Uit overtuiging over vooruitzien gesproken: Binnenkort komt het WI met een publicatie en evenement over duurzaamheid. Ik ben zeer benieuwd. Het thema wordt door de ChristenUnie en het WI al enige jaren als belangrijk benoemt, maar of dat politiek opportuun is of ‘typisch Christelijk-sociaal’ moet nog blijken. Net als de daaruitvolgende belangrijke keuzes in het spectrum tussen afdwingen, opleggen, controleren en faciliteren met het oog op volgende generaties. En net zoals eigenlijk alles wat duurzaam lijkt nog moet blijken.
Duurzaamheid is namelijk een profetisch begrip. Mensen die iets duurzaam noemen doen daarmee een geloofsuitspraak over de toekomst ervan: dit blijft, dit is houdbaar, dit kan en willen we straks ook nog, ja, zelfs onze kinderen gaan hier beter van worden, ja zelfs de kinderen van mensen aan de andere kant van de wereld..
Vooruitziend in vogelvlucht volgen nu thema’s bij twee soorten vogels: valken en uilen. De valken zijn zaken om na te jagen, de uilen zaken om waakzaam voor te zijn. We willen immers voorkomen dat we vurig strevend naar het hoogste duurzame doel in allerlei valkuilen vallen.
De eerste valk is gewoon klassiek rentmeesterschap: handelen vanuit het diepe besef dat niks ons bezit is, zelfs ons eigen leven niet, maar dat we alles ontvingen en verantwoording hebben af te leggen over de voorpret in dit ondermaanse. Ja, pret. Rentmeesterschap is immers ook rentenieren; leven van de rente die de Schepper elke dag geeft in de groeiende bloeiende schepping. Dat is tijdens de presentatie van de bundel vast beter zichtbaar dan deze druilerige dagen.
Dit betekent concreter bijvoorbeeld dat ondernemingen die moeite doen om de schepping te koesteren geen nadeel ondervinden tegenover keten- (!) en marktgenoten die die moeite niet nemen. Een christelijk besef van de gevallen schepping en daarin dus vanzelf toenemende chaos, erkent immers dat er moeite nodig is voor het bewaren van de kwaliteit. Verantwoorde marktmeesters erkennen dat niet alle groei goed is en dat goede groei niet vanzelf komt. We zullen dus met meer accijns moeten durven leven; consumeerbelasting.
Een tweede valk om na te jagen is voorzichtigheid: het voorzorgsprincipe hanteren, maar met een kritische houding naar elke oplossing. En naar elk vermoeden van een groot probleem ergens achter de horizon. Daarbij ook niet altijd alles van dezelfde kring in de samenleving verwachten, of dat nou de overheid, de markt of de consument is. Maar het ook weer wel van ons allemaal verwachten: de ‘sociale’ netwerken, de kerken, de stichtingen en koepels. Ook dat is christelijk-sociaal.
Concreet wordt dit door een paar stuurgroepen namens een nationale denktank die de speelruimte voor lokale partijen verdelen. Als kleine diverse en drukke platte delta liggen er talloze mooie kansen. Van elkaar leren en eigen unieke mogelijkheden benutten vergt het overleg waar ons calvinistisch poldertje ook zo goed in is.
Een uil echter, is bijvoorbeeld de globalisering. De grote tijgers en draken die het toneel momenteel opvliegen maken de oranje leeuw tot een zwerfkatje. We moeten opletten dat we ons niet in ons hemd laten zetten. Onze culturele erfenis is intrinsiek waardevol.
Enthousiast inzetten op Europa dus, maar niet ook achterop de stier springen die zij berijdt. We hebben een unieke geschiedenis van christelijk geïnspireerde vrijheid en moeten daarom onze soevereiniteit behouden. Christelijk-sociale duurzaamheid kan niet zonder ruime blik in plaats en tijd – en hart, ook omdat er in Christus geen Hollander, Jood of Arabier is.
Een ander knap uiltje is deze discussie zelf. Het is prachtig om ons te bézinnen, maar onze gézinnen zijn belangrijker. Modellen, metaforen, verhalen en voornemens; ze zijn allemaal de bom, maar ik hoop dat de ChristenUnie ook het vuur ontvangt om het lontje aan te steken. Duurzaamheid blijkt immers uit daden, goede daden die het vuur van het debat verdragen en de tand des tijds van machtsverschuiving doorstaan.
Ik hoop dat het met bovenstaande overwegingen een prachtige bundel wordt waarin niets nieuws zal staan voor volgende generaties, omdat ze het om zich heen zullen zien.




Eén ding wordt me niet duidelijk uit het stuk; wat is ‘christelijk-sociale duurzaamheid’ precies?
Als dat het enige is, Rinze, dan zul je wel je net zo benieuwd zijn naar de bundel als ik
Maar serieuzer, en inhoudelijker, om het dan maar samen te vatten: volgens mij kenmerkt de christelijk-sociale benadering van duurzaamheid zich onder andere door rentmeesterschap en voorzichtigheid (en andere deugden), en toont zij zich bewust van de wereldwijde context en tegelijk ook lokaal daadkrachtig.
Maar wellicht valt hier op af te dingen, bijvoorbeeld omdat andere zaken belangrijker zijn.
Resilience bijvoorbeeld, of, in goed Neerlands: veerkracht. Daarmee komen andere kenmerken, of randvoorwaarden/toetsingcriteria voor beleid, onder de aandacht dan hierboven. Denk bijvoorbeeld aan flexibiliteit, modulariteit, zelfstandigheid en schaal- en herhaalbaarheid.
Volgens mij biedt een dergelijke focus voor ontwikkelingen op terreinen als energievoorziening, milieu- en infrastructuur, maar ook de woning- en arbeidsmarkt of de ouderenzorg mooie kansen. Op al deze terreinen speelt tegenwoordig of binnenkort namelijk typische duurzaamheidsproblematiek, omdat de huidige vorm niet kan blijven voldoen en nieuwe vormen nodig zijn.
Omdat de bundel vast dieper op deze en verwante richtingen, kenmerken en randvoorwaarden ingaat, is het volgens mij iets om naar uit te zien, net als de lente.
Mooi stuk, niet in de laatste plaats vanwege je mooie formuleringen (mag ook wel eens gezegd worden). Misschien nog een kleine aanvulling over ‘rentmeesterschap’ (op het gevaar af van uitdragen van een stokpaardje, maar het is bedoeld ter aanvulling op je stuk):
Rentmeesterschap gaat terug op de roeping die Adam bij de schepping ontving op de aarde te ‘bewerken’ en te ‘bewaren’. Wanneer we spreken over duurzaamheid, beperken we ons meestal tot het tweede aspect ‘bewaren’ – alsof het alleen gaat om ‘zuinig zijn met de planeet’. Christelijk duurzaam denken houdt m.i. beide aspecten vast: het gaat niet alleen om zuinigheid en recycling (‘bewaren’), maar ook om creatieve -’scheppende’- exploitatie (‘bewerken’) – met andere woorden om het creëren of toevoegen van waarde. Het in cultuur brengen van de chaos om met alle aardbewoners te doen wat je zo mooi omschreef: het ‘leven van de rente die God elke dag geeft.’
Er is vanuit de linkse duurzaamheidsgedachte een sterke tendens naar ‘minder’: er moeten minder kinderen worden geboren, we moeten consu-minderen, etc etc. De basisboodschap, vanuit een nadruk op ‘bewaren’, is “We hebben met z’n allen te weinig”. Een christelijke duurzaamheidsgedachte zou mi daar tegenover moeten stellen dat ecologie en economie juist hand in hand kunnen gaan. We hebben niet te weinig, maar we exploiteren datgene wat we hebben niet op de juiste manier. God heeft de aarde gemaakt met de boodschap “Er is genoeg voor iedereen!”
Hoe vind je de balans tussen die twee? In mijn optiek doe je dat door de juiste dingen te stimuleren en te ontmoedigen. Eckart Wintzen, de bedenker van het concept van “Value Extracted Tax”, legde uit dat economie op zich heel simpel is: je hebt grondstoffen, voegt er waarde aan toe, verpakt het en verkoopt het, en houdt een restproduct over.
In dat proces doen wij net alsof grondstoffen niets kosten en restproducten niet schaden (de hele economie is gericht op ‘replacement’, niet op ‘reuse’), en belasten we vooral op ‘added value’ (BTW) en op creativiteit (inkomens van individuen, winstbelastingen van bedrijven, vermogensbelasting, enz).
Terwijl onze planeet precies andersom in elkaar zit: grondstoffen zijn schaars, restproducten schaden, maar creativiteit (‘bewerken’ en ‘bewaren’) is de primaire roeping van de mens – die je dus moet stimuleren ipv beknotten.
Een christelijk-sociale visie op duurzaamheid zou mi die verbinding moeten leggen: economie (‘bewerken’) en ecologie (‘bewaren’) zijn niet elkaars vijanden maar zijn goed verenigbaar, mits de juiste incentives worden gehanteerd. Dit was de originele roeping van Adam in Genesis 1, en het is de roeping van de christelijke gemeente in Romeinen 8: we zijn geroepen om een voorschot te zijn van een wereld die niet meer is “onderworpen aan de vruchteloosheid”. Voor christenen die actief zijn in de politieke arena betekent dat mi vooral dat we de financiële triggers moeten corrigeren die ons huidige gedrag in stand houden. Dat was ook één van de punten van mijn artikeltje hierover – was je het volgens mij ook aardig mee eens.