De discussie over links-rechts en ChristenUnie woedt voort. Dat is niet vreemd, want er is sprake van een identiteitscrisis. Niet zozeer bij de ChristenUnie, als wel bij het links-rechts-schema zelf. Want wat betekenen deze begrippen nog? Betekent links solidariteit of vrijzinnigheid? Vooruitgangsdenken of behoud van verworvenheden? En wat is rechts: minder overheid of behoud van hypotheekrenteaftrek? Individuele vrijheid of eenheidsdwang?
Zaterdag zei Ad Verbrugge dat hij tot de conclusie is gekomen dat links-rechts een gedateerd schema is. Waar het momenteel om gaat in het politieke landschap zijn de assen: “individu/gemeenschap, kosmopolisme/regionalisme, markt/overheid, multiculturaliteit/Leitkultur, Europa/Nederland, bureaucratie/beroepseer, grootschaligheid/kleinschaligheid, enzovoorts.”(NRC) Deze indelingen vangen mijns inziens inderdaad de belangrijkste discussiepunten van het moment. Hoe komt de ChristenUnie tevoorschijn als we de partij langs deze assen karakteriseren?
De partij zet niet in op of individu of gemeenschap, maar op beide: op de mens in relaties, in verbanden. De mens heeft een persoonlijke waardigheid, maar bevindt zich altijd in gemeenschappen. Dus laten we niet individu tegen gemeenschap uitspelen. Dat is wat progressief-liberalen enerzijds en conservatieven anderzijds wel lijken te doen. Het gaat om de mens die zijn onderscheiden verantwoordelijkheden in de samenleving moet kunnen waarmaken.
Dit begint natuurlijk dichtbij, in buurt en familie, op school en sportclub. Maar het nemen van verantwoordelijkheden eindigt daar niet bij, zelfs niet bij onze historisch gegroeide landsgrenzen. De ChristenUnie is er op uit om verantwoordelijkheden te dragen voor de medemens over de grens, zie Kunduz. Zeker een land als Nederland kan zich niet onttrekken aan verplichtingen als het gaat om onrecht en armoede in deze wereld. Dus het lokale is belangrijk, maar internationale gerechtigheid is niet voorbehouden aan een grachtengordelelite.
Ook ten aanzien van het integratievraagstuk gaat het om laveren, tussen de Scylla van een relativistisch multicultidenken en de Charybdis van een vermeende Leitkultur. Niet elke Fremdkultur is even gezond en verscheidenheid is geen doel op zich, maar de Nederlandse ‘identiteit’ is ook weer te aards om al te zeer op te hemelen. Laten we onze nationale eigenschappen vooral geen goddelijke trekken toekennen.
Dit geldt uiteraard evenzeer voor Europa. Ik heb de indruk dat de ChristenUnie hier in het verleden te defensief over heeft gedacht. Maar ook dit bestuursniveau kan (moet) een instrument zijn om vrede en gerechtigheid te bevorderen. Natuurlijk mag de EU niet voorschrijven dat een Nederlandse school in Spijkenisse verplicht appels moeten gaan uitdelen aan leerlingen in de ochtendpauze, maar dat maakt het hele Europese project niet meteen een farce. Wel mag het zich de subsidiariteitsspiegel weer eens voorhouden. Lokaal moet wat lokaal kan. ‘Small is beautifull’, maar laten we het niet romantiseren.
Dit sluit meteen aan bij de as bureaucratie / beroepseer. Want professionals (in zorg, onderwijs etcetera) moeten hun werk kunnen doen. Zij zijn de deskundigen en moeten niet elke week drie dagdelen papierstapels hoeven wegwerken. Moeten we dan dus maar meteen alle bureaucratie opheffen? Uiteraard mag het een ons minder, maar het getuigt van eenzijdigheid als we niet toegeven dat veel ambtenaren nuttig werk doen.
Daarmee kom ik op de as markt/overheid. Ik raad iedereen aan de vorige Groen-lezing van Bob Goudzwaard te lezen en zeker ook de reactie van Peter Mulder hierop. Heel kort: laat de ChristenUnie liberaler zijn dan de liberalen als het gaat om echte markttaken. Woningmarkt? Graag minder overheid… En of dat links of recht is laat ik dan maar even in het midden.
Deze politieke assen overziend komt de ChristenUnie op mij eens te meer over als een middenpartij. In ieder geval qua profiel.




Op sociaal-economisch terrein is de CU nogal links, op andere terreinen is de partij onversneden rechts. Mijn indruk is dat André Rouvoet en enkele anderen graag een linksere CU willen, ook met betrekking tot niet-economische kwesties (abortus en euthanasie niet meer als breekpunt, tegen islamofobie), maar dat een deel van het middenkader alsmede het Wetenschappelijk Bureau afstevenen op een rechtsere koers (minder overheid, anti-Europa, meer nadruk op de micro-ethiek, meer kritiek op de islam).
Het aantal “assen” dijt zo wel enorm uit. Verbrugge zet er zelfs nog een “etc” bij. Krijg je zo niet net zo veel assen als er onderwerpen zijn?
Ik heb eigenlijk niet echt het idee dat er een grote identiteitscrisis is in de CU. Ben het wel met Geert-Jan eens dat het traditionele links-rechts schema niet werkt, en dat de CU op de meeste wèl relevante politieke assen een middenpartij is. Daar liggen ook enorme kansen, aangezien het midden momenteel nagenoeg leeg is. CDA is opgeschoven naar ‘rechts’ en PvdA naar ‘links’ – je ziet nu vooral D66 en in mindere mate ook GroenLinks zich profileren als de nieuwe middenpartijen, op basis van een indeling op nieuwe ‘assen’ (dwz politieke thema’s). In dat opzicht is het initiatief van D66 en SGP van gisteren om de benadeling van eenverdieners(-gezinnen) te gaan aanpakken een fraai voorbeeld: D66 neemt hiermee enigszins afstand van de ideologische “vrouw-moet-werken-betutteling” van links en neemt een liberaler standpunt in: iedereen moet zijn eigen leefvorm kunnen kiezen, zelfs conservatieven. Dit past in een strategie van D66 om zich niet te laten opslokken in ‘links’ maar zichzelf te positioneren als het redelijke alternatief in het midden.
Naar mijn mening zou de CU in datzelfde gat kunnen springen, maar dan als tegenpool van D66 op de as sociaal conservatief-progressief. Dus sociaal conservatief, economisch midden.
Het werkelijke probleem in de CU (en naar mijn mening een heel serieus probleem) lijkt mij dat de CU steeds categorisch weigert die economische middenpositie in te nemen. Het gedachtengoed is prachtig: je bent niet economisch links want je verwacht niet alle heil van de staat, je bent ook niet economisch rechts want de keuze is niet óf heilsstaat óf individualisme, de keuze is tussen de overheid of de andere sociale verbanden waarin de mens leeft. Wat dat betreft ben ik het hartgrondig eens met de derde alinea van Geert Jan’s artikel.
Alleen: dit prachtige gedachtengoed komt nergens terug in het verkiezingsprogramma. De leus “minder overheid, meer samenleving” wordt nergens concreet ingevuld door voor te stellen concrete verantwoordelijkheden en taken úit de overheidssfeer te halen en naar de ‘samenleving’ te brengen. In de financiële onderbouwing van het verkiezingsprogramma wordt geen euro bespaard door “afstoten van overheidstaken”.
Deze week betoogde Nico Schipper op deze website nog dat de conclusies van zijn onderzoek nadrukkelijk níet roepen om een “rukje naar rechts”. Mijn antwoord daarop was ongeveer hetzelfde als wat Geert Jan hierboven schrijft: de links-rechts indeling is voor de CU onbruikbaar, de wèrkelijke vraag is die naar de concretisering van wat nu de “onderscheiden verantwoordelijkheden” van de diverse verbanden volgens de CU inhouden. De werkelijke vraag bij de slogan “minder overheid, meer samenleving”, is de concrete invulling: over welke vraagstukken praten we concreet?
Dát is m.i. de uitdaging van “christelijk-sociaal 2.0″. Er is geen probleem met het gedachtengoed of met de theoretische onderbouwing daarvan. Er is wel een gapend gat tussen het gedachtengoed en de concrete, alledaagse politieke keuzes. En als ik daar (als nieuwbakken lid maar wel als RPF- en CU-stemmer sinds bereiken stemgerechtigde leeftijd) de vinger op leg of vragen over stel, is het resultaat vaak stilte.
Het links-rechts schema is inderdaad achterhaald. De identiteitscrisis van de CU ligt dan ook niet in het vinden van een plekje op dat schema. De identiteitscrisis van de CU ligt mi wel in het gebrek aan een vertaling van “minder overheid, meer samenleving” naar concrete thema’s en standpunten. Het huidige programma is, naar het oude schema, economisch gewoon links. En dat is a) niet te rijmen met de uitgangspunten en slogans, en b) electoraal ongelukkig gezien de enorme leegte in het midden, waar D66 wel een opponent kan gebruiken die ook economisch zijn mannetje staat.
Volgens mij is de indeling links/rechts nog prima bruikbaar. Ik begrijp die voortdurende behoefte niet aan het complexer maken van dingen die helemaal niet complex zijn. Het grote probleem is dat politieke partijen niet ingedeeld wíllen worden om maar geen kiezers te verliezen. Dan praten ze over profiel, positionering en concluderen ze zelf dat ze niet in een hokje passen, met als gevolg dat de kiezer niet meer wat wat hij of zij aan die partij heeft.
Op economische thema’s is het schema links/rechts prima bruikbaar. Het is zelfs heel erg nodig om eerlijk te zijn naar de kiezer. Neem het programma van de CU, beoordeel de economische aspecten en je komt uit op links. De partijtop mag dat ontkennen wat ze willen, maar het is feitelijk waar. Net zo links als Groen Links en de PvdA. De achterban voelt dat donders goed aan. Je ziet dat ook gewoon terug in de reacties op de huidige bezuinigingen. Daarover wordt continue ach en wee geroepen terwijl er niets tegenover staat. Zoals één van de Tweede Kamer leden van de CU in een persoonlijk moment tegenover mij toegaf: “wij weten wel hoe het geld verdeeld moet worden, maar niet hoe het verdiend wordt.”
De SGP heeft op dit onderdeel veel meer visie, vandaar dat ze nu bijvoorbeeld samen met D66 (!) en CDA opkomen voor de economische positie van alleenstaanden. De CU is door die actie volledig in verwarring en laat weer een kans lopen om zich economisch beter te profileren.
Op de ethische thema’s zit de CU meer aan de conservatieve kant. De verdeling van Krouwel met twee assen voldoet uitstekend en wordt ook door de kiezers begrepen. Elke poging om op dit terrein complexe modellen te introduceren leiden alleen maar tot meer wazigheid en nog meer afstand tussen politiek en kiezers. De enige manier om met succes elke indeling te negeren is populisme. En ik kan me niet voorstellen dat de CU die kant uit wil.
De CU zit inderdaad niet in een identiteitscrisis. Mijn indruk is dat de top van de partij heel goed weet waar ze naar toe wil. Alleen is dat niet meer volledig in lijn met programma en nog minder met het kernprogramma en voelt een deel van de achterban zich steeds minder verbonden met de partij. Dat is op zich helemaal geen drama natuurlijk, dat overkomt meer partijen. Maar als dat een bewuste keuze is (en ik denk dat dat zo is) dan moet je daar ook eerlijk voor staan en het niet proberen te ontkennen met allerlei omfloerste begrippen en ingewikkelde modellen. Geef gewoon toe waar je staat en laat de kiezer bepalen of ze zich daarin kunnen vinden of niet. Dan ben je eerlijk, duidelijk en echt.
@Rolf,
Ben het met je eens dat het twee assen-model van Krouwel prima voldoet, maar daarmee zijn de termen “links” en “rechts” nog niet direct bruikbaar. Je moet er nl steeds bijvertellen dat je het over de economische as hebt, en wat is op de as progressief/conservatief “rechts”? VVD heeft zowel een liberaal-conservatieve als een vrijzinnige vleugel. Is het dan economisch rechts en sociaal midden? PVV is economisch links en deelt verder noch de conservatieve noch de progressieve waarden (immers: bij conservatieve waarden hoort ook grondrechten voor iedereen).
Daarnaast merk ik in discussies op deze website (zie de non-reactie van Nico Schipper in de discussie onder zijn artikel) dat het links-rechts denken bij sommigen in de partijtop een manier is om de werkelijke discussie uit de weg te gaan, namelijk die over de inhoud.
De vragen waar het over gaat, zijn echt niet zo ingewikkeld:
- Hoe ziet de CU de verhouding tussen de diverse ‘verbanden’ in de samenleving (overheid, markt, kerken, organisaties, gezinnen).
- Als de slogan is “minder overheid, meer samenleving”, welke concrete taken moeten dan verhuizen van welk onderdeel van de overheidssfeer naar welk onderdeel van de ‘samenleving’.
- Hoeveel minder geld gaan we als gevolg daarvan lenen van onze kinderen.
- Hoeveel vrijheid krijgt de samenleving ècht om die taken te organiseren (inclusief de vrijheid om een bepaalde taak helemáál niet nuttig te vinden en dus niet uit te voeren).
Als de partijleiding deze heel concrete vragen niet kan beantwoorden, dan is er inderdaad een groot gat tussen de slogans en het Kernprogramma, en de daadwerkelijke koers van de partij. Nu ben ik in goed vertrouwen op de uitgangspunten onlangs lid geworden, dus ik neem aan dat er in elk geval in schets een antwoord gegeven kan worden.
@Redactie, aangezien veel discussies op deze website op hetzelfde uitdraaien (betrokken achterban die concrete vragen stelt over financieel-economische richting van de CU in relatie tot Kernprogramma), en die vragen vaak terugkomen onder verschillende artikelen omdat ze niet beantwoord worden: is het een idee iemand eens een artikel hierover te laten schrijven waarin de visie van de partij uiteen wordt gezet? Of ik elk geval (ben me bewust van de opmerking in colofon mbt persoonlijke verantwoordelijkheid vd schrijver) iemand die wil uitleggen hoe volgens hem/haar de relatie tussen de uitgangspunten en de huidige koers begrepen kan worden?
@Alex: Blijkbaar moet je daarvoor op Twitter zijn
Er wordt nogal wat afgekwetterd door onze politici. Ik hoop dat dat iets oplevert voor het debat binnen de partij, maar ik heb zo mijn twijfels…