Het deed nogal wat stof opwaaien: een stukje van Karen Soeters van de Partij voor de Dieren op 12 december in het Nederlands Dagblad. Daarin stond dat de voorlopers van de ChristenUnie (RPF en GPV) vroeger “felle pleitbezorgers” waren van een verbod op de rituele slacht. Bewijs: de bijdrage van senator J. van der Jagt namens die twee voorlopers tijdens een debat in de Eerste Kamer in 1989.
Ze baseerde zich op een artikel van historicus Bart Wallet, dat op 14 mei in Trouw stond. Daarin kon men lezen dat de RPF en het GPV vroeger kritischer waren over de rituele slacht, dan de ChristenUnie nu is. Wallet haalde daarbij het voorbeeld van Van der Jagt aan en beweerde dat deze “gruwde” van het cultuurrelativisme dat ten grondslag lag aan het tolereren van de rituele slacht. Soeters heeft óf heel slecht gelezen, óf ze heeft de boel doelbewust verdraaid.
De ChristenUnie wilde al in mei reageren op het stuk van Wallet, maar Trouw wilde die reactie niet plaatsen. Daardoor was een door mij geschreven blog, waarin ik Soeters’ verhaal ontkracht, in feite de eerste reactie waarin iemand serieus de feiten checkte. Het werd, niet geheel ten onrechte natuurlijk, gelijk gezien als een antwoord vanuit de partij. Ik ben niet “de” partij, maar ben er wel actief lid van. En relevanter: ik ben historicus. Sterker nog, ik ben fulltime aan het werk met een promotie-onderzoek dat onder andere de geschiedenis van de RPF betreft.
Ik heb gedaan wat iedereen kon doen: de handelingen van de Eerste Kamer erbij genomen. Toen werd duidelijk dat het debat (op 23 mei 1989) waarop men dit alles baseerde, ging over het onderwijs. Niet over de rituele slacht. Van der Jagt sprak zich uit tegen een voorstel om voorlichting over culturele minderheden verplicht te stellen in het voortgezet onderwijs. Waarom? Omdat voor hem niet alle culturen gelijk waren. Of hij van cultuurrelativisme “gruwde” valt niet uit het debat af te leiden. Dat moet dus voor de rekening van Wallet komen – maar de historicus mag zich enige dramatisering veroorloven.
Wat Wallet aanhaalt is een reactie van Van der Jagt op een uitspraak van de staatssecretaris, die had gesteld dat je waarden overneemt als je het met die waarden eens bent, en minstens accepteert als je het daarmee oneens bent. De senator voerde polygamie als voorbeeld aan om te betogen dat hij het met de staatssecretaris oneens was. Polygamie als waarde neem je niet over en accepteer je ook niet. Polygamie is zelfs verboden. Daarop volgde:
Je kunt ook aan het ritueel slachten denken, aan de positie van de vrouw, enzovoort.
Hieruit kan je een vergaande conclusie trekken: polygamie is verboden, dus stelt Van der Jagt hier dat ook rituele slacht en een afkeurenswaardige positie van de vrouw verboden moeten worden. Ik vind die conclusie te vergezocht. Van der Jagts betoog ging over onderwijs. Hij noemt de rituele slacht terloops. Het is niet duidelijk of hij die op dezelfde manier wilde behandelen als polygamie. Het is zelfs mogelijk dat hij dit slechts noemde als voorbeeld van een andere waarde die hij niet accepteerde. En in die laatste zin is er continuïteit met de huidige ChristenUnie, want ook die neemt het ritueel slachten van dieren als waarde niet over.
Intermezzo: een verdwaalde profeet
Enkele dagen na die 12e december ontstond er een probleem: in het ND stond een artikel van ForumC-directeur Cors Visser, waarin hij herhaalde dat RPF en GPV vroeger wilden dat de rituele slacht werd verboden. Quatsch dus. In mijn ogen zelfs kwalijke quatsch, want Visser roept als voormalig medewerker van de ChristenUnie nog altijd het beeld op van een insider. Hij had bovendien tevoren mijn blog gelezen. Hij heeft Wallet en mij er zelfs op twitter over aangesproken, voor hij besloot alsnog tot publicatie over te gaan. Kortom, hij wist dat zijn partij door Soeters onrecht was aangedaan. Toch besloot hij de roddel te herhalen, waarmee deze ineens wel heel geloofwaardig werd. Vervolgens riep hij de ChristenUnie ter verantwoording: partij, je bent gedraaid, leg dat maar eens uit! Als je op zo moraliserende toon wilt spreken, controleer dan in ieder geval zélf de feiten. Visser vertrouwde blind op het stuk van Wallet (dat hij net als Soeters erg slecht had gelezen) en negeerde bewust het feitelijke weerwoord dat ik op mijn blog leverde.
Vervolgens verschenen er in het ND van 17 december twee reacties op Visser/ Soeters. De ene, van Joop Alssema, herhaalt namens het partijbestuur in feite wat ik op mijn blog al schreef. De andere was van Wallet, die constateerde dat men met zijn stuk aan de loop was gegaan. Wallet voelde daarbij ook de noodzaak zijn oorspronkelijke pleidooi, dat de ChristenUnie anders in deze kwestie staat dan RPF/ GPV enkele decennia geleden, van een extra argument te voorzien. Hij verwees daarom naar Kamervragen die RPF-er Meindert Leerling in 1983 stelde.
Zo vroeg het RPF-kamerlid Leerling in 1983 aan het kabinet hoe succesvol het was in het terugdringen van het ritueel slachten. Een pleidooi voor een verbod op ritueel slachten uit de hoek van RPF/GPV is echter niet te vinden.
Helder. Niet verbazend is dat Visser, geconfronteerd met zoveel weerwoord, op zijn schreden terugkeerde. In een blog gaf hij maandag toe dat hij ernaast had gezeten: de RPF en het GPV hadden nooit voor een verbod op de rituele slacht gepleit. Het jammere is dat het kwaad inmiddels was geschied. Hij wilde de profeet zijn die zijn partij waarschuwde, maar het kwam er uiteindelijk op neer dat hij die partij beschadigde. Dit blogje is too little, too late. Hij geeft direct aan nergens spijt van te hebben.
Is er dan volledige continuïteit?
Ook het voorbeeld van de Kamervragen van Leerling is door Wallet mijns inziens te eenzijdig geïnterpreteerd. De vragen (hier kunt u ze nalezen) van Leerling en diens fractiegenoot Aad Wagenaar gingen namelijk vooral over illegaal ritueel slachten in islamitische kring. De RPF vroeg: hoe komt het dat in Amsterdam zo veel illegale islamitische slagerijen zijn? Is het waar dat aan de islamitische rituele slacht minder scherpe eisen verbonden zijn dan aan de Nederlandse slacht? Kortom, hoe kunnen we illegaliteit terugdringen?
Wederom gaat het hier dus niet om het terugdringen van de rituele slacht an sich. Het ging om het bestrijden van illegale praktijken.
Ik vind in beide gevallen (Van der Jagt 1989, Leerling/ Wagenaar 1983) de bewijsvoering van Wallet vergezocht. Je zoekt op de website van Staten Generaal Digitaal op “ritueel slachten”, et voilà: er rollen een paar hits uit en daarvan gaan er een paar over de voorlopers van de ChristenUnie. Het is legitiem om dat te verwerken tot een betoog zoals Wallet dat deed. Ik bestrijd dus niet diens vakmanschap. De grondigheid van zijn onderzoek en de veelvoud aan voorbeelden waarmee hij zijn visie onderbouwt, dwingen respect af. Maar zelf trek ik uit deze twee voorbeelden een andere conclusie.
Ik zie deze uitingen als typerend voor de manier waarop onder andere de RPF in de jaren tachtig politiek bedreef. Namelijk: defensief. De maatschappij was aan het seculariseren, vond de RPF, en allerlei verschijnselen, onder andere de multiculturele samenleving en cultuurrelativisme, waren daar het bewijs van. Deze twee episodes uit onze parlementaire geschiedenis zijn voorbeelden van de antithetische, cultuurkritische houding van de RPF in die tijd. De EO gedroeg zich destijds niet anders. Hier zit een theocratisch element in: het geloof dat Nederland een christelijke, misschien zelfs nog protestantse natie is (of moet zijn). Waarin rituele slacht gedoogd wordt, maar wel duidelijk moet worden afgewezen als zijnde niet “eigen” aan onze Nederlandse cultuur.
In de jaren negentig vond er een wending plaats – jawel, misschien wel iets van een draai! De EO en de RPF verlieten de defensieve stellingen, gingen zich steeds minder als Calimero gedragen. Ze erkenden het gegeven van de geseculariseerde maatschappij, zonder dit te accepteren – dat wil zeggen, zonder zich hierbij neer te leggen. Het theocratische element verdween naar de achtergrond. De overheid moest nog steeds de rituele slacht gedogen, maar hoefde deze niet meer expliciet af te keuren (of zoiets). De ChristenUnie hamert tegenwoordig veel fanatieker op de het belang van de godsdienstvrijheid (ook voor niet-christenen!) dan de RPF ooit heeft gedaan.
Hier zit onmiskenbaar een transformatie. Dit is wellicht ook de reden waarom Visser zo fel uit de hoek kwam, ook al gebruikte hij de verkeerde middelen en sloeg hij de plank mis. Het heeft iets van eigenbelang, om nu het land seculier is zo vurig de godsdienstvrijheid te verkondigen terwijl je vroeger veel sterker de nadruk legde op Nederland als christelijke natie. Die transformatie, waar het afscheid van de theocratie deel van uitmaakt, behoeft absoluut nog een nadere verantwoording.






@ Remco,
Er bekruipt mij toch sterk het idee dat je erg tevreden bent over je eigen ik. Vervolgens komt het artikel over als een openstaande rekening met een krant en een externe insider.
Maar nu inhoudelijk:
als de CU louter christelijk is (en dat zijn ze), dan lijkt het mij principieel juist om tegen rituele slachtingen te zijn. Het is dierenmishandeling, en voor het beleiden van het christelijk geloof is het niet nodig. Het staat een perfecte maatschappij niet in de weg, integendeel.
Is het niet zo, dat men vroeger wat harder op trommel kon slaan, toen de C nog inhoud en volgers had in Nederland. Dat men nu steeds meer bondgenoten moet zoeken (godsdienstvrijheid) en dat op termijn de partij gelijk het CDA ook moslims en andere gelovigen zal moeten toelaten om nationaal te overleven?
Durft de CU te stellen dat men de macht cadeau wilt doen, op het moment dat men de C moet laten varen en er andere gelovigen moet toelaten t.b.v. een zetel?
Beste Remco,
Ik denk dat wij het over de hoofdlijn wel eens zijn. RPF/GPV hebben nooit voor een verbod op ritueel slachten gepleit, maar er zit wel ontwikkeling in hun visie. Van een kritische insteek waarbij ritueel slachten als uiting werd gezien van de niet-gewenste multiculturele samenleving, naar de huidige verdediging ervan. Dat is met het woord transformatie goed gevangen.
Rest de vraag hoe de uitlatingen van RPF/GPV-parlementariërs geïnterpreteerd moeten worden. Het eerste wat ik vaststel is dat wát er in de jaren 1980 en begin jaren 1990 over ritueel slachten werd gezegd, een kritische insteek heeft. Soms werden er kamervragen gesteld, andere keren uitten de volksvertegenwoordigers zich in debatten over dit thema. De ondertoon is er van distantie en kritische vragen.
Dat gebeurt in een context waarbij het thema ritueel slachten net als op dit moment sterk gepolitiseerd was. Dé partij die zich opwierp als bestrijder van het ritueel slachten was de Centrumpartij, die een consequente anti-campagne voerde, waarbij – zoals ik al in mijn Trouw-stuk stelde – de kritische vragen van RPF/GPV in het niet vielen. Aan de andere kant van het spectrum bevonden zich PvdA, D66, VVD en ook CDA, die de acceptatie van ritueel slachten beschouwden als een van de kroonjuwelen van de multiculturele samenleving.
Illustratief is dat toen in 1985 een exportverbod dreigde voor ritueel geslacht vlees, er allerlei parlementariërs waren die het voor de joodse en islamitische gemeenschap opnamen – maar die van RPF/GPV mengden zich niet in het debat. Op dat moment was dit thema – anders dan heden ten dage – voor hen nog geen zaak om zich voor de joodse en islamitische gemeenschap op te werpen.
In mijn beide stukken heb ik twee voorbeelden genoemd. Dat zijn het: voorbeelden, die echter staat voor de bredere kritische houding. Laten we naar die twee nog even iets scherper kijken.
De uitspraak van Van der Jagt vindt inderdaad plaats in een onderwijsdebat, waarbij de GPV-senator duidelijk uit liet komen dat het multiculturele ideaal strijdig was met z’n ideaal van een christelijk Nederland. In dat kader noemt hij een aantal voorbeelden, waaronder het ritueel slachten. Dat gebeurt vrijwel in het voorbijgaan zou je denken, maar als we de Handelingen doorlezen dan zien we dat staatssecretaris Ginjaar-Maas de voorbeelden die Van der Jagt noemt een voor een na gaat lopen en de GPV-senator aantoont dat ‘we’ het in Nederland allemaal prima hebben geregeld. Over ritueel slachten vertelt ze dat Nederland dit heeft toegestaan, onder bepaalde condities, en dat je ‘toch [moet] bekijken waarover je praat’. Daarna besluit de staatssecretaris met Van der Jagt te vragen om ‘de kwestie van gelijkwaardigheid ook eens te benaderen vanuit de optiek van een ander’ – waarna ze de GPV’er een lesje tolerantie geeft.
Het tweede voorbeeld van Leerling gaat níet over de kamervragen die Leerling en Wagenaar stelden – hoewel dat ook een uiting is van de kritische onderstroom. Die vragen gaan overigens slechts voor de helft (vanaf vraag 5) over illegaal ritueel slachten. De eerste vier zijn algemener en hebben betrekking op de legale slacht. De vierde vraag is typerend: daar wordt gevraagd om met de Dierenbescherming tot een bevredigende oplossing te komen voor het ritueel slachten in Nederland. De positie van de Dierenbescherming is duidelijk: tégen. Door het pleidooi om de Dierenbescherming erbij te betrekken, is de richting van de RPF’ers wel duidelijk. Dat doe je niet als je ritueel slachten voor alles wil verdedigen.
De verwijzing naar Leerling komt echter uit een ander debat. Op 9 februari 1983 vroeg het RPF’er de bewindspersoon in een debat over Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur het volgende:
“Wordt er op steeds meer plaatsen ritueel geslacht? Is het waar dat aan de Nederlandse slachters veel hogere eisen worden gesteld? In welke mate wordt geprobeerd het onbedwelmd slachten terug te dringen? Hoe succesvol verloopt dat proces?”
Het is een veelzeggende vraag, waarbij de RPF’er natuurlijk ook z’n eigen inzet verraadt. Je vraagt niet hoe succesvol het terugdringen van het onbedwelmd slachten verloopt, als je daar eigenlijk tegen bent.
Kortom, om ons maar even te beperken tot deze twee voorbeelden: RPF/GPV stonden kritisch in het debat over ritueel slachten, pleitte niet voor een verbod, maar terugdringen ervan was op enig moment wel iets om vragen over te stellen.
De transformatie van de visie van RPF/GPV heeft zowel met interne ontwikkelingen te maken – die je hierboven fraai hebt geschetst -, als met de verandering van de context. Na het failliet van de multiculturele samenleving – aldus Fortuyn en momenteel de politiek-correcte consensus – is er een nieuwe seculiere meerderheidsidentiteit aan het ontstaan, waarbij religieuze rituelen – joods, christelijk of islamitisch – vreemd en merkwaardig worden gevonden. Tegen die achtergrond is het goed te begrijpen dat de huidige ChristenUnie – vanuit haar principiële visie op godsdienst- en gewetensvrijheid – nu volop op de barricades staat voor het ritueel slachten.
Eerstens wil ik uitspreken dat ik hoop dat Remco ‘erg tevreden is over zijn eigen ik’!
Hij is gelovig (goed ook voor de volgende 3miljard jaar, i.v.m. eeuwig leven), hartstikke clever (geloof ik) lekker scherp, open, eerlijk, knap; enfin hij mag voor mij (i.v.m. gewetensvrijheid) blij zijn zoals de Grote Schepper aller dingen hem heeft geformeerd.
Ondanks dat ik eerbied heb voor zijn grote geschiedkundige kennis (wel heel erg smal, vind ik. Maar dat is promoveren op de miskleur van de schoenveters van dr. Maarten Luther ook, heb ik eerder betoogd), vind ik het leuk dat ik onder zijn column lees dat hij tegenwoordig toch ook nog een vak aan het leren is, want m.i. moet er namelijk toch ook nog wel wat verdiend worden, t.b.v. mijn a.o.w. en Griekenland en zo meer.
(Doch dit ter zijde uiteraard)
Dan moet ik voorts eerlijk bekennen dat ik halverwege de tweede reactie aan m’n scrollwieltje ben gaan draaien, onder het motto: het zal zeker allemaal waar zijn. Tot op het eind, want daar zit meestal het venijn, leerden wij ooit.
Citaat dus: ‘Tegen die achtergrond’ (welke voor mij dus wel waar zal zijn) ‘is het goed te begrijpen dat de huidige ChristenUnie – vanuit haar principiële visie op godsdienst- en gewetensvrijheid – nu volop op de barricades staat voor het ritueel slachten.’
En daar schrik ik dan dus toch nog even wakker. Want als het nou waar zou zijn dat Marianne Thieme gelijk heeft, waar zij stelt dat een halal te slachten schaap nog vier minuten spartelend stikt in haar eigen bloed, dan vind ik het raar als de CU daar als nette mensen geen oog en oor voor zou hebben, wetende dat Mohammed nog geen kennis van verdovingsspuitjes kon hebben. En Mozes daar ver voor al helemaal niet. Is ons geloof toch nog wel een beetje praktisch op maandag??
Wij stenigen ook geen homo’s meer of overspelige vrouwen, zoals in onze Bijbel O.T.-isch werd verordineerd. (wat zouden we uitsterven)
Noch stampt de tandartsassistente hard met haar klomp op mijn tenen, als mij een kies moet worden getrokken, toch?
Waar anderen dat van die vier minuten lijden tegenspreken, (een bloedverwurging bij judo duurde ook geen 4 minuten, herinner ik mij) dacht ik dat de beslissing vanuit de 2e Kamer was, dat er nader onderzoek zou moeten worden gedaan naar de graad van het lijden bij slechts de keel doorgesneden dieren. En die m.i. met de moderne ter beschikking staande middelen, zoals hersenwerking meten, te meten doodsstrijd, zou in een beschaafde wereld tot een christelijk standpunt moeten leiden, dunkt mij. Die uitslag heb ik nog nergens vernomen en mis ik uiteraard (immers te praktisch) ook in bovenstaande discussie.
Och of onze geleerden dat nog eens mochten leren …….
@Ben,
“En daar schrik ik dan dus toch nog even wakker. Want als het nou waar zou zijn dat Marianne Thieme gelijk heeft, waar zij stelt dat een halal te slachten schaap nog vier minuten spartelend stikt in haar eigen bloed, dan vind ik het raar als de CU daar als nette mensen geen oog en oor voor zou hebben, wetende dat Mohammed nog geen kennis van verdovingsspuitjes kon hebben. En Mozes daar ver voor al helemaal niet. Is ons geloof toch nog wel een beetje praktisch op maandag??”
Was het maar zo dat Marianne Thieme dit enigszins aannemelijk had kunnen maken. Het kwalijke van de rituele slacht-discussie is juist dat -ondanks het feit dat de Eerste Kamer uiteindelijk een goede beslissing heeft genomen- blijkbaar in de publieke opinie dit beeld van “vier minuten spartelend en stikkend in het eigen bloed” is blijven hangen.
Alsof rituele slacht een barbaarse vorm van dierenmishandeling is, die we onder het mom van godsdienstvrijheid maar toestaan.
Als dit beeld waar was, kan ik me levendig voorstellen waarom mensen de godsdienstvrijheid met een beroep op dierenwelzijn zouden willen inperken.
Maar de feiten liggen anders, en Marianne Thieme heeft bewust een exces in de publiciteit uitgemeten als de norm. Voor een zelfverklaard christen (Zevendedagsadventiste) vind ik dit onbegrijpelijk. Ik zou zelfs het woord ‘kwaadaardig’ durven verdedigen.
De feiten liggen namelijk geheel anders:
1) ‘Verdoofde’ slacht bestaat niet. Wat in de volksmond ‘verdoving’ wordt genoemd -en daarmee ‘diervriendelijk’- is in werkelijkheid niet meer dan immobilisering. Een groot rund krijgt onverdoofd een pen in de hersenpan geschoten (wat in 15% van de gevallen ook nog eens niet in één keer lukt, en dus over moet. Over dierenleed gesproken!), daardoor wordt het beest immobiel – vervolgens wordt de keel doorgesneden zodat het zo snel mogelijk doodbloedt. Met “verdoving” en dus met het tegengaan van pijn en lijden, heeft deze praktijk niets te maken.
2) Rituele slacht is niet dieronvriendelijk. De sjechita (ofwel de koosjere slacht) is een vorm van individuele slacht (i.t.t. de ‘verdoofde’ en halalslacht, die beide meestal industrieel worden uitgevoerd), waarbij alles erop gericht is om pijn en lijden voor het dier zoveel mogelijk te voorkomen. Het NIK heeft een uitgebreid position paper geschreven over de sjechita (http://www.kosjerslachten.nl/wp-content/uploads/2011/06/Position-Paper-Kosjer-slachten-2011.pdf), en heeft tijdens de behandeling van Thiemes wetsvoorstel meermaals 1e- en 2e Kamerleden uitgenodigd de slacht in de praktijk te bekijken. De CU is bij mijn weten één van de weinige partijen geweest die überhaupt is wezen kijken. De voorstanders van de wet-Thieme hadden hun mening al klaar, en wilden zo weinig mogelijk gestoord worden door de feiten. Maar als ik een koe was, zou ik mijn laatste wens wel weten: doe mij alsjeblieft koosjer, en bespaar me die dieronterende ‘verdoving’ van de industriële slacht. Voor alle details omtrent de zorgvuldigheid van de koosjere slachtmethode, verwijs ik je naar de paper van het NIK.
3) Uit een studie zou ook blijken dat de risico’s bij de halalslacht iets groter zouden zijn dan bij de ‘verdoofde’ industriële slacht, maar niet significant groter. Gezien het zeer beperkte percentage dieren dat in dit land ‘onverdoofd’ geslacht wordt, richt een beetje dierenliefhebber zich dus op het oplossen van de grootste misstand: de industriële slacht (versus de individuele). En niet: de ‘onverdoofde’ slacht (versus de ‘verdoofde’).
Terug on-topic: ik begrijp en steun de ‘transformatie’ die de CU heeft doorgemaakt t.a.v. dit onderwerp, maar wat mij betreft mag het nog wel verder gaan dan ‘accepteren’ en wordt het juist promoten en steunen. Bij zorg voor de schepping hoort een dierwaardig leven (niet alleen de laatste minuut!) – dus de kleinschalige bioveeteelt verdient alle steun. Maar ook een dierwaardig einde van dat leven hoort erbij. In dat kader is de sjechita de meest diervriendelijke vorm van slacht die er bestaat. Dat moeten we mi niet tandenknarsend steunen omdat het met een beroep op godsdienstvrijheid moet worden ‘geaccepteerd’ – maar liever ruimhartig steunen ter bevordering van dierenwelzijn!
Het wordt mij steeds meer duidelijker:
De Nederlandse staat moet gewoon zijn eigen wetten maken, en daarbinnen moeten de geloven maar gaan opereren.
We hebben nu bij de Katholieken gezien hoe zij het ophebben met de vrijheid van hun geloof in het recht. Strafbare feiten zijn niet gemeld waar men wetenschap over had. Slachtoffers zijn schandalig behandeld.
De kerk als grondslag van een rechtsnorm is echt pre-historie! Datzelfde geldt ook voor de rituele slachting. De maatschappij vertegenwoordigd in het parlement stelt regels op op welke wijze wij in NL vinden dat er moet worden geslacht. Daar moeten gelovigen het maar mee doen.
Nu zal de gemiddelde lezer van deze site schande spreken over deze bijdrage, maar ik ben ervan overtuigd dat over vijf, max tien jaar, deze visie gemeengoed is geworden in alle rechtsvorming.
Geloof is geen brenger van vrede, maar van verdriet, vrees en onverzettelijkheid.
Bah!!! In deze kersttijd heeft menige hoeder van een kerk genoeg om zich tijdens zijn aan spijzen overladen kerstdis zorgen over te maken.
Ritueel slachten zal worden geofferd. Non-confessionele partijen ruiken bloed!
Jack,
Ben jij daar trots op, om bij partijen te horen die ‘bloed ruiken’? Nadat je twee regels eerder gelovigen ervan hebt beticht bij te dragen aan onverdraagzaamheid? Ik hoop dat je zelf ook snapt in welke spagaat je je begeeft – wel tolerantie vragen, maar tolerantie geven ho maar!
Toch ben ik het meer met je eens dan je misschien denkt. Ik vind zeker ook niet dat je onder het mom van geloofsvrijheid maar allerlei vormen van ‘dierenmishandeling’ moet toestaan. Als het verhaal van Thieme (‘vier minuten spartelen en stikken in het eigen bloed’) waar zou zijn, dan zou ik -ook als gelovige- haar wetsvoorstel steunen.
Alleen: het verhaal van Thieme is niet waar. Daarom ben ik vóór de koosjere slacht. Met als voornaamste argument niet geloofsvrijheid, maar dierenwelzijn.
Zou graag van jou begrijpen hoe je erover denkt dat de PvdD en sympathisanten zich helemaal niet hebben willen laten voorlichten over de werkelijke praktijk van de koosjere slacht, en willens en wetens op basis van onware karikaturen een wetsvoorstel er doorheen hebben willen jassen. Hoe helpt dat in jouw optiek de bevordering van dierenwelzijn?
@Broeder Alex, ik ga jou gelijk geven op grond van je aangesleepte uitstekende informatie!
Ten eerste wat jij immobilisering noem, doe ik zelf ook regelmatig met ongedierte wat ik een kogel door de kop jaag. Meestal valt zo’n dier als een blok om, maar soms vliegt het daarna alle kanten op.
Ook van de slager vandaan zag ik wel eens zo aangeschoten dieren over komen speren, welke dan met de karabijn van de politie moesten worden afgemaakt.
Omdat ons kantoor vroeger aan de veemarkt lag en het abattoir daar niet ver vandaan was, kan ook uit Rotterdam wel een boek worden volgeschreven inzake slachtpraktijken.
Eerder vertelde ik al op het forum dat mijn baas mij ooit vroeg een grote verbouwing van het abattoir aan te pakken, maar ik was na tien minuten zelf al op hol geslagen daar vandaan en ze konden mij er niet meer terug krijgen. (gelukkig moesten we ook nog 200 scholen bouwen, veel leuker werk)
Het is bekend dat de Noachitische wetgeving reeds een artikel bevat dat dierenleed verbiedt. (je weet wel; een koe heeft 4 poten, welke per stuk gegeten zouden kunnen worden)
Toch weiger ik om op religieuze gronden opening voor dierenleed te verdedigen. Ooit zullen er ook weer kinderoffers worden gebracht aan de goden, weten we. Dat zullen wij ook afkeuren. De koran staat ook wredere handelingen toe, dan waar wij voor pleiten. Dus religieuze handelingen behoren voor mij binnen ethische grenzen te worden gehouden, zeker voor de ChristenUnie!!
Echter, als wetenschappelijk onderzoek aan de Cornell universiteit uitwijst dat in 2 seconden na een correct uitgevoerde halssnede de bloeddruk zo snel daalt dat het dier zich niet meer bewust is van pijn, omdat de hersenfuncties uitvallen, herbevestigd door o.a. Schulze, Rosen, Van Straalen en Grandin, alsmede de steun voor deze lering van prof. Coenen en Cranley, dan moeten we voor mij stoppen met weerstand bieden en eerlijk toegeven dat kosjer slachten door een ervaren slachter vooralsnog niet als dieronvriendelijk mag worden beoordeeld.
Het kosjer slachten komt dan sterk in de buurt als gelijkwaardig aan onthoofding, waarvan we uit de Franse “Verlichting” weten dat zo’n hoofd nog net een afgesproken knipoogje kon geven.
Aan hen onder ons welke ooit de opname van de ChristenUnie e.a. zullen mislopen, door gebrek aan voorbereiding, en dan in de klauwen van de antichrist (de Mahdi?, 12e imam??) zullen vallen, mogen wij dan ook met overtuiging het preadvies meegeven om niet voor zijn merkteken op hoofd of hand te kiezen, doch zich ook aan die 2 seconden te onderwerpen als doorgang tot eeuwige redding.
(het halal slachten zou mogelijk verbetering behoeven, begrijp ik)
Respect voor iedereen die uitzoekt dat achter het zwart/wit dat de media ons zo vaak schilderen, een palet van duizenden kleuren zit.
Toch vind ik dit artikel over het geheel genomen een beetje gekunsteld. Zou een christen-politicus die aandacht vraagt voor het principiële verschil tussen culturen, dit slechts op enkele terreinen geïmplenteerd willen zien? En zelfs als dat waar is, dan lijkt het mij ongewenst. Als je kritisch bent op zaken als islamitisch onderwijs en onderwijs over de islam op school, zul je ook de mohammedaanse rituele slacht met argusogen willen bekijken.
Waarom niet gewoon durven gaan voor de opvatting van een Bart-Jan Spruyt? Halal mag alleen als het kosher gebeurt. Dat dit in strijd zou zijn met de godsdienstvrijheid, is ik een slap excuus. Ook de Satanskerk geniet godsdienstvrijheid, maar we accepteren niet alles van ze. Als dat zo was, vervielen we in de idiotie waaraan Zweden ten prooi is gevallen. Internetpiraterij is daar als religie erkend. (Helaas komt dit mede doordat de wetenschap er niet in slaagt het begrip religie voldoende vastomlijnd te definiëren.)
De op een na laatste slotalinea’s van het artikel is intrigrerend. Alhoewel het huidige electoraat van ChristenUnie en de huidige PVV bepaald geen communicerende vaten zijn (CDA en PVV zijn dat veel meer), durf ik de stelling aan dat het Calimero-gedrag van de latere ChristenUnie althans gedeeltelijk een voedingsbodem voor partijen als LPF, Trots en PVV zijn geweest. Ik weet dat velen onder ons zich verbijsterd afvragen wat belijdende christenen beweegt die binnen de PVV actief zijn. Maar een feit is dat ze er zijn. En christen zijn gebleven. Hartong, Kortenoeven, De Roon enz.
Ook nu is de partij nog steeds teveel Calimero. We leggen ons te gauw neer bij de ‘Kan Niet!’-reflex die direct opstijgt uit Brussel, uit de rechterlijke macht en uit partijen die lijnrecht tegenover ons staan (D66) als we – worstelend, jazeker – zoeken naar onorthodoxe maatregelen voor onorthodoxe problemen. Het mag van mij allemaal nog wel een graadje zelfbewust-eurosceptischer én multicultikritisch. Dat kan ook zonder te brullen dat we direct de gulden moeten invoeren, Griekenland helemaal moeten vallen en willen gaan voor zaken als strenger straffen alléén.
Een politicus hoort niet te blijven steken bij ‘Kan Niet!’; ‘In Strijd Met!’ Juist niet. Dat is mogelijk iets voor zijn adviseurs. Politici zijn bij uitstek degenen die zoeken naar wegen om de ‘Kan Niet!’-fase voorbij te komen. Ook als dat niet meteen lukt. Ik denk daarbij aan de opdracht waarmee Gerd Leers Europa is ingestuurd. Hij heeft geen gemakkelijke taak, maar hopelijk heeft hij vroeg of laat toch beet. Als er iets is wat onze tijd leert, is het dat internationale verdragen en regelgeving uiteindelijk toch kunnen worden aangepast, geflexibliseerd of terzijde geschoven.