De bezuinigingen van Paul de Krom op de Sociale Werkvoorzieningen

540731785_6e30527ee5_b
25.07.2011 |

Staatssecretaris Paul de Krom van Sociale Zaken en Werkgelegenheid  wil fors bezuinigen op de SW-voorzieningen.  Hij wil het aantal arbeidsplaatsen in deze voorzieningen terugbrengen met 40.000 van de totaal  circa 120.000. Dat is heel erg veel. Het kan zijn dat er mensen werken in de SW-voorzieningen die er niet thuis horen, maar dat zijn er lang geen 40.000. En dat terwijl  voor een groot deel van deze mensen de SW-voorziening de enige voorziening is waardoor zij op hun manier aan het werk zijn. Het alternatief is dan veelal het dagverblijf.

Het te reduceren aantal arbeidsplaatsen zal moeten worden overgaan naar het ‘gewone’ bedrijfsleven. Door alleen te zeggen dat werkgevers hun verantwoordelijkheid moeten nemen, is dat nog lang geen feit. Werkgevers dwingen door middel van CAO-afspraken, zoals sommige politieke partijen willen, is al helemaal geen goede zaak om het doel te bereiken. Investeren in het overleg met werkgevers over wat economisch maar niet minder ook wat sociaal nodig is, is een eerste en noodzakelijke voorwaarde.

Enkele weken geleden bood mevrouw Leemhuis-Stout in haar rol als voorzitter van Cedris, de branche-organisatie van sociale werkvoorzieningsbedrijven, een rapport over deze bezuiniging aan aan de staatssecretaris. Het rapport heeft als titel ‘Er is genoeg werk voor mensen met een beperking’. Cedris heeft laten onderzoeken wat er nodig is om meer werkgevers over de streep te trekken en zo er voor te zorgen dat mensen met afstand tot de arbeidsmarkt een kans krijgen. Bij de presentatie van het rapport noemde Leemhuis de resultaten hoopgevend, want 37 procent van de werkgevers heeft al mensen met een beperking in dienst en van de overige werkgevers is 26 procent dat in de komende vijf jaar van plan.

De belangrijkste motivatie voor werkgevers is maatschappelijke betrokkenheid. Werkgevers hebben naar het oordeel van Leemhuis drie terechte wensen: financiële compensatie, een zo beperkt mogelijk risico op verzuim en geen administratieve rompslomp. Met vormen van detachering, waarbij de medewerker in dienst blijft van de SW-voorziening, loopt de werkgever het minste risico. Leemhuis noemt dat een win-winsituatie.

Als ouder van een dochter met een beperking die vorig jaar is overgegaan van een SW-voorziening naar een ’reguliere’ werkgever, vind ik de insteek van de Cedris uiterst beperkt, zo niet onder de maat.  Als zo’n belangenorganisatie (!) als Cedris er voor pleit dat zo veel mogelijk mensen een baan moeten krijgen in een ‘gewoon’ bedrijf en daarom onderzoek doet naar de mogelijkheden, dan verwacht je niet alleen economische motieven en argumenten maar ook sociale. Er is voor een succesvolle en duurzame overgang van iemand die werkt in een SW-voorziening naar zo’n  ‘gewoon’ bedrijf veel meer nodig dan alleen compensatie van de werkgever op financieel, organisatorisch en administratief gebied. De sociale kanten van zo’n overgang zijn, zo niet belangrijker dan toch ten minste zo belangrijk. Is er een veilige werkomgeving, hoe is het met de collegialiteit, is er vooraf gecommuniceerd met de toekomstige collega’s op de afdeling of werkplek, zijn er vormen van adequate werkbegeleiding georganiseerd, welke werkzaamheden zijn passend en welke niet, zijn er  aangepaste werkomstandigheden. Weliswaar is doorgaans sprake van een lagere arbeidsproductiviteit, waarvoor de werkgever voldoende moet worden gecompenseerd, maar de sociale houding van de werkgever ten opzichte van deze werknemers is ten minste even belangrijk als de economische motieven. Daarenboven zullen werkgevers moeten worden overtuigd van de bijzondere arbeidsethos die deze mensen vaak hebben. De meesten zijn trouw in hun werk, nemen vaak zonder sputteren een opdracht aan en over, de meesten zullen niet of weinig spijbelen of de kantjes er vanaf lopen en verzuimen in veel gevallen alleen als het echt nodig is.

De maatregelen van staatssecretaris Paul de Krom zijn a-sociaal door simpelweg deze mensen door te verwijzen naar regulier werk.

Ik had mogen verwachten van de voorzitter van de branche-organisatie van SW-voorzieningen dat zij opkomt voor het belang van die werknemers. En als deze belangenorganisatie onderzoek doet en daarmee de mogelijkheden van regulier werk stimuleert, zij ten minste daarin ook betrekt de noodzaak van de sociale aspecten van de overgang van de SW-voorziening naar regulier werk. Alleen met deze integrale aanpak kan er sprake zijn  van succesvolle en duurzame arbeid voor mensen met een beperking in ‘gewone’ bedrijven.

 

landelijk bestuurder van PhiladelphiaSupport en ouder van een dochter met een beperking

6 reacties

  1. ben says:

    Goed verhaal van mijnheer Van Duijvenbode. Sociaal zwakkeren hebben begeleiding nodig!!
    Ook hebben ze recht, ja zelfs plicht, om mee te doen, ‘het schip drijvende’ te houden, zeg ik.
    Zo behoort m.i. iedereen welke (nog) geen aansluiting heeft in het reguliere arbeidsproces, een plaatsje in de sociale werkplaats te behouden. Of daar dan geld bij moet, mag voor de werknemer niet uitmaken. 50 jaar terug leerde ik al van meneer Eijsenk of zoiets, dat de beste poetser 5x zoveel doet als de langzaamste. En dat had hij nog niet eens in de SW gemeten, maar bij gewone bedrijven, zo herinner ik mij. Bij hoger gekwalificeerd werk was dat verschil nog veel groter, zo schreef hij.

    Ja, 20-30 jaar terug (hij is al lang dood) had ik een vriend, welke op de mulo reeds last van epileptische aanvallen kreeg en daar lelijke hersenbeschadigingen aan over hield, waardoor hij op de sociale werkplaats terecht kwam. Nou was hij een uitmuntend draaier geworden en is jarenlang uitbesteed geweest aan een constructiewerkplaats. Dat werkte uitstekend. Hij had wel een soort rek boven zijn draaibank, als beveiliging, dat hij niet op zijn werk kon vallen. Zo’n regeling moet m.i. onverwoestbaar beschermd worden.

    Op de grote SW welke ik ooit eens mocht bouwen, waren ook mensen welke goedkoper waren als je ze thuisliet met uitkering. Maar dat mag m.i. uit sociale overwegingen nooit een reden zijn om ze uit de SW te droppen! Ik heb heel gelukkige mensen meegemaakt op de SW, omdat ze zich toch waardevol wisten. Zullen we daar als ChristenUnie verschrikkelijk zuinig op zijn?!

    Nou geef ik ook toe dat er lieden waren welke hun geld driedubbel waard waren en welke de manager dus nooit kwijt zou willen, omdat ze zijn bedrijfsresultaat positief beïnvloedden. Dat zou misschien juist wel de groep kunnen zijn, die voor een reguliere baan in aanmerking zou kunnen komen met begeleiding? Overigens blijf ik het asociaal vinden als een manager van een SW op zijn bedrijfsresultaat afgerekend kan worden hoor!!

    Weet u, eigenlijk heb ik een vreselijke hekel aan managers in het algemeen, welke eigenlijk alleen maar domme opnaaiers zijn, waar dan ook nog eens hun bonus van afhankelijk is. Dat is één van de walgelijkste maatschappelijke kwalen van tegenwoordig, vind ik. Nou heb ik zelf de tijd nog meegemaakt dat we 48 uur moesten werken in de week, maar dat mocht gelukkig nog wel op een normale manier. Toen ik bij de Gemeente ging werken, kreeg ik ook de tijd om er niet gek van te behoeven worden. Nooit vergeet ik dat ik vanwege hartproblemen eens naar de bedrijfsarts ging en moest erkennen dat m’n 4e versnelling het niet meer deed, waar een 5e versnelling inmiddels toch wel usance was geworden. Is je 3e versnelling nog wel goed?, vroeg de arts. Nou, doe het dan in de 3e. Wat heb ik daarna nog prachtige werken mogen maken! (pas 4 maanden na m’n vut kreeg ik een hartinfarct) Oké, mijn baas kon drie maal zoveel werk aan, maar vraag niet of dat nou gezond voor hem was hoor!
    Ons dochtertje, dat bij de grootste olieboer ter wereld werkt en meetbaar de helft meer presteert dan haar collega’s, kwam ook al een paar keer huilend thuis, omdat de manager had gezegd dat de productie omhoog moest, terwijl hij dondersgoed weet dat ze al met 2/3 van de benodigde bezetting werken. Steeds probeer ik haar in te prenten dat die man nou eenmaal geen echt vak heeft geleerd en dat de aandeelhouders en topGG’s nou eenmaal onverzadigbaar zijn, aangaande $$ en €€.

    Zullen we bij de ChristenUnie blijven erkennen dat er keien op de werkvloer bestaan en ook mensen met minder mogelijkheden en zelfs mensen welke altijd wel ondermaats zullen blijven?
    Maar laten we wel de schuimlaag van bewuste parasieten van de maatschappij vegen, waar we op de pils ook niet meer dan twee vingers schuim accepteren, toch?

  2. Jack says:

    Peter,

    Met interesse heb ik jouw bijdrage gelezen. Ik ben ook naar de site van Cedris geweest en de doelstellingen van het onderzoek. Het is duidelijk gericht op de wensen en behoeften van het bedrijfsleven. Dat maakt dat de door jou genoemde sociale aspecten niet aan de orde zijn gekomen in dit onderzoek.

    Het is dus niet uitgesloten dat Cedris geen oog zou hebben voor deze zachte maar belangrijke kanten voor een succesvolle integratie. Ik vermoed zelfs dat Cedris hier heel veel oog voor heeft, alleen valt dit buiten het onderzoekskader. Leemhuis neemt kennis van de wensen en behoeften van het bedrijfsleven en geeft aan hierop in te kunnen spelen.

    Zou je me uit kunnen leggen wat je zo a-sociaal vindt aan de plannen, nu je de wensen van het bedrijfsleven als terechte wensen kwalificeert? Ik kan namelijk uit de woorden van Leemhuis en de plannen van de staatssecretaris niet concluderen dat mensen met een beperking simpelweg naar het reguliere bedrijfsleven worden verwezen.

    Ik vermoed dat er een misverstand in het spel is en dat je het onderzoek in een bredere context plaatst dan het onderzoek beslaat en daardoor conclusies trekt die niet blijken uit de aangedragen argumenten.

  3. PvD says:

    @Jack:
    Het asociale vind ik met name de maatregelen van de staatssecretaris, die simpelweg 40.000 arbeidsplaatsen doorstreept op de SW-voorzieningen. Dus zonder te bezien of dat wel verantwoord is. Het is een begrotingsmaatregel en hij kijkt niet welke arbeidsplaatsen onder welke condities en in welke termijn kunnen worden overgenomen door het bedrijfsleven, waarvoor hij dan ook de passende maatregelen voor moet nemen, zoals bedoeld in mijn artikel.
    Daarnaast vind ik de een belangenorganisatie als Cedris, zich niet moet laten verleiden een eenzijdig en smal onderzoek te doen omdat zij altijd een breder integraal belang zouden moten willen dienen.

  4. Moi says:

    Veel beter een lagere Bijstandsuitkering om zo de WSW in tact te laten dan dat er op participatiemogelijkheden als de WSW bezuinigd wordt! In de Sociale Zekerheid dient er een prikkel te zitten om te gaan werken.

  5. Rolf says:

    @ Peter
    Een citaat uit je artikel: “Het kan zijn dat er mensen werken in de SW-voorzieningen die er niet thuis horen, maar dat zijn er lang geen 40.000.”

    Je geeft geen onderbouwing van deze uitspraak en dat maakt je hele artikel ongeloofwaardig. Hoeveel zijn het er dan wel volgens jou? Ik vind het van moed getuigen dat deze regering de misstanden die er zijn probeert aan te pakken. Dat lukt alleen maar door gewoon hard in te grijpen zodat alleen de mensen overblijven die het echt nodig hebben. Als achteraf blijkt dat je te hard ingegrepen hebt dan kun je altijd nog bijstellen. Dat is beter dan niks doen. Ook de regering weet niet hoeveel mensen er onterecht in de SW zitten en de sector zelf zal er alles aan doen om die getallen zo laag mogelijk te houden. De managers willen natuurlijk hun posities, mooie kantoren en gebouwen behouden.

    De kritiek was te verwachten; direct wordt de regering verweten geen oog te hebben voor de zwakken in de samenleving. Dat argument doet het goed, maar is in veel gevallen meer het misbruiken van de zwakken voor de eigen politieke overtuiging. Een stok om de hond mee te slaan. Jammer. Goede kritiek op dit dossier dient onderbouwd te zijn met feiten.

  6. Jack says:

    @Rolf:

    Eens!!! Ik miste ook elke onderbouwing.