Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens essentieel voor democratische rechtsstaat

894733256_11b36270ca_b
21.03.2011 |

Sinds enige tijd doen rechtse politici en conservatieve denkers afbreuk aan de legitimiteit en het gezag van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Zij doen daarbij vaak een beroep op een vermeend gebrek aan democratische legitimiteit van het Hof en menen dat het een bedreiging vormt voor de nationale democratische rechtsstaat.[1] Ik betoog dat het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en Fundamentele Vrijheden (EVRM) de rechtsstaat en daarmee de burgers juist beschermt, maar dat we de kritiek wel moeten vertalen naar een versterking van de nationale rechtsorde.

Het EVRM is tot stand gekomen na de verschrikkingen van het nazibewind dat op democratische wijze aan de macht was gekomen. Dit nooit meer! Dat hebben de Europese staten samen besloten. Op democratische wijze is dit Verdrag tot bescherming van onze fundamentele rechten en vrijheden geratificeerd. We hebben daarmee in Europa op democratische wijze besloten dat er een grens is aan de democratie. Die grens ligt namelijk bij onze fundamentele rechten en vrijheden, oftewel de rechtsstaat. Daarmee beperkt het EVRM dus de democratie, maar ze beschermt de democratie ook tegen zichzelf. Nu kunnen immers geen extreme islamisten of populisten onze democratie gebruiken om aan de macht te komen en daarna de democratie af te schaffen.

Ook beschermt het EVRM tegen (rechtse) politici die inbreuk maken op de rechten van burgers. Dit wordt door diezelfde politici dan weer bestempeld als inmenging in de soevereiniteit van Nederland. Dit terwijl het bij het EVRM gaat om fundamentele rechten en vrijheden. Dit zijn minimumnormen waar landen aan moeten voldoen. Er is ook nog steeds ruimte (“margin of appreciation”) voor landen om op bijvoorbeeld ethische zaken eigen beleid te voeren. Polen heeft een ander abortusbeleid dan Nederland en beide landen geven daarmee een eigen invulling aan het recht op leven (art. 2 EVRM).

Maar waar zit nu werkelijk het probleem? Prof. Barbara Oomen gaf aan dat politici er beter aan doen de Grondwet te versterken dan kritiek te leveren op het Europees Hof (Volkskrant, 24-11-10). Zij heeft recht van spreken aangezien de staatscommissie Grondwet, waar ze lid van was, vele voorstellen heeft gedaan die tot versterking van de Grondwet strekken. Een kort overzicht. De algemene bepaling dat Nederland een democratische rechtsstaat is (zie ook mijn vorige column over de shariawetgeving) kan als toetssteen fungeren voordat je overgaat tot ratificatie van internationale verdragen. De verdragen zouden nog op een democratischer wijze moeten worden goedgekeurd (openlijk in plaats van stilzwijgend), met eventueel een tweederde meerderheid als vereiste. Ook zou de rechter in Nederland aan de Grondwet moeten kunnen toetsen in plaats van alleen aan verdragen. Hiermee geef je de Grondwet daadwerkelijk betekenis in onze nationale rechtsorde en kijkt de rechter niet meteen naar verdragen. Wel zal je de Grondwet dan ook beter bij de verdragen moeten laten aansluiten. Het recht op leven, door de ChristenUnie altijd bepleit, zou bijvoorbeeld nog aan de Grondwet moeten worden toegevoegd. Op deze manier wordt de verhouding tussen de nationale en de internationale rechtsorde hersteld.

Als het gaat om de verhouding tussen de nationale en internationale rechtsorde, dan hebben de critici namelijk een punt. De supranationale wetgeving en uitspraken van Europese en internationale rechters hebben een onevenredig grote invloed ten opzichte van onze nationale wetgeving en rechters. Dit komt doordat in Nederland de internationale rechtsorde direct doorwerkt in de nationale rechtsorde. Prof. Oomen laat alleen wel zien dat de critici de oplossing voor de onevenwichtigheid niet bij de afbreuk van de Europese mensenrechten moeten zoeken. Gelukkig zeg ik, hebben we een Europese rechter die Nederland terugfluit wanneer minister Leers de rechten van asielzoekers op onrechtmatige wijze wil inperken, of wanneer Wilders een hoofddoekverbod zou willen invoeren of wanneer een islamitische partij shariawetgeving zou willen doorvoeren. Maar die Europese rechter moet Nederland ook vaak terugfluiten omdat we de nationale rechtsorde nog niet goed genoeg op orde hebben. Laten we de voorstellen van de staatscommissie Grondwet serieus nemen om daarmee de democratische rechtsstaat te versterken. De ChristenUnie zou hiertoe op zoek moeten gaan naar meerderheden in het parlement.

 

Bestuurslid PerspectieF, ChristenUnie-jongeren en student Rechten

2 reacties

  1. Guido Terpstra Guido Terpstra says:

    Een zinnige bijdrage van Niels Rijke. Kritisch kijken naar de ontwikkeling van de uitdijende mensenrechtenjurisprudentie van het EHRM – zoals Harmjan Vedder bepleit – past prima bij de ChristenUnie, maar dan wel met nuance en kennis van zaken. Als je dan de balans opmaakt blijkt dat het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens Nederland en andere verdragsstaten hoofdzakelijk goeds heeft opgeleverd. Ik ben met Niels Rijke van mening dat een volwassen democratische rechtsstaat een vorm van consitutionele toetsing zou moeten kennen. Zo versterk je de rechtsstaat en kun je als Nederland betere dialoog voeren met Europese gerechtshoven, zonder je eigen rechtsorde bij voorbaat onaantastbaar te verklaren.

    Het artikel in de NRC van Thierry Baudet waar Harmjan Vedder in zijn column naar verwijst staat helaas bol van de overdrijvingen en mist feintenkennis over de werkwijze van het EHRM, en op welke manier zij (over het algemeen) weldegelijk de nationale soevereiniteit respecteert. Zie bijv. de goed geinformeerde reactie van Prof. Jit Peters: http://vorige.nrc.nl/opinie/article2641878.ece/Eurohof_beschermt_tegen_overheid.

  2. Niemand wil terug naar de verschrikkingen van het nazi-regime. Daarom is het zo wrang te moeten constateren dat de degenen die een nieuw totalitair regime willen voorkomen, namelijk een geïnspireerd vanuit de islam, bij uitstek vanuit de Europese instituties worden tegengewerkt. Minimaal zal men Geert Wilders de mond willen snoeren. Na een ultieme NL vrijspraak in het proces tegen hem, stappen de zgn. benadeelde partijen naar het Hof in Straatsburg. Door dit hof is al eens een extreemrechtse Belgische politicus veroordeeld (waarmee ik uiteraard niet suggereer dat GW extreemrechts zou zijn, integendeel).

    Stelling 1: Wilders bedreigt niet de rechtsstaat maar wil deze juist beschermen.

    Tegenwerping kan zijn dat de islam in NL voorlopig nog niet de meerderheid heeft. Gelukkig lijkt dat inderdaad nog een tijd te duren. Maar ervaringen in o.a. Engeland stemmen niet hoopvol. En in een stad als Amsterdam zijn er in elk geval toch stadsdelen waar de islam de dienst uitmaakt en waar men in de openbare ruimte maar beter geen dingen kan doen of tonen die de islam niet welgevallig zijn. Ik ontzeg niemand het recht te geloven wat-ie wil en daartoe samen te komen met geloofsgenoten. Daarom kan de islam in zijn godsdienstige hoedanigheid hier gerust blijven bestaan, mits niet te groot.

    Toch kom ik hiermee tot

    Stelling 2: De islam moet hoe dan ook bestreden worden, of in elk geval ferm tegengesproken. Hier ligt ook een overheidstaak.

    Hafid Bouazza zegt deze week in HP/De Tijd: “De islam kan niet vaak genoeg met pikhouwelen en bulldozers te lijf worden gegaan.” En: “Is men toch weer gezwicht voor druk vanuit islamitische hoek. Zoals altijd.” (Naar aanleiding van de rel rond de onoprechte, provocerende Belgische HEMA-medewerkster). En: “De essentie van de islam is het polemische, het afzetten tegen joden, christenen en ongelovigen.” Wie dat niet ziet, is stekeblind.

    Stelling 3: Regeringen moeten snel kunnen schakelen bij calamiteiten. “Europa” frustreert dat per definitie.

    Het is ook niet goed te zien dat waar Nederlanders kennelijk in meerderheid een ander beleid op bijvoorbeeld het gebied van immigratie willen, dit in sterke mate wordt gefrustreerd vanuit Brussel en Straatsburg. Een puur binnenlands voorbeeld in dit verband is de Raad van State die iedere keer maar weer de zeer dringend noodzakelijke uitbreiding van onze infrastructuur dwarsboomt, hoewel ook hier onrealistische Europese normen minimaal op de achtergrond en rol spelen.

    Hier zou de tegenwerping kunnen zijn dat je asielzoekers menswaardig moet behandelen en zo. Maar dat is het punt niet. Een overheid die zich geconfronteerd ziet met een tsunami van nieuwe immigranten, terwijl wij hier de integratie van onze oudkomers niet eens fatsoenlijk op orde hebben, moet toch wat? Dit een calamiteit te noemen, is misschien wat te zwaar aangezet. Maar praat eens met de Henk & Ingrids uit de volkswijken. Of met mevrouw Xu uit Helmond-West. De massa-immigratie zonder integratiebeleid en sturing op burgerschap sinds begin jaren zeventig tot op de huidige dag is een vorm van calamiteit. En hoeveel water moet er nog door de Rijn stromen voordat minister Kamp eindelijk ‘onze’ werkloos geworden Polen kan gaan terugsturen?

    Bedenk dat vele immigranten bepaald niet zielig zijn. Het gaat grotendeels om economische ‘vluchtelingen’ die allerlei mazen in de wet hebben gevonden en zullen blijven zoeken. De fenomenen schijnhuwelijk en ankerbaby zijn inmiddels genoegzaam bekend. Net als speculeren op het feit dat je als ouders mag blijven, omdat je van “Brussel” en “lynx” c.q. “christelijk-sociaal” niet gescheiden mag worden van je kinderen. Een misbruiker weet dat en maakt er gebruik. Dat zou ik namelijk ook als ik in zijn of haar schoenen stond!

    Europese controlerechtspraak, een Europese mensenrechtenwaakhond – het klinkt leuk, en ik begrijp de ontstaansgeschiedenis. Maar in de praktijk werkt het als een (hopelijk denkbeeldige) autistische ARBO van de brandweer, die tijdens het blussen zegt: ho, ho! Eerst de achterband van je commandowagen oppompen, die is te zacht. Eerst dat krasje op je laars behandelen, straks scheurt-ie. Als we het zo doen, kunnen we net zo goed ophouden met blussen.

gerelateerd

   Geen gerelateerde artikelen gevonden

BESTGELEZEN