Je zou het bijna vergeten, maar het CDA is niet ongehavend uit de verkiezingsstrijd gekomen. Het CDA likt de wonden. Dat deed ze onder meer door een evaluatiecommissie, onder leiding van de Limburgse gouverneur Léon Frissen, te laten kijken naar het reilen en zeilen van het CDA in de afgelopen jaren met als climax de verkiezingscampagne die op 9 juni zo desastreus eindigde. Een interessante vraag is dan, vooruit kijkend, welke lessen de ChristenUnie kan trekken uit de fouten die het CDA in het verleden maakte.
De commissie Frissen heeft drie hoofdoorzaken aangewezen die hebben geleid tot de ongekende nederlaag van het CDA. [1] Een verwaarlozing van de inhoud en het profiel. Daardoor de verbinding met de kiezers, hun zorgen en hun perspectief voor de toekomst verloren. [2] Een partijcultuur die een inhoudelijke teloorgang mogelijk maakte en geen eigentijdse vertaling van standpunten kon genereren. Inhoudelijke vernieuwing werd gezien als een bedreiging in plaats van als een verrijking. [3] Met een desastreus effect op het werving- en selectiebeleid, wat de partijorganisatie op had moeten vangen, maar die schoot hierin tekort. Kortom, inhoud & profiel, partijcultuur en partijorganisatie. Daar ging het mis bij het CDA. Volgens Frissen gevolgen van het falen van partijbestuur en het Wetenschappelijk Instituut.
Inhoud & profiel
We kunnen positief beginnen. Van een verwaarlozing van de inhoud lijkt bij de ChristenUnie geen sprake. Het Wetenschappelijk Instituut timmert onder leiding van Gert-Jan Segers flink aan de weg. De publicatie van degelijke en eigentijdse documenten over een breed scala aan onderwerpen dragen bij aan het verdiepen en versterken van de inhoud van de ChristenUnie. Het DVD-project (Dienstbaarheid, Vrijheid, Duurzaamheid) dat “het verhaal van de ChristenUnie in drie kernbegrippen samenvat” is daar een goed voorbeeld van.
Het bewaren van een stabiel profiel is moeilijker voor de ChristenUnie. Het feit dat de ChristenUnie de laatste jaren door buitenstaanders in het linkerkamp wordt geplaatst, is daar een voorbeeld van. Het profiel moet scherper. Het moet bij de volgende verkiezingen voor (bijna) elke kiezer duidelijk zijn waar de ChristenUnie voor staat. Het profiel van de ChristenUnie is zijn Permanente Campagne.
Partijcultuur
De selectiecommissie voor de kandidatenlijst van de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen had twee nieuwelingen op verkiesbare plekken geplaatst. Terecht. Deze verandering van samenstelling is nodig om een fractie scherp te houden. Een gevaar voor de huidige fractie met 5 “oude” Kamerleden, is dat bepaalde ideeën en patronen ingesleten raken. De verschillende fractieleden moeten ervoor zorgen dat hun ervaring geen probleem wordt doordat ze veranderingen in de weg staat die verbeteringen kunnen zijn. Veranderingen zorgen voor scherpte. Scherpte houd je bij de tijd en bij de achterban.
Waar de komende jaren ook in geïnvesteerd moet worden is het creëren van een discussiecultuur binnen de partij. Op dit moment is er geen fatsoenlijke vorm van intern debat binnen de partij. Voor mij werd dit overduidelijk tijdens het verkiezingscongres afgelopen april. Kiesverenigingen maakten gebruik van hun recht om de kandidatenlijst te wijzigen. Een groot recht. Maar behalve argumenten vóór zo’n wijziging, zouden er ook geluiden moeten zijn die zich tegen een bepaalde wijziging uiten. In mijn ogen lag die rol bij het partijbestuur en bij de leden die tegen een dergelijke wijziging waren. Het partijbestuur schoot tekort in het verdedigen van een door zichzelf aan het partijcongres voorgelegde concept kandidatenlijst. Doordat ze zweeg leek het alsof het partijbestuur de wijzigingen steunde. Het partijbestuur had vierkant achter de selectiecommissie en achter de concept-kandidatenlijst moeten gaan staan. Nu kon het gebeuren dat de noodzakelijke vernieuwing lastiger of niet doorgevoerd kon worden, zonder noemenswaardig debat. We hoorden argumenten om kandidaten op een hogere plaats te zetten, maar we hoorden geen argumenten om kandidaten niet te laten zakken op de lijst.
Partijorganisatie
De ChristenUnie moet ook aan haar eigen toekomst denken. Het is van belang dat er een voldoende mate van vernieuwing mogelijk blijft binnen de partij. Zo wordt voorkomen dat er talenten worden verspeeld. En het zou kunnen dat dit moet gebeuren door zittende ervaring plaats te laten maken voor opkomend talent. Hier zou de ChristenUnie meer oog voor moeten hebben.
De belangrijkste les uit het rapport Frissen is wellicht het rekening houden met een leiderschapswissel. Is de ChristenUnie voorbereid op een eventueel vertrek van André Rouvoet? Ik weet het niet. Ik weet wel dat er in mijn ogen geschikte opvolgers rondlopen.
Lessen
Er zijn de komende oppositieperiode taken voor het partijbestuur, het WI en de Tweede Kamerfractie van de ChristenUnie. Zij zijn het die de inhoud & profiel scherp moeten houden. Zij zijn het die bij kunnen dragen aan een verbetering van de partijcultuur door het stimuleren van intern debat. Zij zijn het die moeten staan verversing van talenten en voor bestendig leiderschap.



Bravo, Rinze! Mij uit het hart gegrepen. Fijn om te zien dat er visionaire en ondernemende mensen rondlopen bij de ChristenUnie.
Interessant stuk maar ook tekenend. Als we kijken naar punt 2, gaat de schrijver daar in feite niet op in. Wat de Rinze Broekema schaart onder “partijcultuur” hoort eigenlijk thuis onder “partijorganisatie” en dat is feitelijk goed te begrijpen.
Want niet alleen het CDA is niet in staat om de partijbeginselen om te zetten in ideeën die in de moderne tijd passen. Recent heeft er hier op Opunie.nl nog een felle discussie gewoed over abortus waaruit bleek dat de huidige opstelling van (een groot deel van) de CU-achterban nog precies hetzelfde is als 60 jaar geleden.
Eenzelfde situatie doet zich voor in de discussie over de zondagsrust. Er zijn talloze analyses van economen, zowel nationaal als internationaal, die allemaal tot dezelfde conclusie komen: handhaving van de zondagsrust is onverantwoord in de huidige tijd omdat het verlies van een dag het verschil kan zijn tussen economisch overleven en faillissement. Een land als Japan, waar atheïsme de norm is en er op geen enkele manier rekening gehouden wordt met de religieuze gevoelens van de burger, zal echt geen rekening houden met de EU of de VS als het gaat om de internationale handel en verwacht, zo niet eist, dat er op zondag zaken gedaan kunnen worden.
Kleinschaliger zie je het ook. Mijn broer heeft een lange tijd gewerkt in Katwijk en daar is zondagsopenstelling niet bespreekbaar. Het filiaal in Katwijk van de winkelketen waar hij werkt, heeft in december altijd een lagere omzet dan de filialen in steden in de directe omgeving. Er zijn jaren bij dat het verschil wel 20% was. Dat zorgt voor een dermate groot omzetverschil over het gehele jaar gemeten dat de directie van de winkelketen in kwestie overweegt de vestiging in Katwijk te sluiten.
En zo zijn er nog voldoende voorbeelden te noemen maar ik nodig een ieder uit die zelf op deze website te zoeken. Het heeft echter ook een positieve kant en die gaat over de identiteit van de ChristenUnie. Iedereen weet precies waar de ChristenUnie voor staat:
conservatisme met een duidelijke “vroegah was alles betah” houding.
@Edward: De ChristenUnie heeft het nooit over vroeger. Jij bent degene die “vroegah” erbij haalt. Overigens, als ik zie hoe opgefokt het Japanse sociaal-economisch leven is denk ik: daar moeten wij niet heen. Werken is gezond, hard werken is gezonder, dat is ook een goede christelijke mentaliteit, maar in Japan is werken tot een afgod gemaakt.
===
Het stuk van Rinze vind ik leuk geschreven en met zinnige inhoud. Inderdaad timmert de CU inhoudelijk aardig aan de weg. Het zou nog beter kunnen, door niet alleen buitenstaanders de schuld te geven van het linkse imago, maar ook te kijken in hoeverre dat met een veranderde inhoudelijke stellingname van de partij te maken heeft. Roel Kuiper gaf daar een aanzetje voor toen hij “christelijk-sociaal” bekritiseerde. Daarop voortbouwend zouden we de diepte in moeten gaan: welke historische wortels heeft “christelijk-sociaal”, hoe komt dat terug in het CU-gedachtegoed en waarom heeft dat ons een links imago opgeleverd?
Wat de vernieuwing betreft wil ik wel een kritische kanttekening plaatsen. Er zijn in het verleden wel voorbeelden van Kamerleden die te lang zijn blijven zitten. Meindert Leerling was er zo een, vind ik. Ondanks zijn kwaliteiten en de successen die hij de RPF begin jaren tachtig bracht, had hij er beter aan gedaan om aan het eind van dat decennium terug te treden. De ingesleten patronen die Rinze constateert, waren er bij Leerling en dat zorgde dat de partij stagneerde. Maar om dit nu te zeggen in relatie tot de huidige fractie… De enige die er al langer dan tien jaar zit is André Rouvoet. Voordewind, Ortega en Wiegman zijn eigenlijk nog zo groen als gras. Pas vier jaar Kamerlid. Hier moet je ook de CU-traditie in het oog houden. Mensen moeten niet dogmatisch vasthouden aan de door hen veroverde plek in de Kamer, maar je moet evenmin dogmatisch de fractie elke vier jaar willen verversen met nieuwe mensen.
Chapeau voor het aankaarten van het gebrek aan discussiecultuur. Men is te huiverig voor verschillen van mening. Overigens vraag ik me af of het veranderen van de kandidatenlijst door de achterban daar een teken van is. Assertiviteit van de achterban lijkt me juist goed voor de discussiecultuur. Alleen had het bestuur die achterban er inderdaad op moeten wijzen, dat ze in oktober 2009 zélf op een CU-congres nog had besloten dat de lijst vernieuwd moest worden. Daar wees Ad de Boer bv op in een artikel in het ND. Als je de achterban confronteert met haar eigen besluit van een half jaar eerder, dán heb je discussie.
Leiderswissel komt denk ik wel goed. Wat mij betreft neemt Voordewind het over. Ik ben het niet altijd eens met hem en vind dat evangelischen, gezien het nog altijd beperkte percentage dat ze vormen in de achterban, een te groot stempel op de partij drukken, maar hij lijkt me de meest geschikte om het CU-standpunt uit te dragen. Maar gaat Rouvoet bij de volgende verkiezingen weg? Of maakt hij straks dezelfde fout als Leerling?
@edward Sorry, maar dat is een karikatuur waarin je je eigen ontologische uitgangspunten bevestigd ziet.
Goed artikel maar ik ben het als actief CU lid met veel dingen niet eens.
Je vergeet bijvoorbeeld te zeggen dat de ChristenUnie ook fors heeft verloren. Bijna 20% in stemmenaantal. Binnenkort worden de resultaten van een onderzoek daarvan gepresenteerd.
Verder zeg je: “de ChristenUnie de laatste jaren door buitenstaanders in het linkerkamp wordt geplaatst”. Dat is echt weer zo’n reactie waar ik kriegelig van wordt. Het zijn altijd “de anderen” die het doen. Een groot deel van de achterban heeft zorgen bij de linksige koers van de partij. En die noem je dan buitenstaanders? Dit geeft precies het probleem aan; een kloof met de achterban, precies als bij het CDA. De CU is aantoonbaar een wat andere koers gaan varen. En nu klagen over beeldvorming is kinderachtig; beeldvorming heb je namelijk altijd aan jezelf te danken. Daarom vond ik het een verademing om André Rouvoet weer eens te zien in een weergaloos goed optreden bij P&W waarin hij de constitutionele monarchie verdedigde en daarin werd bijgestaan door Jeroen van der Veer. Het is goed om ook weer eens duidelijk stelling te nemen op een ‘rechts’ onderwerp. Wat mij betreft een positieve wending.
Je noemt het gedoe rondom de kandidatenlijst. Ook hier liepen het bestuur en de selctiecommissie weer voor de muziek uit en hadden niet in de gaten wat er leefde in de achterban. Heb je er misschien aan gedacht dat de weerstand uit de achterban over de nieuwe kandidaten misschien niet alleen zat in het vernieuwen, maar ook in de inhoud en het profiel van de kandidaten? Kijk nu eens naar de eerste 10 – 12 kandidaten van de lijst en geef eens aan hoeveel kandidaten daar opstaan die veruit het grootste kiezerspotentieel vertegenwoordigen van de ChristenUnie, namelijk de wat meer behoudende christenen die qua aantallen met name te vinden zijn in het deel van de PKN dat vroeger Hervormd was en dan vooral de Bonders? Staan er uit die kring mensen klaar om de huidige top op te volgen?
@Rolf: Goed punt Rolf. Als ik naar mijn onderzoek kijk, in ieder geval voor de jaren tachtig, was ongeveer de helft van de EO/ RPF achterban hervormd (en daar weer de helft van bonder). Mensen uit die hoek zie je niet meer terug in de top van de kandidatenlijst. Je ziet aan de lijst duidelijk dat er werkgroepen zijn geweest voor evangelischen en vrouwen. Dat is tot op zekere hoogte goed, maar kan ook doorslaan.
Maar toch moet er ook relativering zijn, denk ik: de ChristenUnie en ook de RPF hebben altijd een top gehad die vooruitstrevender was dan de basis. De achterban greep bv ook in 1982 in om vernieuwing van de lijst (met o.a. Andries Knevel op een hoge plaats) tegen te houden. Dat is niet alleen omdat die kandidaten te links of te eenzijdig zouden zijn: er zit ook een stuk conservatieve reflex in. Dat is niet goed want dan worden nieuwe mensen tekort gedaan met als doel, om zittende mensen niet tekort te doen.
Daarnaast blijf ik het oneens zijn met de manier waarop je een soort “enige ware” achterban neerzet. Ik ben het met je eens dat het conservatieve deel vaker gehoord moet worden. Maar uit jouw bijdragen proef ik een toon, alsof dat het enige deel van de achterban zou moeten zijn dat gehoord moet worden.
@ Remco van Mulligen:
De ChristenUnie heeft het inderdaad nooit over vroeger. De zaken die de partij voorstaat, spreken namelijk wat dat betreft voor zich.
Dat we niet de kant van Japan op moeten, ben ik geheel met je eens. Als een van grootste economieën in Azië kan Japan echter niet genegeerd worden. Als Japan eist dat er op zondag zaken gedaan worden, zal de EU daarin mee moeten of een forse economische aderlating moeten doen.
@ Piet:
Sorry, maaar dit comment zal je even uit moeten leggen. Een losse kreet zonder onderbouwing kan ik niks mee.
Mag ik ten dele inhaken inzake het fletse profiel van de CU? Dan geef ik tevens een knipoog naar de PVV perikelen van de laatste dagen. Fasten your seatbells… Komt ie:
Echte godsdienstvrijheid bij rechts in betere handen
Nov 18th 2010BBrouwer1970Open Podium
Met het opstappen van PVV-kamerlid Sharpe lijkt er een voorlopig einde te zijn gekomen aan het menselijk falen binnen de PVV. Het is ironisch dat het door de PVV te vuur en te zwaard verfoeide straatterrorisme nu de ‘partij’ zelf van binnenuit leeg vreet. Zo goed en kwaad als het gaat moddert men voort. Vooralsnog lijkt het electoraat niet bereid de beweging te laten vallen. Dat is een opsteker voor Wilders, die er nog een hele klus aan zal hebben capabele en brandschone kandidaten, als die überhaupt bestaan, voor de Eerste kamerverkiezingen van maart volgend jaar bijeen te vergaren.
Even of misschien nog wel meer onwelriekend dan de onmin binnen de PVV afgelopen weken was de linkse oppositie in de Tweede Kamer die als een horde ware bloedhonden probeerden het leven uit het minderheidskabinet te zuigen. Uiteraard lieten de VVD en CDA met gedoogsteun van de PVV zich niet van de wijs brengen. Premier Mark Rutte, wat een verademing na Jan Peter Balkenende, hield vast aan het adagium volks eer ‘s lands wijsheid. Terecht liet Mark zich niet in de kaart kijken en verwees hij vriend en vijand naar het interne karakter van de vermoedelijk voorlopig voorbije PVV perikelen.
Wat heeft een en ander ons nu te zeggen? Op de eerste plaats staat het joods-christelijke karakter van een club als de PVV op de tocht. Sterker nog de PVV is een merendeels seculiere club waarin menselijke gebrokenheid welig tiert. Het beroep op een joods-christelijke levenshouding is een doekje voor het bloeden om vooral de islamisering van Nederland terecht te hekelen. De PVV is helaas inconsequent als zogenaamde belangenbehartiger van de joods-christelijke cultuur, neem alleen al het gegeven dat de partij zich niet keert tegen bijvoorbeeld de verruiming van het aantal koopzondagen in dit land. Toch is er ook een keerzijde, want inzake euthanasie en abortus is de PVV contra D66 en de VVD en zodoende een vriend van de christelijke partijen. De rechtse beweging van Wilders is dan ook niet voor een gat te vangen in het politieke krachtveld en 100% seculier is de partij van Wilders ook weer niet helemaal te noemen. PVV’er, europarlementarier en theoloog Lucas Hartong is hier het sluitende bewijs van.
Zoals eerder gesteld en ter verduidelijking: menselijke gebrokenheid is rechtstreeks voortgekomen uit de zondeval en rebellie tegen God. Vertaald naar de Haagse politiek zijn er schapen van bokken te scheiden en ligt de sympathie meer bij rechts dan links. Links heeft bergen boter op het hoofd als het dezer dagen gaat om het onder het vergrootglas leggen van de besognes van Wilders. Gewelddadig extremisme, neem de moord op Pim Fortuyn, komt meer uit linkse hoek, dan uit de rechtse hoek. Ook in het demoniseren en het volk schrik aanjagen met wat er allemaal niet voor rampsspoed op ons af zou komen bij een centrum-rechts beleid is men heer en meester. Maar kijk en lees eens goed, voorlopig doet Rutte het als premier van alle Nederlanders verrekte goed en worden de gefakte en kunstmatig in het leven geroepen angsvisioenen door links geenszins waar gemaakt!
De grootse cultuurrelativisten en cultuurverlakkers zitten binnen links. Deze week nog toonde Rutte zich een klassiek liberaal door niet te willen tornen aan de rol van het koningshuis en hoe je er ook over denkt, voor mij mag de invloed van Bea een tandje minder, Rutte toont zich hier een premier die volop in de joods-christelijke en humanistische cultuur wil staan. Hoe anders het addergebroed van D66, GroenLinks en grote delen van de PvdA. Partijen die meer op hebben met coffeeshops en hoererij dan met het recht willen doen aan de historische wording van Nederland. Waarin van origine gore uitwassen als coffeeshops geenszins hun plek hadden. De roaring sixties hebben meer kapot gemaakt dan ons lief had moeten zijn.
Het andere wrange is dat juist partijen als het CDA en de CU zich mee laten zuigen in het koor van gelijkheidsdenkers. Is er ooit met de grondwettelijke pen uitdrukking bepaald dat godsdienstvrijheid, ook echt godsdienstvrijheid voor allen is? Ja, zullen voorstanders zeggen, gelijke monniken, gelijke kappen. Nee zeg ik u dan: godsdienstvrijheid is geen godsdienstgelijkheid en zeker niet anno 2010 met een wassende islam. Wilders heeft hier als ongelovige een waar punt mee gescoord. Neem de controverse deze week rondom het islamitische offerfeest. De Partij voor de Dieren van M. Thieme hekelt het rituele, wrede en onverdoofde slachten van schapen. De CU, een notabene christelijke partij, in naam dan, serveert dat af als flauwekul, omdat de godsdienstvrijheid in het geding zou zijn. Met dergelijk geitenwollensokken gedrag komen we er wel. Niet dus. Arme schapen.
Zoals het welig tierende straatterrorisme de PVV van binnenuit heeft aangevreten, zo vreet het geest ondermijnende gedrag van partijen zoals het CDA en de CU de joods-christelijke erfenis steeds verder aan. Krampachtig blijft men worstelen met de idioterie van overdreven godsdienstvrijheid, ondertussen zwermen christelijke kiezers massaal uit over rechtse partijen als de PVV, de VVD en de SGP die er, laat het gezegd zijn, terecht met de christelijke bodemschatten vandoor zijn gegaan. Ironisch, maar waar.
Ik denk wel dat Rolf een punt heeft met zijn observatie dat een groot deel van de achterban conservatiever en/of rechtser is dan de partijtop. Dat is overigens ook een grote parallel met het CDA.
Deze ‘verlinksing’ heeft mi overigens weinig te maken met de toegenomen invloed van evangelischen. De theologische wortels van de meeste evangelischen liggen in de VS: daar is ‘social justice’ een hot topic in de evangelische wereld, tegelijk vindt men het daar in zijn algemeenheid ‘social justice’ eerder een taak van de kerk dan van de staat, m.a.w. de boodschap van ‘social justice’ krijgt een redelijk conservatieve politieke vertaling, zelfs, of misschien juist wel, in ‘links’ georiënteerde kerken. Ik ken veel evangelischen die om deze reden VVD zijn gaan stemmen: de staat moet in elk geval kleiner en de rest regelen we in de civil society wel. Dit even om te relativeren dat evangelische invloed persé een linkse koers moet opleveren.
Ik moet eerlijk bekennen dat ik nogal met mijn oren stond te klapperen toen in in de laatste editie van HandSchrift Esmé Wiegman zonder blikken of blozen de Messiaanse opdracht in Jesaja 58 hoorde benoemen als een “politiek mandaat”. Letterlijk het najagen van een ‘heils-staat’.
Mijn inschatting is dat de ‘verlinksing’ niet zozeer wordt veroorzaakt door een bepaalde kerkelijke achtergrond, maar door het feit dat er veel te weinig mensen uit de ‘verdiensector’ zijn vertegenwoordigd in de top van de partij. Bijna allemaal mensen met een achtergrond in overheidsinstanties of non-profit organisaties. Daar ga je op een bepaalde manier van denken, denk ik.
@ Bert Brouwer:
Als we trouw moeten zijn aan de “historische wording van Nederland” zouden we juist alle invloeden van buitenaf moeten verwelkomen zoals de inwoners van ons land (onder welke naam het ook bekend was) al sinds de Middeleeuwen doen. Het is niet voor niets dat wetenschappers al decennia zeggen dat de Nederlandse cultuur niet bestaat want het beste wat er over de Nederlandse cultuur te zeggen valt, is dat deze veranderlijk is en een smeltkroes van elementen uit diverse culturen.
Ben je het hier niet mee eens, zou je eigenlijk ook het Christendom moeten afzweren. Ook dat is binnengekomen van buiten.
Ook op het gebied van godsdienstvrijheid staat gelijkheid voorop. Wat voor de een geldt, geldt ook voor de ander. Of het ooit zo bedoeld is, doet niet ter zake. Volgens de letter van de Grondwet geldt de vrijheid van godsdienst voor alle religies en niet alleen voor het Christendom en het Jodendom. Er zal geen rechter zijn die ooit zal stellen dat de Islam geen aanspraak kan maken op de rechten die met artikel 6 van de Grondwet zijn vastgelegd omdat er dan problemen komen met artikel 1. Om nog maar te zwijgen wat het Europees Hof dan zou doen.
@Remco van Mulligen: Het spijt me als ik de indruk wek dat het wat meer behoudende deel van de achterban de enige ware is. Dat is zeker niet mijn bedoeling. Het gaat mij echt om het evenwicht en wat meer aandacht voor die groep. Als ik daarin doorsla is dat inderdaad niet goed. Mijn gedrevenheid komt enerzijds voort uit electorale overwegingen, 8 zetels is beter dan 5, maar ook vanuit de overtuiging dat de ChristenUnie de partij zou moeten zijn voor een zo groot mogelijke groep confessionele christenen. Dat houdt automatisch in dat je politieke profiel niet te links, niet te rechts, niet te hoogdravend, niet te simpel, niet te groen, niet te … etc. moet zijn. Ik realiseer me heel goed dat dat een enorme uitdaging is. Maar wel eentje die het waard is om nagestreefd te worden lijkt me.
@Alex: Helemaal mee eens. Ook over je laatste opmerking. Meer mensen uit de private sector in de partij. En dat begint met meer oog voor die sector. Dan moet je bijvoorbeeld geen voorstel indienen om de verlaging van de vennootschapsbelasting terug te draaien zodat er minder of niet bezuinigd hoeft te worden in het onderwijs.
@Rolf: Ik ben het met je eens dat een correctie gewenst is (al was het alleen maar van de beeldvorming) en dat de ChristenUnie niet zozeer een ‘partij van de overheid’ is maar veel meer een ‘partij van de samenleving’. Zie het recente stuk van Carola Schouten hier. Maar is het niet vooral de grote uitdaging om uit te zoeken wie (overheid, markt of samenleving) wat moet doen? En als je dat weet, ga dan ook maar volle kracht vooruit. Voor duurzaamheid, voor goede zorg, voor goed ondernemersschap, voor bescherming van kwestbaar en ongeboren leven enzovoort.
Jij stelt voor om een veilig midden op te zoeken. Maar als we het er bijvoorbeeld over eens zijn dat prostitutie/vrouwenhandel een hemeltergend onrecht is dat zonder overheidsingrijpen niet bestreden kan worden, dan ben ik voor een sterkere overheid.
Maar wanneer het bijvoorbeeld gaat om de zorg zal er een verschuiving moeten komen van overheid (niet naar de markt maar) naar de samenleving en de onderlinge zorg.
Kortom, eerst goede bezinning op de beperkte overheidstaak, een moreel begrensde markt en een betrokken samenleving van verantwoordelijke burgers. En als je weet wie waar primair voor verantwoordelijk is, kun je daarna soms ‘liberaler dan liberalen’ zijn (zoals bij de woningmarkt) en dan weer ‘groener dan de groenen’ (vrij naar Peter Mulder).
@Edward:
@ Edward
Ik kan je dus met een gerust hart scharen in het kamp van de cultuurrelativisten. Toch leuk om dat terug te lezen, maar je geeft wel een brevet van onvermogen af. Vermoedelijk denkt de CU-top er ook zo over en je begrijpt dat blijft van mijn kant het hekelen waard.
@Edward:
Onder ‘Partijcultuur’ ga ik in op waar voor mij een zwak punt zit voor de ChristenUnie als het gaat om dit onderwerp. Dat is mijn inziens het gebrek aan een discussiecultuur. Dat illustreer ik met het voorbeeld over de kandidatenlijst en het daarbij nadrukkelijk noemen van de rol van het partijbestuur.
Deze website is overigens ook een goed voorbeeld van het stimuleren van de interne discussie.
@Remco van Mulligen:
@Rolf:
Ik geef niet buitenstaanders de schuld van een links profiel. Ik constateer slechts dat buitenstaanders ons in die hoek plaatsen (wat niet uitsluit dat dit ook intern die analyse door leden gemaakt kan worden). Die constatering, die door velen is gedaan, moet een aanleiding zijn voor de ChristenUnie om het profiel aan te scherpen. De ChristenUnie hoort namelijk niet (enkel) in de linkse hoek thuis. Ik wijs dus met alle vingers naar de ChristenUnie zelf.
@Remco van Mulligen:
Ik pleit er verder ook niet voor om elke keer een kandidatenlijst compleet te vervangen door nieuwelingen. De partijorganisatie en haar leden moeten zich alleen bewust zijn van het feit dat vernieuwing en versterking samen zouden kunnen gaan met het (te vroeg) afscheid nemen van zittende ervaring.
@Rinze Broekema: Zoals je het nu formuleert ben ik het met je eens. Zoals dat hoort als je bij dezelfde partij zit.
@ Gert-Jan:
Nou, de ChristenUnie is eerder een partij voor een heel klein deel van de samenleving. Laten we dat niet uit het oog verliezen. Dus het werkt eerder zo dat de ChristenUnie iets zegt, politiek Den Haag daarnaar luistert om het vervolgens naast zich neer te leggen om over te gaan tot de orde van de dag.
@ Bert Brouwer:
Dus realiteitszin en historische kennis staat gelijk aan een brevet van onvermogen? Interessant. Toch zou een beetje van beiden het merendeel van de Nederlanders geen kwaad doen.
@ Rinze Broekema & Remco van Mulligen:
En tot zover dus de interne discussie. Als types als Bird en ik hier niet af en toe de knuppel in het hoenderhok zouden gooien, zou ieder topic na 5 of 6 comments dichtkunnen
@ Edward
Inderdaad het aan de dag leggen van weinig historisch besef en geen realiteitszin = een brevet van onvermogen. Dat mag je afwentelen op grote groepen Nederlanders (en terecht) of jezelf er door aangesproken weten.
@ Bert Brouwer:
Volgens mij ben ik niet degene die zich aangesproken moet voelen. Ik stel voor dat je verdiept in de samenstelling van de Nederlandse samenleving in de 17e eeuw en de oorsprong van veel van de Nederlandse gebruiken en tradities. Dan zul je zien dat er maar weinig van origine Nederlands is.
@Edward: Grapjas. Wel eens een discussie tussen Rolf en mij gevolgd?
@ Edward
Waarom betrek je de 18e, 19e en 20e eeuw er niet in dan? Of rekenen we pas vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw. Dat noemen ze selectief shoppen in het collectief historisch geheugen amice. Kost het nou zo veel moeite om de joods-christelijke traditie als uitgangspunt te nemen voor politiek zeer correct handelen? Kennelijk wel. Jammer.
@ Bert Brouwer:
Je hebt helemaal gelijk. Ik heb het verkeerd opgeschreven.
Ik bedoelde “de Nederlandse samenleving vanaf de 17e eeuw”. Mijn excuses voor de schrijffout.
@Gert-Jan,
Helemaal eens dat de kern van de discussie gaat om het bepalen wie waarvoor verantwoordelijk is. Uit je reactie aan Rolf:
“Jij stelt voor om een veilig midden op te zoeken. Maar als we het er bijvoorbeeld over eens zijn dat prostitutie/vrouwenhandel een hemeltergend onrecht is dat zonder overheidsingrijpen niet bestreden kan worden, dan ben ik voor een sterkere overheid.”
Eens. Wel de kanttekening: op het moment dat prostitutie een gelegaliseerd beroep is, en je dit via de weg van wetgeving niet omgedraaid krijgt, is het dan nog steeds een overheidstaak om zaken als “uitstapwerk” te subsidiëren? (zie discussie rond Heil des Volks vorig jaar). Ik zou zeggen dat als ‘wij’, als christelijke sociale verbanden, dit soort werk willen organiseren, we het dan beter ook zelf kunnen betalen. Idem voor buurtwerk van Youth for Christ. Dat scheelt een hoop discussies en slechte beeldvorming.
Alleen: de andere kant van de medaille moet dan zijn dat je je er politiek juist sterk voor maakt dat de overheid dit soort werk helemaal niet meer aanbiedt. Anders betalen we er twee keer voor: één keer via de belasting voor het overheidsbuurtwerk en één keer via de kerk / chr. organisatie voor ons eigen. Dan kun je beter het standpunt aanhangen dat buurtwerk helemaal geen overheidstaak is – de werkelijke grootte van het linkse altruïsme zal snel genoeg blijken als het uit de eigen portemonnee moet komen.
“Maar wanneer het bijvoorbeeld gaat om de zorg zal er een verschuiving moeten komen van overheid (niet naar de markt maar) naar de samenleving en de onderlinge zorg.”
Dit onderscheid begrijp ik niet. Als de overheid voor bepaalde taken niet meer verantwoordelijk is, dan is -vanuit het perspectief van de overheid- de ‘samenleving’ (bijvoorbeeld georganiseerd in kerken of christelijke organisaties) toch ook gewoon een ‘marktpartij’?
Om een voorbeeld te noemen: stel dat de overheid de wereld van kinderopvang helemaal met rust laat (inclusief de regulering die ervoor zorgt dat oma’s die dertig jaar kinderen hebben opgevoed nu ineens een EHBO-diploma moeten halen om op kleintjes te mogen passen), en ouders vrij kunnen kiezen om een kind naar commerciële kinderopvang te brengen of bijvoorbeeld vanuit de kerkelijke gemeente onderling een -veel goedkopere- doordeweekse crèche te organiseren, wat is dan -vanuit perspectief van overheid/regelgeving- nog het onderscheid tussen ‘de samenleving’ en ‘de markt’?
Ik heb het idee dat de CU hier probeert een kunstmatige afstand te nemen ten opzichte van ‘small government’-aanhangers (conservatieven en klassiek-liberalen), die er helemaal niet hoeft te zijn. Als de overheid zich uit bepaalde zaken terugtrekt (en dus ook via de belastingen alle benodigde dekking niet meer int – dus geen geld rondpompen dmv teruggaves maar gewoon een structurele belastingverlaging), en mensen zelf verantwoordelijk maakt, dan opereren zowel de commercie als sociale verbanden daarna toch gewoon op het zelfde ‘marktplein’?
@Alex: Je kunt zwijgen als je het met iemand eens bent. Maar je kunt dat ook zeggen. Ik kies voor het laatste.