ChristenUnie politici als bruggenbouwers?

PolitiekFrankKraft
21.01.2011 |

In zijn boek “Gevaar verplicht” (2009) stelt bestuurskundige Paul Frissen: “Politiek is strijd en moet dat ook blijven”.  Voorlopig wordt hij op zijn wenken bediend. Met de gemeenteraadsverkiezingen van 2010 is de versplintering van het politieke landschap weer verder toegenomen.  Bovendien doet het populisme zich steeds meer gelden. Polarisatie is meer en meer waarneembaar. De politiek heeft dus behoefte aan “bruggenbouwers”. Ligt hier een rol voor CU-politici? En tot hoever kan een christenpoliticus hierin gaan?

Fragmentatie van het politieke strijdtoneel
Na de invoering van het dualisme in 2002 is de politieke strijd op gemeentelijk niveau flink toegenomen. Meer dan het monistisch stelsel nodigt het dualisme uit tot politieke discussies. Op zich niets mis mee. In combinatie met de opkomst van het populisme (vaak bij leefbaren en bij lokale partijen) neemt de polarisatie aanzienlijk toe. De gemeentelijke democratie is in veel gemeenten verworden tot “duéllisme”.

Het electoraat is op drift. Van partijtrouw is steeds minder sprake. Met de verkiezingen van gemeenteraden op 3 maart 2010 is de versplintering van het politieke landschap nog verder toegenomen. Ook de wervingskracht van de middenpartijen is spectaculair gedaald. Collegevorming wordt zodoende steeds moeilijker. Breed samengestelde colleges zijn onvermijdelijk om verzekerd te zijn van voldoende steun (van een coalitie) in de gemeenteraad. Het hiermee beoogde draagvlak voor het gemeentelijk beleid blijkt echter zeer kwetsbaar.   Brede coalities zijn vaak verre van homogeen in de beleidsoriëntatie.

Blijkens recent onderzoek is de onrust in het lokaal bestuur groter dan ooit. Het politiek klimaat staat onder druk van populisme en polarisatie en dat ten tijde van een forse bezuinigingsopgave. Voor politici die zich afhankelijk weten van de kiezersgunst, is het in zo’n klimaat verleidelijk zich nadrukkelijk te profileren. Dat geldt ook voor politici van coalitiepartijen. Dat heeft vaak gevolgen voor de stabiliteit van coalities.

Moeizaam bestuur
Breed samengestelde colleges moeten er dus rekening mee houden, dat de steun van de coalitie in de gemeenteraad dikwijls erg broos is. Dat maakt op zichzelf al een duidelijk gemeentelijk beleid niet eenvoudig. Het probleem van dergelijke colleges ligt echter niet alleen in de gemeenteraad, maar zeker ook in het college zelf. Omdat in een brede coalitie meestal alle coalitiepartijen een wethouder willen leveren, neemt het aantal collegeleden toe (met dus een grotere kans op meningsverschillen). Verder volgt daaruit een grotere diversiteit van bestuurders en bestuursstijlen in dergelijke colleges. Vaak treden hierbij ook onervaren (lokale) partijen en bestuurders toe tot de coalitie c.q. het college. Het gebeurt regelmatig dat zulke partijen dan de switch moeten maken van populistische oppositie naar verantwoordelijk besturen. Dat is geen sinecure. Zeker niet in een tijd van flinke  bezuinigingen.

Voor een breed samengesteld college is samenwerking het parool, maar daar schort het nogal aan. Uit recent onderzoek van Binnenlands Bestuur blijkt dat niet eerder na een gemeenteraadsverkiezing zoveel colleges zo snel in de problemen kwamen. Er is nu al sprake van een recordaantal crises in gemeentebesturen.  De gemeenschappelijke noemer is gebrek aan onderling vertrouwen c.q. verstoorde verhoudingen.

Politieke bruggenbouwers
In het huidige politieke klimaat is samenwerking essentieel om te komen tot verantwoord besturen. Samenwerking op meerdere niveaus. Samenwerking in het college zelf, samenwerking tussen college en de coalitiepartijen (en dat in de duale verhouding) én samenwerking tussen de coalitiepartijen onderling.

Tijdens de VNG-Trendlezing (14 januari jl.) zei bestuurskundige Marcel Boogers: “De aanwezigheid van populistische partijen geeft druk en een cultuur van ongeduld. In tijden van schaarste vergt dat extra van de samenwerking in het college en van de burgemeester in het bijzonder. Voor de burgemeester is een sterk verbindende rol weggelegd en niet zozeer een politiek geprofileerde rol.”

Maar de stabiliteit van gemeentebesturen kan natuurlijk niet alleen van een burgemeester afhangen. In het politieke krachtenveld zullen ook andere bestuurders (wethouders) en politici (raadsleden) moeten bijdragen aan een verantwoord bestuur. Is hier een rol weggelegd voor CU-raadsleden en wethouders?  Zij hebben van huis uit een groot verantwoordelijkheidsbesef. In het kabinet Balkenende IV (CDA-PvdA-CU) toonde de CU zich ook het meest verantwoordelijk voor de instandhouding van de coalitie ten behoeve van de regeerbaarheid van het land. Daar is ook niets mis mee. En tot op bepaalde hoogte is die houding van de CU zeker door kiezers gewaardeerd. Maar er zijn grenzen.

Dat geldt ook voor de lokale politiek. Het siert CU-politici als zij zich verantwoordelijk weten voor de bestuurbaarheid van hun gemeente. Binnen een college moet constructief en collegiaal worden samengewerkt. Daar kunnen CU-wethouders aan bijdragen. Als raadsdebatten worden gekenmerkt door populisme en polariserende opstelling van bepaalde fracties, dan misstaat het CU-raadsleden niet om daar kritisch op te reageren. In een gepolariseerd klimaat mag daarnaast zeker ook geprobeerd worden bruggen te slaan.

Maar hier dreigt wel een valkuil, zeker als de CU tot de coalitie behoort. De verantwoordelijkheid voor het in stand houden van de coalitie kan voor CU-raadsleden nooit zo ver gaan, dat op het normatieve profiel van de CU teveel moet worden ingeleverd. Natuurlijk geen profilering om de profilering, maar wel staan voor christelijk genormeerde politiek, in het belang van de samenleving.

Adriaan Hoogendoorn
Gemeentesecretaris Waddinxveen en lid van het curatorium van het WI van de ChristenUnie

gerelateerd
BESTGELEZEN