Vandaag stond het malieveld vol met studenten die bezwaar maakten tegen de onderwijsplannen van het kabinet Rutte. Het kabinetsbeleid heeft verstrekkende gevolgen voor veel van hen. In het kort: na 1 jaar uitloop in bachelor en master krijg je een boete van 2000 euro bovenop je collegegeld. Ook de universiteiten worden beboet voor langstudeerders voor ongeveer eenzelfde bedrag per student. Daarnaast leveren langstudeerders hun gratis OV-reiskaart in. En ja, ook ik ben de dupe. Het nieuwe beleid kost me waarschijnlijk 3500 euro extra.
Saillant detail: het kabinet vraagt een stevige bijdrage van de studenten van nu, terwijl de studenten van vroeger de hypotheekrente van hun riante villa’s mogen blijven aftrekken van de belasting. Maar goed, we weten sinds vanmiddag wat er NIET deugd aan het kabinetsbeleid. Wat we te weinig horen zijn goede alternatieven.
Ook ik vind dat studenten een groter gedeelte van hun studie zelf zouden moeten betalen en wil daarin zelfs verder gaan dan dit kabinet. Gemiddeld legt de overheid alleen al op collegegeld 4500 euro toe. Er wordt veel geld in studenten geïnvesteerd. Daar mag wat meer tegenover staan dan het betalen van 52 procent belasting over je inkomen, twintig jaar later. Ik ben voorstander van een volledig sociaal leenstelsel, waarbij de student als hij gaat werken zijn studiekosten terugbetaald. Lukt dat niet, dan wordt je schuld kwijtgescholden. Zo houdt je het onderwijs toegankelijk en leg je tegelijkertijd een deel van de verantwoordelijkheid voor de studie terug bij de student. Typisch christelijk sociaal lijkt me.
Maar er zijn wel randvoorwaarden nodig en precies daar schiet het kabinet tekort:
1. Betrouwbare overheid
Boven alles moet de overheid voor de student een betrouwbare partner zijn. Een sociaal leenstelsel mag alleen gelden voor nieuwe gevallen, net als alle andere wijzigingen. Een van de meest verbijsterende elementen uit de kabinetsplannen is dat de huidige maatregelen ook de huidige studenten treft. Studenten worden overvallen door de maatregelen midden in hun studietraject, waardoor ze hun keuzes niet meer kunnen afstemmen op de daaraan verbonden kosten. Een jaar bestuurswerk kan je opeens 2000 euro extra kosten. Juist bij de invoering van een sociaal leenstelsel moet de overheid een betrouwbaar partner zijn, zodat studenten zeker zijn van de kosten. Geen rekeningen achteraf, anders zal de drempel om in jezelf te investeren groter worden.
2. Ruimte voor weloverwogen uitloop
Studenten kunnen niet eindeloos doorstuderen, maar ze moeten wel zélf kunnen bepalen hoeveel uitloop ze incasseren. Die keuzevrijheid mag niet worden ingeperkt door perverse prikkels in de vorm van collegegeld dat drie keer over de kop gaat, zoals in de kabinetsvoorstellen. Je eerste en je zevende studiejaar zouden even duur moeten zijn. Je kiest dan zelf of je een jaar langer die studiekosten wil betalen, steeds via het sociale leenstelsel. Studenten houden zo de ruimte om zich breder te ontwikkelen, via keuzevakken, bestuurswerk en stages. Daarnaast moeten er middelen beschikbaar komen om een uitgebreidere beurzenstructuur op te tuigen, om belangrijk bestuurs-, verenigings-, onderzoeks- en vrijwilligerswerk binnen en buiten de universiteit te ondersteunen. Juist die ervaring geeft je bul gewicht.
Een sociaal leenstelsel moet ook ruimhartig de mogelijkheid bieden om een tweede studie, een tweede master, een extra minor of een speciale keuzevakkenpakket te volgen. Een sociaal leenstelsel staat of valt met zulk maatwerk in de uitloop. Alleen zo benutten we talent optimaal; alleen zo wordt Nederland echt competitief.
3. Terug investeren
Tot slot moet het onderwijs de eigen investering waard zijn, die in het sociale leenstelsel van je wordt gevraagd. De middelen die vrijkomen door het sociale leenstelsel mogen dus niet in het oplossen van de staatsschuld worden gestoken (dat doet dit kabinet), maar moeten terugvloeien in het onderwijs. Het sterke van dit plan is dat je deze en de andere randvoorwaarden deels kunt verwezenlijken, door het geld dat vrijkomt door het afschaffen van de basisbeurs.
Ook een sociaal leenstelsel zoals hierboven ontziet de student niet. Sterker nog, mijn plan kost de student uiteindelijk meer geld. Toch denk ik niet dat het malieveld zo vol zal zijn als vanmiddag. Dat komt omdat het om een vernieuwend, eerlijk en sociaal systeem gaat, waarbij de student meer is dan een melkkoe om gaten in de overheidsbegroting te dichten. Het zijn niet die extra kosten voor studenten – mijzelf incluus – die me dwarszitten aan het kabinetsbeleid. Het is het visieloze snoeigedrag dat me mateloos irriteert. Studies zijn niet bedoeld om een bul te halen, maar om een bul te verdienen. Dat doe je niet alleen in de collegezaal, maar ook daar buiten. Meebetalen prima, zolang studenten er wat voor terugkrijgen. Dat betekent zekerheid, keuzevrijheid, ruimte voor weloverwogen uitloop en vooral héél erg goed onderwijs.




Een sociaal leenstelsel hoeft natuurlijk niet door de overheid te worden gefaciliteerd. In het verleden, en momenteel nog steeds in goed gereformeerde kring, werden onderhands leningen uitgegeven. Een microkredietenstelsel zoals we dat nu ook kennen.
Systeem zou kunnen zijn dat een aantal mensen geld doneren in een fonds. Hieruit worden kredieten tegen een zeer beperkte rente uitgegeven aan studenten.
Als de student afgestudeerd is en een baan heeft gevonden, betaalt hij dit terug en kan er weer een nieuwe student van dit krediet gebruik maken.
Het systeem is afhankelijk van sociale verbondenheid.
Ik ben het volledig eens met het idee dat studenten hun eigen studie moeten betalen (uiteindelijk). Studeren is een investering die je vele malen terugverdient, zowel materieel als immaterieel. De overheid hoeft dan ook geen rol te spelen in de financiering, behalve voorzover geld een belemmering vormt voor minder bedeelden te gaan studeren. Met een sociaal leenstelsel hoeft niemand ervan af te zien om financiële redenen, het kan immers per definitie geen ‘strop’ worden, maar toch voelt iedereen de prikkel om tijdig af te studeren. Als een student besluit zich verder te ontplooien ten koste van een jaar studietijd, dan draagt hij daarvan zelf de lasten, wat zijn afweging te allen tijde zuiver houdt. Het is dus een vele malen beter systeem.
Ik meende dat het kabinet door deze bezuinigingen te doen, maar niet het onderwijsbudget te verlagen feitelijk al doet wat u overigens voorstelt. Hoe dan ook vind ik de besteding van het vrijgekomen budget een andere discussie; je kunt meer geld investeren in onderwijs zonder een sociaal leenstelsel in te voeren en vice versa. Toch deel ik ook de zorg om de houding van dit kabinet. Bezuinigen op onderwijs (anders dan door een sociaal leenstelsel of verhoging van collegegelden e.d.) zal vaak een ‘bezuiniging’ zijn die op de lange termijn meer kost dan oplevert.
Rutte over kabinetsplannen:
http://www.youtube.com/watch?v=KR4Q_ptj5W8
Inderdaad is het plan het bespaarde geld te investeren in het Hoger Onderwijs.
Het zal weinig mensen verbazen dat ik het hier dus niet mee eens ben. Daar heb ik meerdere redenen voor.
Voor mijn de belangrijkste reden: het faciliteren van onderwijs voor iedereen is de plicht van de overheid en van niemand anders. Lees er de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, de Rechten van het Kind en het Europees Verdrag ter Bescherming van de Rechten van de Mens maar eens op na. De overheid is verantwoordelijk voor het inrichten van het onderwijs, het handhaven van de kwaliteit ervan en de financiële kant van het onderwijs. De student kan dus niet eens gevraagd worden de financiën van het onderwijs op te lossen.
Opnieuw is het overigens niet Den Haag waar men de definitieve zeggenschap heeft over het beleid maar Brussel.
Een tweede punt is het gedrag van studenten in het verleden die de ministers en staatssecretarissen van nu zijn. Mensen als Mark Rutte, Maxime Verhagen, Jan Peter Balkenende en Marlies Veldhuijzen van Zanten hebben zich nooit zorgen hoeven maken om hun studieduur en hebben dan ook alles kunnen doen wat ze maar wilden (en vaak ook gedaan). Onze premier die de studenten dit aan wil doen, heeft zelf 7 jaar gedaan over een studie van 4 jaar (studie geschiedenis, van 1985 tot 1992). Vice-premier Maxime Verhagen deed 11 jaar over zijn studie geschiedenis (1975-1986) en zo zijn er nog meer voorbeelden. Interessant genoeg mag eigenlijk alleen de minister van Onderwijs, Marja van Bijsterveld, echt iets zeggen over de gemiddelde tijd die studenten nodig hebben om hun studie af te ronden aangezien zij de enige in het hele kabinet is die haar opleiding binnen de daarvoor gestelde 4 jaar heeft afgerond.
Studenten van de generatie van mark Rutte en de generatie daarvoor hebben hun studententijd maximaal kunnen benutten danwel uitbuiten. Als er een generatie is die mag opdraaien voor de studenten van nu, is het die generatie wel en ze moeten zeker niet de ellende die zij hebben veroorzaakt proberen af te wenden op de huidige generatie studenten, enkel en alleen zodat de bankiers hun bonussen kunnen houden.
Waar ik wel mee zit is dat de ene studie een beduidend hoger salaris oplevert dan de andere. Zou het fair zijn om dat te betrekken in een leenstelsel dat sociaal wil zijn? Ik begrijp natuurlijk wel dat dit een lastig punt is qua uitvoering maar de achterliggende realiteit (en dus de mogelijkheid tot terugbetaling) is er wel.
Wat me dan ook een noodzakelijke discussie toelijkt is de machtsverhouding tussen universiteit en student. Een student lijkt nu meer op een scholier die in de pas van de school en de leraar moet lopen dan een client die onderwijs inkoopt. Een sociaal leenstelsel kan dit m.i. niet negeren.
Tenslotte is er nog de scriptie als belangrijke vertrager voor teveel studenten. Het zijn er ook wel zo veel dat je dit niet simpelweg op het conto van ‘luie studenten’ kunt schuiven. Het lijkt me logisch dat hier eens kritisch naar gekeken wordt. Voorstel: scripties blijven alleen verplicht voor diegenen die AIO willen worden. In alle andere situaties wordt er naar andere toetsinstrumenten gezocht.
Edward: De mensenrechtenverdragen zeggen niets over de financiering van het hoger onderwijs. De UVRM sluit hoger onderwijs expliciet uit, evenals het VN-Kinderverdrag, dat overigens reeds niet van toepassing omdat studenten doorgaans volwassenen zijn, en het EVRM stelt niets over financiering.
U kunt vinden dat dit een plicht van de overheid is, maar daarmee is het nog geen mensenrecht.
Als u stelt dat de vorige generatie, de huidige regenten, een probleem hebben veroorzaakt door te lang te studeren is dat natuurlijk te meer reden het systeem nu aan te passen. Juist het feit dat zij zo lang op kosten van de maatschappij hebben kunnen studeren is aanleiding dat nu te veranderen. Anders is vooruitgang ten opzichte van een vorige generatie nooit mogelijk.
Johannes de Jong:
Ik vind dat ook het salaris dat iemand gaat verdienen zijn eigen verantwoordelijkheid is. Als je besluit Talen en Culturen van Mesopotamië en Anatolië te gaan studeren weet je dat je daarmee waarschijnlijk niet bijzonder veel geld gaat verdienen. Dan moet je ook de consequenties van die (overigens volstrekt legitieme) keuze dragen en niet de gemeenschap daarvoor op laten draaien.
Overigens is deel van het sociale aspect van het leenstelsel dat als iemand volstrekt onvoldoende gaat verdienen om zijn schuld af te lossen, deze wordt kwijtgescholden.
Veel sympathie voor het stuk van Harmjan en ben het in de meeste opzichten met hem eens: een sociaal leenstelsel moet studenten in staat stellen om extra studiejaren ‘bij te kopen’ wanneer zij dat zien als investering in zichzelf, en de overheid mag niet tijdens het spel de regels veranderen als het gaat om financiële verplichtingen die de burgers aangaan.
Daarom snap ik het contrast niet dat Harmjan met de hypotheekrenteaftrek: op dat onderwerp heeft de CU blijkbaar geen moeite met een ‘onbetrouwbare overheid’ die tijdens het spel de regels verandert… Enneh, steeds de woorden “hypotheekrenteaftrek” en “riante villa’s” in één zin combineren is ook een staaltje links dogmatisme: de meeste gezinnen die de HRA keihard nodig hebben om rond te kunnen komen, wonen niet in riante villa’s…
Een betrouwbare overheid vereist dat de voorwaarden voor aangegane verplichtingen niet worden veranderd voor bestaande gevallen die te maken hebben met die verplichting. Dat geldt voor studiefinanciering en m.i. ook voor de hypotheekrenteaftrek.
Toch vond ik het verhaal van Halbe Zijlstra best plausibel: twee jaar uitloop mogen hebben is best ruim (daar zit dat jaar ‘bestuurswerk’ al in, en dat hoeft ook helemaal geen netto jaar extra te kosten – je doet het er ook deels náást) -en daarna nog mogen lenen. Je moet toch wel èrgens een grens trekken…zolang dat inderdaad maar niet bestaande gevallen voor een voldongen feit stelt.
Als laatste nog even over het idee van Johannes de Jong (terugbetaalregeling differentiëren obv inkomen) – die zou ik eerder omdraaien. Als een studie resulteert in een hoger salaris, dan was er blijkbaar maatschappelijk meer vraag naar die kennis. Dat moet je niet straffen. Eerder andersom: als iemand “Talen en culturen van Mesopotamië en Anatolië” wil studeren, dan kun je daar niet van eten. Het is, met andere woorden, een hobby. En studiefinanciering is er niet om hobby’s te bekostigen.
Beste Alex en Benjamin, het voorbeeld dat jullie kozen gaat volledig voorbij aan het feit dat er zat maatschappelijk relevante studies zijn die een gewone baan opleveren maar niet perse een hoog salaris. Ik ben me ervan bewust dat de lening wordt kwijtgescholden als iemand die lening niet kan voldoen maar ook dat is eigenlijk niet waar mijn losse gedachte over ging. Ik geloof dat er best wel argumenten te bedenken zijn tegen mijn voorstel maar kom dan wel met de juiste argumenten.
Johannes, als je wilt kijken naar de relatie tussen studie en inkomen dan lijkt me het voorbeeld van Benjamin mbt Anatolië-kunde wel degelijk relevant.
Het belang van studeren wordt namelijk altijd met twee kernargumenten verdedigd:
1) De student sorteert met een studie voor op een hoger inkomen -de studiekosten zijn dus ‘een investering in jezelf’.
2) De Nederlandse ‘kenniseconomie’: we moeten hoogwaardige kennis opdoen om in de wereldeconomie te kunnen meespelen.
Anatoliëkunde heeft met beide kernargumenten niets te maken – dit werpt dus de vraag op of je als maatschappij wel studies moet bekostigen die geen economisch nut hebben voor ‘Nederland kenniseconomie’, en die óók nog eens geen economisch voordeel voor de student bieden – met als gevolg dat Vadertje Staat voor de studiekosten moet opdraaien. Kost veel, levert weinig op.
Sterker nog: je zou de vraag dan ook eens moeten omdraaien: als iemand zónder opleiding, of met een opleiding die niets met zijn baan te maken heeft, zich een hoog inkomen verwerft, moet je die dan maar minder belasting laten betalen? Die heeft zijn hoge inkomen namelijk niet te danken aan de maatschappij maar aan zijn eigen inspanning. Kost weinig, levert veel op.
Ik ben me ervan bewust dat dit een discussie opwerpt over de ‘zuivere wetenschap’, maar als economische argumenten worden ingebracht (waarde voor de student, waarde voor Nederland kennisland), dan moet je ook economisch afrekenen. En dan vind ik het een verkeerd signaal om wel te moeten terugbetalen als je studie ook iets oplevert voor Nederland kennisland, en niets te hoeven terugbetalen als je studie dat niet doet.
Daar tussenin zit natuurlijk de ‘gewone baan met niet persé hoog salaris’, maar dit land telt een hoop mensen die dat soort banen bereiken zónder er eerst 6 jaar studie in te moeten investeren. Kortom dan zijn bij dat soort banen vraag en aanbod blijkbaar niet echt in evenwicht, als er salarissen worden betaald die niet conform het opleidingsniveau zijn.
Wat me nog wel het meest stoort aan de relatie tussen inkomen en terugbetalen, is dat er de aanname aan ten grondslag ligt dat wat iemand verdient ook het maximale is dat hij zou kúnnen verdienen. Alsof ‘underperformance’ nooit iemands eigen verantwoordelijkheid is. Er zijn veel mensen in dit land die de rekensom maken en daarom het ambitieniveau maar een beetje naar beneden bijstellen. Uiteraard moet je ook wegblijven van het andere extreem, maar het creëren van een incentive op het volgen van een maatschappelijk irrelevante studie en het daarna in baantjes onder je niveau blijven hangen, vind ik wel het verkeerde signaal. Hooguit kun je het terug te betalen maandtarief naar beneden bijstellen wanneer het bestaansminimum in zicht komt, maar werken moet wel blijven lonen – anders krijgen we niet genoeg studenten die de studies gaan volgen waar ‘Nederland kennisland’ echt iets aan heeft.
@ Benjamin Rietveld:
Dus omdat voorgaande generaties de boel hebben misbruikt en in het honderd hebben laten lopen, moeten de huidige en komende generaties daarvoor boeten?
Op z’n minst een interessant standpunt waar ik het niet mee eens ben. Eerst de generatie laten boeten die misbruik heeft gemaakt en daarna pas andere generaties. Er wordt al teveel ingeperkt voor toekomstige generaties door de generatie die overal met volle teugen van heeft kunnen profiteren.