Deelraden, wc-eend en 100 miljoen

2189474244_efaf91a6dc_b
29.01.2011 |

Een goed voorbeeld van hoe een discussie vervuild kan worden werd afgelopen week gegeven door de Raad voor de Stadsdeelfinanciën. Zij kwam op verzoek van de gemeente Amsterdam met een rapport over de effectiviteit van stadsdelen. Zoals bekend wil het kabinet-Rutte deze afschaffen. Zonder blikken of blozen werd er beweerd dat de afschaffing van de stadsdelen honderd miljoen euro zou kosten. Andrée van Es, GroenLinks-wethouder en voorvechter van het voortbestaan van de stadsdelen, nam het rapport triomfantelijk in ontvangst als een mooi, nieuw argument in de discussie over afschaffing.

Op het rapport valt echter behoorlijk wat af te dingen. Ten eerste de samenstelling van de Raad. Deze bestaat uit negen leden, waarvan vijf ‘onafhankelijke leden’ (deze mogen niet werkzaam zijn bij de gemeente Amsterdam) en vier adviserende leden, waarvan twee werken bij de (centrale) gemeente Amsterdam en twee bij de stadsdelen. De stadsdelen hebben indirect dus al een behoorlijke invloed op de commissie. Dit wordt versterkt doordat verschillende ‘onafhankelijke’ leden ook hun wortels hebben in de stadsdelen. Hessel Boerboom, lange tijd voorzitter van de Raad, was wethouder in stadsdeel Osdorp. Een ander lid, Douwe Tiemersma, was wethouder in stadsdeel Zuid. Niet dat de commissie daarmee bij voorbaat niet serieus te nemen is, maar een gezond wantrouwen is wel op zijn plaats. Het neigt namelijk sterk naar “wij van wc-eend adviseren wc-eend”.

Het rapport stelt dat het bestaan van de stadsdelen de gemeentelijke overheid jaarlijks honderd miljoen bespaart. Dat zou gebeuren op basis van twee zaken. Ten eerste doordat verschillende inflexibele gemeentediensten opgeheven konden worden, zoals de dienst Stadsreiniging; en ten tweede door het creëren van horizontale integratie, waarbij diverse diensten op hetzelfde niveau worden aangeboden onder direct toezicht van een bestuur. Dit zou efficiënter gebeuren en daardoor goedkoper.

Toch valt hier wederom veel op af te dingen. Het afschaffen van de deelraden hoeft namelijk niet direct te betekenen dat de oude situatie meteen wordt hersteld, inclusief alle logge, inefficiënte, geldverspillende organisaties. Een deel van de structuur van de deelraden kan bijvoorbeeld blijven bestaan, maar dan zonder democratisch gekozen bestuur.

De Raad slaat zelf ook die weg in en geeft zelf aan dat om een ‘eerste inschatting’ gaat. De situatie in Amsterdam wordt vooral vergeleken met die in Utrecht en Den Haag, maar niet bepaald op een heel logische manier. De vergelijking met Den Haag gaat vooral over de vraag of deconcentratie wel of niet goed heeft gewerkt in de Hofstad, en niet over de kosten. Er wordt vooral volstaan met het citeren uit een rapport over decentralisatie door de gemeente Den Haag. In de vergelijking met Utrecht wordt er wel over de kosten gesproken. Zo wordt er gesteld dat het ambtenarenapparaat fors zou groeien om de bestuurlijke leegte vullen. Bij de uitwerking daarvan is het wel ‘lange halen, snel thuis’. Een voorbeeld van een redenering: ‘de dienst Wijken (in Utrecht, SL) bestaat op dit moment uit meer dan 100 fte’s. Op de schaal van Amsterdam zou dit een omvang van ongeveer 250 fte’s betekenen (Amsterdam heeft 2,5 maal zoveel inwoners als Utrecht).’ Nogal een erg simpel rekensommetjes, vooral als op basis daarvan zulke grote conclusies worden getrokken.

Kortom, het getal van honderd miljoen euro is niet of nauwelijks onderbouwd. De Raad voor de Stadsdeelfinanciën geeft dat impliciet ook toe door het een ‘eerste inschatting’ te noemen. Probleem is dat media wel een bepaalde autoriteit toekennen aan organisaties als de Raad voor de Stadsdeelfinanciën, terwijl achterdocht eerder op zijn plaats is. Het publiek kent vervolgens de media een bepaalde autoriteit toe. Het cijfer van honderd miljoen heeft in alle kranten gestaan, en zal vanaf nu in elke discussie over deelraden als vaststaand feit worden geaccepteerd en voorstanders een belangrijk argument geven in de discussie. Jammer dus, maar een sterk voorbeeld van hoe een discussie vervuild wordt.

Simcha Looijen
Afgestudeerd journalist en student theologie