Wie politieke visies en standpunten uitdraagt, zal zich in meer of minder duidelijke taal distantiëren van politieke tegenstanders. Zo werkt dat in een partijpolitiek landschap. Tegelijk is geen enkele rechtsstatelijke politieke visie compleet zonder een visie op de mogelijkheid voor diverse stromingen in de samenleving om het eigen perspectief in te brengen: welke vorm acht je geschikt voor het debat met je politieke tegenstanders/concullega´s? Ziedaar de partijpolitieke paradox die van politici een zekere volwassenheid vraagt.
Nu ligt vijandige taal over medepolitici enigszins onder vuur sinds de aanslag op het Democratische Congreslid Gabrielle Giffords. Dat lijkt mij winst na alle geroep om een uitingsvrijheid die onbegrensd zou zijn. Natuurlijk zal de Partij voor de Vijandsbeelden nog wel even doorgaan met het herleiden van alle problemen op hetzij islam en Koran, fitna en burqa, hetzij autochtonen, immigratie, asielbeleid, etc., hetzij de linkse kerk en linkse hobby’s, etc. (al beweren sommigen dat het aantal superlatieven uit PVV-hoek daalt sinds het gedogen). In elk geval: de vraag naar de politieke oorlogsretoriek ligt er. Een volgende vraag is of we populistische mediaretoriek kunnen zien als signaal van het failliet van partijen als democratisch middel.
Zo dadelijk meer over vijandelijkheden. Nu eerst de constatering dat het partijpolitieke stelsel in Nederland nu al bijna anderhalve eeuw aan diverse groepen in de samenleving stem heeft gegeven. Zowel sociale gremia (arbeiders, boeren) als levensbeschouwelijke ‘zuilen’ (RK, protestant, ‘algemeen’) kregen stem in raden en staten – en ook in onderwijs- en omroepland. Voor veel landen is deze geschakeerde opzet vanuit een sterke civil society nog altijd een leerzaam en waardevol exportproduct van de Nederlandse sociale en politieke geschiedenis. Het stelsel heeft fors rente opgebracht, ook wanneer nu sociale mobiliteit dwars door gremia en zuilen heenfietst (‘ontschotting’, fluïdisering). Hoe onsympathiek de persoon Abraham Kuyper ook was, als visionair zag hij ruim een eeuw tevoren de zin van een postmodern, want perspectivisch georganiseerde inbreng in een arena vol verschillen van mening.
Intussen floreerde deze arena wel dankzij een aantal gemeenschappelijke, maatschappijbreed gedeelde overtuigingen en fundamenten van wederzijds respect. Zoals concensusdenken, oog voor minderheden en de persoonlijke ethiek van politieke actoren. Als de behoefte aan consensus vervangen wordt door de wil tot overmacht, als de motivatie om ook minderheden een zeker politiek gewicht toe te kennen evenredig afneemt, als hoffelijkheid niet automatisch verbonden is met een functioneren als raads- of kamerlid – dan gaan partijpolitieke verhoudingen schuren. Komen we er dan nog samen uit via partijen?
Vooralsnog doen we het ermee, met dit partijenstelsel. En zolang geldt: niet scherp debat, maar juist ongenuanceerde generalisaties en hatelijkheden ondermijnen het functioneren van deze partijendemocratie. Zeker een PVV, die het creëren van vijandsbeelden hanteert als structurele politieke strategie, kiest daarmee welbewust een on- of erger antidemocratische koers. Een koers die het gebrek aan interne democratie weerspiegelt, en getuigt van minachting voor de eigen landshistorie die het huidige partijenstelsel voortbracht, ondanks lauwwarme woorden over de eigen ‘joods-christelijke cultuur’. Wat mist is de politieke volwassenheid om de partijpolitieke paradox op te brengen: een positieve houding tegenover de stem en speelruimte van de politieke tegenovers met wie je het inhoudelijk oneens bent.
Christenen kunnen terecht naar de islam wijzen als vijandig tegenover een aantal christelijke houdingen en basisovertuigingen. Dat verschil treft niet alleen privélevens, maar is ook potentieel ondermijnend voor een rechtsstaat en een democratie die op veel van deze houdingen en basisovertuigingen gebaseerd is. Te denken valt aan de gelijkwaardigheid van alle burgers en de scheiding van kerk en staat, en dieper aan aandacht voor derden boven bijvoorbeeld familie-eer. Verliest de islam door het hebben van politieke overtuigingen het karakter van een religie? Nee. Iedere levensbeschouwing, ook een atheïstische, gaat gepaard met politieke voorkeuren of consequenties. Een forse politiek-ideologische weerhaak zit bij de islam in de territoriumdrift; die verschilt hemelsbreed van Jezus’ Koninkrijk dat ‘niet van deze wereld’ is – precies de reden om kerk en natiestaat (overheid incluis) als twee onderscheiden sferen te zien.
Tegelijk zal de ChristenUnie een partij die binnen de rechtsstaat en partijendemocratie wil opereren vanuit islamitische uitgangspunten, verwelkomen in het politieke spectrum. Nu al ondermijnend voor een partijpolitieke democratie is immers een politiek die vijandsbeelden aanwakkert en de mogelijkheid voor een moslimpartij theoretisch of praktisch wil uitsluiten. Het zal waar zijn dat de islam zo’n reactie oproept, als religie met territoriumdrift. Dan nog getuigt het van politieke (en christelijke) volwassenheid om niet vanuit soortgelijke territoriumdrift vijandsbeelden in de samenleving te vergroten, en daarmee zelf die samenleving te destabiliseren. In de kerk geldt: heb je vijand lief (wat zelden lukt). In de politiek geldt: doe de ander recht. Niet uit rooskleurig optimisme, maar wel uit principe.
© foto Meneer De Braker (Akbar2)



In Nederland is een paar keer geprobeerd om een moslimpartij op te richten, maar dat is tot dusverre niet gelukt. Onze islamitische medeburger stemt liever op een niet-confessionele partij, of op het interreligieuze CDA. Je kunt wel zeggen als ChristenUnie dat je graag een moslimpartij wilt, maar als de meeste moslims in Nederland hier blijkbaar niet zo’n behoefte aan hebben, kun je je denk ik beter richten op de actualiteit dan op de 19e-eeuwse ideologie van Abraham Kuyper.
Misschien interessant in dit verband; veel mensen zullen ervan opkijken, maar de moslim broederschap is vertegenwoordigd in de Knesset, het Israëlische parlement.
In onze democratie kan dat ook gewoon en volgens mij is het ook een non-discussie. Als de moslims het willen komt die partij er gewoon. Als die partij er niet komt dan willen ze het blijkbaar niet. Die oproep van de CU snap ik daarom niet. Je kunt met moslims toch ook buiten het parlement in debat?
Het klinkt een beetje sarcastisch, maar ik heb het idee dat de ChristenUnie graag met iets nieuws in de media wilde scoren. Het Nederlands Dagblad pent alles wat de ChristenUnie roept met graagte neer, maar de andere kranten vinden dit proefballonnetje non-nieuws.
De CU moet gaan komen met een antwoord op de echte problemen. Godsdienstvrijheid gaat sneuvelen in de komende 30 jaar. Dat is helder. En daar mag niemand rouwig om zijn. Geloof is de meest dodelijke ziekte die er is.
Het creëren van een geprononceerd vijandbeeld is/was wel degelijk ook kenmerkend voor Kuyper’s politieke strategie, de antithese, het ultieme breekijzer van de ARP.
concullega wat een onzinnig woord. wat bedoel je?