Waar ben ik beland?! moet André Rouvoet hebben gedacht toen hij zich in 1985 aansloot bij de Reformatorische Politieke Federatie. Juist in dat jaar was die partij een slagveld. De tweehoofdige fractie splitste: Aad Wagenaar scheidde zich af, Meindert Leerling ging alleen verder als RPF-kamerlid. Een kwart van de leden liep weg. Rouvoet woonde in het epicentrum van dit gevecht: Hilversum.
RPF-kiesvereniging ‘t Gooi, met Hilversum als centrum, juist dáár botsten de twee stromingen in de partij het hardst. Aan de ene kant stond een groep die in de RPF de Antirevolutionaire Partij wilde herstellen: een reformatorische partij die economisch rechts was, ethisch conservatief en een kleine overheid nastreefde. Aan de andere kant was er een groep die een meer eigentijdse en getuigende stijl wilde: de RPF als politieke tak van de Evangelische Omroep, die eveneens in Hilversum was gevestigd en waar reformatorisch en evangelisch samenkwamen. Door de perikelen rondom Wagenaar scheurde deze kiesvereniging en hield feitelijk op te bestaan.
Kortom, een ongelukkiger moment had Rouvoet niet uit kunnen kiezen om lid te worden. Eén voordeel: uit “de puinhopen van vier jaar RPF” kon hij vervolgens de partij volledig opnieuw helpen opbouwen. Dat begon met het heroprichten van zijn lokale kiesvereniging. Met een RPF-bestuurslid ging hij bij de leden langs om het vertrouwen terug te winnen. Vanaf 1987 was hij sterk betrokken bij de landelijke koers, als eerste wetenschappelijk medewerker van het nieuwe Wetenschappelijk Studiecentrum. Al snel is hij een van de bepalende figuren in de RPF.
Niet gek dus, dat hij al snel ook hoog op de lijst kwam. In 1989 viel hij nog buiten de boot, maar in 1994 stond hij achter Leen van Dijke op plek twee. Door het vertrek van Leerling kon de partij een nieuwe koers gaan varen, waar Rouvoet een duidelijk stempel op drukte. In 1992 had hij Reformatorische Staatsvisie gepubliceerd, waarmee de RPF eindelijk een moderne visie op de rol van kerk en staat formuleerde. Het belang van deze studie was groot, omdat het liet zien dat de partij niet gedreven was door nostalgie, maar vóóruit wilde denken.
Het verkiezingsprogramma van 1994, getiteld Verantwoord kiezen, rechtvaardig delen, was geënt op het werk van het Wetenschappelijk Studiecentrum en straalde nieuw élan uit. Inhoudelijk was er niet veel veranderd, maar de toon was vlot en fris. Kon de RPF dat allemaal wel waarmaken? vroeg het Nederlands Dagblad zich destijds af. Een andere vraag die steeds terugkwam: was de partij nog wel “klein rechts”? Met thema’s als milieu en ontwikkelingssamenwerking hoog op de agenda en een actievere rol voor de overheid, leek “klein links” misschien wel een betere term. Dat werd verstevigd doordat het programma als onderschrift had: christelijk-sociaal perspectief.
De RPF en niet in de laatste plaats André Rouvoet zelf, waren nu het gezicht van een orthodoxe, moderne, christelijk-sociale beweging. In een complexer geworden maatschappij was iets meer sturing door de overheid nodig, zo stelde de RPF, maar nog steeds moest solidariteit gedragen worden door het maatschappelijk middenveld. De partij was nog altijd kritisch tegenover de verzorgingsstaat en wilde deze transformeren tot een sociale rechtsstaat, met een kleine overheid die vooral faciliteerde en een vangnet bood. Leen van Dijke was het gezicht van de koers waar Rouvoet, samen met bijvoorbeeld Egbert Schuurman, één van de architecten van was. De formule slaagde: de RPF ging van één naar drie zetels in de Kamer. In 1998 werden dat er zelfs bijna vier.
Vooral sinds 2006 is die koers enigszins verlaten en is de ChristenUnie iets meer gaan leunen op de overheid. Ook hierachter was Rouvoet, als minister van Jeugd en Gezin, weer een van de drijvende krachten. Dit keer was de greep minder gelukkig: al tijdens Balkenende IV (2007-2010) klonk er kritiek, soms met weinig flatterende termen als “schaamhaarpolitie” om aan te geven dat de overheid te ver achter de voordeur kwam. Na de verkiezingen van 2010 won dit geluid aan kracht.
Net als na het vertrek van Leerling (partijleider van 1981 tot 1994) is ook het vertrek van Rouvoet een goed moment voor bezinning. De ontwikkeling van elke partij kent fasen van groei en creativiteit en fasen van stagnatie en reflectie. Leerling gaf de RPF een gezicht en leidde de partij het parlement binnen. Rouvoet gaf de RPF body en bracht de ChristenUnie in het kabinet. Het roer hoeft niet radicaal om, liever niet zelfs! Maar het is wel hoog tijd om keuzes te maken: worden we het orthodoxe confessionele zusje van het CDA of blijven we een reformatorische achterbanpartij. Aan de hand van de gemaakte keuze kunnen er accentverschuivingen optreden. En aan de hand van dit herbronningsproces zal zich vanzelf een geschikte opvolger aandienen voor Rouvoet als partijleider.




Dank voor dit mooie overzicht! Ben het alleen niet eens met de keuze die je vooregt: ‘orthodox-confessioneel CDA-zusje’ of ‘reformatorische achterbanpartij’.
Ik spreek even uit ervaring; Na 1994 is de RPF en daarna de ChristenUnie geen van beiden geweest. M.i. is het perspectief van de sociale rechtsstaat en het RPF programma van 1994 (en de vergelijkbare koers van het GPV destijds) ook nog steeds de koers voor de ChristenUnie. De ChristenUnie als partij voor alle christenen die sociale rechtvaardigheid in het publieke terrein nastreven.
Overigens ook mooi dat je zo snel een mooi afscheidsartikel kon publiceren. Andre heeft een dergelijk eerbetoon zeker verdiend en we zullen hem missen.
Mijn gedachte was: er moet even iets op Opunie staan hierover. Ik heb net een hoofdstuk van mijn proefschrift voltooid over de periode 1987-1994, je zou kunnen zeggen “de opkomst van Rouvoet”. Overigens moest het wel in kort tijdsbestek, tijd voor een diepzinnige historische beschouwing heb ik vandaag niet.
Wat koers betreft heb je gelijk. De ChristenUnie is in stijl een voortzetting van het GPV (degelijk, bestuurlijk) en in koers een voortzetting van de RPF (iets wat het midden houdt tussen een achterbanpartij en een bredere confessionele beweging). RPF en CU waren inderdaad geen van beide. Mijn indruk is echter dat er steeds nadrukkelijker om een keuze wordt gevraagd en dat de ChristenUnie hier wellicht ook niet langer omheen kan. De laatste twintig jaar hebben RPF/ CU en ook de EO zich op een breed publiek kunnen richten omdat ze verzekerd waren van de loyale steun van de achterban. Die achterban is echter steeds kritischer geworden en is inmiddels, denk ik, ook “modern” genoeg om niet meer onvoorwaardelijk loyaal te blijven. Daar komt bij dat het politieke bestel veranderd is en onder invloed van bewegingen als de PVV en Trots nog verder zal veranderen, waardoor de toekomst van traditionele politieke partijen vooral in het verleden ligt. Dat is mijn inschatting, ik denk echt dat deze beweging, waar ik zelf ook deel van uitmaak, op een keerpunt zit. Ik weet niet of ik daar blij mee ben trouwens, want ik heb de neiging wat ouderwets te zijn.
@ Remco,
Prachtig overzicht. Ik lees weer dingen die ik nog niet wist.
Wat ik mis is het succes van Rouvoet als tegenstemmer in het Europees referendum. De groei van de CU daarna is daarop terug te voeren. Omdat alle grote politieke partijen voorstander waren, werden Rouvoet en Van Bommel (SP) het gezicht van de tegenstem.
Maar Rouvoet had na de val van zijn kabinet niet meer moeten terugkeren in de politiek. Daar heb ik destijds al over geschreven, dus voel ik me vrij om dat hier te herhalen. Politieke partijen moeten leiders beschermen en ze niet eindeloos door laten gaan. Twee termijnen maximaal als lijsttrekker. Daarna tijd voor een ander.
@bird: Ik ben bewust iets verder het verleden ingedoken, omdat daar ook, als historicus die dagelijks diep in de historie van de RPF zit, mijn expertise ligt. Je hebt gelijk over de invloed van het referendum. Maar om het hele succes van de CU daaraan op te hangen, vind ik te kort door de bocht. Het droeg bij, net als de permanente campagne en het heldere geluid dat de fractie in 2003-2006 liet horen. Ik zelf heb in 2006 CU gestemd vanwege de krachtige manier waarop de partij verzet bood tegen het beleid van Rita Verdonk.
Goed artikel. Vraag me alleen of of het zo werkt dat er aan de hand van het herbronningsproces een nieuwe leider wordt gezocht, of dat het juist de politieke leider is die richting geeft aan het herbronningsproces. En het viel me op dat Arie Slob nadrukkelijk in zijn eigen verhaal liet weten ook al beschikbaar te zijn voor lijsttrekkerschap.
Nog iets anders wat ik me de hele dag al loopt af te vragen en de vraag hier maar stel omdat ik er niet echt uitkom. Misschien dat iemand met meer insite-informatie of kennis van zaken zijn of haar licht daarover kan laten schijnen. Waarom is er voor de overstap gekozen voor een moment dat er maar weinig aandacht voor is? Morgen is het Koninginnedag dus leest niemand de krant en vandaag gaat al het nieuws over Kate en William. Een heel verschil dus met bijvoorbeeld het opstappen van Wouter Bos en Femke Halsema waar in de avond alle rubrieken over het nieuws ging. Ik zou me kunnen voorstellen dat het een mooie gelegenheid is om de partij en Arie Slob als zijn opvolger neer te zetten.
Dus, als erover nagedacht is, waarom zou de partij er zo weinig mogelijk ruchtbaarheid aan willen geven? En zo nee, als er niet over nagedacht is: eh, ja… waarom is er niet over nagedacht?
Compliment voor dit artikel Remco, mooie historische schets van Rouvoet en de partij en niet teveel nieuwe ideeën over de koers op een dag van afscheid
De focus op de ‘sociale rechtsstaat’ als alternatief voor de ‘verzorgingsstaat’ en de ‘ieder-voor-zich-staat’ is in elk geval nog minstens zo actueel als in ’94.
@Alex: Jij begrijpt de insteek van het stuk.
Voor ideeën over de toekomst is het zeker een aanrader om gewoon Rouvoet te lezen – onder andere. Zijn werk, en dat van Kuiper en Schuurman, is een van de recentste actualiseringen van het politieke gedachtegoed van de ChristenUnie. En dus de basis waarop de volgende versie gebouwd moet worden.
Leuk dat je het gedoe in de kiesvereniging Hilversum memoreert. Mijn vader (GPV’er) was daar (1982 – 1994) gemeenteraadslid namens GPV/RPF/SGP, en zat ineens met het probleem dat de vertrouwde RPF’er in zijn steunfractie buiten de partij belandde. Maar hij was al snel enthousiast over de jonge jurist die de RPF in Hilversum weer op de rails zette. Ik neem aan dat de scheuring van destijds ook uitvoerig in je proefschrift wordt beschreven?
Laat mijn vraag maar. Zag het antwoord als langs komen bij P&W.
@Sjirk Kuijper: Uiteindelijk kan je in zo’n proefschrift niet langer dan een paar pagina’s op zoiets ingaan. Jammer want je kunt er een heel boek over schrijven. Ik overweeg wel om RPV ‘t Gooi wat exclusieve aandacht te geven, omdat daar alles zo illustratief samenkwam. Het halve “oude” wetenschappelijk bureau van de RPF zat er (en verliet in 1985 de partij), tegelijk ook de halve EO, omdat die nu eenmaal in Hilversum gevestigd was.
@Simcha: Ik had geen antwoord voor je. Maar Rouvoet had ook niet echt een antwoord. Het viel me op dat hij vaak aangaf dat er geen diepere gedachte achter zijn keuzes zat. Vandaag zijn vertrek aankondigen omdat het zo uitkwam. Meezingen met Kees Kraayenoord omdat hij dat leuk vindt. Ik dacht altijd dat daar in politieke partijen strategie achter zat.
@ Remco: Had ook niet verwacht dat jij het antwoord had:-) Maar er zijn meer meelezers. Het antwoord van Rouvoet dat er geen diepere gedachte achter zat was op zich voldoende duidelijk (vraag of dat niet wel het geval had moeten zijn laat ik maar even rusten).
Al enige tijd schrijf ik hier dat communicatie van de CU te wensen overlaat. Dat Rouvoet dus geen rekening houdt met actualiteiten is geen verrassing, maar wel een pijnlijk bewijs van mij gelijk.
@ Remco,
Nogmaals lees ik jouw reactie op mij (29 april. 5.44pm). Jouw reactie is weinig wetenschappelijk. Als promovendus aan mijn universiteit had ik gehoopt dat je jouw persoonlijke voorkeuren zou kunnen scheiden van de feiten.
De CU had ten tijde van het referendum 3 zetels in de kamer. Een jaar eerder had de CU 4 zetels in de peiling (bron TNO/Nipo). Op de 3 juni 2005 zou de partij 5 zetels hebben (referendum niet meegewogen). Na het referendum was dat ineens 7 zetels. Uiteindelijk haalde CU 6 zetels bij de verkiezingen in 2006.
Als je als historicus serieus genomen wilt worden, lijkt mij dat het niet verstandig is om je eigen overwegingen te vernoemen. Dat maakt je als wetenschapper niet sterker. In jouw reactie wil je je als zowel objectieve wetenschapper (historicus) neerzetten, maar dat breek je onmiddelijk af door jouw eigen mening als argument van jouw gelijk op te voeren. Daarnaast waren er meer partijen die forse opositie voerde tegen de plannen van Verdonk.
Desalwelteplus: een aardig artikel over Rouvoet in korte tijd geschreven.
@bird: Dank voor die toch nog positieve afsluiting.
Voor de rest: ik kan *als promovendus* prima mijn voorkeuren wegcijferen. Overigens zonder te vervallen tot ietwat simplistische ideeën alsof mijn werk als historicus zou gaan over het blootleggen van “de feiten”.
Maar voor Opunie schrijf ik *opiniërende* stukken, waarbij ik uiteraard mijn kennis vanuit mijn beroep gebruik. Maar wat ik hier schrijf is niet bedoeld als serieus wetenschappelijk publicabel werk. Daar heb ik andere podia voor. Oftewel, ik onderbouw mijn artikelen op Opunie vaak op historische wijze, maar heb hier meer vrijheid om ook mijn eigen voorkeur te laten blijken.
En dan hebben we het nog helemaal niet gehad over de reacties ónder mijn artikelen. Daarin ga ik gewoon met mensen in debat. Je bent als wetenschapper niet continu in functie. En je mag als wetenschapper best eigen voorkeuren hebben, zolang wat je op *wetenschappelijk* gebied publiceert maar voldoet aan de eisen die het vak stelt. In de epiloog van mijn proefschrift zal je tzt een historische analyse van de verkiezingswinst van de CU in 2006 aantreffen. Daarin zal je niet kunnen lezen waarom ik in dat jaar zelf CU heb gestemd.
Om nog in te gaan op je argument: je onderbouwt daarmee mijn stelling maar niet de jouwe. Je geeft aan dat de CU in de peilingen steeg door de bijdrage aan het debat over de Europese grondwet. Dat heb ik nooit ontkend. Sterker nog: ik zeg zelf ook, dat de CU hier winst heeft gehaald. Ik denk alleen niet dat de winst van de CU alleen hierop terug te voeren is.
@bird: Integendeel. Ik kan me niet voorstellen dat over de timing van dit bericht niet is nagedacht. Misschien niet zozeer door Rouvoet, maar wel door zijn communicatiemensen. En als dat inderdaad zo is, dan is het erg slim geweest om het zo te doen. Er zijn van die berichten die je wel naar buiten moet brengen, maar waarvan je liever niet wilt dat ze de hele dag en misschien nog dagen erna het nieuws bepalen. Dit bericht is er zo één. Juist omdat de link gelegd wordt naar de koers van de partij en de teleurstellende verkieizngsuitslagen wil je niet al te veel speculatie rondom zo’n bericht. Uitstekend gedaan daarom, complimenten voor de communicatieafdeling van de CU.
Verder inderdaad een lezenswaardig artikel van Remco. Leuk! Ik ben ook nog wel benieuwd naar je gedachten over de invloed van iemand als ds. J.H. Velema op de RPF, Rouvoet en de CU; een echte reformatorische predikant die zelf toegaf beïnvloed geweest te zijn door zijn evangelische vriend en broeder Kits sr. Ds. Velema heeft het nog mogen meemaken dat Rouviet vice-premier werd en heeft daar in een kerkdienst uitgebreid voor gedankt.
Velema was ook kritisch over de koers van de ChristenUnie. Zie o.a. mijn stuk daarover in Denkwijzer van eind 2010 (dat was dan weer wél wetenschappelijk van aard
). Ik denk dat Velema met zijn gezag en zijn ook vaak vrij directe manier om zich tegen zaken aan te bemoeien, decennialang grote invloed heeft gehad op zowel de RPF als de EO. Velema was zo iemand die altijd aan de “goede” kant stond als er geschillen waren, en die in staat was de balans te doen doorslaan in de door hem gewenste richting. Wonderlijke gave. Hij stond midden in dit wereldje, in alle opzichten: als toonaangevend predikant in de CGK, een centrale kerkelijke steunpilaar van zowel EO als RPF natuurlijk; als gelovige met een duidelijk reformatorisch profiel, die zowel bij bevindelijke als bij meer rationalistische gereformeerden aansluiting vond – en die zich inderdaad liet inspireren door de evangelische bevlogenheid en nederigheid van Jan Kits. Ook daarin was hij typerend voor de ontwikkeling van de reformatorische wereld in de laatste decennia.
Of anders gezegd: Velema is wellicht niet de meest sprankelende persoon, en bewoog zich in een kring (“reformatorisch-evangelisch”) die geen échte leider had. Hij zag wat hij daar deed vooral als nevenactiviteit naast het predikantschap. Invloed is moeilijk meetbaar natuurlijk. Misschien vergrootte die houding dat hij toch in eerste instantie predikant was, zijn invloed bij de EO en RPF juist wel: hij bleef behoedzaam en voelde als geen ander aan wanneer hij moest spreken om in een kwestie (of dat nu de visie op Israël was, of het wegsturen van een Kamerlid) de doorslag te geven. Tijdens een congres zei iemand die hem had meegemaakt: hij liet tijdens vergaderingen altijd iedereen praten, om aan het eind zelf de conclusie te trekken, en aldus geschiedde. Ik ben (pas op Bird, hier komt weer een mening) zeer geboeid door de man en had hem heel graag nog gesproken in het kader van mijn onderzoek.
@Remco: Mooie beschrijving Remco, ik kan me voorstellen dat je hem graag had willen spreken. Ik heb hem de laatste jaren van zijn leven regelmatig horen preken. Mijn kinderen (in die tijd pubers) hingen aan zijn lippen en dat zegt wel wat! Het, vaak emotioneel, uitgeroepen ‘halleluja’ aan het eind van de preek was tekenend voor de man. Maar we zijn weer wat off-topic
Of de link met je artikel zou moeten zijn dat André Rouvoet jaren lid is geweest van de kerkelijke gemeente waar J.H. Velema ook een belangrijk deel van zijn leven heeft gewoond en gewerkt.
@ Remco,
Waarom onderteken je jouw columns met “promovendus”etc als dit niet relevant is voor het duiden van je artikel? Ik begrijp dat het hier opinierende artikelen zijn. Gelukkig! Ook wetenschappers kunnen een opinie hebben, maar die moet dan wel wetenschappelijk onderbouwd zijn, of ze moeten hun titel niet voeren. Hooglereaar Schalken blijkt ook een andere te zijn dan de rechter Schalken.
Het referendum was m.i. wel van doorslaggevende betekenis voor het succes van de CU. De CU had nimmer zo’n podium gekregen voor het verkondigen van hun boodschap als zij ook voorstander waren van het referendum. Omdat Rouvoet en Van Bommel als een van de weinige zittende partijen tegen het Europees Verdrag waren, kregen ze veel meer zendtijd dan dat het aantal zetels rechtvaardigen.
Op die manier heeft een breed publiek kennis gemaakt met Rouvoet. Hij hield zich staande in het debat zonder elke 2 regels zich te beroepen op de Bijbel. Daarmee heeft hij sympathie gewekt en toen het referendum negatief was, waren Rouvoet en Van Bommel de winnaar van het referendum. Beide partijen zijn nimmer zo groot geweest als bij de eerstvolgende kamerverkiezingen in 2006. Dit kan niet anders worden bezien als in relatie met het referendum.
Jullie hebben blijkbaar ook de boodschap van de CU tussen 2003 en 2006 gevolgd. Daar is op zich niks mis mee, maar dat zijn er maar weinig geweest. In de retoriek is de boodschap (logos) maar een onderdeel van het geheel. Rouvoet heeft door het referendum erg kunnen werken aan zijn Ethos kunnen werken: authoriteit van de spreker bij het publiek. Daarna is zijn boodschap aangekomen bij het bredere publiek.
Het succes van CU in 2006 is daarom voor een belangrijk deel toe te schrijven aan het referendum.
@bird: Ik ben het met je eens, maar je analyse gaat mis als je het hebt over het ‘brede publiek’. Ik weet niet zeker of je dat ook bedoelt, maar de CU heeft op langere termijn niets aan niet-christelijke stemmers. Ik geloof er ook niets van dat die en masse op de CU gestemd hebben vanwege het europese standpunt. De christelijke achterban voelde zich juist aangesproken door het ferme ‘nee’ van de CU tegen de europese grondwet. In die achterban heerst namelijk erg veel scepsis over Europa. Vandaar dat die achterban ook zo teleurgesteld is in de CU dat ze een paar jaar later wel het verdrag van Lissabon ondertekenden omdat ze toen zelf in de regering zaten. Dat verdrag verschilde niet veel van de grondwet. Veel dingen waar de CU nu moeite mee heeft, bijvoorbeeld op het gebied van souvereinitiet in eigen kring, zullen nog moeilijker worden door datzelfde verdrag van Lissabon.
Ik denk daarom dat het ‘nee’ tegen de europese grondwet niet dé oorzaak is van de winst en daarna het verlies, maar een voorbeeld van het dieperliggende probleem; fris en duidelijk vóór de regeringsdeelname en vaag en onduidelijk erna. De regeringsdeelname ging alles bepalen, niet alleen bij de CU bewindslieden, maar ook in de TK fractie, het partijbureau en zelfs het landelijk bestuur. De achterban raakte steeds meer teleurgesteld in de partij die haar frisheid kwijt was en zich volledig liet leiden door de regeringsdeelname. De partij is gewoon niet duaal genoeg geweest en is de achterban vergeten. De europese grondwet en vervolgens het verdrag van Lissabon zijn daar inderdaad hele goede voorbeelden van. Maar aan een niet-christelijke achterban heeft de CU natuurlijk helemaal niets en daar zou ze ook niet naar moeten streven.
@ Rolf,
We zitten niet zover uit elkaar met onze mening. Mijn moeder denkt behoudend, is katholiek maar is niet zwaar op de hand (zoals een goed katholiek betaamd
. De CU is door het referendum voor haar een alternatief geworden voor het CDA. Het is niet de vraag waarom mensen uiteindelijk CU hebben gestemd, maar waarom de CU ineens een reële optie werd. De CU was een winnaarspartij, helder en beschaafd geluid en niet behorend bij de elite.
Het verlies van stemmers komt m.i. inderdaad voort uit het zwakke C-geluid van het kabinet Balkenende. CU is te gretig ingegaan op de uitnodiging en heeft niet eerst de jonge aanwas van stemmers gebonden, waardoor deze aanwas weer evensnel is afgehaakt.
Komen m.i. ook nooit meer terug. Kerk is niet meer in de mode.
Niets zo veranderlijk als de mode. Dus om nu “nooit” te zeggen…
@ Remco,
Touche!
cvjTwT , [url=http://zzqmzannjteh.com/]zzqmzannjteh[/url], [link=http://bigwdusxwvlu.com/]bigwdusxwvlu[/link], http://muebflqcmsyk.com/