Als je zelf niet in je eigen inkomen kunt voorzien, als je een groot deel van je leven opoffert aan de zorg voor een gehandicapt kind of als je als kostwinner je inkomen deelt met je niet-werkende partner, wordt je geregeld vermanend toegesproken als je ’s morgens de krant openslaat.
Is afhankelijkheid zo fout? Is zorgen voor elkaar verkeerd? Filosoof Marcel Zuijderland verdedigde een week geleden in deze krant het aborteren van gehandicapte kinderen; hij vindt het uiterst dubieus om ouders op te zadelen met een gehandicapt kind dat ze niet wensen en beschouwt het een verbetering als er minder gehandicapten komen. Bovendien vindt hij dat je geen morele verantwoordelijkheid hebt voor een invalide kind dat nog niet is geboren. Want we beschermen niet het leven zelf, maar onze autonomie, ons (zelf)bewustzijn en de kwaliteit van ons leven. Vanuit deze visie heeft een gehandicapt kind niet alleen zelf minder kwaliteit van leven, maar beperkt zo’n kind ook de autonomie en de bewegingsvrijheid van de ouders. En dat is blijkbaar een kwalijke zaak.
Ook het zorgen voor je partner is volgens veel opiniemakers geen goede zaak. Volgens columnist Elma Drayer is het beroerd gesteld met de financiële zelfredzaamheid van de vrouw. Getrouwde vrouwen die niet economisch zelfstandig zijn en in gemeenschap van goederen zijn getrouwd, zijn volgens haar blijven steken in kinderlijke afhankelijkheid en behoren op te groeien tot ‘de volwassen wezens die ze allang zouden moeten zijn’.
Zelfs de meerderheid van het parlement is ervan overtuigd dat inkomen niet gedeeld zou moeten worden met een niet-werkende partner en heeft de overdraagbare heffingskorting afschaft. Deze zogenaamde aanrechtsubsidie begon als belastingvrije som. Je hoefde pas belasting te betalen boven een bepaald inkomen. Zoals de econoom Cohen Stuart zei: “een brug heeft slechts draagkracht wanneer ze haar eigen gewicht kan dragen.” Iemand moet eerst zichzelf kunnen onderhouden – en diegenen voor wie hij een zorgplicht heeft – voordat hij in staat is om mee te betalen aan het onderhoud van anderen via de belastingen. Vandaar dat je van het gezinsinkomen een bedrag mocht aftrekken voor jezelf en je partner. In 2001 werd deze belastingvrije som vervangen door de algemene heffingskorting en nu wordt de korting voor de afhankelijke partner afgebouwd. Inkomen behoort dus niet te worden gedeeld.
Is dat de samenleving die we voor ogen hebben? Een samenleving waar het draait om zelfontplooiing en autonomie, waar zorgbehoeftigen en zorgverleners – die zonder financiële compensatie hun tijd en inkomen delen – worden gezien als ‘loosers’? Waar gesprekken rond de keukentafel soms ontaarden in ruzie omdat partners een eerlijke taakverdeling eisen en niet meer voor elkaar wensen te zorgen? Liefde betekent toch dat je elkaar accepteert als kwetsbare mensen, dat je er voor elkaar bent in tijden van nood en ziekte, dat je bereid bent om voor elkaar te zorgen en met elkaar te delen? Wat een kille wereld gaan we binnen, als we alleen nog maar rechtvaardigheid eisen en de liefde verwaarlozen.
Ook mensen zonder hoge kwaliteit van leven zijn in staat om liefde te geven en te ontvangen. En er is meer in het leven dan betaalde arbeid. Hoewel opoffering niet altijd gemakkelijk is, geeft het zorgen voor elkaar soms meer vreugde dan gezondheid en de wetenschap financieel onafhankelijk te zijn. Wie zijn wij om daarover veroordelend te spreken?
Dit artikel verscheen ook in Trouw (14-12-2010).





Waarom is het huwelijk niet georganiseerd als een maatschap of vennootschap? Weinigen realiseren zich dat de huisvrouw met of zonder eigen verdiensten als een slavin wordt behandeld door middel van de huwelijkswetgeving die ook geldt voor samenwoners. Er is geen vrije keus. De vrouw moet financieel worden gediscrimineerd. Een kostwinner/meerverdiener is hoogstpersoonlijk eigenaar van een vierpersoonsinkomen. Voorts wordt hij beloond met belastingvoordelen voor het hebben van een huisvrouw. Hij mag haar niet betalen, noch belonen en zij is verplicht haar arbeid gratis te leveren. Laten we ophouden met het omdraaien van de werkelijkheid. Het is niet de kostwinner die voor zijn vrouw zorgt, het is de vrouw die haar pater familias(gezinshoofd,arbeider, meerverdiener, tweeverdiener(het zijn allemaal synoniemen)) van eten voorziet zonder financiële contraprestatie. Een situatie die de wetgever zichzelf heeft verboden middels artikel 1, lid 2 BW: Persoonlijke dienstbaarheden van welke aard of welke benaming dan ook, zijn verboden. Ook in talloze Europese wetgeving is slavernij verboden. De grote uitzondering: vrouwen. Artikel 1, lid 2 BW geldt niet voor vrouwen, de helft van de bevolking. Toeval? Nee natuurlijk niet. Uitsluiting van vrouwen van burgerrechten is de belangrijkste pijler van onze patriarchale mannenmaatschappij. De echte produktie vindt binnen de (op naam van de man gestelde ) huishoudens plaats, maar het mag geen produktie heten. Huishoudens kunnen (zogenaamd) alleen maar consumeren. Ooit (huis-)vrouwen ontmoet, die niet werken! Mannen die niet werken, worden ook voor het niet-werken betaald: ja,ja een vierpersoonsuitkering, daar hebben ze recht op. Vrouwen ontwaak! Eis van de heren en dames machthebbers het recht op relaties te regelen via het algemeen contracten- en verbintenissenrecht voor personen. En uiteraard dient het discriminerende huwelijksinstituut, inclusief het huwelijksvermogensrecht te worden afgeschaft, omdat deze onverenigbaar is met artikel 1, lid 2 van ons Burgerlijk Wetboek en andere antislavernijrichtlijnen.
Got it! Taknhs a lot again for helping me out!
KgiZYP , [url=http://rppeceyyzdbl.com/]rppeceyyzdbl[/url], [link=http://fcynofpsalql.com/]fcynofpsalql[/link], http://gplgxcmyifns.com/
DeyANI , [url=http://wxojjrixqnhy.com/]wxojjrixqnhy[/url], [link=http://jigyxsikidne.com/]jigyxsikidne[/link], http://desttjjcywpt.com/