‘Christelijk-sociaal’ aan onderhoudsbeurt toe

roelkuipera
16.07.2010 |

De ChristenUnie gaat een tijd van heroverweging in. Wat mij betreft gaat die heroverweging ook over het gebruik van de term ‘christelijk-sociaal’. Sinds een aantal jaren presenteert de ChristenUnie zich met deze leus. Ik begin er inmiddels ambivalente gevoelens bij te krijgen en dat niet alleen vanwege de geringe werfkracht of de wat ouderwetsig-ideologische klank. Het gaat me om de politieke positionering die deze term met zich mee brengt.

Het was even slikken, de verkiezingsuitslag. De ChristenUnie leek op winst te staan en als enige coalitiepartij te worden beloond voor regeringsdeelname, maar leverde een zetel in. Veel commentatoren keken wel even op van deze teleurstellende uitslag.

Zo’n uitslag kent altijd vele verklarende factoren. Wat vond de ChristenUnie van de grote vraagstukken die momenteel spelen? Was de ChristenUnie duidelijk genoeg? Welk beeld van zichzelf zet de partij eigenlijk neer? We gaan een periode tegemoet van evaluatie en heroverweging.

Wat mij betreft gaat die heroverweging ook over het gebruik van de term ‘christelijk-sociaal’. Sinds een aantal jaren presenteert de ChristenUnie zich met deze leus. Ik begin er inmiddels ambivalente gevoelens bij te krijgen en dat niet alleen vanwege de geringe werfkracht of de wat ouderwetsig-ideologische klank. Het gaat me om de politieke positionering die deze term met zich mee brengt. Begrijp me goed: een christelijke partij heeft zich te ontfermen over sociale kwesties. De weduwe, wees en vreemdeling van vandaag moeten in het centrum staan van christelijke politiek. Maar de term ‘christelijk-sociaal’ heeft zo zijn beperkingen en ik zal uitleggen waarom.

In de eerste plaats duidt het christelijk-sociale op een bepaald domein en kent het een beperkt register. Als een partij opereert onder de leus ‘christelijk-sociaal’ dan doet ze voorkomen alsof de sociale kwesties de allerbelangrijkste zijn. Traditioneel gaat het om vraagstukken van de arbeidsmarkt, inkomenspolitiek, de verhouding werkgever-werknemer en de sociaal-economische ordening van de samenleving. De term bestrijkt niet per definitie het veld van bijvoorbeeld het onderwijs, kwesties van veiligheid, milieu, buitenlands beleid of de inrichting van het openbaar bestuur. Door welbewust in te zetten op ‘christelijk-sociaal’ ontstaat een zekere beperking van je politieke profiel.

In de tweede plaats is de term ‘christelijk-sociaal’ opgekomen in het kader van een vroegere strijd voor sociale rechtvaardigheid. Christelijk-sociaal beleid kwam op als belangrijk aspect van christelijke politiek in tijden waarin de arbeider nog goeddeels rechteloos was en de samenleving uit balans raakte door industriële modernisering, massa-werkloosheid en verstedelijking. De invalshoek was dat onrechtvaardigheden in de samenleving bestreden moesten worden. Dan kon het gaan over armoede, een rechtvaardig loon of de bescherming van de werknemer. Er zijn nog altijd sociale kwesties in onze tijd, maar ze hebben wel een ander karakter. De brandende kwesties van honderd jaar geleden zijn niet de brandende kwesties van nu. Wie nu ‘christelijk-sociaal’ zegt, kan gemakkelijk in het kamp komen van hen die de opgebouwde rechten van de werknemer in het kader van de welvarende verzorgingsstaat verdedigen. De met arbeid en inkomen verbonden sociale kwesties liggen heel ergens anders. Die liggen bij de noodzakelijke flexibilisering van de arbeidsmarkt, bij boeren die zuchten onder regelgeving, bij mensen die zorg nodig hebben maar deze niet meer kunnen betalen. Het gaat ook om schooluitval, jongeren die niet voorbereid zijn op een zelfverantwoordelijk bestaan in onze samenleving, de grote hoeveelheid jonggehandicapten. Denken mensen van vandaag daar ook aan als ze de term ‘christelijk-sociaal’ horen?

In de derde plaats: er moet dus steeds een moderne draai aan de term ‘christelijk-sociaal’ worden gegeven, wil deze voluit slaan op de opgaven van onze tijd. De ChristenUnie moet de term steeds voorzien van nieuwe betekenissen, bijvoorbeeld door het gezinsbeleid eraan te verbinden, of situaties van zorggebruikers, of de noodzaak van hervormingen op de woningmarkt, of het opkomen voor een voldoende budget voor ontwikkelingssamenwerking. Dat heeft iets ingewikkelds, want deze politieke kwesties kunnen ook zonder de term ‘christelijk-sociaal’ benoemd worden. Werkt de term dus eigenlijk wel? Waar appelleert hij aan?

In de vierde plaats kan de term ‘christelijk-sociaal’ en het inmiddels gevestigde gebruik ervan ook sociale kwesties versluieren. Er zijn sociale kwesties die niet met de arbeidsmarkt, maar met immigratie en integratie verbonden zijn. Hoe sociaal is het om mensen te laten overkomen uit niet-westerse landen die onvoldoende opleiding hebben om te kunnen slagen in onze samenleving? Hoe nodig is het, juist met het oog op het sociale karakter van wijken en buurten, hard in te grijpen om de veiligheid van mensen te herstellen? Deze vraagstukken maken duidelijk dat het niet om het sociale zonder meer gaat, maar om het bevorderen van maatschappelijke harmonie, veiligheid, de verhoudingen tussen bevolkingsgroepen. Wie zonder verdere toelichting zegt dat ‘christelijk-sociale kwesties’ de agenda van ons land bepalen, wekt de indruk het te willen hebben over andere dingen en kan zomaar naast de hoofdstroom van het debat staan.

Christelijk-sociaal denken is in het verleden gepaard gegaan met stevige maatschappijkritiek en pijn en verontwaardiging over onrecht in de samenleving – en dan ook wereldwijd. Daar klopt wat mij betreft nog altijd het hart van de christelijke politiek. De strijd tegen allerlei vormen van onrecht en uitsluiting moet blijvend op de agenda staan van de ChristenUnie, gedragen door wat de Bijbel ons hierin als christenen opdraagt. Die politiek sta ik voor en heb ik ook altijd verdedigd. Maar dat kan ook zonder de term ‘christelijk-sociaal’. De bezwaren die inmiddels bij mij rijzen, heb ik genoemd. De term beperkt het speelveld van de christelijke politiek, klinkt al gauw gedateerd en vraagt veel vertaalwerk in de situatie van nu.

Ik bepleit een terughoudender gebruik van de term ‘christelijk-sociaal’, geen afschaffing. Een prudenter gebruik, niet als centraal begrip, maar als één van de betekenissen van christelijke politiek. Laten we veel nadrukkelijker duidelijk maken dat christelijke politiek strijdt tegen onrechtvaardige verhoudingen en situaties, waar dan ook en in welke gedaante dan ook, met het oog op maatschappelijke vrede en de bedoelingen die God met mens en wereld heeft.

Wanneer mensen ‘googelen’ op de ChristenUnie krijgen zij als eerste de aanduiding ‘ christelijk-sociale partij’ op hun scherm. Het lijkt mij wenselijk hier voortaan te lezen dat de ChristenUnie een ‘christelijke partij’ is die gaat voor een rechtvaardige samenleving. Punt.


Roel Kuiper
Senator voor de ChristenUnie en bijzonder hoogleraar reformatorische wijsbegeerte

gerelateerd

   Geen gerelateerde artikelen gevonden

BESTGELEZEN