November is bij gemeenten de maand van de begrotingsraad. De meeste gemeenteraden hebben zojuist stevig gedebatteerd over de eerste begroting van de nieuwe colleges van burgemeester en wethouders, die dit voorjaar zijn aangetreden. Zonder uitzondering staat de meerjarenbegroting 2011-2014 bij gemeenten in het teken van bezuinigingen. Dat betekent politiek kleur bekennen. Maar ook herijking van visies op taken van gemeenten als eerste overheid.
Over de schutting
De gemeentefinanciën worden geconfronteerd met flinke tekorten. De economische recessie heeft erg negatieve consequenties voor de gemeentelijke grondexploitaties. Er worden flinke (rente)verliezen geleden. Daarnaast nemen gemeentelijke inkomsten af en stijgen de uitgaven, ondermeer als gevolg van hogere werkloosheid. Maar de grootste klap is het gevolg van de rijkskortingen op de uitkering uit het Gemeentefonds. Zodoende is het voor gemeenten een hele klus om de begroting sluitend te krijgen, zonder al te forse OZB-verhogingen.
Ook de rijksoverheid moet stevig ingrijpen om de financiën op orde te krijgen. Het kabinet gooit dit probleem voor een deel eenvoudig over de schutting. Zo wordt bij medeoverheden (met name gemeenten) door het kabinet voor 3 miljard bezuinigd door te korten op sociale zekerheid en zorg én door efficiencykortingen op te leggen bij de overdracht van taken.
Controledrift
Het rijk gaat bij decentralisatie van taken uit van de merkwaardige vooronderstelling, dat gemeenten taken efficiënter en dus goedkoper kunnen uitvoeren. Gemeenten ervaren deze decentralisatie zodoende als ordinaire bezuinigingsmaatregelen. Verder wordt (terecht) verondersteld dat gemeenten – als eerste overheid (het dichtst bij de burger) – beter in staat zijn om maatwerk te leveren. Maar vervolgens slaat vanuit het rijk de controledrift toe, waardoor beide doelstellingen nagenoeg onmogelijk worden gemaakt. Gemeenten moeten monitoren, rapporteren en verantwoording afleggen aan het betreffende ministerie. De bureaucratie tiert hierin welig. Dat kost rijk én gemeenten veel geld en niemand wordt daar wijzer van. Hoezo efficiencykorting? Het is vanzelfsprekend dat een gemeentebestuur verantwoording aflegt. Maar het adres daarvoor is de gemeenteraad en niet het ministerie. Ook het maatwerk dreigt snel een utopie te worden. Na decentralisatie wordt vanuit Den Haag angstvallig bewaakt dat een inwoner van Krommenie met zijn gemeente er niet bekaaider vanaf afkomt dan een inwoner van Putten. Dat geldt voor de uitvoering van de WMO tot en met het berekenen van bouwleges. Alsof de lokale democratie niet zelf hierin corrigerend kan functioneren. De kunst van het loslaten is hierin de aangewezen weg. De rijksoverheid doet er goed aan bij decentralisatie van taken niet alleen verantwoordelijkheid aan gemeenten op te dragen maar daarin ook vertrouwen te geven. Vertrouwen in de lokale democratie.
Een vangnet, geen hangmat
Wat geldt voor de verhouding rijksoverheid – gemeenten, dat geldt ook voor de relatie tussen de gemeentelijke overheid en de lokale samenleving c.q. de burger. Uitgangspunt: niet de overheid is verantwoordelijk voor ons leven. Nee, daarvoor zijn mensen primair zelf verantwoordelijk. Mensen, individueel of in collectieve verbanden, kunnen in het algemeen heel goed voor zichzelf zorgen. Het vertrouwen in dat vermogen verdient stimulering. Mensen houden de overheid graag op afstand. Maar als er een probleem is, dan wordt dat vaak snel op het bord van de (gemeentelijke) overheid gelegd. Die moet het dan maar oplossen. De laatste decennia heeft de overheid zich maar al te vaak hiervoor laten lenen, ook wel vanuit de idee van de maakbaarheid van de samenleving. De economische recessie doet ons nu ontnuchteren. In de gemeentelijke begrotingsdebatten is sprake van een herbezinning op de taak van de overheid. Door de financiële nood gedwongen beperken gemeenten zich meer tot hun kerntaken. De tijd is er rijp voor verantwoordelijkheden weer terug in de samenleving te brengen. Laat mensen, verenigingen, instellingen, bedrijven, etc. weer hun eigen verantwoordelijkheid nemen en waarmaken. De WMO is een prachtig middel om te stimuleren dat mensen verantwoordelijkheid nemen, voor zichzelf, maar ook voor elkaar. Daar wordt een samenleving socialer en sterker van. Gemeenten moeten daarop een beroep doen en vooral vertrouwen daarin uitstralen. Autarkie is een gezond uitgangspunt, dat ook bijdraagt aan eigenwaarde van mensen. Als dat niet meer of onvoldoende lukt, dan kunnen sociale verbanden uitkomst bieden. En natuurlijk blijven gemeentelijke voorzieningen beschikbaar voor sociaal zwakkeren, die hulp van de overheid niet kunnen ontberen. Die hulp moet dan wel het karakter hebben van een vangnet, geen hangmat.
Ook in gemeentelijke regelgeving valt nog veel winst te boeken. Door het vorige kabinet is het project administratieve lastenverlichting (schrappen van bureaucratische regels; ontheffingen, meldingen, etc.) ingezet. Dat zet alleen zoden aan de dijk als gemeenten dit rigoureus aanpakken en niet marginaal. Gemeenten gaan nog veel te ver in hun reguleringsdrift, van de vergunning voor een straatbarbecue t/m welstandsvoorschriften voor een dakkapel. Om maar te zwijgen van toezicht en handhaving.. Besturen vanuit wantrouwen miskent de verantwoordelijkheid van de burger. Daarom past ons een pleidooi voor besturen op basis van vertrouwen, waarmee ook de eigen verantwoordelijkheid van mensen weer kleur zal krijgen.



Hahahaha. Im not too brghit today. Great post!
9F1A4n , [url=http://zaogfunwrmlk.com/]zaogfunwrmlk[/url], [link=http://yjybnrenmxmd.com/]yjybnrenmxmd[/link], http://qjaiwnzymhmg.com/
EMSTkH , [url=http://uqsalvnbuplc.com/]uqsalvnbuplc[/url], [link=http://zhvjwjoxtqiw.com/]zhvjwjoxtqiw[/link], http://ewlmoogesnng.com/
n40WaP , [url=http://injukgusjcpu.com/]injukgusjcpu[/url], [link=http://vfeslngyeldx.com/]vfeslngyeldx[/link], http://tkjzjiznmpem.com/