Na een periode van regeringsdeelname lijkt de ChristenUnie voorlopig aangewezen te zijn op een plaats in de oppositie. Daarbij is er een zetel minder te verdelen. Een lichte kater kan zich hierbij voordoen. Zo’n oppositieperiode na regeringsdeelname is natuurlijk bij uitstek een tijd van heroriëntatie.
Roel Kuiper gaf recent een aanzet door voor te stellen de term ‘christelijk-sociaal’ terughoudender te gaan gebruiken (Opunie, 3 juli 2010). Dat lijkt me een verstandige keuze. Nog verstandiger lijkt het me de term helemaal niet meer te gebruiken, althans niet buiten de context van historisch onderzoek naar de ‘sociale kwestie’. Wie zijn standpunten ‘sociaal’ noemt, wekt de indruk dat hij zich uitsluitend of vooral met sociale vraagstukken (sociaal beleid) bezighoudt of suggereert dat er partijen zouden zijn die hun eigen standpunten ‘asociaal’ zouden noemen.
De toevoeging ‘christelijk’ verheldert in dat opzicht niet, hoewel deze, in tegenstelling tot de term ‘sociaal’, inhoud met zich mee brengt. Een christelijke politieke partij bedrijft politiek vanuit een christelijke inspiratie (of op basis van de Bijbel, zo u wilt). Wanneer echter deze term zondermeer gekoppeld wordt aan een politieke partij is het onderscheidend vermogen ook beperkt. In praktisch opzicht zijn er immers, zeker in Nederland, meerdere politieke partijen die zich christelijk noemen. Belangrijker nog is dat, in inhoudelijk opzicht, een christelijke inspiratie nog niets zegt over de manier waarop er een noodzakelijke vertaalslag wordt gemaakt naar politieke besluitvorming. Er is een politieke filosofie nodig die de verbinding legt tussen het christendom en de politieke praktijk van een bepaald land in een bepaalde tijd. Een politieke filosofie komt mede tot uitdrukking in de aanduiding van een partij (liberaal, socialistisch, sociaal-democratisch, enzovoorts).
Nu bouwt de CU voort op het antirevolutionaire, christelijk-historische denken van Groen van Prinsterer (en zijn leerlingen), zoals mede wordt uitgedrukt in de naamgeving van haar wetenschappelijk instituut. Het ligt dan ook voor de hand aansluiting te zoeken bij zijn gedachtegoed. Daarbij dienen uiteraard tijdgebonden elementen terzijde te worden gelaten, echter zonder dat de inzet van zijn denken verandert. Zo hebben de termen ‘antirevolutionair’ en ‘christelijk-historisch’ een nogal tijdgebonden klank, maar de gedachten erachter zijn nog zeer actueel. Kortweg komt het hier op neer: de mens maakt de samenleving niet, want God schrijft de geschiedenis. Omdat er geen revolutionaire ontwikkeling van de samenleving wenselijk en mogelijk is, dient datgene wat zich in de loop der geschiedenis waardevol heeft getoond, behouden te blijven. In deze lijn zou de CU, wanneer zij werkelijk erfgename van Groen van Prinsterer wil zijn, zich beter kunnen tooien met de aanduiding ‘christelijk-conservatief’.
Conservatief is die politieke filosofie die meent dat er weliswaar historische ontwikkeling plaatsvindt, maar dat deze niet door de mens in revolutionaire sprongen gerealiseerd kan worden en dat instituties die hun waarde bewezen hebben de samenleving dragen (gezin, kerk, school, universiteit). Conservatief is tevens die politieke filosofie die de overheid niet ziet als oplossing voor alle maatschappelijke problemen. Maatschappelijke kringen kennen hun eigen gezag.
Conservatief staat tegenover progressief. Een progressieve politieke filosofie kan heel goed verscholen gaan onder de aanduiding christelijk. Christelijk-conservatief is die politieke filosofie die God’s hand weet achter de maatschappelijke orde, maar die tegelijk het Evangelie ziet als redding uit de onvolkomenheden van alle menselijke inspanningen. Het Evangelie is daarbij niet een radicale heilsleer in politieke zin. Het paradijs kan niet in deze wereld en met politieke middelen gerealiseerd worden. Dit zijn slechts enkele hoofdlijnen van een christelijk-conservatieve politieke filosofie. Voor een nadere uitwerking verwijs ik naar de bronnen van het antirevolutionaire en christelijk-historische denken.
De CU moet een keuze maken. Wil ze christelijk-sociaal zijn en daarmee christelijk zonder politieke filosofie (en dus kwetsbaar voor allerlei wind van leer) of wil ze aansluiting zoeken bij haar eigen bronnen? Een geloofwaardig alternatief is er niet.





Christelijk maatschappelijk betrokken. Niet links, ook niet rechts, maar midden in de maatschappij.
Het gevaar van de term conservatief is dat het impliceerd dat er een assosiatie gaat ontstaan met ouderwets en tegen wijzigingen. Dat is mogelijk historisch wel de meest juiste term, echter het dekt de lading niet.
We zouden mogelijk moeten overwegen om een nieuwe term te introduceren, zodat er geen assosiatiet gaan ontstaan met de oude politieke denkwijzen en systemen. Als we verniewend willen zijn zouden we ook een nieuwe politieke term moegn introduceren. Ik denk hierbij dan bijvoorbeerd aan Christelijk maatschappelijk betrokken.
Christelijk maatschappelijk betrokken geet niet alleen de denkwijze weer, maar geeft ook de sociale betrokkenheid aan en de betrokkenheid met vele andere relevante spelers in het maaschappelijk veld.
Dit slaat zowel op de medemens alsook op het functioneren van de maatschappij als geheel, maar ook betrokkenheid bij de politieke ontwikkelingen en de internationale setting van Nederland in Europees en wereldwijd verband. Het geeft ook aan dat je geeft om je medemens, zoals we daat ook vanuit de Bijbel als opdracht hebben meegekregen. “Heb je naaste lief als jezelf”.
Ik zou in geen geval christelijk conservatief genoemd willen worden, maar met vreugde maatschappelijk betrokken.
Klaas Boer
Raadslid Gemeente Slochteren
Ben van mening dat we ons niet zo gevangen moeten voelen door een term of benaming. Zoals Bas aangeeft, kun je met “christelijk politiek” gezien ook diverse kanten op binnen de politieke situatie, zo ook met sociaal, maatschappelijk betrokken, of conservatief. Mensen hebben allerie verschillende ervaringen met die termen in het verleden, positief of negatief. Lijkt me een onmogelijke klus om te verwachten dat men die termen op ‘onze’ manier gaan inkleuren. Maar kies je iets, laat het je niet te snel weer afpakken, want dat straalt weinig zelfvertrouwen uit.
Ook is CU politiek niet of heel moeilijk binnen enkel één of meer termen te vangen.
Deel enige opmerkingen van Bas m.b.t. politieke visie , maar met de term ben je er nog niet. Ben meer benieuwd naar inhoud en concrete politieke keuzes…. Maar goed, ik ben dan ook geen media-expert…
[...] [Opunie, 4-9-2010] [...]