In de afgelopen periode horen we steeds vaker de roep om leiderschap. De volledige politiek wordt zwak leiderschap verweten. De politiek zou niet in staat zijn knopen door te hakken, beslissingen te nemen. Zo wordt ook regelmatig Mark Rutte verweten dat hij geen leider is. Hij zou eerder een goede joviale en amicale manager zijn. Ik hang hier totaal geen waardeoordeel aan. In de media, zowel de gevestigde als de sociale, hoor je het geluid dat dit inherent is aan onze gekozen vorm van democratie. Ik denk dat dit slechts ten dele waar is.
Laten we eens even terug de geschiedenis in. Vroeger bestond ons kabinet uit door de koning aangestelde adviseurs, zij adviseerde de koning. Een ministerspost werd dan ook bekleed door iemand uit de praktijk. Een officier op oorlog en marine, een diplomaat op buitenlandse zaken, een ingenieur op waterstaat. De werkzaamheden bestonden uit advies aan de koning en het aansturen van het departement. Pas na 1888 toen er verkiezingen kwamen ontstonden er ook politieke partijen en werden de kabinetten politiek gekleurd.
Doordat politieke kabinetten een duidelijk achterban hebben, wordt de bestuurlijke slagkracht soms minder. In periodes waarin beleid met name lange termijn is, hoeft dit geen probleem te zijn. Kabinet en kamer overleggen, debatteren, besluiten en maken beleid of wetgeving. Het nadeel is echter vaak dat de uitvoering terechtkomt bij politiek gekleurde leiders, ministers die sommige wetten en bepaald beleid uit moeten voeren tegen hun partijbelang in. Of die zich proberen in allerlei bochten te wringen om het toch verkoopbaar te maken voor de achterban. Die belangenverstrengeling, het belang van de partij en het belang van het land, kunnen er dus voor zorgen dat een minister of staatssecretaris zwak leiderschap wordt verweten. Daarnaast mist deze vorm dan ook de nodige slagkracht. Op momenten dat er snel beslissingen genomen moeten worden kunnen politiek gekleurde ministers niet, zonder last, acteren.
Ik heb de overtuiging dat er een bestaande manier is om uit deze spagaathouding te komen. Het instellen van een zakenkabinet. Een kabinet dat bestaat uit mensen uit de praktijk. Geen partijbinding, geen baantje voor bewezen diensten aan de partij. Bij een dergelijk kabinet worden politici die op de lijst staan van een politieke partij voor de tweede kamer dan ook alleen gekozen voor de kamer en niet voor het (ere-)baantje van minister of staatssecretaris. Door gebruik te maken van een zakenkabinet, mensen die worden aangenomen voor een ministerspost of de functie als staatssecretaris, heeft de tweede kamer weer de handen vrij om dat te doen wat zij moet doen. Het controleren van de regering, het aanscherpen van beleid en wetten door moties en amendementen, het stellen van vragen, het debatteren, etc.. Het is namelijk niet alleen het kabinet dat in een spagaat zit, ook de kamer zit in diezelfde spagaat. Een minister van de eigen partij laten vallen, omdat deze fouten heeft gemaakt of een zwak leider is, dat doe je alleen als het laten vallen de partij minder schade berokkend dan het in het zadel houden. In een zakenkabinet kan dat anders. Een motie van wantrouwen tegen een minister heeft nu ineens niet alleen de waarde van de oppositie tegen coalitie, maar zorgt ervoor dat een minister zich anders zal moeten gedragen of het risico van ontslag moet nemen. Het heeft namelijk geen directe of in ieder geval andere gevolgen voor de politieke partijen.
Als we nu in het zakenkabinet ministers en staatssecretarissen aannemen voor de periode van vier jaar, met een optie tot opzegging of verlenging na vier jaar. Ministers die het nu goed doen, hebben de mogelijkheid na vier jaar het gevoerde beleid te continueren. Zij kunnen wetten uit blijven voeren, zonder dat het direct over een andere boeg gegooid moet worden, zodra na de verkiezingen een andere kleur de macht krijgt. Het kabinet kan dan langer regeren dan de tweede kamer. Bestaand beleid heeft dan een houdbaarheidsdatum die langer is dan vier jaar. Natuurlijk heeft de kleur van de kamer dan nog steeds invloed op het beleid, maar men gaat veel meer de uitvoering van het beleid controleren.
Laten we ook nog eens kijken naar de ministersposten die worden verdeeld onder mensen voor bewezen diensten. Ik bedoel dan niet direct vriendjespolitiek, maar bijvoorbeeld voor het werk dat men tijdens de campagne heeft gedaan, de zetels die men heeft binnengehaald, de onderhandelingen die men heeft gevoerd, het bewezen belang voor de partij, of de relatie die men heeft met de top, etc.. Ook in dit kabinet kunnen we ze wel aanwijzen. Door een keuze te maken voor een kabinet van mensen uit het bedrijfsleven, de ambtenarij, defensie, etc. kunnen wegen naar (ere-) baantjes afgesneden worden. De kamer zou dan bijvoorbeeld in meerderheid kunnen stemmen voor de beste man of vrouw voor de functie.
De kamer heeft nu veel meer de mogelijkheid om te controleren. Doordat het belang niet meer ligt in “dit is onze minister dus handen af”, maar er een echt, niet gespeeld, dualisme kan komen, heeft de kamer veel meer mogelijkheden om haar controlerende functie richting het kabinet uit te voeren.
De grootste partij of coalitie geeft nog steeds richting aan hoe het land bestuurd moet worden. Door de juiste wetten, moties en amendementen te steunen. De CEO, CFO, COO en andere C-levels van de BV Nederland, kunnen nu Nederland besturen op eenzelfde manier als het een bedrijf wordt gerund. Je bent niet de eigenaar, je bent de manager, directeur van een groep mensen die uitvoering geven aan een strategie. Aan een visie en missie. Managers die worden afgerekend of ze de doelen wel hebben behaald. Een manager zijn is dan ook niet meer verkeerd.
Er zijn natuurlijk ook nadelen te bedenken bij een zakenkabinet, maar ik denk dat Nederland en misschien ook wel Europa gebaat zou kunnen zijn bij een dergelijke oplossing. Sterke leiders en goede managers, die niet worden teruggefloten, omdat de peilingen in hun nadeel uitvallen, maar kunnen werken aan resultaat.





Een zakenkabinet met CDA, VVD en PvdA. Dat zou het beste moeten wezen voor ons land.
Een zakenkabinet met vvd, pvv. Dat zou het moeten worden.
Waarom, omdat dit op dit moment de beste optie is die de Nederlanders zou willen.
Laat ze maar regeren en dan zien we hoe het Nederlandsevolk economisch gezien met sprongen vooruit gaan.
Je weet één CDA maakt geen zomer!
Alstublieft geen zakenkabinet met alleen de VVD en de PVV. Dan krijgen we helemaal een gure rechtse klimaat in ons land waarbij de zwakkeren in de samenleving dan helemaal het onderspit delven!
@Moi (CDA-lid): Lees het artikel nog eens even; een zakenkabinet bestaat uit mensen die geen partijbinding hebben. Het is een a-politiek kabinet en het gaat dus niet om een bepaalde partijsamenstelling.
Volgens mij zou dat inderdaad geen slechte optie zijn. En niet alleen in Nederland maar in alle Europese landen. De huidige problemen zijn te groot voor de capaciteiten van beroepspolitici en daarnaast zijn ze te veel bezig met het eigen (partij)belang en machtsdenken. Dat geldt ook voor de Tweede Kamer. Als ik zie hoe een bioloog die gespecialiseerd is in moleculaire genetica ineens woordvoerder financiën is van de PvdA dan slaat de angst mij om het hart. ‘Het is toch niet te hopen dat zo’n man in het volgende kabinet minister van Financiën zou worden! Hetzelfde geldt ook een beetje voor onze huidige minister die een leuk internetbedrijfje had, maar dat is toch echtw at anders dan de enorme problemen waar we nu voor staan. Ik denk ook even terug aan onze eigen minister van Defensie Middelkoop. Die werd ook minister als dank voor de bewezen diensten, maar was op die post niet capabel.
Een alternatief voor een zakenkabinet is dat de partijen stoppen met het uitdelen van kabinetsposten als beloning, maar in hun eigen achterban zoeken naar mensen met statuur en stevige praktijkervaring. En dat zou ook wat meer voor de Tweede Kamer mogen gelden. Nu begin je in de Tweede Kamer en daarna ‘rol’ je vanzelf in mooie baantjes. Dat zou af en toe ook wel eens andersom moeten zijn.
Het komt op mij naïef over te denken dat het “belonen” van mensen voor bewezen diensten ineens tot het verleden zal behoren als je een zakenkabinet aanstelt. Dergelijke beloningen zijn natuurlijk een beetje jammer, geheel mee eens, en in een ideale wereld wordt de meest capabele persoon minister. Maar of je nu naar de ambtenarij, de politiek of het bedrijfsleven kijkt, overal zie je hetzelfde en dat is dat mensen vriendjes op mooie posities benoemen. Blijkbaar een onweerstaanbare drang. Ik heb er allerminst vertrouwen in dat, als ook een relatief principiële partij als de CU er al direct in trapt (goed punt van Rolf), een zakenkabinet dat zal veranderen. Sowieso heb ik weinig op met het zoeken naar de oplossing voor problemen, in verandering van systemen. De problemen liggen niet in systemen of spelregels, maar in de mens zelf en zijn sociale gedrag. Mensen zijn altijd afhankelijk van andere mensen, in invloedrijke posities. Het enige wat Johans plan zal bewerkstelligen is dat de politieke partijen uit het verhaal worden geschrapt, maar daar komen gegarandeerd andere circuitjes voor in de plaats, met als netto resultaat dat de processen die hij ongedaan wil maken, in een nieuwe vorm weer even hard de kop zullen opsteken.
@Remco @Rolf: Het zou hetzlefde moeten werken als met een “normaal” bedrijf. Je hebt een bestuur / kabinet die verantwoordelijk is voor de dagelijkse bedrijfsvoering. De kamer in zijn geheel is nu controlerend bezig. Zoals bij een raad van commissarissen. Echter zijn de bevoegdheden van de kamer ruimer dan bij een RvC.
Let er ook op dat het niet alleen gaat om de beloning van politici met het pluche, maar ook om de continuering van beleid. Het is nu te vaak zo dat beleid, al dan niet fysiek en volmondig toegegeven, niet wordt uitgevoerd omdat het nieuw gekozen kabinet een andere richting kiest. Denk bijvoorbeeld aan ons eigen CJG-beleid.
Er zijn ook beschermingsconstructies waarbij ministers “uit de wind” gehouden worden, omdat deze de eigen kleur hebben.
Ik denk dat dit het veel eerlijker en transparanter zou kunnen maken. Het duale stelsel wordt hiermee nog verder handen en voeten gegeven.
Daarnaast wordt iedereen die op een partijlijst staat gekozen voor de kamer en niet voor het pluche.
En voor de historicus
, pas sinds 1888 hebben we min of meer gekleurde ministers en staatssecretarissen. De variant die ik benoem is, volgens mij zelfs mogelijk zonder enige wijziging toe te passen. Maar ik ben geen staatsrechtskundige.
Ik heb wel veel sympathie voor deze gedachte. Vooral het argument van continuïteit van beleid (of in elk geval van de uitvoerende organisatie) spreekt me aan. Eigenlijk zou elk departement een stevige operationeel directeur moeten hebben die gewoon verantwoordelijk is voor het effectief sturen op de output van de organisatie. De doelen worden door de politiek bepaald (de huidige ‘minister’ kan dan als een soort programmamanager de actuele doelen en sturingscijfers implementeren), de uitvoeringsorganisatie krijgt dan de kans om te groeien, en effectief te worden.
Daarbij is het van belang om voor langere tijd (minimaal 3 kabinetsperiodes) vast te stellen welke departementen er bestaan. Nu worden vaak departementen gesplitst of samengevoegd omdat er obv de politieke constellatie een verdeling moet worden gemaakt qua aantallen ministersposten etc. Dit is killing voor de effectiviteit, immers in de organisatiekunde is algemeen bekend dat elke reorganisatie zeker twee jaar tijd nodig heeft om in te slijten. Met de huidige snelheid van vallen van kabinetten betekent dit dus dat geen enkel ministerie ooit een aanvaardbaar niveau van effectiviteit bereikt – tegen de tijd dat de nieuwe werkwijze ingesleten is, is de boel alweer gevallen. Zo creëer je een ‘vierde macht’ van ambtenaren die de politiek gekleurde ministers en staatssecretarissen vooral zien als passanten die je vooral maar een beetje moet vertragen – ze gaan vanzelf weer weg.
Dan kun je beter die ‘vierde macht’ een gezicht geven (in de vorm van een COO oid), zo iemand de kans geven een stabiele organisatie te bouwen en namens de politiek per departement één programmamanager oid aanstellen (een ‘minister’) die de COO afrekent op de actuele doelen.
En laat zo’n operationeel directeur ook maar eens naar de Kamer terugrapporteren mbt de consequenties of uitvoerbaarheid van allerlei wetgeving die men wil aannemen…een professioneel manager op Veiligheid & Justitie zou bijvoorbeeld gehakt maken van het idee dat je in dit land 500 fte kunt vrijmaken om op cavia’s te passen – gewoon met cijfers aantonen wat de impact op andere belangrijke politiedoelen zou zijn. Momenteel worden dat soort cijferdiscussies vooral tussen politici gevoerd. Netto resultaat is dat je als kijker/stemmer het vertrouwen in het hele systeem verliest – immers iedereen presenteert de cijfers die hem/haar politiek welgevallig zijn.
Besturen van een grote organisatie is een vak. De meeste mensen die momenteel minister worden, hebben daar niet voor geleerd. Ook dat zal de kwaliteit van de continue reorganisaties niet ten goede komen. In wat voor vorm dan ook – het loskoppelen van de continuïteit vd bedrijfsvoering van de rol van een politieke passant, zou een goede zaak zijn. Juist een sterke organisatie die niet operationeel wordt geleid door een politicus, kan door diezelfde politici dan veel harder en transparanter worden afgerekend op het behalen van doelen. Ik maak even het bruggetje naar de discussie onder het artikel “Voor de publieke zaak” van Roel Kuiper: zo’n transparante overheid zou het vertrouwen in -en daarmee het commitment aan- ‘de publieke zaak’ sterk kunnen vergroten.
Elk volk krijgt de regering die het verdient !?
Sympathieke gedachte, inderdaad ter zake kundige leiders – bestuurders zijn nooit een slecht idee, maar in principe zouden politieke partijen dat soort mensen ook zelf kunnen en moeten aanleveren.
Dat vereist wel dat men voor ministersposten breder kijkt dan de 2e Kamerfractie zoals nu vaak het geval is, en de praktijk leert dat dat moeilijk is…..ook voor de CU.
Maar de 2e kamer is er niet alleen voor de controle. Immers geen enkel kabinet en dus ook niet een zakenkabinet kan voor haar beleid zonder steun in de meerderheid in de 2e Kamer, dwz politiek draagvlak blijft essentieel.
En politiek draagvlak krijgen is niet eenvoudig, volgens Geert Mak in een lezing over ´in Europa´ wisten de meeste Europese leiders die hij interviewden prima welke problemen in Europa aangepakt zouden moeten worden…hun grootste angst was dat ze de dag daarna niet meer verkozen zouden worden.
In NL niet anders, immers we weten al lang dat de huizen koop / huur markt, arbeidsmarkt, pensioenen, gezondsheidszorg aangepast moeten worden aan de veranderende tijden. Maar welke politieke partij of leider is bereid dit te erkennen en aan de kiezer voor te leggen, immers Turkeys don’t vote for christmas, maar dat wil niet zeggen dat Kerst niet komt…..
Dus veel van deze zaken blijven taboe, tot de problemen zo uit de hand gelopen zijn, dat men eea niet meer kan ontkennen, dat er dan wel onder de burgers draagvlak is gekomen voor aanpassen / hervormen. Kalf, put, schip wal, maar wel een verdronken kalf, of een grote deuk in het schip (die een vooruitziende bestuurder had kunnen voorkomen).
Dus beter leiderschap, kan alleen als het volk zich wil laten leiden…Laten we hopen dat de huidige crisis ons daar nu een kans toe geeft dat te leren!
@Alex: @Wilhelm Kolkman: Ik volg jullie gedachten, maar wat ik daarin mis is dat de minister nu politiek gekleurd is en daar zouden we vanaf moeten, volgens mij. Pas dan zou een echt dualistisch stelsel van de gornd kunnen komen. Dus ook de keuze van een kabinet voor een minister van “buiten” de kamer, maar wel met de juiste partijkleur, hoeft voor mij niet. Ik denk dat het beter is een minister te kiezen die door de meerderheid van de kamer gedragen, gekozen wordt. Natuurlijk hebben de winnaars van de verkiezingen dan nog steeds de doorslaggevende stem. Na vier jaar krijg je dan een echte evaluatie van de achterliggende periode en kan de kamer besluiten de minister op zijn post te laten, als deze zijn/haar werk goed heeft gedaan.
Er is natuurlijk ook nog zo iets als een secretaris-generaal, wat de hoogste ambtenaarspost in een ministerie is. Vergelijk dat met een COO, dan zou een minister een CEO moeten zijn. Ik denk dat door de gekozen structuur de minister echter niet toekomt aan het managen van het ministerie.
Daarnaast is hetgeen Wilhelm noemt dus ook mijn grootste angst: “..hun grootste angst was dat ze de dag daarna niet meer verkozen zouden worden.” Dit speelt natuurlijk overal dwars doorheen.
Hoe bepaalt de Kamer dan welke minister het meest acceptabel is? Op basis van diens beleid neem ik aan. En hoe beoordeelt de Kamer beleid? Aan de hand van de eigen visie – het partijstandpunt dus.
Klinkt verdacht veel als het systeem dat we al hebben.
@Johan,
Volgens mij moet juist een minister wèl politiek gekleurd zijn – het is altijd de politiek die de doelen stelt die door ministeries moeten worden behaald. Dat lijkt me redelijk elementair voor de democratie – het politieke primaat over de vraag wàt de doelstellingen zijn.
Waar ik voor pleit, is dat een minister vervolgens niet in de rol van bestuurder gaat zitten (het “hoe”), maar in de rol van opdrachtgever. De politiek als “klant” dus, die bij een ambtelijke organisatie (een ministerie) “diensten” afneemt en daar strakke KPI’s, SLA’s etc aan hangt.
De ‘operatie’ is vervolgens verantwoordelijk om die diensten te leveren, daar moet een minister niet operationeel verantwoordelijk voor zijn. Je moet de ministeries de kans geven een effectieve organisatie op te zetten – dus niet elke keer ministeries splitsen of samenvoegen als er om politieke redenen weer een extra stoel voor een minister of staatssecretaris moet worden gecreëerd. Zo wordt elke minister feitelijk een programmaminister (verantwoordelijk voor het sturen op een set doelstellingen, indien nodig ook over meerdere departementen), en heeft hij/zij ook de handen vrij om disfunctioneren binnen een organisatie aan de kaak te stellen. Dat kan nu niet, want hij/zij draagt zèlf de operationele verantwoordelijkheid. Met een Haags cliché: als het mis gaat, moet een minister niet aftreden, maar optreden.
Zo versterk je mi het democratisch mandaat van de politiek: die gaat weer over het wát, over het stellen van doelen, en wordt onafhankelijker tov de ‘vierde macht’. Je geeft tevens die ‘vierde macht’ de kans èn de prikkel om vergaand te professionaliseren – immers bij ineffectief opereren is het niet de minister die de laan uit vliegt maar de COO zelf – of de onderliggende managementlagen waar evt het probleem ligt. Dus betere rolscheiding – en daarmee neem je een groot deel van de triggers weg die nu onderpresteren & het toedekken daarvan in de hand werken.
@Johan,
Het lijkt me lastig voor een minister die van buiten de kamer en van buiten een partij komt om politiek draagvlak voor zijn beleid te krijgen. Zoals Alex en Remco zeggen, beleid is juist politiek. Volgens mij leert de ervaring juist daarom, dat dit soort zaken kabinetten er alleen komen als de politici er echt een rommeltje van gemaakt hebben en er zelf niet meer uit komen. Gelukkig dus allen bij hoge uitzondering.
Maar dat neemt niet weg dat politieke partijen er wel goed aan doen, de meest capabele mensen aan te dragen voor ministerschap, ipv het als een beloning op een tijd in 2e Kamer te zien. Goede kamerleden maken niet noodzakelijk goede ministers.
Kortom, huidige system is wellicht zo slecht nog niet, mits toegepast met gezond verstand en nadruk op kwaliteit.