De kerk is geen stoplap

293826061_5b37863ce4_b
11.01.2012 |

,,Er is teveel naar overheid en politiek gekeken de afgelopen decennia, ook door christenen. Nu klinkt weer de roep om zorg aan kerken en aan de ring van organisaties daaromheen”[1]

Deze gedachte klinkt naar mijn gevoel steeds luider in de ChristenUnie. Het voert me terug naar een conferentie van onze partij ergens rond 2004 waarin de WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning) centraal stond. Deze wet stond toen op stapel. De WMO werd op deze conferentie met groot enthousiasme verwelkomd. Nu konden en gingen de kerken echt meedoen in de samenleving! Wat mij als lid van de PKN Protestantse Kerk Nederland)[2] opviel was dat alle presentaties van kerkelijke maatschappelijke inzet betrekking hadden op de zgn. ‘kleine gereformeerde kerken’ (Vrijgemaakte, Ned. Geref. , Chr. Geref. kerken). Wat ook opviel was het enthousiasme waarmee deze ‘ontdekking van de samenleving’ werd gepresenteerd. Wat echter het meest opvallend was, was de enorme gedachtesprong die eraan verbonden werd. Nu de kerken de samenleving weer ontdekten was het ook eenvoudiger voor de overheid zich terug te trekken, de kerk ging immers haar sociale roeping weer op zich nemen. In deze redenering was dat maar goed ook omdat juist het overheidsoptreden een belangrijke oorzaak was van het verval van de sociale cohesie. De overheid had de kerken en sociale verbanden teveel werk uit handen genomen en zo de maatschappelijke betrokkenheid verminderd.

De redenering die destijds werd geponeerd wordt nu binnen de ChristenUnie opnieuw vertolkt zij het met iets meer nuance.  Die nuance is dan ook broodnodig. ‘Meer kerk, minder overheid’ (de ChristenUnie variant van ‘meer samenleving, minder overheid’) vraagt om een kritische doordenking.

Mijn eigen kritische reflectie komt voort uit de praktijkervaring van zes jaar predikant zijn in een doorsnee protestantse gemeente (PKN-gemeente). Hierbij wil ik op twee punten inzoomen. Het eerste is de realiteit van kerkelijke inzet en het tweede is het verschil tussen incidentele en structurele hulp.

Met die realiteit van kerkelijke inzet bedoel ik ook de realiteit dat de grote kerkverbanden in Nederland, de kerken in de PKN en de Rooms-Katholieke kerk, nooit opgehouden zijn met hun maatschappelijke inzet. Historisch gezien zou je zelfs kunnen zeggen dat juist in de jaren vijftig en zestig de maatschappelijke inzet van de PKN kerken juist toenam, dezelfde tijd dus dat de overheid hetzelfde deed. Factoren als toenemende urbanisatie, educatie, complexiteit en technologische en medische vooruitgang hebben in belangrijke mate bijgedragen aan de individualisering. Individualisering kan niet simpelweg op het conto van een terugtrekkende kerk en een groeiende overheidsbemoeienis geschoven worden. Wat wel gebeurde is dat kerkelijke instellingen door afnemend geloofsvuur en toenemende eisen fuseerden met algemene instellingen. Maar dat was eerder een sluitstuk en niet een oorzaak van de maatschappelijke veranderingen. Desondanks kan niemand die de feiten onder ogen ziet stellen dat de kerkelijke maatschappelijke inzet ophield. Het diaconale werk in steden (inloophuizen etc.), de opvang van asielzoekers, de oprichting van voedselbanken, de wereldwinkels, jongerenwerk in dorpen; het is maar een greep uit de veelheid van kerkelijke inzet en maatschappelijke betrokkenheid van christenen. Wat wel veranderd is, is dat deze inzet haar beperkingen kent en nu eerder verwijst naar de professionele hulp.

Hier komt de andere realiteit in zicht.  De spankracht en concrete mogelijkheden van kerkelijke hulp. Historisch gezien is de structurele hulp van de kerk ondersteunend en beperkt geweest en eigenlijk onvoldoende om een sociaal minimum te kunnen garanderen. Dat is nog steeds zo maar dan in versterkte mate. Het is irreëel om te verwachten dat de kerk (in de breedste zin v/h woord) aan grote groepen mensen zodanige hulp kan verstrekken dat dit de overheidstaak kan vervangen. Overigens blijkt nu al dat er een vrij grote groep door de WMO buiten de boot valt omdat deze noch bij buren, familie of een kerk in beeld komt maar de overheid simpelweg veronderstelt ‘dat het wel goed komt’ (niet dus). Wat wel een duidelijk voordeel van de WMO is dat de vele vormen van ondersteuning en incidentele hulp een plek hebben gekregen en dat is dan ook iets wat een kerk wel kan. Daarnaast is een kerk een heel goed ‘doorgeefluik’ dat de overheid alarmeert en zo voorkomt dat situaties nog verder uit de hand lopen.

Ter illustratie; als predikant maakte ik de invoering van de WMO mee en een enkele  ambtenaar bestond het te verwachten dat een kerkelijke gemeente op punten de thuiszorg wel kon vervangen. Wat in mijn vergrijzende en leeglopende dorpen dus erop zou neerkomen dat de 65+’ers de 80+’ers zouden verzorgen. Een irreëel scenario op zijn zachtst gezegd. Een dergelijk verwachtingspatroon kan je bij geen enkele vrijwilligersorganisatie neerleggen. De kerk is dus geen stoplap voor een terugtrekkende overheid tenzij het die overheid (zoals het huidige kabinet) ijskoud laat wat er met mensen gebeurd.

Mijn stuk is vooral een uitdaging aan de ChristenUnie om ‘meer samenleving, minder overheid’ realistisch en concreter te doordenken. Kom met concrete en reële voorstellen waarmee je de breedte van de samenleving kan inzetten.

Een suggestie heb ik nog wel; beperk deze doordenking niet tot ‘minder overheid, meer samenleving’ en breid het uit met ‘minder markt, meer samenleving’ want voor de omslag die nodig is, is een veel bredere omslag noodzakelijk dan het schuiven van overheidswerk naar een stel overwerkte vrijwilligers.



[1] Gert-Jan Segers in Handschrift december 2011 p.39

[2] PKN: grootste protestantse kerk in Nederland (fusie GKN, NHK, ELK) met 1,8 mln. leden

 

Foto door johan wieland

Johannes de Jong is predikant binnen de Protestantse Kerk Nederland en werkt als manager van de European Christian Political Foundation. Dit artikel schreef hij op persoonlijke titel.

10 reacties

  1. ben says:

    “alleen ik ben overgebleven om het u aan te zeggen” zei die ene overlevende knecht van Job, weten we nog? (Job had er zo wel een paar, met verschillende rampspoedberichten, toch?)

    Ik snap helemaal wat die mannen voelden. (het lijkt het CU-forum wel, moeten ze gedacht hebben)

    Het is natuurlijk in feite nog veel gekker als wat u zo vriendelijk schetst, mijnheer de Jong!
    Als we er nou eens van uit gaan dat de meeste christenen in de politiek ook op een christelijke partij stemmen. Dat mogen we toch minstens wel verwachten? Als we dan eens veronderstellen dat er bij het CDA (nog) net zoveel christenen zitten als bij de CU en SGP samen, dan komen we toch op nog maar zo’n 10% christenen in de politiek en in de kerken uit?
    Die zijn hoofdzakelijk tussen de 65 en 80 jaar of zo? Dat herken ik ook (zelf heb ik ook met kerst een mooie rode kerstster met dagboekje gekregen vanwege m’n hoge leeftijd)

    Bij ons in de (kleine geref. KPN) kerk heb je kerkbonnen van een euro, om in de collectezak te doen. Oké, door de ontwaarding zijn ze nu 1,10, maar je kunt ook bonnen van halve prijs kopen, wat best veel wordt gedaan. Er wordt één keer voor de diaconie gecollecteerd en er zitten een goeie 100 mensen in het kerkje. Hoe sterk bela….., ho ben, dat woord mag je niet meer gebruiken van de voorzitter KV, dus houden we malkander voor het lapje, met de belastingen steeds (al 100 jaar) maar weer te verhogen, maar de maatschappelijke problemen naar die paar ouwe kerkmensen te willen doorschuiven??

    En uiteraard hou je, zoals u ook stelt, met de diaconie geen individualisering tegen. Daar zijn andere factoren debet aan. (Op het CU-ledenforum scheld ik soms vanuit mijn vak tegen de planologische.)

    Eerst nog even die belangrijke wereldse wijsheid:
    ‘wie op z’n/h’r 25e niet links is, is niet genoeg gemotiveerd!’
    ‘wie op z’n/h’r 55e nog links is, die heeft niks bijgeleerd!’

    Aldus had ik met onze nieuwe jonge dominee (een oude hebben we geen geld voor, geloof ik. Al 400 jaar kopen we steeds een proponent) een aanloper aangaande een stuk uit het Zoeklicht, overgenomen voor in ons kerkblad, van Bijbelleraar Gert v.d. Weerd over Matth.25:37-45. Van de Weerd zei daar:

    Citaat: ‘……de hulp aan armen en verdrukten is tegenwoordig universeel geworden. Zonder onderscheid van geloof. Dat is niet volgens de Bijbel. Christenen dienen zich voornamelijk te bekommeren om hun geloofsbroeders/zusters. En dan heb je al de handen vol. Moeten we ongelovigen dan niet bijstaan? Jawel, maar alleen als ze op ons pad komen (de vreemdeling vs.43)
    Let wel, de Bijbel verbiedt u niet hulp te geven aan ongelovigen in een vreemd land. Er worden prioriteiten gelegd. Daarin is de hulp aan de broeders en zusters een gebod dat u de handen vol geeft. Dan blijft er weinig ruimte over voor andersdenkende behoeftigen. Het is geen onderscheid zonder reden. Want als alle christenen aan Jezus’ oproep gehoor zouden geven, bestaan er geen christelijke behoeftigen meer. En zo zou aan de boodschap van het evangelie meer kracht gegeven worden. (gij geheel anders)’

    Nou vond ik dat zelf geen slecht verhaal en erg praktisch, maar het kwam niet ongeschonden door de censuur van onze voorganger heen. En hij verving een groot deel van deze alinea door een aanhaling van Paulus in Galaten 6:
    ‘laat ons goed doen aan allen, maar het meest aan de huisgenoten des geloofs’.
    (zou hij notie hebben hoeveel groter en méér ‘allen’ nu is, sinds de wereld een dorp is geworden, Europa een dorpsdeel, dan in de tijd van Paulus?)

    Ja, en dan te weten dat ik zeer onlangs nog op het topic over het welkom van de katholieke broeders/zusters bij de ChristenUnie, mij de vrijheid heb veleend om hun KBS wijsheid van Jezus Sirach aan te halen, zoals verwoord in het 12e hoofdstuk! (moet je ook eens naslaan, heel leuk! Verstandige weldadigheid staat er boven)

    Ja, dan overweeg ik dat ons geld via ‘Woord en Daad’ wel goed terecht zal zijn gekomen in Haiti (we hebben daar ook een adoptiekindje, financieel) Maar tegen de verjongde CUers zeg ik: de helft van jullie geld via giro 555 zit nú nog in de pot van het corrupte regiem, zagen we op TV. (een groot deel van de andere helft in hun zakken, weten we).
    Het percentage ontwikkelingssamenwerkingsgeld dat op de goede manier op de benodigde plaatsen terecht komt, durven we, als we ons goed hebben laten informeren door praktijkmensen, niet eens te schatten. De salarissen der directeuren NGO’s ook niet, maar dan de andere kant op. Maar nu raak ik off-topic, geloof ik, dus beëindig ik hier maar weer m’n spreekbeurt, met CU-vriendenlijke groet.

    Edoch, dat niet dan nadat ik nog even mijn steun betuigd heb aan uw echte oplossing, dominee de Jong: minder markt, meer samenleving!
    Als ik dan roep: weg met dat duivelse achterhaalde graaikapitalisme, wat ons in de ellende stortte, zit ik dan nog op uw lijn?

    ReplyReply
  2. Uw betoog is iets te lang om op alle punten te reageren al voel ik dat u mijn centrale argument wel begrepen hebt. Ik beperk me dus maar even tot de laatste vraag.

    Wat ik daarmee bedoelde is het beste te schetsen met een voorbeeld:

    Op dit moment is de thuiszorg een commercieel gebeuren met alle gevolgen vandien. Duurbetaald management (idd. de ‘graaiers’), uitgaven aan reclame en sponsoring, laagbetaalde verzorgers, versnippering en inefficiente zorgverlening. Thuiszorgers die elk 20 km. moeten rijden omdat hun buurman toevallig door de concurrent verzorgd wordt. Dit laatste is niet besloten door de buurman maar door een paar ambtenaren. Wij moeten wel betalen voor alle vervoerskosten, management etc.

    Zou het niet beter zijn om die hele thuiszorg uit ‘de markt’ te halen? Zou het niet beter zijn als er binnen een straal van een paar wijken of dorpen thuiszorgers (wijkverpleegsters) een thuiszorgorganisatie zouden opzetten waarvan zijzelf eigenaar zijn en waarin clienten in die wijk (en mogelijk familieleden) een stem in zouden krijgen? Het zou vermoedelijk het beste werken als deze organisatie precies zo groot was dat er 1 persoon vrijgesteld kan worden (part-time?) voor een stuk noodzakelijke planning en verdeling van patienten.

    Het is maar een voorbeeld maar dit is ongeveer wat ik bedoel met ‘minder markt, meer samenleving’.

    ReplyReply
  3. Alex says:

    Beste Johannes,

    Ik ben het met een groot deel van je historische analyse eens, en zie ook de uitdagingen, vooral op het gebied van span- en draagkracht van de kerken & kerkelijke organisaties.

    Toch denk ik dat je “de samenleving” en de rol van de kerk tekort doet wanneer je de visie van gedeelde verantwoordelijkheid tussen overheid en samenleving gelijkstelt aan het gebruiken van de kerk als “stoplap”.

    Er zijn een aantal redenen waarom ik vind dat je per saldo te klein denkt over de kerk en te groot over de overheid. In de praktijk waarbij ik betrokken ben -een evangelische gemeente met een sterke ‘diaconale’ gerichtheid- zie ik een aantal ontwikkelingen.

    1) Incidentele versus structurele hulp en de kerk als “doorgeefluik” naar de overheid. Ik zie deze tegenstelling niet. Ik zie juist een andere ontwikkeling: de overheid heeft veel goede regelingen voor ‘structurele hulp’ (bijv. op het gebied van reïntegratie of schuldhulp), maar die ‘structurele hulp’ helpt ten diepste de mensen niet uit de penarie. Sterker nog: mensen die ècht dat soort hulp nodig hebben, vinden vaak de weg niet in het regelwoud en komen slechter uit de ‘hulp’ dan ze erin gegaan zijn. Deze mensen schreeuwen om hulp van de kerk: geen incidentele hulp of ‘doorverwijzing’ naar de ‘professionals’ van de overheid, maar hulp met datgene dat de overheid ten principale niet kán geven: een antwoord op de vraag “Hoe krijg ik mijn leven weer op orde?” De ‘hulp’ van de overheid is niet alleen structureel, maar vooral ook procedureel – als je niet zelf door de hoepeltjes springt, niet jezelf aan je haren uit het moeras trekt – pech dan. Schuld en werkloosheid (of “unemployability”) zijn vaak symptomen van een dieperliggend probleem. Wat de kerk moet bieden is “holistische hulp”: heel praktisch (en structureel!) mensen bij de hand nemen door het regelwoud, èn op een dieper niveau mensen “levensvaardigheden” leren om hen te helpen uit de penarie te blijven. Ik zou dus bijna zeggen: de ‘structurele hulp’ van de overheid is juist een stoplap – de kerk is geroepen mensen te helpen ‘de kraan dicht te draaien’.

    2) Concrete scope van de taak van de kerk. Je schrijft: “Historisch gezien is de structurele hulp van de kerk ondersteunend en beperkt geweest en eigenlijk onvoldoende om een sociaal minimum te kunnen garanderen.” Ik geloof ook niet dat er iemand is die ervoor pleit om alle uitkeringen af te schaffen en de kerk als bedelhuis aan te wijzen. Het voorzien in een sociaal minimum blijft altijd een overheidstaak.

    Het gaat m.i. veel meer om de mentaliteitsverandering in de kerken: te lang hebben we vertrouwd op het “professionalisme” van de overheid en hebben we de rol van de kerken zèlf gemarginaliseerd tot “incidenteel” en “doorgeefluik”. Wat mij betreft blijkt -uit de vele contacten die wij hebben met de “onderkant” van de samenleving- zo langzamerhand het omgekeerde waar te zijn:
    a) Véél meer overheidshulp dan wij in de CU soms willen toegeven helpt niet echt. Het is op zijn best symptoombestrijding en op zijn slechtst een verergering van het probleem. De voorzieningen zijn goed, en moeten ook in stand worden gehouden, maar de uitvoering is vaak bar slecht, en de mensen die het nodig hebben zijn vaak niet in staat zich er toegang toe te verschaffen.
    b) Misery loves company. Schuld en werkloosheid zijn geen op zichzelf staande problemen, maar komen vaak voort uit het niet kunnen hanteren van het leven. Om dat op te lossen is méér nodig dan regelingen en loketjes. Er is “leren leven” nodig, en begeleiding van mensen die vanuit een diepe bewogenheid “een eind meelopen” in dat proces.

    Kortom – een christelijke visie ontstijgt links (waar mensen vooral ‘slachtoffer’ zijn vd omstandigheden) en rechts (waar mensen zichzelf maar moeten redden, en zo niet dan kan het ons verder niets schelen). In een christelijke visie zijn mensen verantwoordelijk (en dus moeten je overheidsregelingen niet straffend werken maar wel maximaal activerend!), èn moeten ze geholpen worden die verantw. te dragen. Dat laatste kan een overheid niet, maar de kerk wel.

    Concreet? SchuldHulpMaatjes, project van CU-Kamerlid Cynthia Ortega. Daar komen beide bij elkaar. Èn hulp, èn de notie dat het ten diepste een punt is van “leren leven”. Met een actieve, structurele èn onderscheiden rol voor de kerken.

    Hoe ver gaan we komen? Dat weet ik niet, maar het eerste dat moet gebeuren om kerken en samenleving sterk te maken, is het doorbreken van de overschatting van de effectiviteit van overheidshulp, en van de zelfonderschatting van de kerken waardoor we onszelf gaan zien als stoplap en doorgeefluik. Het is andersom: de overheid dweilt het water van de effecten van de zondeval, de kerk heeft de hand aan de kraan…

    ReplyReply
  4. Alex says:

    Ook nog een korte reactie op je comment: eens dat de zorg geen markt is. Te lang hebben we “bedrijfseconomisch gezonde organisatie” (dwz effectief sturen op het bereiken van je doelen en op optimale inzet van je mensen en middelen) verward met “marktwerking” (dwz bedrijven met winstoogmerk laten concurreren met quasi-publieke diensten).

    Ik ben vóór het eerste, en tegen het laatste. Maar ik protesteer tegen je typering van managers in de zorg als “grote graaiers”. Vrienden en kennissen van mij vervullen management-functies bij organisaties als Jeugdzorg, GGZ, enz. Ze verdienen geen fractie van wat ze commercieel zouden kunnen verdienen, maar werken daar uit puur idealisme: ze willen goede zorg organiseren. En hun “managementtaken” zijn niet primair gebaseerd op zoveel mogelijk geld verdienen voor de baas, maar vooral gebaseerd op het voldoen aan de krankzinnig gedetailleerde risicomanagement-procedures die door de overheid worden opgelegd. Het is namelijk de overheid, niet de markt, die Kamervragen stelt bij elk incident in de zorg. Het is de overheid die de samenleving, de zorgsector in dit geval, niet vertrouwt en hen opzadelt met een enorme prestatie- en verantwoordingsopgave.

    Om DIE reden, en niet vanwege geld of winst, zijn er managers in de zorg. Mensen die geven om de zorg, en die zich verantwoordelijk voelen om die zorg te organiseren conform de eisen die de samenleving, de overheid, eraan stelt. Om die mensen te bestempelen tot “grote graaiers”, beste Johannes, dat is echt een gotspe.

    ReplyReply
  5. Rolf says:

    @Johannes de Jong: Met dit voorbeeld ben ik het van harte eens. Marktwerking in de zorg is een onding. Net als in het onderwijs of in andere delen van de publieke sector. Maar dat komt vooral omdat die markt wordt gevormd door ex-ambtenaren die ineens voor het grote geld gaan en door hun vriendjes de opdrachten toegeschoven krijgen.

    Marktwerking in de publieke sector werkt bijna nooit. Maar de leus ‘minder markt, meer samenleving’ zou funest zijn voor de ChristenUnie. De partij heeft zich namelijk de afgelopen jaren niet zo geliefd gemaakt bij ondernemers. Dat is de laatste tijd voorzichtig ten goede aan het veranderen; laten we dat proces nu niet gaan verstoren door een dergelijke leus te gaan gebruiken. Marktwerking moet geen ‘vies woord’ gaan worden.

    ReplyReply
  6. Rolf says:

    @Alex: Jouw vrienden ken ik niet en ik geloof direct dat het geen graaiers zijn, maar ik ken zoveel andere voorbeelden dat ik Johannes in dit opzicht geen ongelijk kan geven. Daarnaast is er in de publieke sector in het algemeen nog maar heel weinig besef over dat er gewerkt wordt met geld dat door anderen met hard werken is verdiend. Je zou bijvoorbeeld eens moeten weten hoeveel facturen er in december nog worden gevraagd (!) vanuit de publieke sector aan leveranciers om het budget nog snel even op te maken. Terwijl verzorgenden die hard werken voor weinig geld in hun eigen tijd en met eigen vervoer met bewoners naar de dokter gaan omdat dáár zogenaamd geen budget voor is. Nee, van managers, directieleden en bestuurders in de zorg heb ik inderdaad geen hoge pet op. Voor de mega HBO instellingen kun je hetzelfde verhaal houden. Kijk alleen maar eens hoe laag het percentage personeelsleden is dat daadwerkelijk les geeft. Dit is allemaal echt geen borrelpraat, er is in die sectoen structureel iets mis en dat is mede veroorzaakt door de zogenaamde marktwerking en liberalisering.

    ReplyReply
  7. Alex says:

    @Rolf,

    “Voor de mega HBO instellingen kun je hetzelfde verhaal houden. Kijk alleen maar eens hoe laag het percentage personeelsleden is dat daadwerkelijk les geeft. Dit is allemaal echt geen borrelpraat, er is in die sectoen structureel iets mis en dat is mede veroorzaakt door de zogenaamde marktwerking en liberalisering.”

    Ik zeg ook niet dat het borrelpraat is om te zeggen dat er slecht gemanaged wordt in publiek gefinancierde diensten. Zie mijn eerste reactie hierboven over bijv. UWV, schuldhulpverleningsinstanties, reïntegratieloketten, etc. Het is een groot drama.

    Wat ik wèl zeg is dat een groot deel van het takenpakket van “managers” in dat soort organisaties bestaat uit het voldoen aan allerlei verantwoordingsplichten die de overheid oplegt, en niet of nauwelijks uit het voldoen aan commerciële doelstellingen van de baas of het vullen van de eigen zakken. Die regels zijn er omdat elk incident een rel is in de Kamer. Wil je minder managers in de zorg, dan moet je dus minder regels stellen en minder verantwoording vragen, it’s as simple as that.

    Wat ik ook zeg, is dat de slechte kwaliteit van publieke diensten niet alleen op management-niveau ontstaat, maar ook op uitvoerend niveau. Kwaliteit van leraren in de grote leerfabrieken in het voortgezet onderwijs? Echt, laat me niet lachen. Vaak gedemotiveerd tot en met, moe van alle ‘vernieuwingen’ en onverschillig tov de leerlingen. De goeden niet te na gesproken, en de kleinere scholen zeker niet, maar ik vond Ton Elias nog vriendelijk met z’n schatting van 20% die slecht presteert. Maar het past in de SP- en PVV-tendens van onfeilbaarverklaring van “de man of vrouw op de werkvloer” en het verketteren van “de manager” – goedkoop populisme, en ver bezijden de waarheid. Van het uitventen van die tegenstelling zouden we als CU héél ver weg moeten blijven.

    Dat de zorg geen markt is, zijn we overigens 100% eens. Maar we moeten niet de fout maken om ‘marktfalen’ te beantwoorden met een grote vlucht naar meer overheid, alsof er geen ‘overheidsfalen’ bestaat…

    ReplyReply
  8. Moi (CDA-lid) says:

    Meer samenleving en minder overheid, dat is echt het CDA-gedachtengoed van Rentnmeesterschap en Gespreide Verantwoordelijkheid. Het CDA overweegt een ruk naar links te maken terug naar het midden. Dat zal het sociale gezicht van het CDA alleen maar ten goede komen, want het CDA is onder Verhagen teveel naar rechts afgeweken. Helaas is de VVD enorm gebaseerd op egoïsme en zelfverrijking, zo van: “Ikke, ikke, ikke, de rest kan stikke”. En daar moeten we echt van af, anders gaat onze samenleving compleet kapot, of is dat wat de Vrijmetselarij graag wil?

    ReplyReply
  9. jack says:

    Interessant artikel.

    Er is een publieke taak die door de overheid moet worden opgevuld. Daarbuiten is er de vrijheid van iedereen om “goed te doen”.

    Nu de overheid zich terugtrekt, wil dat niet zeggen dat de kerk mee moet veranderen. Dat zijn twee losstaande krachten. Wel kan de kerk zich beter profileren, nu de overheid zich op tal van terreinen terugtrekt. Het is een kans die de kerk zou moeten pakken.

    Ik vind dat de schrijver van deze column onvoldoende duidelijk maakt dat de kerk zijn eigen verantwoordelijkheid heeft en niet verantwoordelijk is voor de gaten van de overheid. Dat geldt andersom ook: de overheid moet zijn handelen bepalen onafhankelijk van bestaand aanbod van kerken. (Als de overheid van mening is dat iets een overheidstaak is, dan moet zij daarin zelf voorzien en niet rusten op derden, kerk of niet)

    Nu de sociale cohesie niet wordt verzorgd door de overheid, worden mensen gedwongen in eigen sociale netwerken te gaan voorzien voor mantelzorg e.d. Wanneer je gaat zoeken op het moment dat je de hulp zelf nodig hebt, is het te laat.

    Ik denk dat de toekomst zal uitwijzen dat de maatschappij sociale verbanden gaat leggen zonder bemoeienis van de staat. Deze netwerken lijken mij steviger verankert dan wanneer de overheid het via subsidies verschaft. Ik blijf het vreemd vinden dat organisaties ophouden te bestaan omdat de subsidie wegvalt. Dan voorzien ze duidelijk niet in een vraag, of is de maatschappelijke steun onvoldoende.

    ReplyReply
  10. Moi (CDA-lid) says:

    @jack:

    Inderdaad moeten maatschappelijke organisaties zich niet afhankelijk maken van allerlei subsidies, bah wat een vies woord, maar zelf voorzien in inkomsten. Om ook zo de zwakkeren te helpen die door de diverse bezuinigingsmaatregelen getroffen worden.

    Neem bijv. reumapatiënten wier fysiotherapie niet meer vergoed wordt door de basisverzekering. Het reumafonds zou dan reumapatiënten financieel bij kunnen staan die voor hun reuma noodzakelijke fysiotherapie niet meer kunnen betalen. Of bijv. verenigingen voor psychiatrische patiënten die de 200 Euro eigen bijdrage 2e lijns GGZ kunnen voorschieten.

    ReplyReply

Reageer