Godsdienstvrijheid is een veelbesproken onderwerp: Rouvoet en Halsema hebben onlangs gediscussieerd over de meerwaarde van godsdienstvrijheid en het WI heeft er een congres en boek aan gewijd. Critici van de vrijheid van godsdienst, artikel 6 Grondwet, vinden dat dit artikel geheel overlapt wordt door andere grondrechten en zodoende overbodig is. In deze column wil ik hebben over de (juridische) meerwaarde van godsdienstvrijheid op grond van de uiterlijke aspecten van godsdienst. Deze uiterlijke aspecten worden slechts door de godsdienstvrijheid beschermd. Hiermee wil ik aantonen dat artikel 6 Grondwet een eigen bereik heeft en dus meerwaarde heeft ten opzichte van de andere grondrechten.
Voor christenen is het vieren van godsdienstige rust- of feestdagen niet zo problematisch. Andere godsdiensten hebben in Nederland geen officiële godsdienstige feestdagen. Hoe kunnen ze dit toch vieren? Een mohammedaan diende verlof in vanwege het vieren van het Suikerfeest, voor de mohammedanen een heilig feest. De werkgever weigerde op grond van de stagnatie van het bedrijf. De Hoge Raad overwoog dat een werkgever een verlofdag, mits tijdig aangevraagd, vanwege een religieuze feestdag in beginsel niet mag weigeren.
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens accepteerde in een joodse zaak dat ritueel voedsel onder godsdiensvrijheid valt: ‘It is not contested that ritual slaughter, as indeed its name indicates, constitutes a rite (…) whose purpose is to provide Jews with meat from animals slaughtered in accordance with religious prescriptions, which is an essential aspect of the practise of the Jewish religion’.
Een ander voorbeeld betreft de Sante Daimo-kerk waar het in erediensten gebruikelijk is om ayahuasca-thee te drinken. Hierin zit een stof die verboden is in de Opiumwet. De bezoekers van deze kerk vonden dat zij niet in overtreding waren van de Opiumwet, omdat deze thee een belangrijk onderdeel is van hun religie. De rechter stelde hen in deze zaak in het gelijk. Op welk grondrecht zouden godsdienstigen een beroep moeten doen ter rechtvaardiging van hun godsdienstige ‘eetgewoontes’?
Onder joden, maar ook onder moslims is de besnijdenis van jonge jongetjes een erkend onderdeel van hun godsdienst. Zij beroepen zich voor de rechtvaardiging van deze praktijk dan ook op artikel 6 Grondwet. Maar gaat die rechtvaardiging ook op voor vrouwenbesnijdenis? Vrouwenbesnijdenis komt in veel islamitische landen voor. Met een beroep op 2 Ahadith uit de Koran legitimeren sommige islamieten vrouwenbesnijdenis [1]. Deze Ahadith worden echter dubieus gevonden. In Nederland zien we vrouwenbesnijdenis –naar mijn mening terecht- als mishandeling en daarmee als strafbaar feit. Godsdienstvrijheid kent hiermee haar grenzen in de wet.
Nederland kent wetgeving die ruimte geeft aan gewetensbezwaarden. Zo hoeven mensen met een geloofsovertuiging die zich verzet tegen het aangaan van verzekeringen geen verzekering aan te gaan [2]. De Grondwet kent in artikel 99 vrijstelling van militaire dienst in verband met ernstige gewetensbezwaren. Deze bezwaren komen meestal voort uit de overtuiging dat een medemens niet gedood mag worden, ook niet op bevel van de overheid. Vanwege eenzelfde standpunt hoeven ook artsen en verpleegkundigen niet mee te werken aan een abortus [3] of euthanasie. En als afsluiter: sommige mensen willen vanwege godsdienstige redenen niet ‘de eed’ afleggen [4]. Mede vanwege dit standpunt kwam er de mogelijkheid om ‘de belofte’ af te leggen.
Voor joden is een keppeltje een religieus kledingstuk, voor moslima’s is de hoofddoek een religieus kledingstuk en ook de boerka is erkend als religieus kledingstuk (hoewel nauwelijks gedragen). Dat niet voor elk religieus kledingstuk een gerechtvaardigd beroep op godsdienstvrijheid gedaan kan blijkt in onder andere Frankrijk en Turkije, daar is het niet toegestaan om een boerka te dragen in het publieke domein. Ook in Nederland wordt deze discussie gevoerd. Wij als tolerant Nederland, hoe tolerant zijn wij met betrekking tot vrijheid van godsdienst in het publieke domein? En voor christenen: is er ook ruimte voor andere godsdiensten?
Vrijheid van godsdienst heeft een absolute meerwaarde ten opzichte van de andere grondrechten. Het is dus van groot belang dat de vrijheid van godsdienst in onze Grondwet blijft staan. Het is echter wel zaak godsdienstvrijheid niet slechts een papieren letter te laten zijn. Nederland is altijd trots geweest op het tolerante publieke domein en wat godsdienst betreft zou Nederland dat ook moeten zijn: ruimte voor alle godsdiensten. Dat vereist tolerantie onder het Bijbelse credo: “Wat gij wilt dat u geschiedt doe dat ook een ander”. De positieve formulering vereist een actieve houding naar onze medemensen toe, wederzijds respect en verantwoordelijkheid van iedereen in het publieke domein.
[1]« Um Atiyyat al-Ansariyyah zei: ‘Een vrouw in Medina placht besnijdenis uit te voeren in Medina. De Profeet zei tegen haar: “snij niet te erg want dat is beter voor een vrouw en verkieslijker voor een echtgenoot.” »
« Besnijdenis is sunnah voor mannen en een teken van respect voor vrouwen. »
[2] Artikel 18, Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen
[3]Artikel 20, Wet afbreking zwangerschap
[4] Mattheüs 5:34-37 en Jakobus 5:12.



De documenten van Harmjanv zijn niet te lezen. Kortom, de linkjes werken niet.
@Bezoeker:
Ah, goed punt, dank. Linkjes gingen blijkbaar mee vanuit het Word bestand, is nu aangepast
Goed punt gemaakt. De argumentatie waarom op een bepaald moment de grens wordt getrokken, is echter niet overtuigend. Waarom besnijdenis van meisjes verbieden en van jongens toestaan? Waarom keppeltjes accepteren en boerka’s ter discussie? Waarom gewetensbezwaren bij artsen toestaan en bij ambtenaren burgerlijke stand niet? Daar liggen volgens mij de wezenlijke vragen en het antwoord is erg afhankelijk van de historische ontwikkelingen en het algemeen gevoelen van een samenleving. Daar is geen absolute lijn bij aan te geven, lijkt me (kijk ook maar naar het voorbeeld van de opiumwet die kennelijk wel overtreden mag worden…).
Overigens zijn ook partijen die verankering van de godsdienstvrijheid in de grondwet willen schrappen er volgens mij niet op uit om de ‘onschuldige’ voorbeelden te verbieden. Wel om te doorbreken dat schadelijke zaken door een beroep op godsdienstvrijheid worden beschermd. En wat dan schadelijk is, ja, dat is weer afhankelijk van de culturele ontwikkelingen.
Ik wil geen kans voorbij laten gaan om dit te zeggen: eens met Ruard.
Hij stelt de juiste vragen en dat geeft aan dat de discussie pas begint bij het stuk van Reint. Ik denk dat de vrijheid om je geloof te kunnen beleven, en ook van invloed te laten zijn op je handelen in de publieke ruimte, essentieel is. En één van de vrijheden die in Nederland onder druk is komen te staan, vooral omdat nog maar weinig mensen begrip hebben voor minderheden die handelen op basis van een “sprookje” (zoals zij dat dan noemen). De vraag is wel, of het verankeren van de vrijheid van godsdienst in de grondwet een noodzakelijke voorwaarde is om deze vrijheid te beschermen. Er zijn mensen die het een specifieke variant op de vrijheid van meningsuiting vinden. Daar valt iets voor te zeggen. Ik zie dat overigens niet als reden om de vrijheid van godsdienst te schrappen. Waarom zou je ook? Het is een positief artikel en degenen die het willen schrappen zijn vaak gedreven door antireligieuze drijfveren.
@Ruard,
Is de definitie van wat ‘schadelijk’ is, altijd alleen maar afhankelijk van ‘culturele ontwikkelingen’? Dan lijk je eigenlijk te zeggen dat alles wat een toevallige meerderheid onwenselijk vindt, mag worden verboden. Godsdienstvrijheid (en al onze andere fundamentele vrijheden, for that matter), zijn juist uitgevonden om minderheden te beschermen tegen dat soort willekeur. Ik zou de definitie overigens wel iets verbreden tot ‘vrijheid van levensovertuiging’ – zie niet waarom een godsdienstige levensovertuiging voor de wet méér beschermd moet worden dan een areligieuze. Maar het gaat juist om bescherming tegen een intolerante meerderheid, die met een beroep op ‘culturele ontwikkelingen’ de gewetensvrijheid van andersdenkenden wil beperken.
Het lijkt mij dat er wel degelijk meer objectieve criteria zijn aan te leggen, bijvoorbeeld waar andere wetten in het geding zijn. Deze zijn uiteraard niet absoluut, maar wel veel meer dan slechts het gevolg van een ‘culturele ontwikkeling’. Een aantal voorbeelden;
- Ook bij het drinken van wijn bij het Avondmaal moet ik er rekening mee houden dat ik geen auto meer mag rijden boven een bepaald promillage. ‘Godsdienstvrijheid’ wordt hier dus begrensd door andere wetten – ik zie niet in waarom dit voor ayahuasca-thee anders zou zijn, of voor de ideologisch geïnspireerde LSD-experimenten van Timothy Leary. Is het verboden buiten de ‘kerk’, dan ook erbinnen, en mag het buiten tot een bepaalde hoeveelheid, dan ook erbinnen.
- Besnijdenis van jongens is lichamelijk onschuldig en vaak zelfs heilzaam (in geval voorhuidsvernauwing). Besnijdenis van meisjes is schadelijk en verminkend.
- Boerka’s brengen de (gevoelde) publieke veiligheid in gevaar en verhinderen het vaststellen van iemands identiteit. Hoofddoekjes en keppeltjes doen dat niet.
Het criterium is dus of er een andere wet in het geding is, of dat de vrijheid van de één de vrijheid van de ander beperkt of niet. Daarom mogen er gewetensbezwaarde ambtenaren zijn, maar mogen bijvoorbeeld homoseksuelen daarvan niet de dupe worden – een gemeente moet altijd zorgen voor een ambtenaar die het huwelijk wil uitvoeren, maar die verplichting kun je nooit doortrekken naar de individuele ambtenaar. Daar denkt jouw partij bij mijn weten anders over, die vindt dat de minderheid zich maar moet aanpassen aan de ‘culturele ontwikkeling’ die door de meerderheid wordt gedicteerd.
@Ruard Ganzevoort:
Mijn punt is niet om onderscheid te maken tussen toegestane godsdienstige uitingen en gedragingen en niet toegestane uitingen en gedragingen. Ik wijs met deze voorbeelden alleen op de meerwaarde van godsdienstvrijheid.
Zou ik wel mijn punt maken over het onderscheid tussen de ene vorm van godsdienstuiting en de ander, dan heb je gelijk: dat onderscheid komt vaak voort uit historische en culturele aspecten. Maar deze onderscheidingen komen ook voort uit de wet, zoals Alex terecht aangeeft.
Dus dat men jongetjes mag verminken zonder medische oorzaak en illegale drugs mag gebruiken geeft de meerwaarde aan van godsdienstvrijheid?
Ik betwijfel of je daarmee ook maar iemand overtuigt die niet sowieso al overtuigt is van de waarde van Godsdienstvrijheid.
@Ruard Ganzevoort
>> En wat dan schadelijk is, ja, dat is weer afhankelijk van de culturele ontwikkelingen.
Dat is een gevaarlijke ontwikkeling. U bent, blijkens diverse opiniestukken vorig jaar (o.a. http://www.nd.nl/artikelen/2010/maart/26/-staat-pak-kerk-aan-die-homo-s-weigert-) degene die geen been ziet in staatsinterventie tegen kerken die praktiserend homoseksuelen Avondmaal of eucharistie weigeren.
De illegale actie van PvdA-voorzitter in de RK Kerk Ploumen tijdens de zgn. hostierel, had kennelijk uw zegen. Daarmee hebt u zich gediskwalificeerd als serieus gesprekspartner over dit onderwerp.
Uit het artikel zelf, dat wat mij betreft erg plotsklaps eindigt, blijkt de spagaat waarin we zitten, en waar we beslist uit moeten zien te komen. Met een artikel als dit, hoe aardig ook, komen we niet verder. De thema’s die hier worden aangesneden, zijn niet nieuw evenmin als de manier waarop ze uitgewerkt worden.
Ik breek nogmaals een lans voor twee zaken:
- Grondwettelijk vastleggen van een Leitkultur waartoe de islam uitdrukkelijk niet behoort
- Opsplitsing van de islam in een ‘religieus’ deel en een ‘maatschappelijk-jihadistische’ tak
Dit biedt de mogelijkheid om én de godsdienstvrijheid (waaronder de onschendbaarheid van de eredienst!!) te waarborgen én de islam te bestrijden. Dat dit laatste nodig is en blijft, staat voor mij buiten kijf. De kans is daarom levensgroot dat ik op 2 maart wederom niet op de ChristenUnie stem. Momenteel zweef ik boven (in volgorde van grootte) VVD, PVV, CU en SGP. Volstrekt abject zijn voor mij (in volgorde van walging): D66, PvdA, Partij voor de Dieren, GroenLinks, SP.
@ Reint,
Vrijheid van Godsdienst in de Grondwet voegt niet zo gek veel toe, omdat het reeds is geregeld in het Europees verdrag van de rechten van de mens. Dat is niet onbelangrijk in dit geheel.
Toch kan het niet anders zijn dat iedereen zich in Nederland aan de wet dient te houden. Dat is voor gelovigen en ongelovigen. Zolang de normen van het geloof overeenstemmen met de wet is er geen probleem. Lastiger wordt het wanneer de wet een ander kader geeft dan waarbinnen de gelovige denkt te kunnen blijven. Dan geldt m.i. slechts de wet!
Zolang de kerk niet discrimineert mag zij doen en laten wat men wilt. Maar ik heb er problemen mee als men onderscheid maakt tussen man en vrouw, homo en hetero. Dat kan dus niet. Godsdienstvrijheid mag niet indruisen tegen datgene wat wij in Nederland als normaal hebben vastgelegd in wetgeving.