Internationalisering is een zegen, maar ook een probleem. Een probleem voor de nationale democratie.
Onze democratie is onrustig bezit, maar op onderdelen misschien niet onrustig genoeg. Politici kijken vooral bezorgd naar de rol van het stemvolk, dat massaal zijn interesse voor de toekomst van de polis zou zijn verloren. Ondertussen voltrekt zich onder luid applaus van diezelfde politici een ernstige aantasting van de democratische legitimiteit van besluiten over die toekomst. Steeds meer beleid van de Nederlandse regering is geen uitkomst meer van een debat in het parlement, maar van een onderonsje tijdens een internationale top of een vergadering in Brussel.
Internationale afspraken hebben soms direct, maar veel vaker indirect gevolgen voor Nederland. Thierry Baudet, een promovendus aan de universiteit van Leiden, schreef onlangs dat onze nationale soevereiniteit op de tocht staat vanwege mensenrechtelijke verdragen. Op basis van die verdragen bepalen rechters uit Rusland en Roemenië in het Europees Hof voor de Rechten van de Mens de invulling van vage normen in Nederlandse wetgeving. Duidelijk is dat we daarmee de democratische grip op debatten over bijvoorbeeld homohuwelijk, abortus, man-vrouw verhouding en vele andere kwesties kwijt dreigen te raken.
In Europa is het niet anders. Weliswaar is daar enige vorm van democratie (het Europees Parlement), maar een echte democratische legitimatie van besluitvorming bestaat niet. Daarvoor is de besluitvorming te weinig transparant, gaat ze over teveel schijven en is de politieke cultuur te onontwikkeld. Precies om die reden verzanden Europese verkiezingscampagnes vaak in een pro-en-contradebat over Europese integratie. Een inhoudelijk debat over de invulling van Europese regels is werk voor experts.
Opmerkelijk genoeg is een meerderheid van de Nederlandse politieke partijen warm pleitbezorger van veel van die internationale afspraken. Het belangrijkste argument: Nederland heeft een open economie en we zijn voor onze economische groei sterk afhankelijk van andere landen. Dat is natuurlijk een waarheid als een koe, maar een drogreden als je er de uitverkoop van onze juridische en beleidsmatige autonomie mee rechtvaardigt. Het is opvallend dat juist een partij als D66 een grote fan van internationale en Europese supranationaliteit is. Terwijl de partij in eigen land millimetert over een gekozen burgemeester en het snoeien in bestuurslagen, doet ze de democratie geweld aan door over de grens grote bevoegdheden weg te schuiven en te weinig kritisch te kijken naar nieuwe internationale afspraken.
Het wordt tijd dat we afscheid nemen van dat ongebreidelde enthousiasme over Europa, internationale compromissen en verdragsorganisaties met veel bevoegdheden. Er is behoefte aan een kritische toets van nieuwe internationale afspraken door nationale parlementen. En de Nederlandse regering moet de boer op om het, op sommige punten monsterlijke, internationale rechtsstelsel terug in het hok te jagen. Alleen dan houden we de democratische legitimiteit en rechtsstatelijkheid overeind. Dat is waar de dwalende burger behoefte aan heeft. En laat die gekozen burgemeester dan maar zitten…



Uitstekend stuk Harmjan, hier ligt inderdaad een groot democratisch probleem, en één van de grootste oorzaken waarom intussen zo’n één op de vijf Nederlanders achter Wilders aanloopt.
Ik hoop dat de CU-volksvertegenwoordigers dit stuk lezen en er ook de consequenties uit trekken. Eén van die consequenties is dan dat we niet “Halleluja” roepen als het EHRM onze nationale politiek overrulet als het gaat om bijvoorbeeld immigratiezaken, en dat we het kabinet steunen in de beweging naar meer nationale zeggenschap.
Dat we daarin dus geen opportunistische politiek voeren maar een principiële: hoe vervelend het ook is dat Leers een beslissing neemt die wij inhoudelijk niet steunen – het grotere en belangrijkere punt is dat die beslissing aan Leers is, en niet aan Europa.
Ik vond het al zo raar dat CU tegen de Europese Grondwet was in 2004 en ik heel erg voor. En ik was toen best ingelezen: de samenvatting had ik gelezen en het hele boekwerk besteld.
Maar je analyse snijdt hout. En Peter van Dalen doet goed werk in Brussel, hij laat zich zien.
Vreemde conclusie wordt getrokken voor een Christen. De vrijheid van Godsdienst is in betere handen bij Europees Hof voor de Rechten van de Mens dan in de Staten Generaal.
De term nationaal en internationaal is ook relatief. Hoe groot kun je denken? Voor een Limburger is Amsterdam meer buitenland dan Aken, maar juridisch ligt het anders.