De rol van het Koningshuis in ons staatsbestel ligt weer onder vuur. Gisteren was daar ineens toch de PvdA die de rol van de Koningin in het formatieproces wil terugdringen. Onlangs deed Wilders zelfs het voorstel om de Koning uit de regering te schrijven. Een regering zonder een staatshoofd uit het Huis van Oranje zal van de polder echter een moeras van politieke instabiliteit maken.
Met een mogelijke abdicatie in het verschiet zal de discussie over de rol van het Koningshuis de komende tijd intensiveren. Voorstanders van het huidige systeem moeten de discussie over de monarchie niet overlaten aan mensen als Wilders. Het zijn flinterdunne argumenten die in de pleidooien voor een louter ceremoniële functie van het Koningshuis een hoofdrol spelen. Zo zou de positie van de vorst in de regering ‘ondemocratisch’ en ‘niet transparant’ zijn. Door dat te zeggen wordt te lichtzinnig gespeeld met de constitutionele tradities en waarborgen van ons land en dat vraagt om tegenspraak.
De suggestie als zou de invloed van de Koningin ondemocratisch of illegitiem zijn, is formeel onjuist en pertinent onwaar. De ‘Koning’ is onder alle grondwetten sinds 1814 het staatshoofd, aanvankelijk zelfs drager van de Nederlandse ‘soevereiniteit’. De regering bestaat sinds bijna twee eeuwen uit Koning en ministers. De Koningin waarborgt een bovenpolitiek gezag en speelt een eigen constitutionele rol binnen het Nederlandse politieke leven. Zij vervult deze rol complementair aan en ten dienste van een voluit democratische orde. Niemand kan met droge ogen beweren dat onze monarchie zich ontwikkelt ten koste van een democratische orde.
Zeker, als formeel hoofd van de regering is zij verantwoordelijk voor de vorming van een ‘kabinet’ – haar ‘kabinet’ -, waarvan zij uiteindelijk de ministers benoemt. De veel gehoorde formulering dat zij ‘ingrijpt’ of ‘regie’ uitoefent op de formatie doet echter geen recht aan de feitelijke gang van zaken. We hebben zonder twijfel één van de gecompliceerdste formaties sinds decennia achter de rug. De Koningin heeft daarin steeds zorgvuldig de in de omgang met het parlement gevormde gebruiken gevolgd. Ze heeft haar eigen rol bewaakt en het proces begeleid op een wijze waar een verdeeld parlement nooit toe in staat was geweest. Dat hier geen onvrede over bestaat blijkt uit het feit dat geen enkele partij tijdens het debat over de regeringsverklaring behoefte had hierop terug te komen. Mogen we hieruit de conclusie trekken dat alle politieke deelnemers gewoon tevreden zijn over de rol van de Koningin in de kabinetsformatie? De Koningin heeft gedaan wat van haar verwacht mag worden: er is weer een regering.
Onze verbondenheid met het Koningshuis steekt bovendien dieper dan een gedogen bij gelegenheid. Dat wordt te weinig erkend in het debat. De Oranjes danken hun positie niet aan de Grondwet, maar aan hun optreden voor de vrijheden van Nederland, de godsdienstvrijheid en politieke vrijheid voorop. Zonder de cruciale rol van de Oranjes zou Nederland als zelfstandige staat er nooit gekomen zijn. Nederland was niet eerst een republiek dat vervolgens een koning verkoos. Nederland werd een republiek toen na de dood van Willem van Oranje in 1584 niet werd besloten een Oranje tot vorst te verheffen. De Oranjes bleven echter een cruciale rol spelen in het waarborgen van de staatkundige soevereiniteit van de Nederlanden. Dat is in 1813 ook erkend toen na de Franse Tijd de Oranjes werden teruggeroepen en Willem I als ‘soeverein vorst’ werd geïnstalleerd. Hij besloot toen als modern vorst dat er ook een Grondwet diende te komen. Zo werd Nederland een constitutionele monarchie.
Anders dan in andere landen het geval is vormt het Huis van Oranje een dragend element van de Nederlandse soevereiniteit en derhalve ook van het landsbestuur. Oranje is niet alleen symbool, maar ook een sluitsteen van ons staatkundig gebouw. Juist een land dat neigt naar particularisme moet daar zuinig op zijn. De Monarchie vertegenwoordigt een institutioneel geheugen dat van grote waarde is voor het soepel doen verlopen van staatkundige processen. Inperking van de invloed van de Koningin, zegt de Leidse historicus Henk te Velde, is geen effectieve manier om meer democratie te brengen in een land van wisselende coalities. Een premier van een minderheidspartij het hoofd van de regering laten zijn, roept een politieke dynamiek op die heftige botsingen in de hand werkt. Onze huidige politieke onrust zou er wel eens bij kunnen verbleken.
En wat blijft er over van het argument dat het hier een ondoorzichtig instituut betreft en dat democratische verantwoording nodig is voor het handelen van de Koningin? Ach, wie heeft er nu uiteindelijk problemen mee dat bepaalde fasen van besluitvorming achter gesloten deuren plaatsvinden? Het overleg tussen informateur en fractievoorzitters kende ‘radiostilte’. Het overleg dat een minister met zijn topambtenaren voert is net zo verborgen als het ‘geheim van Noordeiende’. Hier is niets mis mee zolang dit alles wordt afgedekt door de constitutionele regel van de ministeriele verantwoordelijkheid. Dat is het geval, zozeer zelfs dat niemand er in de Kamer vragen over stelt, ook de PvdA niet. Wie het anders wil moet niet met aversies of gelegenheidsargumenten komen, maar aantonen dat ons bestel met zijn historische evenwichten niet functioneert.
Eerder verschenen in Trouw




Het koninklijk huis verbindt ons inderdaad met ons verleden, onze vrijheden en met elkaar. In een tijd waarin er steeds minder sprake is van een ‘wij’ is aantasting van de positie van het koningshuis meer dan ‘een beetje dom’.
Een artikel dat smeekt om wat relativering.
Ik snap o.a. niet hoe iemand kan ontkennen dat ons koningshuis ondemocratisch is. Vanuit CU-hoek wordt een werkelijk gigantisch probleem gemaakt van het gegeven dat de PVV geen interne partijdemocratie heeft, maar ondertussen is een erfelijk staatshoofd geen enkel probleem. Het wordt zelfs geromantiseerd. Ik vind beide problematisch. Dat de PVV in feite maar één lid heeft en niet wortelt in afdelingen, discussies, moties en amendementen op partijvergaderingen, etc: dat is een probleem. Dat Beatrix Tjeenk Willink aanstelde als informateur terwijl alledrie de onderhandelende partijen (CDA, VVD, PVV) aangaven direct en constructief verder te willen gaan waar ze met Opstelten een week eerder waren gestopt, vind ik ook problematisch. Datzelfde geldt voor de dubieuze rol die Juliana in de jaren zeventig speelde, met een overduidelijke sympathie voor de PvdA. Een sympathie die de PvdA overigens absoluut verdiend heeft. Het zijn altijd PvdA-premiers geweest (Drees met de Hofmans-affaire, Den Uyl met Lockheed, Kok bij Zorreguieta) die de problemen van het Oranjehuis effectief hebben “opgelost”. Is het koningshuis ondemocratisch? Ja!
Kuiper vraagt zich natuurlijk terecht af of dit zo’n groot probleem is en of de alternatieven beter zijn. Uiteindelijk functioneert het best redelijk en kent ook het systeem met een gekozen president zijn problemen. Echte reden om van staatsbestel te wijzigen zie ik dus niet.
Maar Kuiper schiet totaal door naar de andere kant. Hij doet alsof ons land ten onder zal gaan als het de monarchie afzweert. Dat is nergens op gebaseerd en vind ik eigenlijk gewoonweg bangmakerij. Duitsland functioneert niet slechter dan Nederland. Met een president valt ook prima te leven.
Daarnaast romantiseert hij de Oranjes. Laten we even het rijtje afgaan.
Willem de Zwijger was een revolutionair die een gewelddadige opstand ontketende tegen de Nederlandse koning en daarbij zijn hand er niet voor omdraaide om met gruwelijke criminelen in zee te gaan, als dat hem uitkwam.
Maurits was een oorlogszuchtig figuur die vooral baalde dat (zoals Kuiper meldt in zijn stuk) de Republiek een republiek was en geen monarchie met Maurits als koning. De man die Johan van Oldenbarneveld onthoofde, de wijze staatsman die op dat moment een bejaarde oude man was.
Frederik Hendrik baalde al even erg, maar was slimmer, diplomatieker, slaagde erin om als stadhouder op z’n minst de allure van een koning te krijgen. Willem II regeerde te kort om er iets van te zeggen.
Willem III beëindigde het stadhouderloze tijdperk met een van de bruutste revoluties die ons land heeft gekend, waarbij de gebroeders De Wit werden gelyncht. Verder zette hij het beleid van Frederik Hendrik voort.
Daarna volgden twee uitermate slappe en laffe heersers, de stadhouders Willem IV en Willem V. Die laatste kreeg niet voor niets een opstand in eigen land op z’n dak.
Koning Willem I, zoon van stadhouder Willem V, werd door Engeland, Rusland en Pruisen uit een of ander obscuur hertogdommetje opgeduikeld en op de troon gezet van een kunstmatig gecreëerde “herstelde Nederlanden”, die bedoeld waren als buffer om Frankrijk van het lijf te houden. Willem was vooral bezig met zijn eigen prestige.
Zijn zoon Willem II en kleinzoon Willem III hebben de monarchie bijna om zeep geholpen met hun verschrikkelijke gedrag. Was er geen Wilhelmina geweest, destijds een schattig klein prinsesje met Emma als leuke, jonge moeder, dan was het zo goed als zeker exit monarchie geweest na Willem III. Want men was die Oranjes echt spuugzat na “koning Gorilla”.
Pas in de 20e eeuw doen ze het redelijk goed, hoewel de periode onder Juliana een forse terugval was. Wilhelmina en Beatrix hebben de monarchie gered, zou je kunnen zeggen.
Dat is de keerzijde van Kuipers verhaal en ik zet dit bewust wat scherp geformuleerd neer omdat het bedoeld is als tegenwicht. “De Oranjes danken hun positie niet aan de Grondwet, maar aan hun optreden voor de vrijheden van Nederland, de godsdienstvrijheid en politieke vrijheid voorop.” Dergelijke uitspraken gaan veel te ver, als je kijkt naar de historie van ons land in de afgelopen vier eeuwen. De Oranjes vonden de grondwet van Thorbecke verschrikkelijk! Over hoe politieke vrijheid en godsdienstvrijheid combineren met het huis van Oranje denken Van Oldenbarneveld, De Wit en de katholieken in Nederland toch echt anders dan Kuiper.
Tegelijkertijd vind ik het geen enkel probleem als Nederland een constitutionele monarchie blijft. Dus aan het eind van dit verhaal ben ik het gewoon met Kuiper eens.
@ Remco van Mulligen:
Gaat ons land ten onder als de monarchie wordt afgeschaft? Ja want het Koninkrijk der Nederlanden houdt dan op te bestaan. Dus op de meest elementaire manier gaat ons land dan ten onder.
Maar ook zonder zo dramatisch te doen, zou het voor ons land niet best zijn als de invloed van de koningin wordt ingeperkt. Kijk naar de laatste verkiezingsuitslag. Mark Rutte en de VVD als grootste partij maar Job Cohen en de PvdA slechts 18.000 stemmen minder met slechts 3600 stemmen tekort om ook op 31 zetels uit te komen. En daar begint het gedonder. Als de Tweede Kamer de (in)formateur aanwijst, zou de PvdA-fractie nooit akkoord zijn gegaan met de benoeming van een VVD-informateur; daarvoor waren de verschillen te klein.
Tegelijk zou de PVV hebben aangedrongen op een informateur uit de PVV omdat de PVV de grootste winnaar was. De kans dat de andere coalities daarmee ingestemd zouden hebben, zou echter klein geweest zijn. Waarschijnlijk zou de Tweede Kamer nu nog aan het debatteren geweest zijn over de politieke kleur van de (in)formateur en zou men nog niet eens begonnen zijn met de discussie over wie het dan zou moeten worden.
Nu de Koningin de (in)formateur benoemt, kunnen de fractievoorzitters hun advies geven terwijl ze al weten dat de (in)formateur afkomstig is uit de grootste partij of uit de directe omgeving van de Koningin zelf (de zgn. Ministers van Staat). Ook het feit dat alleen de fractievoorzitters, naast de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer en de vice-voorzitter van de Raad van State, om advies wordt gevraagd, zorgt ervoor dat de fracties zich er niet openlijk mee kunnen bemoeien en scheelt heel wat oeverloze discussies.
Kort gezegd: ons land zou aan de rand van de afgrond komen als de Koningin de formatie over zou laten aan de Tweede Kamer. Bovendien zou de kans groot zijn dat dan ook de Eerste Kamer-fracties inspraak zouden eisen waarmee het proces nog langer zou duren.
Je analyse van de afkomst van ons Koningshuis lijkt me op zijn best gekleurd maar ik heb op dit moment geen zin om dat allemaal na te pluizen. Moet ik te diep voor diverse boeken in mijn collectie voor in en daarvoor is het me nu te laat.
Wordt ongetwijfeld vervolgd.
Bespaar je de moeite. Ik heb zelf al gezegd dat mijn verhaal bedoeld is als tegenwicht. Het is dus net zo gekleurd als het m.i. veel te Oranjegezinde verhaal van Kuiper. Mijn visie op de familie die al enkele eeuwen staatshoofden en andersoortige machthebbers levert is niet positief en niet negatief. Er zaten verschrikkelijke figuren tussen, maar ook best kundige heersers (zoals Frederik Hendrik). Historisch bezien waren ze niet beter of slechter dan de vorsten in omringende landen. Maar als CU-ers (vanouds “God Nederland Oranje!” daarbij vergetend dat de Oranjes al generaties lang liever spiritistische heksen over de vloer laten komen dan de dominees die in CU-kring populair zijn) over het koningshuis beginnen vergeet ik met plezier eventjes dat ik historicus ben.
Wat jij hier doet is speculatie of op z’n best een soort eenzijdige poging tot toekomstvoorspellen. Diverse landen redden zich prima met een president en dat het koningschap ervoor zorgt dat de boel regeerbaar blijft, daar merk je in België weinig van. Uiteindelijk heeft een koning of koningin daar heel weinig effect op. Wie zegt dat Beatrix hier vooral negatieve invloed heeft kan dat niet bewijzen; wie zegt dat Albert in België vooral positieve invloed heeft kan dat evenmin bewijzen. Ik denk dat het manco vooral ligt bij onze politieke systemen (sterk versplinterd itt bv Groot-Brittannië) in combinatie met de krankzinnige polarisatie van de laatste tien jaar. Wat mij betreft mag Beatrix gewoon blijven. Immers als je de informateur laat aanwijzen door een gekozen president, zal die net als Trix gewoon zijn of haar persoonlijke voorkeur mee laten spelen.
@Remco,
Eens met je relativering van de historische heldenrol van de Oranjes èn met je conclusie (en die van Kuiper) dat er geen enkele dringende reden is om de constitutionele monarchie af te schaffen.
Je vergelijking met de interne partijdemocratie van de PVV slaat m.i. de plank mis aangezien dat geen enkel probleem is voor het functioneren van de democratie. Een kiezer stemt op een kieslijst, en die kieslijst vertegenwoordigt een programma. Hoe dat programma tot stand gekomen is, en wie daaraan hebben meegeschreven, doet niet ter zake. Als Geert Wilders in zijn eentje (of met behulp van een dictafoon waar een speech van Martin Bosma op staat) een verkiezingsprogramma definieert, dat programma vervolgens kiezers trekt en er een fractie is die het in de Kamer uitdraagt, dan functioneert dat democratisch prima. Het zelfde geldt voor de SGP: dat er alleen mannen meeschrijven aan het programma en er alleen mannen zijn die dit programma in de Kamer vertegenwoordigen, maakt voor de democratie helemaal niets uit: iedereen die op het SGP-programma heeft gestemd, ziet dat programma gerepresenteerd in de Kamer.
In die zin is de invloed van ‘leden’ van politieke partijen irrelevant voor het functioneren van de democratie. Ik zou het zelfs willen omdraaien: het feit dat de leden van het CDA zich op een congres mochten uitspreken over regeringsdeelname, vond ik een belediging van de democratie. De Tweede Kamerfractie vertegenwoordigt namelijk de kiezers -daarom heten ze ‘volks-’vertegenwoordigers-, dus de beslissing over zoiets belangrijks moet geheel en al bij de Kamerfractie liggen. De in Arnhem aanwezige CDA-leden hebben feitelijk twee keer mogen stemmen, en dat vind ik kwalijk.
De kiezers van ledenpartijen èn de kiezers van eenmanspartijen hebben beide zo hun democratisch mechanisme om zich te roeren wanneer het handelen van de Kamerfractie hen niet bevalt: in het eerste geval kies je binnen de partij andere mensen op de lijst, in het tweede geval ga je naar een andere partij of start je een nieuwe. Voor het functioneren van de democratie als geheel is het ledenbeleid van een partij (PVV maar ook SGP) m.i. irrelevant en daarmee minder een punt dan de ‘politieke invloed’ van de Koningin.
Want wees eerlijk: het benoemen van een PvdA-informateur op het moment dat CDA, PVV en VVD er al uit waren dat ze samen verder wilden, was een totaal misplaatste spierballenactie van het Koninklijk Huis, waarmee ze m.i. de PVV-motie om de koningin uit de regering te halen over zichzelf heeft afgeroepen. Prima dat het Koninklijk Huis de procedure bewaakt, maar uit deze keuze sprak een inhoudelijke voorkeur, en díe ruimte zou het Koninklijk Huis in een democratie niet mogen hebben.
Dat een regering zonder koning Nederland instabiel zou maken, wordt op geen enkele wijze door Kuiper aangetoond. Het is ook evidente onzin, althans alleen waar als de rol die de koning nu speelt zou wegvallen en er verder niets aan het politieke systeem zou veranderen. Waar voorstanders van opheffing van de politieke rol van de koning echter over spreken, is een herziening van het politiek systeem als geheel, waarbij dan uiteraard met het wegvallen van de rol van de koning rekening gehouden zal worden.
Het is een chutspah dat Kuiper niet onderkent dat de rol van de koning inderdaad ondemocratisch en niet transparant is. Dat zij dat is, valt simpelweg niet te ontkennen, tenzij men een uiterst vreemde definitie van de begrippen ‘democratie’ en ‘transparantie’ hanteert. Erfopvolging is PER DEFINITIE ondemocratisch. Machtsuitoefening door een niet-gekozen machthebbers is PER DEFINITIE ondemocratisch. Een gesloten proces waarover geen verantwoording wordt afgelegd, is PER DEFINITIE ondemocratisch en niet transparant.
In een democratie is er maar één soevereine macht en dat zijn de burgers gezamenlijk. Dat de koning vanaf het begin in onze grondwet een bepaalde rol heeft gekregen, kan dan ook niet leiden tot de conclusie dat dit democratisch is, maar zou moeten leiden tot de conclusie dat de grondwet zelf niet democratisch is.
Hoe zorgvuldig de koningin is geweest bij de formatie (hoe Kuiper dit meent te weten, is mij een raadsel, want er is over haar rol in dezen geen openheid van zaken gegeven) is volstrekt irrelevant voor de vraag of het instituut koning democratisch is of niet.
Dat enkele voorouders van het huidige koningshuis goede dingen hebben gedaan in het verleden is niet de verdienste van ‘het koningshuis’ als zodanig en al helemaal niet van haar huidige leden. Het doet bovendien niets af aan het ondemocratische karakter van het instituut. De historie als rechtvaardiging voor hedendaagse wantoestanden zal liefhebbers van nostalgie en behoudendheid wel aanspraken, kennelijk, maar is uiteraard een drogredenering. Met de geschiedenis als leidraad liepen we nu allemaal nog in berenvellen rond om een mammoet te scoren voor het avondeten. De historie kan ons vertellen hoe de huidige situatie heeft kunnen ontstaan; een rechtvaardiging voor het voortbestaan van die huidige situatie is zij nimmer.
En dan de slotoverweging, dat wie het zo niet wil maar moet aantonen dat het zo niet functioneert… Wat een volslagen onzin! Dat iets functioneert, betekent slechts dat het werkt binnen zijn eigen grenzen. Dat een fout systeem op zichzelf sluitend is, kan natuurlijk geen argument voor het voortzetten van dat foute systeem zijn!
Al met al een stukje van een – overduidelijke – vertegenwoordiger van de gevestigde orde, die simpelweg belang heeft bij het voortbestaan van de huidige situatie, waaraan hij immers zijn politieke bestaansrecht ontleent.
@Alex: Over de PVV verschil ik met je van mening. Ik vind een partij gebaseerd op het führerprinzip wél een probleem voor ons democratisch stelsel. Jij ongetwijfeld ook, alleen zou jij die historisch beladen kwalificatie wellicht weer niet aan de PVV verbinden.
Wat je laatste opmerking, over de benoeming van een PvdA-informateur, betreft: ik gaf dat zelf al aan en ben het dus met je eens. Ik noemde niet voor niets daarnaast Juliana al, die als vorstin een volstrekt onprofessionele houding had en aan de lopende band probeerde invloed uit te oefenen op manieren die niet wenselijk zijn. Beatrix is het beste wat we kunnen krijgen, een verademing vergeleken bij haar moeder. Maar niet beter of slechter dan een goede president, zoals Juliana niet beter of slechter was dan een slechte president.
@Kelele Nyingi: Wetende dat er altijd een moment komt waarop we radicaal tegenover elkaar komen te staan, maar ik van de gelegenheid gebruik te zeggen dat ik het helemaal eens ben met wat je schrijft.
(Behalve als het gaat over wie de enige echte soeverein is, maar dat is bijzaak in deze discussie.)
@Remco,
“Over de PVV verschil ik met je van mening. Ik vind een partij gebaseerd op het führerprinzip wél een probleem voor ons democratisch stelsel. Jij ongetwijfeld ook, alleen zou jij die historisch beladen kwalificatie wellicht weer niet aan de PVV verbinden”
Yep, hier verschillen we inderdaad van mening – nog geheel los van de discussie of termen als Grote Blonde Leider of führerprinzip wel/niet smaakvol zijn.
Ik vind inderdaad het aantal leden van een partij en de mate van interne partijdemocratie (één of honderdduizend, mannen of ook vrouwen) irrelevant voor het democratisch proces in de Nederlandse samenleving, zolang er maar aan het eind van de dag een fractie in de Tweede Kamer het programma vertegenwoordigt waarop de kiezer heeft gestemd. Dus in die zin vind ik ‘een partij gebaseerd op het führerprinzip’ geen probleem, al zou ik de term niet gebruiken.
Wat ik wèl een probleem zou vinden is wanneer een partij zo’n ‘führerprinzip’ niet intern maar extern zou uitdragen, maw wanneer een partij in haar programma of politiek handelen dit ‘prinzip’ in de samenleving zou proberen te realiseren – Berlusconi is een voorbeeld. Dat zou ik gevaarlijk vinden als het van eenmanspartijen kwam, maar ook als het van ledenpartijen kwam.
@Alex: Sjonge Alex. Ik had het niet zien aankomen, maar moet me nu toch aan de zijde van Rolf scharen.
Volgens mij is het voor een politieke partij van vitaal belang dat ze een kader heeft, afdelingen op lokaal en provinciaal niveau, inclusief discussie en participatie van de burger.
@ Remco van Mulligen
“Wetende dat er altijd een moment komt waarop we radicaal tegenover elkaar komen te staan, maar ik van de gelegenheid gebruik te zeggen dat ik het helemaal eens ben met wat je schrijft.”
Overweldigende ontroering maakte zich terstond van mij meester bij het lezen van deze historische woorden. Laten we hopen dat deze onnatuurlijke toestand niet al te lang in stand blijft…
“(Behalve als het gaat over wie de enige echte soeverein is, maar dat is bijzaak in deze discussie.)”
Het toeschrijven van macht aan andere personen of instituten dan de burgers is een expliciete afwijzing van democratie en een pleidooi voor dictatuur. Wie dictatuur voorstaat, verspeelt mijns inziens het recht anderen op het nastreven van een dictatuur, op welke grondslag dan ook, aan te spreken.
@Remco,
Haha.
“Volgens mij is het voor een politieke partij van vitaal belang dat ze een kader heeft, afdelingen op lokaal en provinciaal niveau, inclusief discussie en participatie van de burger”
Natuurlijk, maar dat zijn overwegingen in het belang van de partij, m.a.w. hoe beter je op die manier vorm geeft aan de vrijheid van vereniging, des te betere resultaten, zowel inhoudelijk als qua draagvlak. Geen verschil van mening op dat punt.
Alleen: je stelling was dat partijen die dit niet doen, een gevaar vormen voor het parlementaire stelsel as such. En díe stelling bestrijd ik, met het argument dat iedereen de vrijheid van vereniging mag vormgeven zoals hij zelf wil zolang het eindresultaat maar blijft dat de kiezer kan stemmen op een programma dat vervolgens door een Tweede Kamerfractie wordt vertegenwoordigd. Natuurlijk zal de kwaliteit daarvan afnemen naarmate er minder kader over heeft meegedacht, maar dat kan de kiezer dan in de volgende ronde wel weer afstraffen.
Het punt is: waar leg je de grens wanneer je een specifieke invulling van de vrijheid van vereniging gaat bestempelen tot gevaar voor de democratie als geheel. Wat is principieel het verschil tussen een vereniging die zegt “alleen christenen die de Drie Formulieren van Enigheid onderschrijven mogen lid worden, de rest mag wel op ons programma stemmen”, een vereniging die zegt “alleen mannen mogen lid worden, de rest mag wel op ons programma stemmen”, of een vereniging die zegt “alleen blonde Venlonaren met een Hongaarse echtgenote mogen lid worden, de rest mag wel op ons programma stemmen.” ?
Om bij het eerste voorbeeld te blijven: ondanks dat ik in de beginjaren als CU-stemmer geen CU-lid mocht worden, werden daardoor mijn democratische rechten op geen enkele manier geschonden. Ik stemde op het programma, en dat programma werd vertegenwoordigd. Waarom geldt volgens jou dan niet hetzelfde voor de mensen die nu op het PVV-programma stemmen?
@Alex: Het is het verschil tussen de verheerlijking van de mening van één individu, of een partij waarin een zeker evenwicht bestaat tussen meningen van mensen die tot een bepaalde groep behoren, zich aan elkaar verwant voelen. Ik vind dat een cruciaal verschil, omdat de hele gedachte om jezelf over te leveren aan één leider die als enige kan bepalen wat goed is voor partij en land, historisch gezien nogal gevaarlijke kanten heeft. Dat geldt trouwens voor zowel Lodewijk XIV als Napoleon, voor zowel Mussolini als Fortuyn. Jij legt de grens tussen het toepassen van die gedachte op een politieke partij (acceptabel) en het toepassen op de maatschappij (onacceptabel). Ik zie dat verschil niet zo, ik denk dat als je het legitimeert voor een partij, er geen reden meer is om dat führerprinzip niet ook op de hele maatschappij toe te passen. Daarom vind ik de PVV gevaarlijk. Samengevat, heb ik niets tegen afbakening van groepen door een politieke partij, behalve als dit de groep reduceert tot één individu, waar men zijn vertrouwen geheel op stelt.
Overigens denk ik dat je de grondslag van de ChristenUnie onjuist interpreteert. Ik ben lid, maar steun de Drie Formulieren van Enigheid niet. Wel vind ik het goed dat die formulieren in politieke zin leidraad zijn voor de ChristenUnie, dwz, zoals de CU politieke lessen put uit de reformatorische belijdenissen, rolt er een politiek beginsel uit waar ik als katholiek mee kan instemmen. Dat is iets anders dan de Formulieren onderschrijven.
Gevoelsmatig deel ik je mening wel mbt de PVV – mijn bezwaar tegen het niet absoluut nemen van de vrijheid van vereniging komt meer voort uit het feit dat ik de ‘progressieven’ inschat als nog gevaarlijker.
Mbt de CU: ik ben onlangs ook lid geworden – Drie Formulieren kwestie lag vroeger anders, in elk geval toen ik politiek bewust werd (RPF-tijd), maar bij mijn weten ook in de begintijd van de CU. Zoals het nu is geformuleerd kan ik er prima mee instemmen, daarom ben ik (als evangelicaal) alsnog lid geworden.
@ Remco van Mulligen
“Het is het verschil tussen de verheerlijking van de mening van één individu, of een partij waarin een zeker evenwicht bestaat tussen meningen van mensen die tot een bepaalde groep behoren, zich aan elkaar verwant voelen. Ik vind dat een cruciaal verschil, omdat de hele gedachte om jezelf over te leveren aan één leider die als enige kan bepalen wat goed is voor partij en land, …”
Feitelijk heb je het dan niet over Wilders of de PVV, maar gaan je bezwaren uit naar degenen die op hem hebben gestemd, althans op de vermeende grondslag voor dat stemmen als zijnde ‘de verheerlijking van de mening van één individu”. Dat lijkt mij, eerlijk gezegd, kolder. het is niet, dat Wilders wordt gekozen als absoluut machthebber met een blanco volmacht om met zijn macht te doen wat hem goeddunkt; hij heeft, voorafgaande aan de verkiezingen, een programma opgesteld, overigens zonder enige wijfel na discussie en in overleg met heel veel verschillende mensen, en daarop is gestemd.
Jouw neerzetten van Wilders als een soort gevaarlijke Führer komt op mij erg geforceerd over en doet mijns inziens geen recht aan de werkelijkheid, noch de maatschappelijke, noch de politieke.
@Alex: Grappig hoe verschillend dat kan worden ervaren. De RPF had in 1982 nota bene een pinksterbroeder op plek 3 op de kandidatenlijst staan en het had maar een haartje gescheeld of hij (Johan Frinsel) was kamerlid geworden. Evangelischen waren vanaf het begin welkom bij de partij. Lokaal waren er nog wel eens wrijvingen, maar in het bestuur was de trend: de Drie Formulieren gelden alleen voor zover ze politieke wijsheden bevatten, we gaan hier geen theologische twisten uitvechten.
@Kelele Nyingi: Dan verschillen we daarover van mening.
@Remco,
Grappig inderdaad. Ik denk inderdaad dat ik (als destijds student theologie) wat te zwaar aan de theologische discussie heb getild. Ben nu ouder en uiteraard ook veel wijzer
@Alex: Ik kom wel brieven tegen in het RPF-archief van evangelischen die zich in hun kiesvereniging als tweederangs behandeld voelen. Dat zijn echter incidenten. Laat wel zien dat er soms spanningen bestonden. De RPF wilde open staan voor iedereen “die Jezus erkent als Heer in zijn leven en de Schrift erkent als geïnspireerd Woord van God, en die de reformatorische politiek steunt” oid. Zo legde Meindert Leerling het uit. Waarbij aangetekend moet worden dat katholieken die zich geheel in dat citaat konden vinden niet welkom waren, maar evangelischen wel.
@ Remco
Dan is het evenwicht tenminste weer hersteld.