

    @ Philip,

    De wenkbrauwen gelijk zo moeten fronzen op de zondagmorgen! Duurzaamheid als ideologie, die niet was genesteld in het kapitalisme en niet kon samengaan.

    Allereerst bestaat het kapitalisme in ultieme vorm niet. De economie in westerse landen heeft sterke trekken van het vrije-markt-denken, maar er wordt op talloze wijze bijgestuurd en gereguleerd. Het vergelijken van duurzaamheid met een utopisch ideaalbeeld loopt dus snel mank wanneer dit de reële werkelijkheid moet verklaren.

    Schreef Adam Smith niet ook in hetzelfde boek: “… ieder individu werkt noodzakelijkerwijs om de jaarlijkse opbrengst van de samenleving zo groot mogelijk te maken. Inderdaad, over het algemeen bedoelt hij niet het publieke belang te dienen, noch weet hij hoeveel hij het dient. Met zijn voorkeur voor het steunen van binnenlandse boven buitenlandse bedrijvigheid, heeft hij alleen zijn eigen welzijn voor ogen; en bij het richten van deze bedrijvigheid op een zodanige wijze dat de opbrengsten van maximale waarde zijn, heeft hij alleen zijn eigen profijt voor ogen, en hierin wordt hij, evenals in vele andere gevallen, gestuurd door een onzichtbare hand om een doel te bevorderen dat geen onderdeel vormde van zijn intentie. Noch is de samenleving altijd slechter af omdat het daar geen onderdeel van vormt. Door het nastreven van zijn eigen belang bevordert hij vaak dat van de samenleving effectiever dan wanneer hij bedoelde dat te bevorderen. Ik kan niet veel goeds noemen dat gedaan is door hen wier voorkeur uitgaat naar handel voor het publieke belang”

    —einde citaat—

    Adam Smith was een diep religieus man, hij zag de “onzichtbare hand” als het mechanisme waarbij een weldadige God een universum beheert waarin menselijk geluk wordt gemaximaliseerd.

    Het persoonlijk welzijn van het individu was uitgangspunt en dat lijkt me niet gelijk aan hebzucht. In meest ultieme zin propageer je dat iemand alles doet voor geld, maar dat is onzin. De mens handelt altijd vanuit een ethiek. Het verbeteren van zijn welzijn staat centraal, waar welvaart een belangrijk onderdeel van is, maar niet het enige relevante criterium.

    Daarmee is je eerste kracht van economie dus weerlegd.

    De tweede kracht is aftakeling. De economie is natuurlijk veel groter. Wie in zijn middelbare schooltijd Keynes gedoceerd heeft gekregen, weet dat de totale waarde van de nationale economie bestaat uit:
    - consumptieve vraag van gezinnen
    - UITBREIDINGS- en vervangingsinvesteringen
    - voorraadmutaties
    - overheidsinvesteringen en overheidsconsumpties
    - saldo tussen export en import.

    Daarmee lijkt me de tweeede kracht onvolledig en weerlegd.

    Duurzaamheid kan slechts dan gedijen als de onderliggende waarden van duurzaamheid zijn gerecipieerd door de bevolking, bedrijfsleven en overheid. Iemand eet geen duurzame vis omdat hij er beter van wordt financieel, maar omdat hij daarmee de overtuiging heeft de wereld en daarmee zichzelf te helpen.

    Het bedrijfsleven zal instappen op het moment dat er een businesscase gemaakt kan worden. Dat is met duurzaamheid niet anders dan met medicijnen. Een farmaceutisch bedrijf zal een medicijn willen maken voor alle ziekten, op het moment dat men weet dat de kosten kunnen worden terugverdiend. Dat maakt dat ze liever medicijnen maken voor chronische ziekten (de patient slikt zijn leven lang) dan voor een ziekte die behandelt kan worden voor eenmalig gebruik.

    Tot slot vraag ik mij af op bedrijven duurzaamheid steeds meer gebruiken als kapitalistisch middel om klanten te binden en te werven. Daarbij moet sterk worden gekeken of bedrijven werkelijk duurzaam zijn, of dat zij hun public relations inzetten om zich beter voor te doen dan ze werkelijk zijn. Akzo Nobel spreekt over duurzaamheid, maar produceert nog steeds schadelijke verfproducten. Dat ze minder milieubelastend zijn, maakt ze nog niet een duurzaam bedrijf. Dat zgn “duurzame zand” laat de mens nog steeds graag in de ogen strooien.

    Duurzaamheid is dus gelijk ieder ander product. Het is dus geen liefde op het tweede gezicht, het is dat de idealisten hun economie eerst niet begrepen. Dat is niet hetzelfde!

  2. Henk den Uijl says:

    Er zijn een aantal argumenten in te brengen hoe duurzaamheid en kapitalisme (whatever it may be) wel samen kunnen gaan.

    De filosoof Hans Jonas bijvoorbeeld stelt dat het ontologisch beginsel van ieder levend wezen is dat hij ‘ja’ zegt tegen zijn eigen bestaan. Na een zeer ingewikkelde redenering komt hij uiteindelijk tot de conclusie dat als de mens ‘ja’ tegen zichzelf zegt hij duurzaam zal moeten gaan leven.

    Philip maakt van kapitalisme en duurzaamheid een dualisme, dit is altijd een beetje problematisch. Als we kapitalisme bij haar staart pakken zouden we haar maxim als ‘greed is good’ kunnen hanteren. Echter, dit zegt nog niets over de manier waarop deze hebzucht wordt gerealiseerd. Of te wel, kapitalisme is geen inhoudelijk begrip terwijl duurzaamheid dat wel is. Het is in principe mogelijk om hebzucht inhoudelijk duurzaam te maken. Om het netjes te zeggen: het kapitalisme wordt ondergedetermineerd door het principe ‘greed is good’.

    Tevens denk ik dat het onzin is om te zeggen dat mensen niet meer iets-voor-niets-doen, alsof er alleen maar een kapitalistische sfeer is en deze volledig is samengesmolten met het private. Ook hier maakt de auteur weer een dualisme van egoïsme en altruïsme. Het is volgens mij vaak een grijs gebied waar deze twee begrippen met elkaar spelen. Denk aan het ‘na u’ bij een ingang van een deur.